|
DAG 1: zaterdag 19 oktober 2002
Autobaan
We vertrekken veel later dan Jos eigenlijk van plan was. Pas om kwart over
twaalf rijden we af om eerst de zaterdagkranten te gaan kopen. Bij Elmpt gaan we
de grens over en nemen we de autosnelweg. Het is zonnig weer en we schieten goed
op. Even onder Bonn stoppen we om op een bankje koffie uit de thermoskan te
drinken en boterhammen uit ons Gilde - picknick- mandje op te diepen. Aan onze
rechterkant bevindt zich de Eifel. Na Koblenz (we zijn dan anderhalf uur
onderweg) begint het een klein half uur te regenen en stuiten we op een file die
door wegwerkzaamheden veroorzaakt wordt. We komen tegen 16.00 uur in de oude
rijksstad Worms aan. De stad telt nu 90.000 inwoners.
Worms
Niet ver van de bekende Romaanse Kaiserdom met zijn 6 torens (4 spits, 2 stompe)
kunnen we parkeren. We bekijken de kerk die rond het jaar 1000 door de Salische
Koningen gesticht is. Hij is herhaaldelijk gerestaureerd, onder andere na
bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. De crypte waar de koningen begraven
liggen is niet echt de moeite waard. Wel het koor daarentegen, ontworpen door de
bekende Balthasar Neumann in de achttiende eeuw. We maken nog een korte
wandeling rondom de kerk, maar vergeten het grootste Luther - Denkmal in
Duitsland te bezoeken, dat ligt namelijk vlak om de hoek! Later zien we er
foto's van.
|
WORMS
In de prehistorie lag hier een Keltische nederzetting, die door de
Romeinen werd veroverd. Na de Romeinse overheersing werd Worms de
hoofdstad van het rijk van de Germaanse stam der Bourgondiërs (Burgunder),
die in 437, tijdens de volksverhuizingen, door de Hunnen werden
verdreven, waarbij de stad werd verwoest. Deze strijd tegen de
Hunnen vormt de kern van het Nibelungenlied. Oostwaarts, eertijds
naar het kamp van de vijand, loopt de Nibelungenstrasse die in Worms
begint. Op de Rijnkade, dicht bij de Nibelungenbrug, staat het
standbeeld van de held Hagen, die de Nibelungenschat in de Rijn
gooit.
Uit het Merovingische tijdperk is bekend dat in Worms omstreeks 600
de koningsweduwe Brunichildis resideerde. Zij en haar opvolger
Dagobert1 (625.639) bouwden op de grondvesten van het vroegere
Romeinse Forum
een kerk. Zuidelijk daarvan werd in dezelfde periode nog een kerk
gebouwd, die de voorloper is van de huidige Dom. In deze kerk werd
in 955 hertog Konrad de Rode begraven, de stamvader van het latere
keizersgeslacht der Saliërs.
De man die in feite verantwoordelijk is
voor de opkomst van Worms is in dit geval niet een keizer, maar de in
het jaar 1000 benoemde bisschop Burchard. Energiek begon hij aan de
bouw van de Dom, waarbij hij, zoals de gewoonte was in die dagen, de
vorige kerk van Brunichildis en Dagobert tot op de grond liet
afbreken. Reeds in 1018 kon de nieuwe Dom ingewijd worden, een
bouwwerk waarvan het grondplan en de contouren nog steeds
overeenstemmen met die van de huidige Dom. Het betreft hier een
kruisvormige basilica met twee halfronde koren. Het oostelijk koor
werd aan de buitenzijde afgesloten door een rechte muur met aan
weerszijden een slanke ronde toren. Boven de kruising van schip en
dwarsschip, de viering, verhief zich een derde - lagere en bredere -
toren, die in zijn huidige vorm achthoekig is. Het westelijke
koor werd ook ingesloten door twee ronde slanke torens, maar of het
zelf bekroond werd door een toren (zoals nu het geval is) is niet
zeker. In de 12e eeuw werd de Dom regelmatig vernieuwd en verbouwd.
Drie perioden zijn in die verbouwingen te onderscheiden: tussen 1130-1144
het oostelijk deel met het dwarsschip, de torens en de vieringstoren;
later het drieschepige hoofddeel; tenslotte het westelijke koor
met de torens en de koortoren, de kruisgang en de zuidwestelijke
zijde. Nadien is er nog vaak gebouwd en verbouwd, waarbij gotische
elementen werden ingebracht. Ook al zijn er in de loop der eeuwen
beschadigingen aangebracht, toch is de Dom sinds de 12e eeuw niet
wezenlijk veranderd.
De stad Worms groeide in die middeleeuwse hoogtijdagen mee met de
Dom. Eén van de hoogtepunten was het huwelijk van Frederik II (1215-1250) en Isabella, zuster van de Engelse koning Hendrik II, dat in
1235
plaats vond. Ruim twee eeuwen later, in 1495, hield keizer
Maximiliaan hier één van de luisterrijkste rijksdagen. Meer dan
honderd rijksdagen werden er in die tijd gehouden. Aan deze periode
herinneren ook delen van de stadsmuren en 20 van de in totaal 100
torens die er stonden. Het bisdom Worms was echter in vergelijking
met de andere (zoals Würzburg en Münster) maar klein. Spoedig slonk de politieke en economische
macht van de stad, waaraan de Rijksdag van 1521, met het optreden
van Luther, het zijne bijdroeg. Hoewel Luther door het Edict van
Worms werd veroordeeld, is de stad sinds die tijd voor twee derde
protestants. De inwoners van Worms noemen de stad ook wel Lutherstad,
want het Luthermonument (naast de Dom gelegen) is het grootste ter wereld dat herinnert aan
de Reformatie.
|
Klooster Lorsch
Daarna gaan we op weg naar de abdij van Lorsch, net aan de overkant van de Rijn.
Dit klooster is opgenomen in de Unesco - lijst van Werelderfgoederen der
Mensheid en dus willen we die site aan onze lijst van bezochte culturele
monumenten toevoegen.
Via het pittoreske stadje Bensheim (tenminste volgens onze reisgids
van de ANWB) bereiken we Lorsch, dat ongeveer 10.000 inwoners telt. In de oude
binnenstad treffen we geen hotel aan, maar bij het station wel. We vinden
onderdak bij Hotel Der Jäger, dat tevens een café heeft. De kamer ligt in een
bijgebouw (das Gästehaus), is redelijk geprijsd (€ 56) en van
standaardkwaliteit. We kunnen onze Ford Ka op de binnenplaats kwijt.
MEER INFO IN HET DUITS
Lorsch
Kloster und Altenmünster, Suche nach der verlorenen Abtei
Es liegt ein Geheimnis um das
Kloster Lorsch. Denn viel ist nicht mehr von ihm übrig. Einzig die
prächtige Torhalle, die sogenannte Königshalle, zeugt noch vom
Glanz, in dem die Anlage einst erstrahlt haben muss. Aber bei dem
Gebäude weiß niemand sicher, welcher Funktion es diente. War es eine
Kapelle, wurden dort Reliquien aufbewahrt?
Die Reichsabtei wurde im 8.
Jahrhundert als Altenmünster gegründet. Von Karl dem Großen und
seinen Nachfolgern erhielt sie großzügige Schenkungen und erlangte
so Ansehen und Einfluss. Bald hatte das Kloster eine Bibliothek von
600 Bänden, ein unvorstellbarer Schatz zu damaligen Zeiten.
Der Niedergang begann jedoch
schon im 12. Jahrhundert, und im 16. wurde die Abtei aufgehoben. Ein
Brand und der Dreißigjährige Krieg schließlich machten aus dem
ehemals glänzenden Benediktinerkloster einen Trümmerhaufen. Heute
können wir uns nur noch versuchen vorzustellen, welche kulturelle
Pracht hier einst herrschte.
Daten &
Fakten
Kulturdenkmal: ehemalige
Benediktiner-Abtei mit ehem. Kloster Altenmünster
UNESCO-Ernennung: 1991
12. Juli 764 urkundliche
Erwähnung (Altenmünster)Schenkung einer Klosterbaustelle
772 Lorsch wird Reichsabtei
774 Weihe der Basilika St.
Petrus und Paulus
Um 875 Bau der Königshalle
876-882 Gruftkapelle erbaut,
Grablege von Ludwig dem Deutschen (gest. 876)
1557 Aufhebung des Klosters
1621 Brandschatzung
1697 barocker Umbau der
Königshalle
Nach 1753 Abbruch der Basilika
1927-33 Ausgrabungen im
Klosterbezirk
1935 Wiederherstellung der
ursprünglichen Königshalle
1964 teilweise Zerstörung der
Zehntscheune (16. Jhd.)
1999 Ausstellung von 12
Doppelseiten des berühmten Lorscher Evangeliars (um 810), einer
prachtvollen Evangelienhandschrift mit wertvollem Elfenbeineinband
|
Stevige Duitse kost
We eten in een restaurant met gutbürgerliche Küche tegenover het Altes Rathaus
in het centrum. Het is er gezellig zoals in bijna alle Duitse herbergen en
Gästhöfe. We zien er voor het eerst het houten reliëf aan de muur van de “boer die voort
ploegt’, nog vele malen zouden we dat thema in deze streek terugzien. Na het
diner maken we nog een korte wandeling voor we naar het hotel terugkeren. De
rest van de avond brengen we al lezend en naar de televisie kijkend door. We
gaan doorgaans vóór twaalf uur slapen, een tijd die we de gehele vakantie min of
meer aanhouden.
Afrekenen
Jos staat als eerste even voor acht uur op. Hij gaat dan douchen, waarna Clim
aan de beurt is. Om negen uur zitten we vervolgens aan het ontbijt. Dit is een
ijzeren ritme waaraan we ons de gehele vakantie houden. Het ontbijt staat al
klaar in de gelagkamer en is ruim voldoende, daar staat de Deutsche
Gründlichkeit wel borg voor. Clim rekent af met zijn credit card (de gouden,
waar hij zo trots op is, maar die eigenlijk door Jos wordt betaald…) bij de oude waard. We laten de auto staan en gaan te
voet de Unesco – site bezoeken.
Het kloosterterrein
Het weer is nu iets minder aangenaam geworden , maar dat baart ons niet zo veel zorgen.
Het terrein van het omheinde klooster valt bar tegen. Alleen de oude
toegangspoort, de zogenaamde Torhalle (zwaar gerestaureerd) en een stukje van de
abdijkerk staan er nog. Toch heeft het iets als je bedenkt dat Karel de Grote
hier in 772 al heeft rondgelopen. Het verval zette in de 13e eeuw in en
uiteindelijk werden bijna alle gebouwen in 1621 verwoest. Er is wel nog een
kruidentuin aanwezig en onder een groot zeildoek zijn archeologische opgravingen
aan de gang. Tot onze verrassing zijn we niet de enige bezoekers.
Tabaksmuseum / Kloostermuseum
Naast het terrein ligt het stadsmuseum. De achtergronden van het klooster en de
maquettes ervan zijn interessanter dan het klooster zelf. In hetzelfde gebouw
bevindt zich ook het tabaksmuseum. De streek rond Lorsch heeft een eeuwenlange
tabakscultuur gekend. Veel mooie pijpen en sigarenbandjes
en -dozen uiteraard, maar ook informatie en foto’s over de tabaksteelt zelf en
apparaten en werktuigen waarmee het product bewerkt werd.

|