In juni 2011 bezochten tijdens een korte vakantie het Saarland.
Hieronder volgt het integraal verslag van dit reisje.
DAG 1 HEENREIS VIA BELGIË
We kiezen (vanuit Roermond) voor een route dwars door de Belgische Ardennen via
Luik, Verviers, de Oost-kantons (waar men Duits spreekt) en Trier. Om half vijf
komen we in het welvarende dorpje Hohenecken onder de rook van Kaiserslautern
aan. Ons hotel Landgasthof Burgschänke bevalt ons wel. Kamer met gescheiden
bedden, koelkast voor onze medicijnen, uitzicht op terras beneden en de straat.
De inrichting is wel een beetje ouderwets, maar de badkamer is in orde, hoewel
de toiletpot slechts een beperkte ruimte biedt voor het reinigen van het
aarsgat. Biertjes op het terras, eten in restaurant, degelijke Duitse kost.
Na het diner maken we een wandeling. We besluiten de Burgruïne
boven het dorp te bezoeken. Bij het beklimmen van de heuvel (met onderaan een
kapel en de dorpskerk) blijft Jos achter, Clim bereikt het eerst de “top”. Als
Jos enkele minuten later daar ook aankomt, kan hij Clim niet meer vinden. Waar
is Clim? Jos maakt zich ongerust: heeft Clim misschien weer een tia gehad en
ligt hij ergens op apegapen? Hij zoekt de hele ruïne en de omgeving af,
vergeefs. Nijdig, maar ook met vrees in zijn hart, daalt hij tenslotte de berg
af. Wat blijkt? Clim is eerder teruggegaan, we hebben elkaar op een haar na
gemist. Hij dacht dat Jos uit vermoeidheid teruggekeerd was. Nu zit hij
prinsheerlijk achter een glas vers getapt bier op het terras. Jos heeft last van
hartkloppingen vanwege de stress en is in staat hem aan te vliegen.
Geweldig ontbijt, allerlei lekkere dingen te kust en te keur.
Jos maakt een praatje met een Californische die hier enkele maanden beroepsmatig
verblijft. Zij is de eerste Amerikaanse die we hier tegenkomen, er zullen nog
vele volgen, want ons hotel-restaurant blijkt druk door Amerikanen
gefrequenteerd te worden. De NATO - kazerne / kamp Team Vogelweh met zijn vele
woonappartementsblokken ligt namelijk aan het begin van het dorp. Het bedienend
personeel spreekt dan ook heel behoorlijk Engels, maar wel met Amerikaans
accent….
Om 10.00 uur vertrekken we naar Saarbrücken dat 70 km westwaarts
ligt. Na enig zoeken vinden we vlakbij de rivier de Saar een parkeerplaats langs
de kant van de weg. Dat blijkt gunstig te zijn, we staan onder aan de voet van
de Schlossberg die we maar direct bezoeken. Uitzicht vanaf het platform op de
Schlossmauer over Sankt Johann, het stadsgedeelte aan de oostelijke overkant van
de Saar, en de Alte Brücke. We bezoeken de Schlosskirche, een laatgotische kerk
waarin nu een museum is gevestigd. Mooi houtsnijwerk, zandstenen grafmonumenten
en gebrandschilderde ramen, in het koor bevinden zich de graven van de laatste
vorsten van Saarbrücken. Dan volgt de Schlossplatz, geheel omgeven door
witgesausde historische gebouwen, waaronder het oude Rathaus. Terwijl Clim
koffie op een terras bestelt, snelt Jos naar de auto om de meter met
parkeermuntjes te vullen. Onderweg maakt hij een serie foto’s van het plein en
aangrenzende gebouwen, waaronder het Schloss zelf.
We verlaten de Altstadt richting Alte Brücke (1546, gebouwd door
Karel de Vijfde), steken de Saar over, laten het Staatstheater en de zgn.
Kunstmeile rechts liggen en belanden in de voetgangerszone van de centrale wijk
Sankt Johann. Daar is het druk, met name de vele terrasjes zijn bezet nu het
zo’n zonnig weertje is. Interessant is de “Basilica minor”Sankt Johann met een
barokachtig interieur van Stengel, indrukwekkend orgel en mooie bronzen deuren.
Ernaast ligt een soort Orangerie met pastorie aan de Gerberplatz die vol auto’s
staat. We drinken fris aan een buitentafeltje van een Italo die een kiosk drijft
aan een sfeervol pleintje. Even verderop ligt het neogotische Stadhuis, het
Rathaus St. Johann uit 1900, aan de Johanner Platz, waar veel tramlijnen
samenkomen. De voorgevel van het zandstenen stadhuis is versierd met een aantal
beelden die beroepen uitbeelden. De centrale toren is 54 meter hoog. De daaraan
gelegen neogotische kerk uit 1898 staat in de steigers en is gesloten. We zoeken
naar de Synagoge, die we wel vinden, maar die volstrekt oninteressant oogt;
herkenbaar is het moderne gebouw wel door zijn menora op het dak en de
davidsster aan de muur.
INTERIEUR VAN DE LUDWIGSKIRCHE
Terug naar de Saar met een oude Saarkran (1761) en de Altstadt.
Ons doel is de Ludwigskirche (1775) , een schitterende evangelische kerk,
helemaal wit van binnen en een tamelijk sobere indruk makend zoals alle
protestantse bedehuizen. De kerk is te vergelijken met de herbouwde Frauenkirche
in Dresden en de Michael-kerk in Hamburg. Opvallend is het orgel dat boven het
koor hangt en de 8 kariatiden in de vorm van engelen die de galerijen
ondersteunen. Ook de kansel ziet er goed uit, Jos koopt er enkele
ansichtkaarten. Aan de Ludwigsplatz, ook wel de Place-Royale genoemd, liggen
verder nog de Staatskanzlei en het Franse Consulaat in perfect onderhouden
paleisachtige gebouwen in classicistische stijl. Op weg naar onze auto komen we
nog langs de Friedenskirche, die we verder niet meer aandoen. Die is eveneens
van de hand van architect Stengel en stamt uit 1743. Oorspronkelijk is ze voor
de gereformeerde gemeente bedoeld, maar nu is ze in gebruik bij oud-katholieken
en Russisch-orthodoxen.
Een snelle rit van 40 minuten over de Autobahn brengt ons terug
naar ons hotel waar we vóór half vijf al op het terras aan het bier zitten. We
eten weer hier; Jos bestelt een typisch streekgerecht met vier soorten Wurst,
Sauerkraut en Kartoffelpuree. We maken nog een avondwandeling, deze keer tot aan
het kerkhof. Om half tien stopt een busje, waaruit een groepje als ‘desert rats’
geklede GI’s inclusief plunjezakken te voorschijn komt, zij checken zich bij het
hotel in. Geen plaats meer in de kazerne?
DAG 3 RONDRIT SAARLAND
Op het programma staat een rondrit door het oostelijk Saarland. De eerste plaats
die we aandoen is Homburg. Daar rijden we een kwartier vruchteloos rond om een
parkeerplaats te vinden. Het is er razend druk, waarom weten we niet. Is er soms
feest? Van enig marktgebeuren is niets te bekennen, dus wat doen al deze
dagjesmensen met hun auto hier in de stad? We besluiten door te rijden naar het
volgende stadje.
HOMBURG
De stad Homburg (230 m; 44.000 inw.) ligt in een heuvelachtige
omgeving, vlak bij de grens van Rheinland-Pfalz. De stad herbergt
veel industrie en de medische faculteit van de Saarlandse
universiteit, waarvan het grootste gedeelte in Saarbrücken is
gevestigd.
Door een park, dat is aangelegd op de helling van de Schlossberg
liggen de overblijfselen van de Hohenburg, waaronder de grootste
grotten van Duitsland liggen.
Een andere ruïne is die van het Karlsbergschloss: een half uur
gaans ten noordoosten van Homburg. Ten noorden van Homburg ligt het
geologisch - botanisch reservaat Jägersburger Moor, dat een
landschap van veenmoerassen omvat. Een andere bezienswaardigheid is
ook het Grubenmuseum in Bexbach, zeven kilometer ten noordwesten van
Homburg.
Dat wordt dan Blieskastel, dat de Barockstadt wordt genoemd. En inderdaad is
die plaats echt interessant. We parkeren gratis aan de rand van het centrum op
een ruime parkeerplaats, koffie op terras volgt. Jos schaft zich in een Apotheke
likdoornpleisters aan. We tippelen de heuvel naar de restanten van het slot op,
de Orangerie en de Schlosskirche (beide gesloten) zijn de enige gebouwen die de
verwoesting van de Franse revolutionairen overleefd hebben. Wel ligt er nog een
Gymnasium. Met een omtrekkende beweging dalen we de heuvel weer af, onderweg een
klein oorlogskerkhof bekijkend. We komen uit bij het forse Rathaus met een plein
vol jonge lindebomen, de Paradeplatz geheten. Daarna zetten we koers naar het
volgende stadje.
BLIESKASTEL
Het historische centrum met het stadhuis is in de 18e eeuw. Het
totale ensemble van Alt Blieskastel bestaat uit 133 individuele
monumenten en 65 andere. De stad ligt aan de toeristische
Barockstraße Saar-Pfalz. De eerste gedocumenteerde melding stamt uit
1098. In de Blieskastel districten zijn er sporen van de Romeinse
periode te bespeuren, zodat de werkelijke geschiedenis van
Blieskastel nog niet helemaal bekend is.
Met de Franse Revolutie werd de adellijke familie von der Leyen
verdreven en hun paleis vernietigd. De resten werden gesloopt vanaf
1802. Boven de stad stond ooit het kasteel, tijdens de Franse
Revolutie voor het grootste deel vernietigd werd. Het enige
overgebleven onderdeel is het hoge gebouw (de Orangerie), een in de
17e eeuw gebouwd gebouw in renaissancestijl, van 1982 tot 1986
gerestaureerd, en dat voor tentoonstellingen en concerten wordt
gebruikt. Ook de voormalige kerk van de Franciscaner Recollect is
nog intact.
BLIESKASTEL
In Ottweiler kunnen we weer langs de straat parkeren, maar wel zijn we
Parkgebühr verschuldigd. Het kleine centrum met drie pleinen wordt in onze ogen
ontsierd door allerlei kraampjes en bier- en vreettenten die ze aan het opzetten
zijn voor een evenement ’s avonds. De mooie geveltjes komen zo niet tot hun
recht. Bij een Italiaan strijken we neer op het terras. Jos kan de verleiding
van een ijscoupe niet weerstaan. Bij het afrekenen brengt de venijnige
Italiaanse ons te veel in rekening, maar Jos weet daar bijtijds een stokje voor
te steken. We bekijken nog een kerk uit de zestiende eeuw met ernaast een
weertoren van 46 meter hoog, de enige die van de stadsomwalling is overgebleven.
OTTWEILER
OTTWEILER
Dit oude stadje (260 m; 16.000 inw.) ligt te midden van bossen en
heuvels het dal van de Blies, die in het oostelijk deel van bet
Saarland stroomt. In dit gebied is geen industrie. Met zijn oude
patriciërshuizen in vakwerkstijl straalt het plaatsje een fijne
sfeer uit. Behalve vakwerkhuizen zijn er ook veel bouwwerken in
barokstijl, die herinneren aan het feit dat Ottweiler de residentie
was van de graven van Nassau - Saarbrücken. Zo bijvoorbeeld het
Lustschlösschen van de graven, en het Witwenpalais. Langs de
vroeggotische evangelische kerk staat nog een oude
verdedigingstoren. In Ottweiler bevindt zich verder een klein
Heimatmuseum.
Als laatste stadje doen we Sankt Wendel aan, daar kunnen we aan de kant van
de weg met onze blauwe parkeerschijf onze wagen kwijt. Via een lange
winkelstraat bereiken we het centrum, waar ons de indrukwekkende St. Wendel-Dom
wacht. Van buiten mooie portalen, van binnen heel apart met zijn slanke,
rood-rossige zuilen en kunstig plafond. De beelden, kansel, altaar en het orgel
en doopvont stammen uit de barokperiode. De heilige Wendelinus, een
Angelsaksische missionaris, ligt er begraven. Voor de kerk is een demonstratie
van de vrijwillige brandweer van het stadje, er wordt later ook een soort
receptie gehouden in de openlucht. Vlakbij ligt nog een viersterrenhotel in
gerestaureerde historische panden.
We pauzeren nog even op de Schlossplatz, waar geen Schloss, maar wel veel
terrasjes, een fontein en barokke gebouwen te zien zijn. Op de terugweg naar
Hohenecken zijn we verplicht een omweg te nemen over de Autobahn naar Trier,
waardoor we later dan gepland aankomen. Een jong meisje dat in het restaurant
hand- en spandiensten verricht blijkt een 17-jarige Turkse uit Antalya te zijn,
ze ziet er echter heel Duits uit. Ze blijkt in Turkije een horecaopleiding te
volgen, loopt stage in Duitsland en rondt een week later haar Azubi - periode
hier af. Jos oefent zijn Turks met haar.
SANKT WENDEL
SANKT WENDEL
De rivier de Blies ligt in het noordoostelijk deel van het Saarland
het plaatsje Sankt Wendel (285 m; 27.000 inw.). Het St. Wendelerland,
zoals de directe omgeving genoemd wordt, is waarschijnlijk naar de
Ierse monnik Wendelinus genoemd, die in de 6e eeuw het evangelie in
de dalen van deze streek heeft verkondigd. Bezienswaardig is de
laatgotische basiliek van St. Wendel uit de 14e eeuw. Het is nog
steeds een bedevaartskerk. Opvallend aan het bouwwerk zijn de drie
torens, die aan de westzijde uit het gebouw omhoogrijzen. De hoge,
slanke zuilen in het interieur dragen de netgewelven. In het oog
lopende kunstwerken zijn de kansel en een beeldengroep die een
graf¬legging uit omstreeks 1480 voorstelt. Achter het hoogaltaar
bevindt zich het graf van de heilige Wendelinus. Rondom de kerk
staan talrijke barokke gebouwen. In het Heimatmuseum, dat gevestigd
is in het stadhuis, kunt u vondsten uit de Romeinse tijd zien.
DAG 5 SAARSCHLEIFE - TERUGREIS VIA LUXEMBURG -
ARDENNEN
Jos rekent af, iets meer dan 600 euro, inclusief maaltijden en drankjes. We
kiezen een andere terugweg, omdat we de Saarschleife nog willen bezoeken. Eerst
een stukje autoweg, tot we achter de stad Saarlouis de afslag Saarschleife
nemen. Die leidt ons echter naar beneden, naar de Saar zelf en dat is niet de
bedoeling. We willen het uitzicht van bovenaf. Dat lukt bij het dorp Orscholz
waar bij het uitzichtpunt bij Cloef een toeristisch circus is ontstaan.
INFO RIVIER SAAR
De Saar (Frans: Sarre) is een zijrivier van de Moezel in Frankrijk
en Duitsland. Haar lengte is 246 kilometer (126 in Frankrijk en 120
in Duitsland) en het stroomgebied 7.431 km2 .
De Saar begint in de Vogezen en heeft daar twee bronrivieren: de
Rode Saar (Sarre rouge) en de Witte Saar (Sarre blanche), die bij de
Donon samenkomen. De rivier stroomt door de Elzas, door Lotharingen
en door het Saarland, de Duitse deelstaat die naar de rivier is
genoemd. Hier bevinden zich belangrijke industriesteden (kolen,
ijzer en staal), die hebben geprofiteerd van hun ligging aan de
rivier, waarlangs de producten konden worden afgevoerd. Saarbrücken
is van deze steden de belangrijkste.
De Saar scheidt vanaf Saarland de Saargau op de linkeroever van de
Hunsrück op de rechteroever. De benedenloop maakt deel uit van een
belangrijk wijngebied (Mosel). De monding in de Moezel bevindt zich
bij Konz, westelijk van Trier, in de deelstaat Rijnland-Palts.
Via het land Luxemburg rijden we de Belgische Ardennen in. Daar geraken we in
de eerste file die ons meer dan een uur oponthoud kostte, oorzaak is een
wegversmalling zover we dat kunnen beoordelen. Vlak voor Luik blijkt een
cruciale tunnel afgesloten te zijn, wat de volgende file oplevert. Uiteindelijk
zijn we noodgedwongen om dwars door de stad de juiste route te zoeken: resultaat
is een volgende file, nu voor een stoplicht langs de Maas. Uiteindelijk weten we
al laverend door de arbeidersbuurten van Oost-Luik de autobaan naar Visé te
vinden. Clim slaakt een zucht van verlichting, hij vindt het maar een
nachtmerrie. Na even vóór Maastricht de beruchte stoplichten gepasseerd te
hebben gaat het verder tot thuis gesmeerd. Onderweg stoppen we nog even voor een
sigaretje. De hele terugrit heeft vier uur langer geduurd dan gepland.
DAL VAN DE SAAR
Ten zuiden van Saarburg slingert de Saar door een schitterend dal.
De rivier ligt er ingeklemd tussen beboste oevers. Maar ook dit
mooie gedeelte heeft wat aan schoonheid ingeboet nu de rivier is
gekanaliseerd. Op de rechteroever is de oude weg verbreed. Hij
kronkelt met de rivier mee naar Mettlach (165 m; 11.700 inw.). Hier
heeft men de Saar gestuwd tot een meer. In het voormalige Schloss
Ziegelberg bevindt zich een keramiekmuseum.
Ten westen van Mettlach voert een sterk stijgende weg naar het
plaatsje Orscholz, dicht bij de Cloef (450 m). De Cloef is een
hoogte vanwaar u een bijzonder fraai uitzicht heeft over de zeer
lange bocht van de rivier die hier als het ware een schiereiland
omsluit, de zogenaamde Saarschleife. Midden op dat schiereiland
staat een burchtruïne. Vlak bij de Cloef bevindt zich een
sprookjespark en een museum.
Ook bezocht in 2001:
Völklinger Hütte, Eiserne Erinnerungen
Zum
kulturellen Erbe gehören auch Denkmäler des Industriezeitalters.
1873 gegründet, war die Völklinger Hütte über 100 Jahre lang
Deutschlands größte Produktionsstätte für Eisenverhüttung.
4000 Arbeiter produzierten
hier einst Eisen. Ein riesiges Werk voll Lärm, Feuer und
beißenden Gasen.
Heute sind nur noch wenige
hier beschäftigt. Die Hütte wird instand gesetzt, um sie
Besuchern öffnen zu können. Die "Kathedrale der Arbeit", die
Gebläsehalle, wird inzwischen für Konzertveranstaltungen
genutzt, und Künstler richten in der ehemaligen Handwerkergasse
ihre Galerien ein: eine Idealisierung der Arbeit.
Ein Film vermittelt einen
Eindruck, was es bedeutete, wenn sich die Elemente mit dem
Einfallsreichtum der Ingenieure und der Arbeitskraft vieler
Menschen vermischte. Er lässt erahnen, wie dort bis in die
späten 70er Jahre noch tagtäglich produziert wurde.
Einbindung in die
deutsche Kriegswirtschaft, u.a. Herstellung von 90% der
Stahlhelme im 1. Weltkrieg; Granatenproduktion im 2.
Weltkrieg
1981 Übernahme
durch ARBED
1986 Stilllegung
nach letztem Abstich am 4. Juli
1987 unter
Denkmalschutz gestellt
1993 Hoch VI für
Besucher zugänglich
ALGEMENE INFO SAARLAND
Een minuscuul land
Afgezien van stadstaten als Berlijn en Hamburg is Saarland de kleinste Duitse
deelstaat.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Gemengde landbouw en runderteelt. Industrie: ijzer en staal, cokes- en
gasfabrieken, thermische centrales, werktuigbouw en elektra, textiel, confectie,
koolstofchemie, autobanden, glas, keramiek, brouwerijen.
Het vroegere Saargebied is met een oppervlakte van nauwelijks 2500 km2 het
kleinste van de Duitse Landen. De bevolking is vooral in het zuiden
geconcentreerd, waar een goed wegennet het verkeer van grensgangers stimuleert.
Evenals Elzas - Lotharingen was Saarland lange tijd een twistappel tussen
Frankrijk en Duitsland en daardoor kreeg het gewest een eigen karakter.
Geologisch is Saarland, ten oosten van de Luxemburgse grens, een
overgangszone tussen het Parijse Bekken en het leisteenmassief van het Rijnland.
De plateaus van Lorraine (Lotharingen) gaan over in het bekken van de rivier de
Saar. Saarland bezit de op één na belangrijkste steenkoolvoorraad van Europa,
dat met 1160 km2 meer dan de helft van de ondergrond beslaat. De reserves worden
geschat op 10 miljard ton. Na de integratie met Duitsland in 1960 leefde de
economie weer op. In het moderne Europa zonder grenzen vormt Saarland de
zogenaamde Dreiländereck tussen Frankrijk, Duitsland en Luxemburg. Tegenwoordig
heeft Saarland ook een automobielindustrie en de dienstensector speelt een
steeds grotere rol.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
Saarbrücken: de collegiale kerk St. Arnual, de barokke gebouwen aan de
Ludwigsplatz, Ludwigskirche. De Saarvallei met de Saar Schleife.
CIJFERS
Bevolking: 1,07 miljoen inwoners / Oppervlakte: 2.570 km2 / Hoogste punt: 595 m
Heen en weer getrokken tussen Frankrijk en
Duitsland,
heeft Saarland een wat tweeslachtig karakter gekregen.
Saarland is noch een historische, noch een natuurlijke eenheid en in de
Middeleeuwen bestond het uit een aantal feodale heerlijkheden. In 1661 kwam het
zuidelijke deel aan Frankrijk; Saarbrücken, in het bezit van de bisschoppen van
Metz en later van de graven van Nassau - Saarbrücken, werd door Lodewijk XIV
(1680-1697) geannexeerd. Daarmee werd het gewest voor het eerst een betwist
gebied tussen Frankrijk en Duitsland. Tot aan de val van Napoleon was het
Saargebied een Frans departement en daarna werd het een deel van de Pruisische
Rijn-provincie. De exploitatie van de rijke steenkoollagen begon aan het eind
van de 19e eeuw en gaf de stoot tot een belangrijke staalindustrie, die een
stempel drukte op de hele regio. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog
trachtte Frankrijk het Saargebied terug te krijgen, maar het kreeg alleen de
mijnbouwrechten, want de Volkenbond nam het bestuur over. Na Hitlers
machtsovername spraken de Saarlanders zich in 1935 uit voor heraansluiting bij
Duitsland, dat toen ook de kolenmijnen in handen kreeg. Na de val van het Derde
Rijk werd Saarland opnieuw door de Fransen bezet, maar het kreeg in 1947
zelfbestuur, waarbij de economische banden met Frankrijk behouden bleven. In
1955 sprak het volk zich uit voor herintegratie met Duitsland en op 1 januari
1957 werd Saarland opgenomen in de Bondsrepubliek. Vier jaar later werd het een
der Duitse Länder.