|
Würzburg Beieren inw. 130 000
Würzburg, gebouwd aan beide zijden van de Main en omzoomd door wijnbergen, heeft
een lange geschiedenis. Reeds voor onze jaartelling werd,de berg op de
linkeroever versterkt door Kelten; aan de voet ontstond een vissersdorp. In de
6de / 7de eeuw vestigden Franken zich op de rechteroever. Zij werden gekerstend
door de Ierse missionaris Kilianus, die hier in 689 de marteldood stierf. In 742
werd het bisdom Würzburg gesticht, dat in de loop der tijden steeds machtiger en
rijker werd. In 1168 beleende keizer Frederik 1 van Hohenstaufen 'Barbarossa'
(die hier in 1156 in het huwelijk was getreden met Beatrice van Bourgondië) de
bisschop van Würzburg met het hertogdom Franken. De bisschoppen kregen hierdoor
landsheerlijke rechten. Verzet van de burgerij tegen de overheersing van de
geestelijkheid werd een steeds weerkerend verschijnsel. In 1261, in 1400 en in
1525 (bij de boerenopstanden) kwam het tot ware veldslagen en plunderingen door
de uitgebuite bevolking, maar steeds won de geestelijkheid. Tijdens de
Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had de stad zwaar te lijden, maar in de 18de
eeuw kwam zij onder het bewind van de vorstbisschoppen uit het om zijn bouwlust
bekende geslacht Schönborn (zie onder Residenz) tot bloei. In die tijd kreeg
Würzburg op de rechter Mainoever het barokke uiterlijk dat het, tot die fatale
avond van 16 maart 1945, toen 82% van alle bouwwerken door bommen werd verwoest,
na Dresden tot de mooiste barokstad van Duitsland maakte.
In 1894 werd op het plein voor de Residenz
de pompeuze Franconia - brunnen geplaatst. Hierop prijken de beelden van vier
grote mannen wier namen met de stad 'verbonden zijn: de minnezanger Walther von
der Vogelweide, die omstreeks 1230 in Würzburg stierf en begraven werd in de
Lusamgarten van het klooster Neumünster, de schilder Matthias Grünewald, die
hier omstreeks 1470 (misschien) werd geboren, de beeldhouwer Tilman(n)
Riemenschneider, die zich in 1483 in Würzburg vestigde, in 1504 raadsheer en in
1521 burgemeester werd en op 7 juli 1531 overleed, en de bouwmeester Balthasar
Neumann (1687-1753) die zo'n sterk stempel op de stad heeft gedrukt.
Dom St. Kilian (Domplatz). De pijlerbasilica met vier torens en
kruisvormige plattegrond is gebouwd op de plaats waar voordien een 9deeeuwse
kerk stond. Ofschoon met de bouw omstreeks 1050 werd begonnen, vond de wijding
van het belangrijkste deel pas omstreeks 1150 plaats. Belangrijke verbouwingen
volgden in de 13de eeuw. In het begin van de 18de eeuw kwam de barokke
Schönbornkapel erbij, met medewerking van J.L. von Hildebrandt en M. von Welsch
door Neumann gebouwd, als mausoleum voor de vorstbisschoppen uit het Huis
Schönborn. Het romaanse karakter van de dom, dat in het exterieur bijzonder goed
bewaard is gebleven, komt vooral aan de oostzijde duidelijk tot uiting. Het
interieur onderging in de 18de eeuw met het rijke stucwerk van de Milanese
meester P. Magno een wijziging in barokstijl; alleen in koor en dwarsschip
bewaard gebleven. Het schip heeft sinds de herbouw (1946-1967) weer zijn
romaanse uiterlijk. Er zijn nog vele belangrijke grafmonumenten, die thans tegen
de pijlers van het middenschip zijn geplaatst en die die van de dom van Mainz
evenaren. De opstelling in chronologische volgorde geeft een goed overzicht van
700 jaar Duitse beeldhouwkunst. Tegen de zevende en achtste pijler de epitafen
van rood marmer die T. Riemenschneider voor Rudolf von Scherenberg (t 1495) en
Lorenz von Bibra (1519) heeft gemaakt. Andere werken van Riemenschneider zijn de
beelden van' Christus Salvator, St. Andreas en St. Petrus (1502-1506), geplaatst
in een bouwsel van Helmuth Weber. Ook de preekstoel van de beroemde beeldhouwer
M. Kern (1750-1752) behoort tot de oude inrichting, evenals het Mariaaltaar met
Mariabeeld (begin 15de eeuw), een Mariabeeld aan een vieringpijler uit de school
van Riemenschneider en een bronzen doopbekken uit. 1279. Voor het westelijke
deel van het koor staat het smeedijzeren hekwerk (1750-1752) dat vroeger het
oostelijke deel van het koor afsloot. Ook een vroegmiddeleeuws gaffelkruis en de
tombe van bisschop Bruno (13de eeuw) in de bij de renovering vernieuwde crypte
verdienen vermelding. Modern zijn, behalve de verschillende bronzen portalen,
het altaar in het koor, een werk van A. Schilling, waarin het schrijn van de
drie Frankische heiligen is opgenomen. Met de dom in verbinding staan behalve de
Schönbornkapel, ook de kruisgang met belangrijke grafmonumenten, de sepulture (=
dodenhal), en de symmetrisch gesitueerde sacristieën van B. Neumann.
Franciscanenkerk (Franziskanergasse). De 'vroeggotische, omstreeks 1300
voltooide kerk werd tijdens de laatste oorlog zwaar beschadigd, doch is
inmiddels weer opgebouwd. Merkwaardig is de dakstoel boven het middenschip,
waarbij men de dunne stalen trekstangen met opzet in het zicht heeft gelaten
zodat daarboven de houten dakconstructie zichtbaar is. Van de vroegere
inrichting zijn onder meer figurale grafstenen en een Pieta uit het atelier van
T. Riemenschneider over.
Käppele/bedevaartkerk St. Maria (op de Nikolausberg). Deze centraalbouw
met koepel is een werk van B. Neumann (1747-1750). Men bereikt de kerk via een
trap die de lijdensweg van Christus voorstelt. Haar ligging, hoog boven de stad,
verleent de kerk een bijzondere aantrekkelijkheid. Belangrijke rococokunstenaars
hebben aan de inrichting meegewerkt. Het stucwerk is van J.M. Feuchtmayer; M.
Günther, een leerling van Asam, heeft de fresco's geschilderd.
Marienkapelle (Marktplatz). In 1377 begon men met de bouw, die bijna
honderd jaar zou duren, van deze kerk die op de plaats staat van een verwoeste
synagoge. Als laatste was in 1479 de toren voltooid (in 1857 veranderd naar het
voorbeeld van de Frauenkirche in > Esslingen). Hoogtepunt van laatgotische kunst
is de figurale versiering van het exterieur. Adam en Eva, twee kopieën van
beelden van T. Riemenschneider (1491-1493), sieren het bruidsportaal. Ook de 14
andere beelden van Riemenschneider, aan de steunberen, daterend uit 15001506,
zijn vervangen door kopieën.
Neumünster (St.KiliansPlatz). Op deze plek waar in 689 de apostel der
Franken Kilian en diens medemissionarissen werden vermoord, werd in de 8ste eeuw
de eerste Würzburgse bisschopskerk gebouwd. De huidige kerk dateert echter voor
het grootste deel uit de 13de eeuw. Na 1710 werd zij in barokstijl verbouwd.
Daarbij ontstond de indrukwekkende, voor het stadsbeeld karakteristieke koepel
van J. Greising. De facade wordt vaak toegeschreven aan J. Dientzenhofer, maar
waarschijnlijk heeft ook Greising hier een hand in gehad. De beelden aan de
facade zijn het werk van J.W. v.d. Auwera (1719). Het exterieur is na een zware
bomschade weer in de originele staat teruggebracht. In het interieur onder meer
een hoogaltaar uit stucmarmer van J.B. en D. Zimmermann en een zandstenen
madonna van Riemenschneider.
Universiteitskerk (Neubaustrasse). A. Petrini kan voor de eigenlijke
bouwmeester van deze kerk doorgaan omdat hij de onder bisschop Julius Echter
tussen 1586 en 1591 gebouwde kerk, waarvan het gewelf in 1617 was ingestort, in
1696 geheel herbouwde. Het exterieur wordt bepaald door de kleurige façade van
bonte steen en de door Petrini voltooide toren. Ook deze kerk heeft evenals de
andere eindl6deeeuwse gebouwen van Julius Echter typerende kenmerken van de
overgang van laatgotische naar beginnende renaissancearchitectuur.
Andere kerken (in alfabetische volgorde). Augustijnerkerk
(Schönbornstrasse), door B. Neumann in 1741-1744 in barokstijl herschapen
vroeggotische kerk. De sobere kerk van het klooster Himmelspforten heeft een
beschilderd cassettenplafond. St. JakoblSchotse kerk (Schottenanger), voormalige
kloosterkerk (12de eeuw), bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog opgenomen
in de nieuwbouw van de Don Boscokerk. Karmelietenkerk (Sanderstrasse), met een
crypte, waarin de graven als in catacomben zijn geplaatst. St. Peter (Petersplatz),
gebouwd in de 18de eeuw, westtorens van een romaanse basilica (omstreeks 1100).
Benedictijnenbasilica St. Stephan (12de eeuw, met hallencrypte uit die tijd), in
1790 verbouwd en vernieuwd. Herkenningstekens van de door Petrini gebouwde kerk
van het Stift Haug (Hauger Pfarrgasse; 1670-1691) zijnde koepel en de hoge
westtorens. Op het hoogaltaar een schilderij van Tintoretto (1585).
Oude Mainbrug (Mainkade). De stenen brug, in haar huidige vorm daterend
uit 1473-1543, is zowel uit technisch als uit artistiek oogpunt opmerkelijk. De
18de-eeuwse beelden zijn door kopieën vervangen.
Oude kraan (westelijk eind van de Juliuspromenade). De zoon van B.
Neumann heeft de kraan, een van de symbolen van de stad, in 1773 gebouwd. De
loopraderen waarmee men de kraan vroeger in beweging bracht zijn nog behouden.
De Latijnse inscriptie betekent `Ik neem aan, geef over en verzend alles wat men
wil'.
Vesting Marienberg.
Vanaf de 266 m hoge Marienberg, sinds 1201 versterkt, keken de
bisschoppen tot 1719 neer op de stad. De vesting is een uitgebreid complex.
Middeleeuws zijn nog de Mariakerk, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 8ste
eeuw, maar die vele malen veranderd is, begin 18de eeuw een barok interieur
kreeg en grafplaten voor talrijke bisschoppen bevat, de donjon die in 1242 als 'Castrum
Beatae Mariae Virginis' residentie van de bisschoppen was, de Randesackerer Turm
of Sonnenturm in de keldergevangenis waarin in 1525 Riemenschneider, die de
zijde van de boeren had gekozen, gefolterd werd, de ringmuur, aangelegd onder
bisschop Otto von Wolfskeel (13331345) en versterkt onder bisschop Rudolf von
Scherenberg (1466-1494), die ook de hoofdpoort liet vernieuwen die nu
Scherenbergtor heet. Bisschop Lorenz von Bibra (14951519) wijdde zich aan de
uitbouw van de Fürstenbau; de sierlijke, laatgotische trap (1511) is naar hem
Bibratreppe genoemd. Na twee branden, in 1572 en 1600, liet bisschop Julius
Echter von Mespelbrunn (1573-1617), een echte renaissancekerkvorst, beginnen met
de grootscheepse nieuwbouw, waaronder de Echterbastei, die in 1604 grotendeels
voltooid was. De rijke inrichting ging in 1631 geheel verloren; de beroemde
bibliotheek ging als buit van de zegevierende Zweedse troepen grotendeels naar
Uppsala en kwam deels, door toedoen van koningin Christina, in het Vaticaan
terecht. In 1634 kwamen vesting en stad weer in handen van de keizerlijken.
Vorstbisschop Johann Philipp von Schönbom, tevens keurvorst van Mainz, liet in
16491658 een krans van bastions om de kernburcht aanleggen. De Maschikuliturn en
de Duivelsschans werden ontworpen door Neumann. In de Echterbastei en het in
17081712 gebouwde barokke arsenaal is sinds 1947 het Mainfränkische Museum
ondergebracht (zie onder Musea).
Haus zum Falken. Het huis, thans VVV - kantoor, werd in 1751 voorzien van
een schitterende stucwerkfaçade.
Juliusspital. Door Julius Echter gesticht, vaak verbouwd en in 1945 bijna
geheel verwoest. Weer opgebouwd zijn onder meer het vorstenpaviljoen in het
midden en een 18deeeuwse apotheek. In het park vindt men de Vierstromenfontein
van J.W. v.d. Auwera en een architectonisch bekoorlijk paviljoen (waarschijnlijk
van Greising).
Raadhuis (Rückermainstrasse). Het oorspronkelijke huis dateert uit 1200.
Het was het woonhuis van een bisschoppelijke burggraaf. In de 15de en 16de eeuw
werd het met een verdieping uitgebreid. De kleurige beschildering van de facade
dateert uit de l6de eeuw. Vroeggotische stijlelementen kenmerken de Wenzelzaal
op de eerste verdieping. Het westelijke gedeelte van het raadhuiscomplex wordt
gevormd door de zogenoémde. Roter Turm (1660), een fraai laatrenaissancebouwwerk
uitgevoerd in rode zandsteen.
Residenz.
Sinds 1253 hadden de vorstbisschoppen op de vesting Marienberg
geresideerd. Toen in 1719 graaf Joh. Philipp Franz von Schönborn tot
vorstbisschop was gekozen, werden onmiddellijk plannen gemaakt voor het
verleggen van de residentie naar de andere Mainoever, aan de Rennweg. De
bouwheer liet de 32-jarige Balthasar Neumann een ontwerp maken, maar sprak zelf
een duchtig woordje mee en betrok ook zijn oom Lothar Franz von Schönbom (die
zojuist in Pommersfelden het slot Weissenstein had laten bouwen) bij de plannen.
Deze bouwlustige keurvorst en rijkskanselier schakelde zijn architecten, Joh.
Dientzenhofer en Maximilian von Welsch, in. Ook de broer van de rijkskanselier,
Friedrich Karl von Schönbom, en zijn architect Lukas von Hildebrandt bemoeiden
zich ermee. Na de eerstesteenlegging, in 1720 werden nog de Franse bouwmeesters
B. Offrand en De Cotte geraadpleegd. In 1724 stierf de bouwheer en het werk kwam
onder zijn weinig geïnteresseerde opvolger vrijwel stil te liggen. In 1729
echter kwam Friedrich Karl von Schönborn op de Würzburgse bisschopszetel en deze
zag als 70-jarige, op 30 december 1744, het schitterende werk voltooid. Al die
jaren had Neumann de bouw geleid.
Het bouwwerk omsluit aan drie zijden de grote Ehrenhof Het machtige
middenrisaliet draagt het wapen van de Schönboms. De achterzijde, aan de tuin
grenzend, is een hoogtepunt van barokke gevelbouw. Wereldberoemd is Neumanns
geniale trappenhuis. Twee staatsietrappen voeren naar een bordes te
halverhoogte en komen uit in een immense ruimte, overdekt door het
plafondgewelf, een technisch bravourestuk: 18 bij 32 m, 5 m hoog, en niet door
zuilen of pijlers gedragen. Het heeft, toen in 1945 het dak erboven instortte,
totaal onbeschadigd stand gehouden. Ook de beschildering door de Venetiaanse
schilder Tiepolo en zijn zoons, in 1752-1753 aangebracht in opdracht van
vorstbisschop Karl Philipp von Greiffenclau, is nimmer gerestaureerd in haar
volle glorie bewaard gebleven.
De rondleiding toont voorts de Gartensaal, met stucwerk van Antonio Bossi en
fresco's van J. Zick uit 1750, de Kaisersaal, met fresco's van Tiepolo, scènes
uit de geschiedenis van de stad voorstellend (hier vinden jaarlijks concerten
plaats in het kader van de Mozartfeste), de Weisser Saal, door Bossi geheel van
wit, zonder goud, rococostucwerk voorzien, en een aantal Paradezimmer. Deze
zijn, na totale verwoesting in 1945, geheel volgens de oude tekeningen
gerestaureerd, onder meer het wereldberoemde Spiegelkabinett. De kamers aan de
zuidzijde werden in 1740-1750 ingericht, waaraan onder anderen de schilder Joh.
Rudolf Byss, de stucwerker Bossi, de beeldhouwer Jakob van der Auwera en de
slotenmaker Joh. Georg Oegg hebben gewerkt. De zalen aan de noordzijde, in 1763
voltooid, tonen het einde van het rococo. De vroegclassicistische zalen in de
noordelijke vleugel, de Ingelheimer Trakt, werden onder bisschop Adam Friedrich
von Seinsheim in 1771 e.v. gedecoreerd.
Ook de Hofgarten werd onder deze kerkvorst (1755-1779)
aangelegd met terrassen, bastions, Orangerie en tuinbeelden van de Würzburgse
beeldhouwer Peter Wagner. In de zuidwesthoek van het slotcomplex bouwde Neumann
de hofkerk, hiermee opnieuw zijn meesterschap bewijzend. Omdat het licht slechts
van één zijde kan binnenvallen, plaatste hij de ramen schuin, waardoor de
schitterende barokke inrichting zonder hulp van kunstlicht kan worden
bezichtigd. Op de zijaltaren schilderijen van Tiepolo. De smeedijzeren
rococotoegangshekken tot de tuinen zijn het werk van Oegg.
De Residenzplatz wordt harmonisch omsloten door Hof Rosenbach, ontworpen
door de Italiaan Petrini, de Gesandtenbau (thans Hofkellerei, restaurant) uit
1771, en
colonnaden met beelden van Peter Wagner en hekwerken van Oeggs zoon.
Universiteit (Neubaustrasse). Julius Echter, die de universiteit in 1582
stichtte, was ook de opdrachtgever voor het uitgebreide renaissancecomplex van
de oude universiteit. Het vier vleugels tellende bouwwerk is vooral aan de
hofzijde aantrekkelijk, de fagades aan de straatzijde zijn echter tamelijk
eentonig.
Musea.
Het Mainfränkische Museum (in de vesting Marienberg) biedt het
volledigste overzicht van het werk van T. Riemenschneider, omdat men hier met
grote vasthoudendheid de originelen van zijn belangrijkste werken heeft
bijeengebracht (ter plaatse door kopieën vervangen). De zeer omvangrijke
collectie bestaat verder uit tuinbeelden van P. Wagner en F. Tietz, afkomstig
uit de hoftuin van Veitshochheim. Voorts barokgalerij, grafsculpturen en
kunstnijverheid.
De afdeling stadsgeschiedenis is ondergebracht in het onlangs
geopende Fürstenbau Museum (> Marienberg). Het geeft bovendien een aardig beeld
.van de woonomgeving van de vorstbisschoppen tot 1718. In het Martin von
WagnerMuseum (> Residenz) bevinden zich een belangrijke Antikensammlung
(Egyptisch, Koptisch, Grieks, Etruskisch), een collectie schilderijen (Duits,
Nederlands, Italiaans) van de 14de tot de 19de eeuw, een verzameling grafiek en
beelden van Riemenschneider.
Städtische Galerie (Hofstr. 3). Schilderijen, beelden en grafiek
van Duitse kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw (romantiek, expressionisme,
nieuwe zakelijkheid).


|