|
De reis naar Schwaben (in de deelstaat Baden - Württemberg) vond
plaats in het najaar van 1995. We reisden in die tijd nog met de trein; vanuit
Roermond moesten we driemaal overstappen: in Venlo, Keulen en Stuttgart.

We verbleven een viertal dagen in de oude universiteitsstad
Tübingen, van waaruit we enkele excursies naar nabijgelegen stadjes en
bezienswaardigheden ondernamen. In de stad vonden we onderdak bij Hotel Am
Schloss, Jos had daar van te voren telefonisch een Doppelzimmer gereserveerd.
Het hotel lag aan de Bürgersteig, een straatje dat naar het plaatselijke burcht
voert. Het was een oerdegelijk hotel dat een en al burgerlijke Tüchtigkeit
uitstraalde. Ontbijten konden we er tussen 06.00 en 8.30 uur, alles was er tot
in de puntjes verzorgd, maar o wee als je een minuutje te laat kwam!
We bezoeken er in de loop van de dagen uiteraard
-
de Marktplatz met zijn mooie Neptunbrunnen (fonteinen
met zo'n naam zie je op meer plaatsen in Duitsland.)
-
de Holderlin - Turm (een torentje aan de Neckar waar
de beroemde dichter zijn laatste krankzinnige levensjaren sleet)
-
de Platanenallee, die naast de Neckar ligt en in de
herfst een fraaie aanblik had
-
de Alte Aula, een universiteitsgebouw uit de
zestiende eeuw;
-
de Stiftskirche Sankt Georg, een laatgotische kerk uit
de vijftiende eeuw;
-
goed onderhouden vakwerkhuizen in de Altstadt, o.a.
het Nonnenhaus en de Fruchtschranne.
-
allerlei andere kloosters, kerken en patriciershuizen
en gildehuizen;
-
de Burcht, die architectonisch niet echt de moeite
waard is. Er zijn nu stichtingen van de universiteit gevestigd, o.a. een
bibliotheek en een museum (dat net gerenoveerd wordt, dus niet toegankelijk).
Een veel gefotografeerde plek ligt aan de romantische
oever van de Neckar waar de oude, laatmiddeleeuwse huizen in pasteltinten
tot aan het kabbelende riviertje doorlopen en treurwilgen over het water
leunen. 's Zomers varen er roeiboten, gondels en punters, voortgeboomd door
studenten. Zeventig km verderop loopt diezelfde rivier door Stuttgart, een
stad die dan ook de Neckar-metropole wordt genoemd.
Tübingen maakt (op al die enorme vakwerkhuizen na tenminste)
een beetje een Hollandse indruk met zijn alternatieve volk en de vele
fietsen die er tegen de gevels gekwakt staan. Het is een echte
studentenstad, waar dan ook tal van goedkope eettentjes en restaurantjes te
vinden zijn. Autoverkeer wordt in de binnenstad zo veel mogelijk
geweerd.
Vanuit Tübingen ondernemen we twee excursies. Een ervan
voert ons naar het kasteelslot van de koningsdynastie van
Hohenzollern (zie daarvoor ons verslag);
de ander heeft als doel het stadje Reutlingen, een industriestad die even
groot is als Tübingen, maar veel minder te bieden heeft. Het is erg
regenachtig die dag, dus we bekijken er enkel de oude Marienkirche en het
centrum, waarna we snel weer de trein induiken terug naar ons hotel 20 km
verderop. We hadden beter een van die andere vakwerkstadjes in deze streek
kunnen kiezen, zoals Nördlingen, Göppingen, Rothenburg ob der Tauber,
Dinkelsbühl, Schwäbisch Gemünd of Schwäbisch Hall. Niet voor niets
lopen door deze mooie streek bekende toeristische routes : de Romantische
Strasse en de Weinstrasse
|
TÜBINGEN
Uit welke richting men de stad ook nadert, altijd ziet men boven de
huizen van Tübingen uit wel het sterke renaissancekasteel van de
hertogen van Württemberg. Van doorslaggevende betekenis voor de
ontwikkeling van de stad was de vestiging van de universiteit in 1477.
Al in de eeuwen daarvoor was Tübingen één van de belangrijkste en
welvarendste steden van Württemberg geworden. De jonge Württembergse
graaf Eberhard im Bart, die o.a. bekend stond om zijn belangstelling
voor kunst en wetenschap, was nog maar 30 jaar oud toen hij het plan
opvatte in zijn kleine land een universiteit te stichten. Dat hadden
voor hem alleen vorsten als koningen, keizers of aartsbisschoppen
gedaan. Voor de eerste keer in Europa stichtte een eenvoudige graaf een
eigen universiteit.
Twee bevolkingsgroepen gaven lange tijd de toon aan in Tübingen,
enerzijds de professoren en andere geleerden, anderzijds de wijnboeren.
Inmiddels heeft de wijnbouw in de directe omgeving aan betekenis
ingeboet; de aanwezigheid van de universiteit is echter nog steeds
bepalend voor het karakter van de stad. Op de ongeveer 80.000 inwoners
zijn er zo'n 24.000 studenten. Ze volgen hun colleges in de nieuwe
universiteitsgebouwen aan de noordzijde en bepalen samen met de
toeristen het straatbeeld in de binnenstad.
Een wandeling door het gezellige voetgangersgebied is zeker aan te
bevelen. Er zijn veel kleine winkels en cafés met terrasjes op straat.
Veel banken ook die u uitnodigen om even plaats te nemen om de kunstige
gevels van de hoge vakwerkhuizen te bekijken, of de duiven die voor uw
voeten over de klinkers scharrelen.
|


|