|
Prima tussendoortje
Als alternatief voor het bezoek aan het zomerpaleis in Schwetzingen hadden we
aanvankelijk ook de oude plaats Speyer met zijn majestueuze dom in gedachten.
Aangezien onze terugreis dankzij de autobanen toch snel zou verlopen, plannen we
dit bezoek op de ochtend van onze vertrekdag. Speyer ligt niet zo ver van
Heidelberg af, nog geen 50 kilometer, dus van een omweg is in dit geval geen
sprake. Vanuit Speyer kunnen we ook nog eens direct de A 6 nemen, waardoor we
twee Autobahnkreuzen mijden (nl. die van Mannheim en Heidelberg). En dat trekt
Clim natuurlijk weer, hij rijdt liever rechttoe rechtaan over de autobaan,
zonder moeilijke invoegmanoeuvres te hoeven uitvoeren.
Gelegen aan de Rijn
Het stadje is mooi gelegen op een heuvel langs de linker Rijnoever; zie hiervoor
de foto’s hieronder. Vanaf de Kathedraal kun je een wijde blik op de omgeving
werpen. Al van verre zie je de hoge torens van het monumentale gebouw de streek
domineren. Het ligt onmiddellijk aan de rand van de stad. Het moet wel veel
bezoekers trekken te oordelen aan de immense parkeerruimtes die er, met name
voor toerbussen, zijn aangelegd. Hoewel, het Technik Museum en IMAX - Theater
liggen ook vlakbij. Met meer tijd zouden we met name dat museum hebben willen
bezoeken. We vinden na enig zoeken een parkeerplekje vlakbij de kerk. Dik
anderhalf uur blijven we in Speyer; we wandelen ook nog de hoofdstraat af en
drinken ergens koffie.
Grootste Romaanse kerk
De ‘Kaiser- und Marien Dom’ werd in 1030 opgericht. In de loop der tijd is ze
natuurlijk uitgebreid en gewijzigd. In 1689 werd ze grotendeels verwoest, maar
al snel werd ze in min of meer dezelfde stijl herbouwd. In de crypte (een soort
catacomben die nog in de oorspronkelijke staat bewaard zijn gebleven) liggen
acht Duitse keizers en koningen begraven, alsmede een stel bisschoppen. In 1981
werd de Dom door de Unesco op de lijst van Werelderfgoederen geplaatst. Ook het
Rathaus en de Läutturm van de stad zijn het bezichtigen waard.
|
SPEYER
Een periode van ellende en verwoestingen lag in het verschiet. Hoe
anders was dat in de eeuwen daarvoor. Romeinen maakten zich
omstreeks 50 v. Chr, meester van de nederzetting aan de Rijn, die
gesticht was door de Kelten en later werd overgenomen door de
Germaanse stam der Nemeten. De Romeinen noemden het Civitas Nemetum,
hoofdstad van de Nemeten. Men vermoedt dat hier reeds in de 4e eeuw
een bisschop zetelde. Van de twee eeuwen die volgen op de
ineenstorting van het Romeinse Rijk is niet veel bekend. In de
Merovingische en Karolingische periode werd ze weer een bisdom. Er
werd een Dom gebouwd, waarvan niets is overgebleven. De bloei van
Speyer begon, toen uit het geslacht van de Saliërs Konrad de Oudere
tot koning werd gekozen (Kon. rad 11 1024-1039). Hij was geboren in
deze streek en had er enkele bezittingen. Nadat Konrad in 1027 te
Rome tot keizer werd gekroond, besloot hij te Speyer de machtigste
Dom van de christelijke wereld te bouwen. In 1030 begon men met de
bouw die in de periode 1082-l125 werd voltooid onder zijn opvolgers
Hendrik IV en V Drie eeuwen lang was de Dom de begraafplaats voor de
keizers van het Duitse keizerrijk. Vier keizers, drie keizerinnen en
vier koningen vonden hier hun laatste rustplaats. Als 'freie
Reichsstadt' groeide Speyer uit tot een voorname stad, waar meer dan
50 rijksdagen werden gehouden. Hendrik IV (de keizer die naar
Canossa moest om boete te doen) bekroonde het werk van zijn
voorgangers door de Dom uit te breiden tot het grootste godshuis van
de toenmalige christelijke wereld. Van het oorspronkelijke bouwwerk
werd helaas veel in 1689 door de Fransen vernield, terwijl de hele
stad werd platgebrand. Ook tijdens de Franse Revolutie werd het
gebouw geplunderd, maar uiteindelijk gaf Napoleon in 1806 de Dom aan
de rooms. katholieken terug. In de jaren 1854 tot 1858 werden de
belangrijkste restauratiewerkzaamheden verricht, waarbij de het
bouwwerk in oorspronkelijke stijl werd hersteld. De restauratie was
pas in 1961 definitief ten einde. De Dom had zijn indrukwekkend
aanzien van weleer teruggekregen.
DE DOM
Dom in opzet is de Romaanse Dom een kruisvormige basiliek met een
driebeukig schip, twee koepels en vier torens: twee aan de oost- en
twee aan de westzijde. De hoofdingang bevindt zich in het
dwaasgeplaatste westwerk, dat in drie lagen is opgedeeld. Boven het
portaal bevinden zich vijfnissen met heiligenbeelden, dan volgt het
roosvenster, en daarboven ligt de galerij met de driehoekige gevel,
de kolkenkoepel en de twee iets te smalle torens. Door dit portaal
komt u eerst in de Kaiserhalle. Hier staan de in 1858 vervaardigde
standbeelden van de in de Dom bij gezette keizers en de marmeren
monumenten voor Rudolf van Habsburg en Adolf van Nassau. De grote,
massieve bronzen deur met zijn bas-reliëfs, van de hand van
professor Scheider - Manzell uit 1972, geeft toegang tot het schip,
dat verrast door zijn geweldige ruimte. Het is maar liefst 70 meter
lang, 13,80 meter breed en 33 meter hoog. Het gewelf wordt gedragen
door 2 immense pijlers met daartussen 12 fresco's uit1853 met
voorstellingen uit het leven van Maria. Iets verder in het
middenschip en wel voor het dwarsschip, bevindt zich het zeer
bezienswaardige Königschor, waar de bisschoppen van Speyer zijn
bijgezet. Koor en dwarsschip liggen 3,40 meter hoger dan het
middenschip en zijn voorzien van gebrandschilderde ramen. De crypte
is één van de mooiste in Europa. U betreedt eerst de vieringcrypte,
vervolgens de gereconstrueerde zogenaamde Vorcrypta en dan de
Kaisergruft (grafkelder), waar de keizers zijn bijgezet. In de
Vorcrypta bevinden zich nog twee oude reliëftafels en de grafsteen
van Rudolf van Habsburg met diens beeltenis. Tegenover de Dom strekt
zich de brede Maximilianstrasse uit, die aan het einde wordt
afgesloten door het Altportal, de oude stadspoort. Over deze weg
trokken ten tijde van de rijksdagen de keizers, keurvorsten en
bisschoppen op naar de Dom. Op de Domplatz, staat de Domnapf (1490),
een stenen bekken dat bij de intrede van een nieuwe bisschop voor
het volk met wijn werd gevuld.
|
MEER INFO SPEIJER (DUITS)
Dom zu Speyer, Die Kirche der salischen Kaiser
Der Dom zu Speyer ist die größte heute noch erhaltene romanische Kirche. Die
einzigartige Bedeutung des Kaiserdoms wurde 1981 dadurch gewürdigt, daß die
UNESCO ihn in die Liste der schützenswerten Weltkulturdenkmäler aufnahm.
Kaum wer er gekrönt, hatte Konrad der Zweite,
der erste Salier auf dem Kaiserthron, beschlossen, am Ufer des Rheins einen
Dom zu erbauen. In dem bis dahin unbedeutenden Städtchen Speyer sollte der
größte Dom der Christenheit entstehen, eine Kathedrale von unvorstellbaren
Ausmaßen. Um 1027 legte er den Grundstein, geweiht wurde der Dom 1061 unter
Heinrich dem Vierten, dem Enkel des Gründers. Zwanzig Jahre später lässt
Heinrich der Vierte, der von Speyer aus nach Canossa gezogen war, um sich
vom päpstlichen Bann zu lösen, den Dom völlig neu gestalten. Der Dom wird
zum Vorbild zahlreicher Kirchenbauten des frühen Mittelalters.
Mit dem mittelalterlichen Kaisertum ist der Dom zu Speyer eng verknüpft. In
der Hallenkrypta, der schönsten Unterkirche der Welt, haben die salischen
Kaiser und Könige, staufische und habsburgische Herrscher ihre letzte Ruhe
gefunden, eine ganze Dynastie, die über 100 Jahre die Geschicke Europas
bestimmte. Über 5 Jahrhunderte lang war der Dom ein unerschütterlicher Zeuge
wechselhafter Zeiten. 1689 in Brand gesetzt und 1794 von französischen
Revolutionstruppen verwüstet, kann 1806 der schon beschlossene Abriß in
letzter Sekunde verhindert werden.
Allen Zerstörungen und Veränderungen durch die Jahrhunderte hin, allen
Umdeutungen und Umbauten zum Trotz: Der Dom zu Speyer, einmal das größte
Bauwerk der christlichen Welt, ist ein eindrucksvolles Monument romanischer
Baukunst, ein einzigartiges Zeugnis mittelalterlicher Vorstellungen, die
bedeutendste Hinterlassenschaft der Salier.
Daten & Fakten
Kulturdenkmal: Dom St. Maria und St. Stephan
UNESCO-Ernennung: 1981
1030-61 unter dem Salier Konrad II.
entstanden und für drei Jahrhunderte Grablege der deutschen Könige und
Kaiser
1041 Fertigstellung der Hallenkrypta / 1082-1106 Umbau unter Heinrich IV.
1689 teilweise Zerstörung des Doms durch französische Truppen Ludwigs XIV.
1772 Wiederaufbau als barocke Rekonstruktion
Mitte d. 19. Jh. Neugestaltung des Westwerks in historistischer
Formensprache, Ausmalung des Innenraumes
von 1957 bis in die Gegenwart andauernde substanzerhaltende (denkmalpflegerische)
Maßnahmen

|