Wurzburg e.o.

Baden Wurttemberg Beieren Rheinland Pfalz Fotopagina

Start 14Heiligen Allgau oost Allgau west Augsburg Bad Reichenhall Bamberg Bayreuth Coburg Frank. Schweiz Garmisch PK Landsberg Munchen Nurnberg Passau Regensburg Rhoen e.o. Rothenburg Tegernsee Ulm Wurzburg e.o.


WÜRZBURG

Uit ons reisverslag 1973

(Autorondreis door Zuidoost - Europa met de Renault 4 van Cléo P., wildkamperend in een tent langs wegen, op stranden en in korenvelden.)

MEER INFO WÜRZBURG

 

Stadjes in de buurt:


Wertheim  /  Bad Mergentheim  /  Klooster Bronnbach  /  Rokkokogarten Veitshöchheim 
 

Tauberbischofsheim  /  Rothenfels  /  Lohr am Main

 

ERLANGEN
Op een parkeerplaats gegeten: Frühlingsuppe, brood, tomaat, ei en koffie. We zitten hier nog steeds in Frankenland. Men kan dit ook wel Ami - land noemen want het stikt hier van de Amerikanen en de USA - kazernes: vooral in Bamberg, Schweinfurt en omgeving! De zonegrens met het Oostblok (Tsjecho-Slowakije!)  is dan natuurlijk niet ver meer.

WÜRZBURG
Op 7 km afstand van deze stad maakten we op een klaverveld een strobed. Slapen om 23.00 uur, na enkele flessen wijn soldaat te hebben gemaakt.  Afgelegde afstand : 175 km.

 

Zaterdag 4 augustus 1973

Na een onrustige nacht van Jos pas om negen uur op. We doen de afwas en gaan in een dorpje inkopen doen. Het is bijzonder regenachtig weer. Tijdens de wandeling door Würzburg bezoek aan de Dom, de voormalige Residentie van de Bisschop, het fameuze Gartengitter van de hoftuin, Haus zu Falken, (naar men zegt de mooiste Rococo stijl van Duitsland), de Augustinerkirche. We zijn als jonge gasten toch wel onder de indruk van de pracht en praal hier. Daarna zoeken we de autobaan weer op. Langs de bekende vesting Marienberg  rijden we richting Frankfurt.


Uit ons reisverslag 2008

Om een uur of tien rijden we weg, een uur later staan we in het hartje van Würzburg voor de Kurfürstliche Residenz waar we ook kunnen parkeren. Het enorme paleis is net geopend. Tot ons geluk kunnen we nog met een groep mee voor de rondleiding. We worden al direct overdonderd door de onvoorstelbare gaafheid en een en al pracht uitademend trappenhuis. De barokke vormgeving met al die beelden van Duitse beeldhouwer en architect Balthasar Neumann en de magistrale plafondfresco’s van de Italiaan Tiepolo maken een diepe indruk op ons. Aan elke zijde geeft een fresco indrukken van een van de vier toentertijd bekende continenten weer. Dit is waarlijk een van de hoogtepunten van de barok die we hier in Duitsland ooit hebben mogen aanschouwen. Ook de andere vier zalen die we onder leiding van de verfijnd Duits sprekende gids bezoeken mogen er zijn. Het trappenhuis verkeert nog in de oorspronkelijk vorm, in de oorlog is het tegen bombardementen bestand gebleken. De andere zalen zijn allemaal gerestaureerd. Het spiegelkabinet is een pronkstuk dat nog niet zo lang geleden in originele staat teruggebracht is: kosten 4 miljoen mark (of was het euro?) De rondleiding duurt een uur, waarna we de belendende tuin op eigen houtje verkennen. We belanden er tussen een hele horde Japanse toeristen, voornamelijk ouderen. In het park staan nog enkele beeldengroepen, spuiten fonteinen en voorspellen de blaadjes in de prieeltjes al een naderende herfst. Tenslotte nemen we nog een kijkje in de Hofkapelle, een superbe staaltje van barokke kerkenbouw van, alweer, B. Neumann. Zijn naam komt men in heel Duitsland in de achttiende-eeuwse sacraal bouw tegen.

Naast de Residenz bevindt zich een Museumcafé, maar daar zijn de bustoeristen net chique aan het lunchen, niets voor ons dus. We lopen daarom maar direct de stad in, waar we op een druk terrasje koffie drinken. We bezichtigen de enorme Domkerk; in grootte is het de vierde van Duitsland. De onderaardse crypte is heel uitgestrekt en sfeervol. Ook de kruisgang van het klooster ziet er nog heel goed uit. In de kerk staan nog enkele fraaie beeldhouwwerken. Met name de koorstoelen, het doopvont en de preekstoel zijn er traditiegetrouw mooi bewerkt.

Jos slaat bij een audicien een voorraad batterijtjes voor zijn hoorapparaat in. De stadsverkenning daarna heeft niet zo veel op de kous. Veel oude historische panden en een Marien Kapelle op het marktplein. Daar eten we broodjes, voor we de kerk bezoeken en in de richting Main verder gaan. Aan de Main-Ufer Kai staan nog wat oude kranen (Alten Kranen). Pakhuizen zijn omgebouwd tot restaurants . Hier en daar is een interessant wandelgebied gecreëerd, met onder andere een beroemde wijnproeverij.

Het uitzicht op de vesting Marienberg is groots. Je kunt nog steeds goed zien dat het vroeger een klooster is geweest. We lopen naar de oude brug (Alte Mainbrücke) met tal van heiligenbeelden erop. Daar concentreert het toerisme zich, zelfs groepen Franse schoolkinderen lopen er af en aan. In een dam bij de brug wordt op een ouderwetse manier stroom opgewekt. Het is inderdaad nog een Kraftwerk dat elektriciteit levert. Weer tijd voor koffie, nu als enige op een terras voor het historische Rathaus. Ervoor staat een prachtige Brunnen, dat helaas door wat sjofele figuren omringd wordt. We lopen via een andere route terug naar de Residenz om de auto op te pikken om terug te rijden naar onze Landgasthof Baumhof Tanne in Marktheidenfeld.

 

MEER INFO WÜRZBURG

Würzburg, gebouwd aan beide zijden van de Main en omzoomd door wijnbergen, heeft een lange geschiedenis. Reeds voor onze jaartelling werd,de berg op de linkeroever versterkt door Kelten; aan de voet ontstond een vissersdorp. In de 6de / 7de eeuw vestigden Franken zich op de rechteroever. Zij werden gekerstend door de Ierse missionaris Kilianus, die hier in 689 de marteldood stierf. In 742 werd het bisdom Würzburg gesticht, dat in de loop der tijden steeds machtiger en rijker werd. In 1168 beleende keizer Frederik 1 van Hohenstaufen 'Barbarossa' (die hier in 1156 in het huwelijk was getreden met Beatrice van Bourgondië) de bisschop van Würzburg met het hertogdom Franken. De bisschoppen kregen hierdoor landsheerlijke rechten. Verzet van de burgerij tegen de overheersing van de geestelijkheid werd een steeds weerkerend verschijnsel. In 1261, in 1400 en in 1525 (bij de boerenopstanden) kwam het tot ware veldslagen en plunderingen door de uitgebuite bevolking, maar steeds won de geestelijkheid. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had de stad zwaar te lijden, maar in de 18de eeuw kwam zij onder het bewind van de vorstbisschoppen uit het om zijn bouwlust bekende geslacht Schönborn (zie onder Residenz) tot bloei. In die tijd kreeg Würzburg op de rechter Mainoever het barokke uiterlijk dat het, tot die fatale avond van 16 maart 1945, toen 82% van alle bouwwerken door bommen werd verwoest, na Dresden tot de mooiste barokstad van Duitsland maakte.

In 1894 werd op het plein voor de Residenz de pompeuze Franconia - brunnen geplaatst. Hierop prijken de beelden van vier grote mannen wier namen met de stad 'verbonden zijn: de minnezanger Walther von der Vogelweide, die omstreeks 1230 in Würzburg stierf en begraven werd in de Lusamgarten van het klooster Neumünster, de schilder Matthias Grünewald, die hier omstreeks 1470 (misschien) werd geboren, de beeldhouwer Tilman(n) Riemenschneider, die zich in 1483 in Würzburg vestigde, in 1504 raadsheer en in 1521 burgemeester werd en op 7 juli 1531 overleed, en de bouwmeester Balthasar Neumann (1687-1753) die zo'n sterk stempel op de stad heeft gedrukt.

Dom St. Kilian (Domplatz). De pijlerbasilica met vier torens en kruisvormige plattegrond is gebouwd op de plaats waar voordien een 9de - eeuwse kerk stond. Ofschoon met de bouw omstreeks 1050 werd begonnen, vond de wijding van het belangrijkste deel pas omstreeks 1150 plaats. Belangrijke verbouwingen volgden in de 13de eeuw. In het begin van de 18de eeuw kwam de barokke Schönbornkapel erbij, met medewerking van J.L. von Hildebrandt en M. von Welsch door Neumann gebouwd, als mausoleum voor de vorstbisschoppen uit het Huis Schönborn. Het romaanse karakter van de dom, dat in het exterieur bijzonder goed bewaard is gebleven, komt vooral aan de oostzijde duidelijk tot uiting. Het interieur onderging in de 18de eeuw met het rijke stucwerk van de Milanese meester P. Magno een wijziging in barokstijl; alleen in koor en dwarsschip bewaard gebleven. Het schip heeft sinds de herbouw (1946-1967) weer zijn romaanse uiterlijk. Er zijn nog vele belangrijke grafmonumenten, die thans tegen de pijlers van het middenschip zijn geplaatst en die die van de dom van Mainz evenaren. De opstelling in chronologische volgorde geeft een goed overzicht van 700 jaar Duitse beeldhouwkunst. Tegen de zevende en achtste pijler de epitafen van rood marmer die T. Riemenschneider voor Rudolf von Scherenberg (1495) en Lorenz von Bibra (1519) heeft gemaakt. Andere werken van Riemenschneider zijn de beelden van' Christus Salvator, St. Andreas en St. Petrus (1502-1506), geplaatst in een bouwsel van Helmuth Weber. Ook de preekstoel van de beroemde beeldhouwer M. Kern (1750-1752) behoort tot de oude inrichting, evenals het Mariaaltaar met Mariabeeld (begin 15de eeuw), een Mariabeeld aan een vieringpijler uit de school van Riemenschneider en een bronzen doopbekken uit. 1279. Voor het westelijke deel van het koor staat het smeedijzeren hekwerk (1750-1752) dat vroeger het oostelijke deel van het koor afsloot. Ook een vroegmiddeleeuws gaffelkruis en de tombe van bisschop Bruno (13de eeuw) in de bij de renovering vernieuwde crypte verdienen vermelding. Modern zijn, behalve de verschillende bronzen portalen, het altaar in het koor, een werk van A. Schilling, waarin het schrijn van de drie Frankische heiligen is opgenomen. Met de dom in verbinding staan behalve de Schönbornkapel, ook de kruisgang met belangrijke grafmonumenten, de sepulture (= dodenhal), en de symmetrisch gesitueerde sacristieën van B. Neumann.

Franciscanenkerk (Franziskanergasse). De 'vroeggotische, omstreeks 1300 voltooide kerk werd tijdens de laatste oorlog zwaar beschadigd, doch is inmiddels weer opgebouwd. Merkwaardig is de dakstoel boven het middenschip, waarbij men de dunne stalen trekstangen met opzet in het zicht heeft gelaten zodat daarboven de houten dakconstructie zichtbaar is. Van de vroegere inrichting zijn onder meer figurale grafstenen en een Pieta uit het atelier van T. Riemenschneider over.

Käppele / bedevaartkerk St. Maria (op de Nikolausberg). Deze centraalbouw met koepel is een werk van B. Neumann (1747-1750). Men bereikt de kerk via een trap die de lijdensweg van Christus voorstelt. Haar ligging, hoog boven de stad, verleent de kerk een bijzondere aantrekkelijkheid. Belangrijke rococokunstenaars hebben aan de inrichting meegewerkt. Het stucwerk is van J.M. Feuchtmayer; M. Günther, een leerling van Asam, heeft de fresco's geschilderd.

Marienkapelle (Marktplatz). In 1377 begon men met de bouw, die bijna honderd jaar zou duren, van deze kerk die op de plaats staat van een verwoeste synagoge. Als laatste was in 1479 de toren voltooid (in 1857 veranderd naar het voorbeeld van de Frauenkirche in > Esslingen). Hoogtepunt van laatgotische kunst is de figurale versiering van het exterieur. Adam en Eva, twee kopieën van beelden van T. Riemenschneider (1491-1493), sieren het bruidsportaal. Ook de 14 andere beelden van Riemenschneider, aan de steunberen, daterend uit 15001506, zijn vervangen door kopieën.

Neumünster (St.KiliansPlatz). Op deze plek waar in 689 de apostel der Franken Kilian en diens medemissionarissen werden vermoord, werd in de 8ste eeuw de eerste Würzburgse bisschopskerk gebouwd. De huidige kerk dateert echter voor het grootste deel uit de 13de eeuw. Na 1710 werd zij in barokstijl verbouwd. Daarbij ontstond de indrukwekkende, voor het stadsbeeld karakteristieke koepel van J. Greising. De facade wordt vaak toegeschreven aan J. Dientzenhofer, maar waarschijnlijk heeft ook Greising hier een hand in gehad. De beelden aan de facade zijn het werk van J.W. v.d. Auwera (1719). Het exterieur is na een zware bomschade weer in de originele staat teruggebracht. In het interieur onder meer een hoogaltaar uit stucmarmer van J.B. en D. Zimmermann en een zandstenen madonna van Riemenschneider.

Universiteitskerk (Neubaustrasse). A. Petrini kan voor de eigenlijke bouwmeester van deze kerk doorgaan omdat hij de onder bisschop Julius Echter tussen 1586 en 1591 gebouwde kerk, waarvan het gewelf in 1617 was ingestort, in 1696 geheel herbouwde. Het exterieur wordt bepaald door de kleurige façade van bonte steen en de door Petrini voltooide toren. Ook deze kerk heeft evenals de andere eindl6deeeuwse gebouwen van Julius Echter typerende kenmerken van de overgang van laatgotische naar beginnende renaissancearchitectuur.

Andere kerken (in alfabetische volgorde). Augustijnerkerk (Schönbornstrasse), door B. Neumann in 1741-1744 in barokstijl herschapen vroeggotische kerk. De sobere kerk van het klooster Himmelspforten heeft een beschilderd cassettenplafond. St. Jakob l Schotse kerk (Schottenanger), voormalige kloosterkerk (12de eeuw), bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog opgenomen in de nieuwbouw van de Don Boscokerk. Karmelietenkerk (Sanderstrasse), met een crypte, waarin de graven als in catacomben zijn geplaatst. St. Peter (Petersplatz), gebouwd in de 18de eeuw, westtorens van een romaanse basilica (omstreeks 1100). Benedictijnenbasilica St. Stephan (12de eeuw, met hallencrypte uit die tijd), in 1790 verbouwd en vernieuwd. Herkenningstekens van de door Petrini gebouwde kerk van het Stift Haug (Hauger Pfarrgasse; 1670-1691) zijn de koepel en de hoge westtorens. Op het hoogaltaar een schilderij van Tintoretto (1585).

Oude Mainbrug (Mainkade). De stenen brug, in haar huidige vorm daterend uit 1473-1543, is zowel uit technisch als uit artistiek oogpunt opmerkelijk. De 18de-eeuwse beelden zijn door kopieën vervangen.

Oude kraan (westelijk eind van de Juliuspromenade). De zoon van B. Neumann heeft de kraan, een van de symbolen van de stad, in 1773 gebouwd. De loopraderen waarmee men de kraan vroeger in beweging bracht zijn nog behouden. De Latijnse inscriptie betekent `Ik neem aan, geef over en verzend alles wat men wil'.

Vesting Marienberg

Vanaf de 266 m hoge Marienberg, sinds 1201 versterkt, keken de bisschoppen tot 1719 neer op de stad. De vesting is een uitgebreid complex. Middeleeuws zijn nog de Mariakerk, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 8ste eeuw, maar die vele malen veranderd is, begin 18de eeuw een barok interieur kreeg en grafplaten voor talrijke bisschoppen bevat, de donjon die in 1242 als 'Castrum Beatae Mariae Virginis' residentie van de bisschoppen was, de Randesackerer Turm of Sonnenturm in de keldergevangenis waarin in 1525 Riemenschneider, die de zijde van de boeren had gekozen, gefolterd werd, de ringmuur, aangelegd onder bisschop Otto von Wolfskeel (13331345) en versterkt onder bisschop Rudolf von Scherenberg (1466-1494), die ook de hoofdpoort liet vernieuwen die nu Scherenbergtor heet. Bisschop Lorenz von Bibra (14951519) wijdde zich aan de uitbouw van de Fürstenbau; de sierlijke, laatgotische trap (1511) is naar hem Bibratreppe genoemd. Na twee branden, in 1572 en 1600, liet bisschop Julius Echter von Mespelbrunn (1573-1617), een echte renaissancekerkvorst, beginnen met de grootscheepse nieuwbouw, waaronder de Echterbastei, die in 1604 grotendeels voltooid was. De rijke inrichting ging in 1631 geheel verloren; de beroemde bibliotheek ging als buit van de zegevierende Zweedse troepen grotendeels naar Uppsala en kwam deels, door toedoen van koningin Christina, in het Vaticaan terecht. In 1634 kwamen vesting en stad weer in handen van de keizerlijken. Vorstbisschop Johann Philipp von Schönbom, tevens keurvorst van Mainz, liet in 16491658 een krans van bastions om de kernburcht aanleggen. De Maschikuliturn en de Duivelsschans werden ontworpen door Neumann. In de Echterbastei en het in 17081712 gebouwde barokke arsenaal is sinds 1947 het Mainfränkische Museum ondergebracht (zie onder Musea).

Haus zum Falken. Het huis, thans VVV - kantoor, werd in 1751 voorzien van een schitterende stucwerkfaçade.

Juliusspital. Door Julius Echter gesticht, vaak verbouwd en in 1945 bijna geheel verwoest. Weer opgebouwd zijn onder meer het vorstenpaviljoen in het midden en een 18deeeuwse apotheek. In het park vindt men de Vierstromenfontein van J.W. v.d. Auwera en een architectonisch bekoorlijk paviljoen (waarschijnlijk van Greising).

Raadhuis (Rückermainstrasse). Het oorspronkelijke huis dateert uit 1200. Het was het woonhuis van een bisschoppelijke burggraaf. In de 15de en 16de eeuw werd het met een verdieping uitgebreid. De kleurige beschildering van de facade dateert uit de l6de eeuw. Vroeggotische stijlelementen kenmerken de Wenzelzaal op de eerste verdieping. Het westelijke gedeelte van het raadhuiscomplex wordt gevormd door de zogenoémde. Roter Turm (1660), een fraai laatrenaissancebouwwerk uitgevoerd in rode zandsteen.


Residenz.

Sinds 1253 hadden de vorstbisschoppen op de vesting Marienberg geresideerd. Toen in 1719 graaf Joh. Philipp Franz von Schönborn tot vorstbisschop was gekozen, werden onmiddellijk plannen gemaakt voor het verleggen van de residentie naar de andere Mainoever, aan de Rennweg. De bouwheer liet de 32-jarige Balthasar Neumann een ontwerp maken, maar sprak zelf een duchtig woordje mee en betrok ook zijn oom Lothar Franz von Schönbom (die zojuist in Pommersfelden het slot Weissenstein had laten bouwen) bij de plannen. Deze bouwlustige keurvorst en rijkskanselier schakelde zijn architecten, Joh. Dientzenhofer en Maximilian von Welsch, in. Ook de broer van de rijkskanselier, Friedrich Karl von Schönbom, en zijn architect Lukas von Hildebrandt bemoeiden zich ermee. Na de eerstesteenlegging, in 1720 werden nog de Franse bouwmeesters B. Offrand en De Cotte geraadpleegd. In 1724 stierf de bouwheer en het werk kwam onder zijn weinig geïnteresseerde opvolger vrijwel stil te liggen. In 1729 echter kwam Friedrich Karl von Schönborn op de Würzburgse bisschopszetel en deze zag als 70-jarige, op 30 december 1744, het schitterende werk voltooid. Al die jaren had Neumann de bouw geleid.

Het bouwwerk omsluit aan drie zijden de grote Ehrenhof Het machtige middenrisaliet draagt het wapen van de Schönboms. De achterzijde, aan de tuin grenzend, is een hoogtepunt van barokke gevelbouw. Wereldberoemd is Neumanns geniale trappenhuis. Twee staatsietrappen voeren naar een bordes te halverhoogte en komen uit in een immense ruimte, overdekt door het plafondgewelf, een technisch bravourestuk: 18 bij 32 m, 5 m hoog, en niet door zuilen of pijlers gedragen. Het heeft, toen in 1945 het dak erboven instortte, totaal onbeschadigd stand gehouden. Ook de beschildering door de Venetiaanse schilder Tiepolo en zijn zoons, in 1752-1753 aangebracht in opdracht van vorstbisschop Karl Philipp von Greiffenclau, is nimmer gerestaureerd in haar volle glorie bewaard gebleven.

De rondleiding toont voorts de Gartensaal, met stucwerk van Antonio Bossi en fresco's van J. Zick uit 1750, de Kaisersaal, met fresco's van Tiepolo, scènes uit de geschiedenis van de stad voorstellend (hier vinden jaarlijks concerten plaats in het kader van de Mozartfeste), de Weisser Saal, door Bossi geheel van wit, zonder goud, rococostucwerk voorzien, en een aantal Paradezimmer. Deze zijn, na totale verwoesting in 1945, geheel volgens de oude tekeningen gerestaureerd, onder meer het wereldberoemde Spiegelkabinett. De kamers aan de zuidzijde werden in 1740-1750 ingericht, waaraan onder anderen de schilder Joh. Rudolf Byss, de stucwerker Bossi, de beeldhouwer Jakob van der Auwera en de slotenmaker Joh. Georg Oegg hebben gewerkt. De zalen aan de noordzijde, in 1763 voltooid, tonen het einde van het rococo. De vroegclassicistische zalen in de noordelijke vleugel, de Ingelheimer Trakt, werden onder bisschop Adam Friedrich von Seinsheim in 1771 e.v. gedecoreerd.

PLAFOND NEUMANNS TRAPPENHUIS

Ook de Hofgarten werd onder deze kerkvorst (1755-1779) aangelegd met terrassen, bastions, Orangerie en tuinbeelden van de Würzburgse beeldhouwer Peter Wagner. In de zuidwesthoek van het slotcomplex bouwde Neumann de hofkerk, hiermee opnieuw zijn meesterschap bewijzend. Omdat het licht slechts van één zijde kan binnenvallen, plaatste hij de ramen schuin, waardoor de schitterende barokke inrichting zonder hulp van kunstlicht kan worden bezichtigd. Op de zijaltaren schilderijen van Tiepolo. De smeedijzeren rococotoegangshekken tot de tuinen zijn het werk van Oegg.

De Residenzplatz wordt harmonisch omsloten door Hof Rosenbach, ontworpen door de Italiaan Petrini, de Gesandtenbau (thans Hofkellerei, restaurant) uit 1771, en
colonnaden met beelden van Peter Wagner en hekwerken van Oeggs zoon.

Universiteit (Neubaustrasse). Julius Echter, die de universiteit in 1582 stichtte, was ook de opdrachtgever voor het uitgebreide renaissancecomplex van de oude universiteit. Het vier vleugels tellende bouwwerk is vooral aan de hofzijde aantrekkelijk, de fagades aan de straatzijde zijn echter tamelijk eentonig.


Musea.

Het Mainfränkische Museum (in de vesting Marienberg) biedt het volledigste overzicht van het werk van T. Riemenschneider, omdat men hier met grote vasthoudendheid de originelen van zijn belangrijkste werken heeft bijeengebracht (ter plaatse door kopieën vervangen). De zeer omvangrijke collectie bestaat verder uit tuinbeelden van P. Wagner en F. Tietz, afkomstig uit de hoftuin van Veitshochheim. Voorts barokgalerij, grafsculpturen en kunstnijverheid.

De afdeling stadsgeschiedenis is ondergebracht in het onlangs geopende Fürstenbau Museum (> Marienberg). Het geeft bovendien een aardig beeld .van de woonomgeving van de vorstbisschoppen tot 1718. In het Martin von WagnerMuseum (> Residenz) bevinden zich een belangrijke Antikensammlung (Egyptisch, Koptisch, Grieks, Etruskisch), een collectie schilderijen (Duits, Nederlands, Italiaans) van de 14de tot de 19de eeuw, een verzameling grafiek en beelden van Riemenschneider.

Städtische Galerie (Hofstr. 3). Schilderijen, beelden en grafiek van Duitse kunstenaars uit de 19de en 20ste eeuw (romantiek, expressionisme, nieuwe zakelijkheid).


VEITSHÖCHHEIM

 

Verslag

De volgende stadjes op onze route, Gmünden en Karlstadt, laten we links liggen. Jos heeft ontdekt dat er in Veitshöchheim een heuse Rokkokogarten is gesitueerd, volgens de boeken een van de mooiere in Europa. Dat moeten we toch eens even controleren. Het stadje ligt aan de andere kant van de Main en is een nogal toeristisch langs de waterkant. We moeten nog een stuk lopen vanaf de parkeerplaats, samen met een groep bustoeristen op leeftijd. De openbare tuin (het is meer een park) is werkelijk een juweeltje. Nog niet zo lang geleden opgeknapt, goed verzorgd met een moestuin erbij en zelfs een klein paleisje. Daar gaan we binnen, maar er is een verplichte rondleiding die we niet zien zitten. We wandelen op ons gemak de hele tuin door die volgestouwd staat met barokke klassieke beeldhouwwerken. We hebben ze niet geteld, maar het moeten er meer dan 200 zijn… Het enorme fontein midden in een grote vijver vormt het hoogtepunt van het complex. We bekijken het stadje zelf ook nog eens, op zoek naar een synagoge. Hoe we ook zoeken, we vinden hem niet.


BRONNBACH

Verslag

Toevallig komen we uit bij Bronnbach, waar een geweldig groot klooster in de vallei ligt te pronken. Dat bekijken we uitgebreid, het is bijna volledig in oude staat teruggebracht. Allerlei omliggende universiteiten komen er geregeld voor lezingen, conferenties en vergaderingen. De gevels van de gebouwen zien er prachtig uit met de herfsttooien van de klimop. Voor het klooster ligt een baroktuin met tientallen klassieke beelden. Natuurlijk zijn er ook een museum (een dependance van het Wertheimer Grafschaftmuseum), feestzalen, kapellen en een barokke kloosterkerk (de Basilica) te bezichtigen. Ook de kruisgang is alleszins de moeite waard.

Rondom het klooster liggen nog wat tuinen en parken, onder andere met een originele Orangerie met buitenissige fresco’s aan de gevel. Er is geen Schlosscafé, ook in het gehucht zelf is de herberg gesloten. We rijden al zoekend naar een verder dorp, maar ook daar lijkt niets open. Tenslotte belanden we noordwaarts de Tauber volgend weer in Wertheim, waar we in de buurt van de Mainspitze koffie op een terras drinken. We lopen nog even door het stadje voor we terugkeren naar ons uitgangspunt Marktheidenfeld.

INFO

In 1151 werd de abdij opgericht en in 1222 werd de driescheepse, in vroeggotische stijl gebouwde basiliek ingewijd. Het klooster geldt als belangrijk cultuurmonument en werd als zodanig zowel door de deelstaat Baden -Württemberg als door de stad Wertheim opnieuw ingericht als plaats voor kunst en cultuur. Het hele jaar door wacht de bezoeker hier een hoogwaardig programma met lezingen, workshops, theateruitvoeringen, tentoonstellingen en klassieke concerten.
Na de reformatie van het klooster in 1552 werd het in 1559 onder invloed van de contrareformatorische acties van het bisdom Würzburg weer in ere hersteld. In de 18de eeuw kwam het weer tot grote bloei, maar in 1803 werd het geseculariseerd door de Franse overheersers van Napoleon. Tot 1986 bleef het hele complex in het bezit van het vorstenhuis
Löwenstein - Wertheim - Rosenheim.
Josephssaal Onder Abt Josef Hartmann rond 1720-25 als barokke feestzaal van het klooster boven het refectorium gebouwd en rond 1724 - 1728 door de Würzburger Hofschilder Johann Adam Remele met scènes uit de legende van Joseph beschilderd.
Herrenrefektorium Rond 1724 - 28 door Remele met scènes uit het leven van de heilige Bernhard von Clairvaux beschilderd. Er tegenover ligt het Brunnenhaus.
Kapittelzaal Oude zaal uit 1150 met een gewelf dat in het midden door vier monolithische zuilen wordt ondersteund. Verder interessant: de Basilica, de kruisgang en de Bernardzaal.
 


WERTHEIM

Verslag

We staan op de normale tijden op, dat wil zeggen: Jos om 8 uur en Clim daarna om half negen. Jos gaat dan alvast ontbijten en de krant lezen. De hele week zijn er niet veel gasten in het hotel, meestal zitten we alleen aan het ontbijt. Het eten is er doorsnee, niet echt bijzonder exquise of uitgebreid zoals soms elders in Duitsland.
Daarna rijden we naar Wertheim, ongeveer 15 km zuidelijker. Daar parkeren we in oude kazematten die tot een ondergrondse garage zijn uitgebouwd. We beklimmen er de weg naar de burcht, waar een stel bouwvakkers de boel aan het restaureren zijn. We lopen er wat rond, er is niet veel te zien: een gerestaureerde toren, een binnenplaats met oude bomen, een soort theatertje. Een groot deel van de burchtbouw is nog steeds ruïneus. Het Schlosscafé is gesloten.

We dalen af naar het stadje, waar we kerken, vakwerkhuizen en de markt bekijken. Daar drinken we als enige gasten koffie op een terras van een Konditorei. We maken verder een wandeling langs de oevers van de heldere Tauber die uitkomt in de grotere rivier de Main. Bij de Mainspitze begint ook de Altstadt van Wertheim. Over een hoogvlakte rijden we verder naar het zuiden.
 

INFO

Jonge stad binnen oude muren, romantiek in kleine boekjes, levendige historie. Overal bespeurt men nog de vervlogen eeuwen. Hier is niets gekunsteld, alles is echt. De dromerige steegjes, de betoverende pleinen, de prachtige vakwerkhuizen  ... Een levendige historie.
Bezienswaardigheden: Wertheimer Burcht uit de 11e eeuw, Spitzer Turm, voormalige wachter- en uitzichttoren, Marktplein, Engelsfontein, Haus der 4 Gekrönten, Grafschaft Museum, Glasmuseum, Kilianskapel, Mariakapel, Schildershoek, Kittstein-poort, Kloosterkerk en St. Venantiuskerk, Joods kerkhof.
Culturele tips: Klooster Bronnbach, Vestingkerken, Bronnbacher Kultouren, VielHarmonie Wertheim, Hofgarten-kasteeltje, stadsrondleidingen, wijnproeverijen, Burchtconcerten, traditionele volks- en wijnfeesten, boottochten, uitstapjes omgeving.
Shoppingtips: Shops in de historische oude binnenstad, Alfi-commercial-center, Wijngalerie Reicholzheim. Glaskunst, Factory Outlet Center "Wertheim Village" etc.


BAD MERGENTHEIM

 

Verslag

Dat wordt een stadje van hetzelfde kaliber, namelijk Bad Mergentheim. Alweer een Tiefgarage, waarna op het trottoir geschilderde voetjes ons naar het slot van de Duitse Orde leiden. Het regent nog steeds. Het slot bestaat uit meerdere delen, eigenlijk is het een aaneengesloten complex met architectonische bijdragen uit verschillende tijdperken. Op het grote binnenplein staan oude, van de regen druipende bomen. We drinken allereerst koffie in het apart gelegen Schlosscafé, dat wel enige allure heeft. Daarna bezoeken we uitgebreid het Museum van de Duitse Orde dat in het kasteel gelegen is. De barokke slotkapel kunnen we niet binnen, maar we kunnen hem wel vanuit het museum bekijken. De onmiskenbare invloed van bouwmeester Balthasar Neumann is duidelijk aan het koor te bespeuren.

De expositie is interessant voor ons. We hebben al eerder iets met deze Duitse Orde te maken gehad, onder andere in het Belgisch Limburgse Aldenbiesen en in het Poolse Malbork (Marienburg in het Duits). Allereerst ontvangen we een soort introductie middels een Dvd-film van 30 minuten. We bekijken er vervolgens de maquettes van een aantal kastelen die ooit in het bezit van de orde waren. Iedere etage van het museum is aan een bepaald tijdperk gewijd. Een waanzinnige wenteltrap verbindt beide verdiepingen. Een eigen etage is geheel gericht op de lokale geschiedenis. Hier bevinden zich onder andere exposities van poppenhuizen en tinnen soldaatjes. Als we het complex verlaten is het inmiddels droog geworden. We nemen de gelegenheid te baat om enkele kerken en de Altstadt te bezoeken. Vooral aan en om het marktplein staan bezienswaardige gebouwen en fonteinen. Even na vieren rijden we terug naar ons hotel waar Jos van gebraden eend gaat genieten.

DE DUITSE ORDE

 

In 1190 werd er een hospitaal in Akko gesticht om Duitse gewonde of zieke kruisvaarders te verzorgen. In 1198 vormden de kruisvaarders die dit hospitaal beheerden een ridderorde, die de Duitse Orde werd genoemd. Omdat deze ridderorde voornamelijk Duitsers opnam, verwierf de orde ook omvangrijke bezittingen in Duitsland. De bezittingen in Duitsland dienden om de vestigingen in het Middellandse - Zeegebied te voorzien van mensen en materialen. De meeste bezittingen in Duitsland werden de Orde geschonken door de bisschoppen en de landsheren. Schenkingen door leden van de adel of de burgerij kwamen veel minder voor.

Het ontstaan van het ambt van Duitsmeester
In 1218 is er voor het eerst een ridder vermeld die belast was met het beheer van de goederen in Duitsland. Deze ridder had dezelfde positie als de landcommandeurs van de Orde op Sicilië of in Apulië: het hoofd van een balije. Na 1228 ontstonden er ook in het Heilige Roomse Rijk balijen: een ordensprovincie, waarin een aantal commanderijen waren samen gevoegd. Terwijl de veertiende eeuw voor de Duitse Orde in Pruisen een bloeitijd was, begon het verval van de orde in Duitsland. Er waren financiële problemen en de invloed van de naburige staten op de balijen en commanderijen nam toe. Een andere ontwikkeling was het vervagen van het onderscheid tussen het Duitsmeesterdom en de balije Franken. Regelmatig was er geen landcommandeur en hield de Duitsmeester de balije in eigen hand. Anderzijds werd het Duitsmeesterschap vrijwel geheel bestuurd door ridders uit Franken.

Vereniging van de ambten van Grootmeester en Duitsmeester
In 1525 ging de laatste grootmeester van de Orde tot de reformatie over en veranderde de ordenstaat Pruisen in een wereldlijk hertogdom, dat een leen was van Polen. In Duitsland woedde de Boerenoorlog, waarin een aantal commanderijen werden verwoest, onder andere Horneck, de zetel van de Duitsmeester. De balije Franken stond toen de commanderij Mergentheim provisorisch af en sinds 1527 resideerde daar de Duitsmeester. Deze voerde nu ook de titel administrator van het grootmeesterdom (Hochmeistertum).
Door de Reformatie gingen veel commanderijen in het Rijk verloren of werden deel van een protetantse balije. Het restant van de orde komt sterk onder invloed van de keizer. De meeste Groot- en Duitsmeesters zijn voortaan Oostenrijkse prinsen.
In de Dertigjarige Oorlog ontstond er veel schade. Van 1631 tot 1634 was Mergentheim als vorstendom in bezit van de Zweedse maarschalk Horn. In 1645 richtte de grootmeester een infanterieregiment op dat tot 1918 zou voortbestaan als het Hoch- und Deutschmeisterregiment. Ridders van de Orde dienden in dit regiment als officier.

In 1662 werd de band tussen het meesterdom en de balije Franken losser gemaakt, zodat ook de andere balijen invloed konden krijgen op het centrale bestuur van de orde. Pas in 1764 werd de bevoorrechte positie van de ridders uit Franken totaal beëindigd. In 1789 werd de balije Franken in het meesterdom geïncorporeerd.

De bezittingen van de Orde op de Linker Rijnoever gingen in 1797 aan Frankrijk verloren. Paragraaf 26 van de Reichsdeputations-hauptschluss van 25 februari 1803 stelde de Orde schadeloos met de stichten, abdijen en kloosters in Vorarlberg en Oostenrijks Zwaben en alle andere binnen de diocesen Augsburg en Konstanz, in zoverre ze niet Reichsunmittelbar waren. Hiervan uitgezonderd bleven de geestelijke goederen in de Breisgau.

Het einde van de wereldlijke macht
Paragraaf 12 van de Vrede van Presburg van 26 december 1805 verbond het grootmeesterschap erfelijk met het huis Habsburg met behoud van het vorstendom Mergentheim. Het stond de keizer vrij een prins uit zijn familie aan te wijzen als stamvader van een nieuw vorstendhuis. In paragraaf 8 werd de commanderij Mainau bij het keurvorstendom Baden gevoegd.


 

INFO

De voormalige residentie van de hoogstaande leden van de Duitse Ridderorde ligt direct aan de Romantische Strasse, in het centrum van het lieflijke dal van de Tauber. Of het nu de Middeleeuwen zijn, de Renaissance of de Barok: het spoor van vervlogen tijden is nog altijd duidelijk aanwezig in deze sfeervolle stad. In 1826 zijn hier geneeskrachtige bronnen ontdekt.

Slot
De voormalige waterburcht is sinds de 13de eeuw bezit van de Duitse Orde. De huidige vorm is voor een groot deel het gevolg van verbouwingen en vergrotingen uit de tijd van 1565 - 1570. Verschillende torens bepalen het beeld van het qua vorm zeer gevarieerde complex: de ingangstoren uit 1626, de blazer-en dwingeltoren van het hoofdgebouw uit de 16de eeuw en de noordwestelijke toren uit 1574. Opmerkelijk is ook de fraaie, rijkversierde spiltrap in de noordwestelijke toren, via welke men de zaal op de tweede verdieping bereikt, die F.S. Bagnato van 1778—1782 in vroeg-classicistische stijl ingericht heeft. In het slot is tegenwoordig het Heimatmuseum ondergebracht. Bij de bouw van de slotkerk waren F.J. Roth, B. Neumann en F. Cuvilliés betrokken. Van de inrichting zijn vooral de fresco' s van de Münchense schilder N. Stuber (1734) te vermelden. Een grafkelder bevat de grafmonumenten van enkele vorsten van de Duitse Orde.

Marktplein met raadhuis
Het marktplein, omzoomd door vele, zeer mooie oude huizen, wordt door het raadhuis (1564) in een boven- en benedendeel verdeeld. Behalve het raadhuis zijn de Engelapotheek en de herberg 'Straussen' opmerkelijk.

Museum van de Duitse Orde
Tevens streekmuseum (in het Schloss). In het in renaissancestijl verbouwde westelijke deel van het slot, bevindt zich in de vroegere woonvertrekken van de Grootmeester, het museum. Behalve de verzameling (o.a. poppen en herinneringen aan de dichter Eduard Mörike) is het stucwerk in de vertrekken, werk van F. Cuvilliés, te bewonderen.


TAUBERBISCHOFSHEIM

Verslag

Vandaag rijden we zuidwaarts parallel aan de Tauber. Gemakshalve nemen we eerst de autobaan die vlak voor Würzburg een afsplitsing heeft naar Stuttgart. Daar kunnen we al weer snel van af voor onze eerste stop in het stadje Tauberbischofsheim. De auto kunnen we kwijt in een Tiefgarage bij het stadsslot. Dat stamt uit de vijftiende eeuw, maar is nu gesloten. Het regent behoorlijk, onze paraplu’s komen nu goed van pas. We wandelen de Altstadt door, bekijken de plaatselijke kerk, gaan het raadhuis binnen tot de sobere raadszaal, van waaruit we een ruime blik over het marktplein met een fontein en enige vakwerkhuizen hebben. Echt interessant is het allemaal niet, maar dat zal wel door het slechte weer komen. We blijven niet meer lang hangen en rijden door naar ons volgende doel.

INFO

Tauberbisschofsheim is een plaats in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, gelegen in het district Main-Tauber-Kreis. De stad telt 13.260 inwoners. Tauberbisschofsheim heeft een oppervlakte van 69,31 km² en ligt in het zuidwesten van Duitsland.

Geschiedenis
De stad wordt in 836 onder de naam, 'Biscofesheim', voor het eerst genoemd in een levensgeschiedenis van de Heilige Lioba. De naam ('woonplaats van de bisschop') duidt op de familierelatie van Lioba met Bonifatius. Zij was in de entourage van Bonifatius vanuit Engeland als missiezuster meegekomen naar de Duitse gebieden, waar zij zich in 735 in het latere 'Tauberbisschofs-heim' vestigde als abdis van het plaatselijke vrouwenklooster. Om de stad van andere plaatsen, waar een bisschop zetelde, te onderscheiden, werd later de naam van de rivier de Tauber aan de naam van de stad toegevoegd.


LOHR AM MAIN

Onze volgende stop is Lohr, een marktplaats van ongeveer 10.000 inwoners. We vinden het in het centrum maar druk voor een doordeweekse dag, iedereen schijnt nu inkopen te moeten doen. Voor het eerst parkeren we ergens met gebruik van onze parkeerschijf. Ook hier weer veel vakwerkhuizen. Dominant aanwezig is de oude, negentiende-eeuwse middelbare school. De scholieren hebben net middagpauze en slenteren door de Altstadt. We drinken koffie op een terras, naast ons zit een groepje onaangepaste maatschappijafwijzers en chaoten die ons overigens met rust laten.
 


ROTHENFELS

Vandaag gaan we de noordelijke lus van de Main verkennen. Allereerst stoppen we in het dorpje Rothenfels, een dorpje van nog geen 1.000 inwoners. Het ligt aan de Main, tien kilometer ten noorden van onze verblijfplaats Marktheidefeld vandaan. Als we de burcht naderen komen hele groepen schoolkinderen ons al tegemoet. In de voorhof lopen oudere studenten rond. Het blijkt dat de burcht onderdak biedt aan een internaat (of is het een jeugdherberg) en deels als conferentieoord fungeert. De meeste ruimtes en zalen zijn dan ook niet toegankelijk voor bezoekers zoals wij.


Toch zijn er nog enkele delen te bezichtigen: een kapel die ons ondanks zijn sobere eenvoud niet kan bekoren omdat ze gewild modern is ingericht; de 11e-eeuwse Bergfried van waaruit je een uitzicht over het dorp en de Main hebt. Het dorpje zelf bekijken we ook. Behalve de kerk zijn er ook nog enkele oude vakwerkpanden te bezichtigen. Het oude raadhuis ziet er ietwat geschonden uit, maar doet erg authentiek aan. Overal in het dorp, en zeker vlak bij de rivier, staat vermeld hoe hoog de waterstand (de Pegel) was bij overstromingen. Soms onvoorstelbaar hoog, want de watersnoodrampen van 1993 en 1995 behoren niet eens tot de echte top. Op de Main vaart een Nederlandse rijnaak uit Nijmegen ons met volle vaart voorbij.


MARKTHEIDENFELD

Geen verslag. 's Avonds bezocht, wandeling langs de Main.

Vorige Start