|
Meer weten over München? Ga naar
CitySpotters
München
VAKANTIEVERSLAG VAN EEN VERBLIJF TIJDENS KERSTMIS 2006
DAG 1 HEENREIS
Zaterdag 23 december
Acht uur: taxi Schreurs naar station. Half negen: de Buffel - trein naar Venlo,
daar om negen uur overstappen richting Düsseldorf. Druk, veel vakantiegangers
uit Holland zijn op weg naar de wintersport in het Sauerland. Tegenover me zit
een ouder Hollands echtpaar dat er in Neuss uit moet en die plaatsnaam
uitspreekt op zijn Nederlands (als lichaamsdeel dus…).
In Düsseldorf direct retourtje München aangeschaft à € 230. Vertrek rond elf
uur. Snelle reis (topsnelheid van de ICE was tegen de 300 km per uur) via
Keulen, Frankfurt, Würzburg en Nürnberg. Zitplaats gereserveerd en ook nog eens
in rokerscoupé (inmiddels taboe verklaard)! Aankomst in de Beierse hoofdstad even na vieren in de namiddag.
Dat gaat een stuk gemakkelijker dan ik zelfs maar gehoopt heb.
Münchener Hauptbahnhof
Mijn hotel Condor ligt op nog geen 5 minuten afstand lopen van het station met
de metro-ingang voor de deur. Ik moet het hele bedrag ad € 660 van tevoren
betalen, dat doe ik met mijn credit card. De kamer is niet al te groot, maar wel
van alle gemakken voorzien: volledig geoutilleerde badkamer, minibar, televisie
e.d.
Al voor zessen zit ik aan de Tandoori Chicken bij de Indiër. Ik eet er garlic
bread bij en drink er om te blussen mineraalwater bij (het uitstekende
Gerolsteiner, mijn favoriete watertje). Daarna zwerf ik nog wat rond in de stationsbuurt om de zaak te
verkennen. Veel gelijkwaardige hotels hier (driesterren), dus genoeg
concurrentie om de prijzen laag te houden. Ik betaal voor mijn kamer € 55 per
nacht, heel schappelijk gezien het gebodene en de perfecte ligging in een
wereldstad. Verder uiteraard sekswinkels van Beate Uhse en etnische
restaurantjes en winkeltjes: niet alleen Turks, maar ook Indiaas, Iraans,
Somalisch, Italiaans en zo meer.
Voor mijn avondkoffie ga ik in het begin naar het Tapas Restaurant bij de
Bahnhof, waar de al wat oudere obers in Lederhosen rondlopen. Later bezoek ik
voor de koffie het eveneens in de Bahnhof gelegen Starbucks, waar ik niet alleen
goedkopere en sterkere koffie, maar ook nog eens twee keer zoveel geserveerd
kreeg. Jammer genoeg wordt die keten in mijn ogen te veel gedomineerd door hard pratende,
jonge rugzaktoeristen van Amerikaanse komaf, allemaal WASP, ofwel White Anglo –
Saxon Protestant. Meestal ben ik dan weer voor acht uur terug in mijn hotel om
de rest van de avond al lezend en tv kijkend door te brengen. Doorgaans ga ik zo
rond middernacht slapen.
Slide show van München 2
Munich 1
DAG 2 MÜNCHEN - ALTSTADT
Zondag 24 december
Om exact acht uur ’s morgens gaat de telefoon snerpend over. Dat is dan mijn
Weckdienst die ik elke dag opnieuw op die tijd instel. (“Hier is Ihr
Weckservice. Tasten Sie bitte Ihre Weckzeit vierstellig ein. 08.00 Ihre
Weckzeit ist…Acht Uhr! Tuut… tuut… tuut…)
Om half negen loop ik de trappen af (ik zat op de derde etage) naar de
ontbijtzaal waar een buffet aangeboden wordt: 8 vleessoorten, 3 soorten paté, 5
kaassoorten, 5 soorten broodjes met stukken stokbrood en croissants, 10 soorten
jam of marmelade, etc, maar geen gekookte eieren. Die kun je wel bestellen, wat
ik dan ook enkele keren gedaan heb. Het is duidelijk dat ik me daar wel thuis
voel. De eerste dagen ben ik steeds alleen aan het ontbijt, maar na kerstmis
wordt het een stuk drukker doordat het hotel dan hele bussen vol Italiaanse
toeristen onderdak biedt. De serveersters zijn van buitenlandse afkomst: een
Italiaanse, een Vietnamese en een Bosnische. Achter de receptiedesk daarentegen
zitten oerdegelijke, volbloed Duitse meisjes.
Om half tien loop ik de stad in. Ik heb geen echt doel, maar globaal heb ik wel
een bepaalde route in mijn hoofd. Eerst verken ik een stukje van de Ring rondom
de binnenstad (de Altstadt zoals dat hier heet) tot aan de SENDLINGER TOR. Dat
is een van de drie middeleeuwse stadspoorten van de stad, niet echt interessant
overigens. Onderweg laat ik de vele Bierhallen en Braukellers voor wat ze zijn
en hou ik het bij af en toe een kopje koffie. Zelfs in mijn glorietijd als
bierconsument heb ik overdag meestal weerstand weten te bieden aan die
verleidelijke, uitnodigende etablissementen. Ook Clim weet dit principe tot op
de dag van vandaag met ijzeren discipline te handhaven, chapeau! Daar vlakbij
ligt het eerste hoogtepunt: de Johannes Nepomuk kerk, beter bekend onder de naam
ASAM KIRCHE. Rococo kerkje ontworpen door de gebroeders Asam op een braakliggend
stukje grond naast hun al even barokke woonhuis. Wat een uitbundige pracht en
praal. Ik hou wel van dat overdrevene, dat exuberante in de architectuur. Veel
mensen vinden dat iets te veel van het goede, te overdone en een overkill aan
stijlelementen. Het kerkje stamt uit 1733 en is slechts 9 meter breed en 26
meter lang. De vader van de broers was eveneens een kunstzinnig schilder;
zijzelf zijn in de leer geweest bij de roemruchte Bernini in Italië.
St. Johann - Nepomukirche / Asam - Kirche
Het katholieke München telt vele kerken die een bezichtiging waard zijn, maar
een van de mooiste kerkgebouwen is ongetwijfeld de St. Johann – Nepomuk - kirche
of Asamkirche, zoals dit bouwwerk in de volksmond genoemd wordt. Het werd in de
18e eeuw gebouwd door de gebroeders Cosmas Damian en Egid Quirin Asam en is na
verwoesting in de Tweede Wereldoorlog volledig gerestaureerd en opnieuw
opgebouwd. Opvallend detail is dat de beide broers de bouw van de kerk zelf
hebben bekostigd uit dankbaarheid voor het overleven van een schipbreuk op de
Donau. Naast het woonhuis van Egid Quirin kochten zij een klein stuk
braakliggend land waarop zij de kerk gebouwd hebben. De nog geen negen meter
brede kerk is helemaal ingebouwd in de gevelrij, de lengte is slechts 28 meter.
Het kerkgebouw stamt uit 1733, terwijl de gevel in 1746 voltooid werd. Boven het
portaal van de grijze façade prijkt een robuuste Nepomuk, daar hoog boven ziet u
een vergulde vogel. Als thema is hier de 'apotheose' van deze heilige afgebeeld.
Nepomuk is een veelvoorkomende beschermheilige bij bruggen en water, vandaar dat
de keuze voor deze heilige, na het voorval op de Donau, voor de hand lag.
ASAM KIRCHE

Nadat u het donkere portaal bent binnengegaan, komt u in de eigenlijke
kerkruimte. Typerend voor deze rococokerk is het ovale grondplan, een specifiek
stijlkenmerk dat de beide broers in hun ontwerpen hanteerden. Naar binnen en
naar buiten bewegende lijnen, de zogenaamde concaven en convexen, zijn overal in
de kerkruimte terug te vinden. Zelfs de kerkbanken zijn op deze manier
vormgegeven. De beperkte ruimte is van boven tot onder gedecoreerd.
Vervolgens bezoek ik de MARIENPLATZ, die vol staat met de kraampjes van de
CHRISTKINDLMARKT, waardoor ik er geen goede foto’s van het plein kan maken. Het
NEUES RATHAUS, de FISCHBRUNNEN (1864) en de MARIENSÄULE liggen hier.
Marienplatz
Het hart van de oude stad wordt gevormd door het Marienplatz, een groot plein
met historische gebouwen. Met de ondergrondse komt u gemakkelijk bij dit
autovrije plein, waar u uw wandeling kunt beginnen. Het plein heette
oorspronkelijk Schrannerplatz en werd in 1854 herdoopt in Marienplatz. Tot 1807
was het plein in gebruik als marktplein.
Al in 1240 moet hier een plein geweest zijn dat in een oorkonde uit die periode
als 'forum' bekendheid genoot. Toen vonden er toernooien plaats, nu slenteren
hier vooral ijsjesetende toeristen en Münchenaren. Op het Marienplatz vindt u de
hoge, roodmarmeren Mariazuil uit 1638. Op de sokkel torent een ranke bronzen
Mariafiguur met kind op de arm en een halve maan aan haar voeten. Het beeld werd
gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Hubert Gerhard en stamt waarschijnlijk
uil 1595. Van oorsprong had het beeldhouwwerk een plaats op het hoofdaltaar in
de Frauenkirche. Maria geldt als de patrones van Beieren en in veel Beierse
dorpen en stadjes wordt zij afgebeeld. De zuil werd vier jaar na de omvangrijke
pestepidemie van 1634, waarbij een derde van de bevolking van München was
omgekomen, opgericht uit dankbaarheid voor de beëindiging ervan. Maar ook als
dank voor het beëindigen van de langdurige bezetting van de stad door de Zweden
in de Dertigjarige Oor log werd de zuil opgericht. De putti bij de sokkel
symboliseren oorlog pest, honger en ketterij.
Rechts voor het stadhuis staat de Fischbrunnen uit 1865. Onder het plein
bevinden zich voetgangerspassages met winkels en het station Marienplatz van de
U- Bahn en S-Bahn.
Het stadhuis is nog niet zo oud, zo rond 1900 is het na tientallen jaren
klaargekomen, net als het stadhuis van Brussel, dat ik echter veel mooier vind.
Ik bekijk er de Prunkhof, een neogotische binnenplaats met een
wenteltrappenhuis, maar ga er niet naar binnen. Het beeldhouwwerk op de grauwe
gevels bevalt me wel, maar heeft toch een poetsbeurt nodig. Om de beelden is
bijna onzichtbaar kippengaas gespannen, dit ter voorkoming van “Dachlawinen”
zoals men dat hier noemt. De bijbehorende toren is 85 meter hoog. Daarin bevindt
zich ook een beroemd carillon met bewegende figuren. De Maria – zuil is, zoals
in vele Zuidduitse, Zwitserse en Oostenrijkse steden en plaatsjes, uiteraard
gebouwd uit dankbaarheid dat de pestepidemie voorbij was in de zeventiende eeuw.
Neues Rathaus Marienplatz
Aan het plein ligt het nieuwe 19eeeuwse neogotische raadhuis, dat veel
overeenkomsten vertoont met het raadhuis aan de Grote Markt van Brussel. De bouw
nam geruime tijd in beslag. Nadat in 1867 met de bouw was begonnen, liet de
voltooiing nog tot 1908 op zich wachten. De architect, Georg Joseph von
Hauberrisser, werd duidelijk beïnvloed door de Vlaamse gotiek. De zachte
zandsteen, de pinakels, de beelden en de ornamenten aan de 100 meter lange gevel
lijken direct uit Vlaanderen afkomstig te zijn. Zelfs de ligging van het gebouw,
aan een lange zijde van het rechthoekige plein, is gelijk aan die van het
raadhuis van Brussel. Hoewel het stadhuis van Brussel in architectonisch opzicht
geslaagder is en meer in harmonie is met de bebouwde omgeving, misstaat het Neue
Rathaus aan het Marienplatz niet. De architect heeft voor de bouw van het
raadhuis wél talrijke panden laten afbreken om op de vrijgekomen plaats zijn
ontwerp te kunnen bouwen.
Aan de gevel van de 85 meter hoge toren bevindt zich een uurwerk met fraaie,
bewegende figuren. Elke dag om 11 uur, en in de zomer ook om 17 en 21 uur, komen
de figuurtjes naar buiten. Zij geven twee belangrijke historische gebeurtenissen
weer, namelijk de bruiloft van hertog Wilhelm V met Renata van Lotharingen in
1568, inclusief het toernooi dat toen op het Marienplatz plaatsvond (bovenste
scène) en de kuipersdans of ‘Schäfflertanz' (onderste scène). Om 21 uur ('s
winters om 19.30) verschijnt er nog iets extra's. Op de zevende torenetage komen
dan een hoornblazende nachtwaker op het toneel (links) en een engel die het
Münchner Kindl zegent (rechts). Het klokkenspel telt maar liefst 43 klokken en
het speelwerk bestaat uit 32 figuren. Dit soort uurwerken vindt u in veel Duitse
en Tsjechische steden, waaronder Praag. De toren kan beklommen worden; tot de
eerste rondgang van de drie voert een lift. U heeft er een mooi uitzicht op de
stad en bij helder weer kunt u zelfs de Alpen in de verte zien. Via het plein
kunt u door een poort naar het Prunkhof gaan, een fraaie binnenplaats met
wenteltoren. Er zijn maar liefst zes binnenhoven, maar de overige vijf zijn voor
het publiek gesloten.
Het ALTES RATHAUS ligt vlakbij en valt op door de hoektorentjes op de hoofdtoren
met een felrode spits. De laatgotische raadzaal schijnt erg mooi te zijn hier.
Het herbergt tegenwoordig een speelgoedmuseum.
Altes Rathaus Marienplatz
Het oude raadhuis neemt een minder prominente plaats in dan het nieuwe gebouw en
ligt een beetje afzijdig aan de oostkant van het plein. Van oorsprong was dit
middeleeuwse bouwwerk van de architect Jörg von Haspach uit 1470-1480 veel
groter, maar na de verwoesting tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn alleen de
toren en de laatgotische Rathaussaal opnieuw opgebouwd.
Verdere bezienswaardigheden die ik vandaag bezoek:
PETERSKIRCHE Oudste kerk van München, uit de 11e eeuw. Er was net een dienst aan
de gang. In restauratie.
St. Peterskirche
De deels bakstenen St.-Petruskerk op de hoek van het Petersplatz en de
Rindermarkt geldt als de oudste kerk van München en dateert van de eerste helft
van de 11e eeuw, dus nog van vóór de stichting van de stad. Aan de buitenkant
zijn aan de gevel oude grafstenen bevestigd, die op de vroegere begraafplaats
rondom de kerk een plaats hadden. De huidige kerk stamt uit 1368 en werd diverse
malen na verwoestingen opnieuw opgebouwd. Bij de bouw zijn bepaalde delen van de
vroegere kerk opgenomen. Zo is nu nog aan de voorgevel te zien dat er eerst twee
torens waren. Sinds de 14e eeuw heeft de kerk één toren gekregen. In 1944-'45
werd de kerk door bombardementen zo zwaar getroffen dat werd overwogen de resten
op te blazen. Na de Tweede Wereldoorlog is echter besloten het gebouw te
restaureren en vanaf1954 wordt het karakter van de nabijgelegen Viktualienmarkt
weer voor een deel bepaald door het silhouet van de St. Peterskirche. Binnen
zijn nog enkele vroegere kunstwerken bewaard gebleven. Het lichte interieur
bezit een grote ruimtewerking. Opvallend is de enorme hoogte van het
middenschip, een specifiek kenmerk van gotische kerkgebouwen. Van de barokke
veranderingen van 1750 door Ignaz Anton Gunetzhamer zijn nog enige sporen
zichtbaar. Een klein gedeelte van het stucwerk en de plafondschilderingen van
Johann Baptist Zimmermann en Nikolaus Gottfried Stuber heeft de bombardementen
overleefd. Mooi zijn de vergulde beelden langs de wanden en de kansel. Let u
voorts op een triptiek van de Drie Koningen uit 1477, het St.-Egidiusaltaar uit
1770 en een marmeren doopvont van Hans Krumper uit het begin van de 17e eeuw.
De ruim 90 meter hoge toren wordt bekroond door een aparte koperen torenspits
met lantaarnachtige, renaissancistische koepel uit 1607; u kunt de toren
beklimmen.
HEILIGGEISTKIRCHE Van binnen helemaal witgekalkt, alleen de kapittelen van de
zuilen zijn goudkleurig. Aardige plafondfresco’s. Verder de moeite waard:
hekwerk achter in de kerk, gotische deur naar de toren.

Heilig Geist- Kirche
Tegenover de St.-Petruskerk ligt de Heilig Geist Kirche, herkenbaar aan de
groene façades met barokke voorgevel en 18e-eeuwse toren. De kerk maakte deel
uit van het Heilig-Geist Spital uit de 13e eeuw. Het gebouw werd van binnen door
de gebroeders Cosmas Damian en Egid Quirin Asam in de 18e eeuw veranderd. Beide
broers hebben talrijke kerken in Beieren in barok- en rococostijl nagelaten
(onder andere in München, Ingolstadt, Fürstenfeldbruck en Freising). Hun
bouwkundige ontwerpen, stucdecoraties en muurschilderingen vormen een
totaalbeeld, dat in bijna al hun werken duidelijk naar voren komt. In de
Heilig-Geist-Kirche is dit echter niet het geval. Beide broers gingen hier
namelijk uit van een bestaand gebouw en konden slechts kleine aanpassingen
verrichten.
VIKTUALIENMARKT Veelkleurige groente- en fruitmarkt waar je vooral ook veel en
lekker kunt eten. Ligt vlak bij de Marienplatz, dus erg toeristisch.
Viktualienmarkt
Ten zuiden van beide kerkgebouwen ligt de Viktualienmarkt; een levendige markt
waar u goed terecht kunt voor vlees, vis, groente en fruit. In grote aquariums
in de vitrines zwemmen zeebaarzen, forellen en krabben en overal liggen worsten
uitgestald.
De sfeer op de markt is gezellig, bijna provinciaals, en het grootsteedse,
moderne München lijkt hier niet te bestaan. In de authentieke Biergärten kunt u
diverse soorten bier bestellen en natuurlijk ontbreken ook hier de witte worsten
niet. Op mooie dagen zijn rond het middageten en 's avonds de terrassen propvol.
Langs lange, houten tafels schuiven mensen bijeen, terwijl serveersters in
Dirndl het bier af en aan dragen. Mensen uit alle lagen van de bevolking komen
samen op dit plein. Serieus ogende zakenmannen eten er een schnitzel met bier,
moeders met kinderen doen zich te goed aan patates frites met worst en jongeren
op rollerskates bestellen er een halve liter Radler. Als rustpauze is de
Viktualienmarkt bijzonder geschikt. Rond de markt en in de kleine zij straten
vindt u gezellige restaurants en eethuisjes, waarvan de meeste gespecialiseerd
zijn in de Beierse keuken.
ISARTOR De oostelijke stadspoort. In de poort drink ik een hete grog bij de
grootste Feuerzangen Bowle der Welt, samen met een Maleisische Chinees die ook
alleen op stap is. Voor de mokken vroeg men € 2 Pfand! Die krijg je dan wel
terug natuurlijk. Vlakbij ligt ook een art nouveau Kaffeehaus waar ik koffie
drink.
Isartor
Deze van de 14e eeuw daterende stadspoort is in de jaren '70 van deze eeuw
grondig gerestaureerd en geverfd. De gevel boven de ronde toegangspoorten aan
het Isartorplatz toont een grote muurschildering met een
inhuldigingsvoorstelling. Duidelijk is daarop de Isartor te zien. Aan de wand op
het binnenhof is een kruisigingsscène aangebracht. De poort is zeker een
bezoekje waard, al was het alleen maar om binnen een kijkje te nemen in het
Kaffeehaus uit het fin de siècle.
MAXIMILIAN STRASSE Wat de Kö is voor Düsseldorf en de Ku’damm voor Berlijn is
deze straat voor München: een dure winkelstraat met veel statige gebouwen in de
kleuren zalmroze en lichtgeel, waaronder tal van musea en stadspaleizen met
arcadengalerijen. Ik bespeur hier een duidelijke Italiaanse invloed. Imposant
standbeeld van koning Maximillian II (Der Max Zwo in de volksmond). De straat
eindigt aan de andere kant van de Isar – oever bij het al even indrukwekkende
(maar in mijn ogen slecht onderhouden) Maximillianum.
Maximilianstrasse
De Maximilianstrasse is dé chique winkelstraat van München en werd in opdracht
van koning Maximilian II tussen 1852 en 1875 aangelegd. Uit diezelfde periode
stammen de meeste bouwwerken die door de architect Friedrich Bürklein
(1813-1872) ontworpen zijn. De lange, monumentale straat verbindt de Residenz
aan het Max-Joseph-Platz met de rivier de Isar. Aan weerszijden treft u talrijke
voorname gebouwen, hotels, luxerestaurants en bijzondere winkels aan. De weg
doet veel minder streng en stijf aan dan de Ludwigstrasse, die in opdracht van
koning Ludwig, Maximilians vader, ontworpen is. De panden zijn gepleisterd in
zachte pasteltinten als zalm, lichtgeel en roze. Oorspronkelijk zouden de huizen
op de begane grond arcadegalerij en krijgen, wat alleen in het westelijkste deel
van de straat te zien is, dicht bij het centrum van de stad. Dat ook koning
Maximilian II niet voor zijn vader in belangrijkheid wilde onderdoen, bewijst
wel het grote bronzen standbeeld dat hij heeft laten maken. Het zogenaamde Max
Zwo - monument neemt op de Maximilianstrasse een prominente plaats in, dicht bij
het Maximilianeum en net voor de brug.
MAXIMILLIANUM Een hooggelegen classicistisch bouwwerk, gerealiseerd door de
architect Gottfried Semper (die van de Oper uit Dresden) dat nu dienst doet als
Landtag (parlement) voor de Beierse deelregering, maar ooit gebouwd werd als
opleidingsinstituut voor hogere ambtenaren. Aan de gevel ontwaar ik hier en daar
nog wat Jugendstilelementen.
Maximilianum
In de verte, aan de overkant van de rivier de Isar, doemt een kolossaal geel
bouwwerk op. Een monumentale brug versierd met jugendstildecoraties vormt de
toegang tot het hooggelegen gebouw met de strenge classicistische gevel. In
opdracht van Maximilian II werd dit complex tussen 1857 en 1874 gebouwd als
opleidingsinstituut. De ontwerper was de architect Gottfried Semper. Sinds 1949
is hier de Landtag, de Beierse regering gehuisvest.
FRIEDENSENGEL Hooggelegen zuil op een kubusachtige sokkel met Griekse zuilen en
slanke kariatiden, bekroond door een gouden engel. Aan de Isar – oever. De
rivier heeft hier verschillende eilandjes die vaak volgebouwd zijn. Er staat
niet veel water in de winter, maar het stroomt wel snel. Op de drooggevallen
zandbanken spelen kinderen met honden. Terug de Altstadt in.
HAUS DER KUNST Een groot, onelegant en monumentaal gebouw, klassiek van stijl.
Hier liet Hitler vanaf 1937 zijn nicht-entartete Kunst exposeren. Tegenwoordig
wordt het nog steeds gebruikt als tentoonstellingruimte, maar dan meer voor
avant-gardistische kunst…
Haus der Kunst
Het Haus der Kunst uit 1937 aan de Prinzregentenstrasse is een kil, monumentaal
bouwwerk met een lange zuilenrij. In opdracht van Hitler werd hier goedgekeurde
kunst ondergebracht. Nu is het gebouw in gebruik als tentoonstellingsruimte voor
kunstwerken die Hitler volledig afkeurde en 'entartet' (ontaard) noemde.
SCHACK – GALERIE Aan de brede Prinzregentenstrasse gelegen. Museum met de
collectie van de negentiende-eeuwse kunstenaar Graf Adolf von Schack, grote
collectie Duitse romantische schilders.
BAYERISCHES NATIONAL MUSEUM Zeer pompeus gebouw vol standbeelden uit 1890.
Inhoudelijk schijnt het best interessant te zijn, vol Zuidduitse kunst,
volkskunst en sculpturen. Het toont ook fenomenaal houtsnijwerk. Misschien iets
voor een andere (regenachtige) dag?
Bayerisches Nationalmuseum
Het pompeuze eind-19eeeuwse eclectische gebouw aan de Prinzregentenstrasse werd
in opdracht van koning Maximilian II als museum opgericht en herbergt Beierse en
Zuid-Duitse kunst, volkskunst en sculpturen. Natuurlijk ontbreken hier barokke
en rococodecoraties niet. De houten beelden van Tilman Riemenscheider, de werken
van Ignaz Günther en Erasmus Grasser behoren tot de hoogtepunten. De afdeling
Volkskunst bevat enkele stijlkamers met boerenmeubelen, klederdrachten,
houtsnijwerk, religieuze kunst, alsmede een bonte verzameling maskers. De
zilveren en gouden smeedwerken, wetenschappelijke apparaten en oude klokken zijn
eveneens de moeite waard. Het museum is ook een collectie kerststallen rijk, die
afkomstig is uit Beieren, Tirol, en Italië.

ARMEE MUSEUM Ehemaliges dan wel, huidige bestemming van deze negentiende-eeuwse
moloch is mij onbekend. Waarschijnlijk is het ingelijfd door een ministerie.
VERZETSMONUMENT Gedenkteken in de vorm van een zwarte kubus om de gevallenen van
de antinazi – groep Die Weisse Rose in 1943 te gedenken. Ook Joden hebben het
monument bezocht, er liggen namelijk kiezelsteentjes op. Neemt onopvallende
plaats in.
HOFGARTEN Franse geometrische tuin uit de 19e eeuw met in het midden de ronde
tempel van Diana. Gedeeltelijk omzoomd door arcaden met wandschilderingen.
ALTES RESIDENZTHEATER Helaas dicht wegens restauratiewerkzaamheden. Schepping
van de mismaakte lilliputterachtige François de Cuvilliès in barokstijl.
NEUES RESIDENZ THEATER Gedrocht uit de jaren ‘60 van de vorige eeuw, veel
glaswerk en modern van vormgeving.
NATIONAL THEATER Ook wel de Staatsoper genoemd. Klassieke zuilengevel met enorm
beeldhouwwerk in de vorm van een Brunnen voor de trappen. Aan de rand van het
plein liggen trendy cafés, dure lunchrooms en prijzige koffiehuizen.
National Theater
Het Nationale theater staat op de plaats van het 19e-eeuwse classicistische
Münchner Opernhaus, dat tijdens de Tweede Wereld-oorlog verwoest werd. In dit
pand werden tijdens de regeringsperiode van koning Ludwig Il diverse opera's van
Wagner ten gehore gebracht. In 1963 werd de huidige bouw aan het
Max-Joseph-Platz gerealiseerd. In de zomermaanden vinden hier de Münchner
Opernfestspiele plaats. Het is een lust voor het oog om in deze stemmige
ambiance een opera mee te maken. Het publiek in de zaal, die in de kleuren goud,
blauw, ivoor en rood geschilderd is, ziet er superchic uit. Driedelige kostuums
en avondjurken zijn hier geen zeldzaamheid, en u moet het dan ook niet wagen om
met een spijkerbroek binnen te willen komen.
RESIDENZ Eeuwenlang het paleis voor de vorsten van Beieren. Mooie binnenhoven en
fraaie stijlkamers. Een absolute topper is de Schatzkammer, die uit tien zalen
bestaat Tegenwoordig vooral een druk bezocht museum. Voor de gevel en bij de
ingangen staan krijgshaftige leeuwen met een schild.
FELDHERRNHALLE Negentiende-eeuwse creatie naar een voorbeeld van een loggia uit
Florence van de hofarchitect von Klenze met overdreven grote beelden van
generaals en arrogante leeuwen (uit een latere periode). Niet mooi, zeg maar
rustig lelijk.
THEATINERKIRCHE Barok gebouw uit 1662 - 1688, okergele façade met twee sierlijke
uientorens, van binnen fraai beeldhouwwerk en fresco’s, maar met weinig kleur.
Wordt bekroond door een koepel van 71 meter hoog. Ook wel de Sankt Kajetan
Stiftskirche genoemd. Nogal toeristisch, ligt in het hart van München.
Japanners, Italianen en Amerikanen ziet men hier veel.
Theatinerkirche
Zonder meer een staaltje van prachtige kerkbouw is de Theatinerkerk of de St.
Kajetankirche aan de Theatinerstrasse. Deze barokke kerk werd tussen 1662 en
1688 door de Italiaanse architect Agostino Barelli en zijn opvolger Enrico
Zuccalli ontworpen in opdracht van vorstin Henriette Adelaide. Typerend is het
grondplan dat de vorm van een Grieks kruis heeft met vier gelijke armen en dat
bekroond wordt door een grote 71 meter hoge koepel. De zonnige okergele façade
met beelden in de nissen werd door hofarchitect François de Cuvilliés en zijn
zoon omstreeks 1780 in rococostijl opgetrokken. Opvallend zijn de twee torens
met enorme voluten onder de bekroning. De warme, Italiaans aandoende gevel vormt
een groot contrast me het koele, witte interieur, dat helemaal geen Italiaanse
uitstraling heeft In de grafkamer onder het hoofdaltaar liggen enkele leden van
het Huis Wittelsbach begraven.
ODEONSPLATZ Begin van luisterrijke Ludwigstrasse vol classicistische bouwwerken,
uiteraard met een opvallend standbeeld van een of andere vorst erbij.
Odeonsplatz
Echte grootstedelijke 19e-eeuwse grandeur vindt u aan het Odeonsplatz en de
lange, statige Ludwigstrasse. Het plein, dat als zodanig niet erg opvalt, wordt
omsloten door classicistische gebouwen. Daar staat ook de Odeon die tussen 1826
en 1828 als concertzaal ontworpen werd door architect Leo von Klenze. Het grote
ruiterstandbeeld is opgedragen aan koning Ludwig 1.
PALEIS VAN JUSTITIE Vergelijkbaar met dat in Brussel, stamt uit dezelfde tijd.
AVOND Turks eten (Döner – schotel met ekmek en ayran). Koffie drinken bij de
Bahnhof. Geobserveerd: Vier schuchtere Chinese jongens van rond de twintig
(waarvan er slechts een rudimentair Engels spreekt) die na lang wikken en wegen
literpotten bier bestellen en die met hele kleine slokjes consumeren.

Dinsdag 26 december
TWEEDE KERSTDAG
Vandaag weer een hele voettocht in en rondom de Altstadt om alles te bekijken
wat ik de eerste dag gemist heb of waar ik niet aan toe ben gekomen.
Ik begin met de ALTE BOTANISCHE GARTEN met een enorm beeld van NEPTUNUS in een
BRUNNEN in een vijvertje aan de zijkant van het PALEIS VAN JUSTITIE gelegen. In
de Garten bevindt zich nog een vierkant, onbestemd gebouw dat een KUNSTHALLE
blijkt te zijn, uiteraard dicht. Bij de ingang van het parkje staat een kleine
TRIOMFBOOG die tussen de bomen en struiken nauwelijks opvalt.
Dan volgt nu een opsomming:
BENEDICTIJNERKLOOSTER Inclusief de strak vormgegeven moderne kerk, de SANKT
BONIFAZ . Hier doet men veel aan sociaal werk, bijv. opvang van daklozen en
verslaafden. Ernaast ligt een ommuurde tuin waar je ook ‘s zondags bloemen kunt
kopen die Broeder Gärtner verzorgd heeft.
KÖNIGSPLATZ Groot plein met klassieke gebouwen uit de negentiende eeuw, o.a. de
GLYPTOTEEK (met een Ionische zuilengalerij, klassiek Grieks beeldhouwwerk,
gestolen en geroofd uit Griekenland en omstreken) en de PROPYLÄEN. Dit Griekse
gebouw, naar een ontwerp van Leo von Klenze, met Dorische zuilen en twee torens
sluit het plein af en neemt een dominante positie in. Het bouwwerk is
geïnspireerd op de Acropolis van Athene en werd gebouwd naar aanleiding van het
feit dat de zoon van koning Ludwig I, Otto, in 1832 als koning van Griekenland
werd erkend. In mijn ogen is het een volstrekt nutteloos gebouw. Ook de
STAATLICHE ANTIKENSAMMLUNG met een houten paard van Troje ervoor bevindt zich
aan het plein. De uitgebreide verzameling bevat waardevolle Griekse en
Etruskische kunst. Je treft er kleine beeldhouwwerken aan, bronzen sculpturen en
juwelen, als ook een grote variatie aan Griekse vazen en amforen.
Het is een historisch plein waar de SS, de SA en ander bruinhemdig gespuis voor
en tijdens WO II hun massabijeenkomsten hielden. Vlakbij heeft men nog enige
Nazi - gebouwen bewaard, een deel van de blootgelegde kelders en gangen van het
SS - hoofdkwartier zijn nog zichtbaar, die wil men als Manmal voor het
nageslacht bewaren. Niet iedereen in München is het met die beslissing eens.
Königsplatz
Vanaf het Karolinenplatz en de Briennerstrasse bereikt u nóg een plein,
Königsplatz, dat door Leo von Klenze in de 19e eeuw in classicistische stijl
ontworpen is. De gebouwen rondom het plein zijn geïnspireerd op de Griekse
bouwkunst en waren erg geliefd bij koning Ludwig L
De groene velden die oorspronkelijk het plein omlijstten, werden tijdens de
periode van het nationaalsocialisme vervangen door granieten platen. Rondom de
monumentale witte 19e-eeuwse bouwwerken verzamelden zich de troepen van Hitler
en werden strijdliederen gezongen en marsen georganiseerd. Het Königsplatz werd
het centrum van Hitlers partijapparaat. In opdracht van Hitler verscheen er aan
de oostzijde een kolossaal gebouw, dat bewaard is gebleven.
Na de Tweede Wereldoorlog heeft het plein jarenlang dienst gedaan als
parkeerterrein en wist men er zich eigenlijk geen raad mee. Het verleden bleef
parten spelen en allerlei ontwerpen om het plein en de directe omgeving te
veranderen werden keer op keer afgekeurd. Ook architecten zaten ermee in hun
maag en zo duurde het nog tot in de jaren '80 voordat de granieten platen
plaatsmaakten voor groen. Op de hoek van de Arcisstrasse en de Briennerstrasse
staat een groot bord waarop tekst en uitleg over de periode van het
nationaalsocialisme wordt gegeven. Op oude plattegrond en afbeeldingen ziet u de
omgeving van het Königsplatz, waar nu nog een paar nationaalsocialistische
gebouwen staan. Een deel van deze bouwwerken is echter afgebroken, zoals de
Tempel die Hitler heeft laten oprichten en die later verwoest werd. De bunkers
en het gangenstelsel onder het plein zijn wél bewaard gebleven.
KAROLINENPLATZ, een eenvoudige rotonde met in het midden een OBELISK om de
30.000 Beierse gevallen soldaten tijdens de Russische campagne van Napoleon in
1812 te gedenken. Even verderop ligt het museumkwartier.
ALTE PINAKOTEK Hier breng ik een paar uurtjes door. De collectie (in de boeken
zwaar bewierookt) valt me een beetje tegen. Het museum kan echt niet tippen aan
gerenommeerde soortgenoten als de Hermitage, het Louvre, het Prado of zelfs ons
Rijksmuseum. Ze bestrijkt de late middeleeuwen tot en met de achttiende eeuw.
Met belangstelling bekijk ik alleen de exuberante apocalyptische werken van onze
taalgenoot Peter Paul Rubens (veel mollig naakt en lillend vrouwenvlees). De
doeken van armoedige kinderen van de Spaanse schilder Murillo uit de achttiende
eeuw bekijk ik ook met plezier. Verder nog werken van: Hans Holbein, Rembrandt,
Albrecht Dürer, Jan Steen, Adriaan Brouwer, Boucher, Botticelli, Lucas Cranach
der Ältere, Anthonie van Dijck, da Vinci, El Greco, Frans Hals, Jordaens, Pieter
Breughel, Mathias Grünewald, Tintoretto, Titiaan, Canaletto, Saenredam, Tiepolo,
Jacob van Ruysdael en vele andere. Maar van ieder slechts een of twee doeken.
In het museumcafé bestel ik koffie, hoewel de Auswahl aan exotische theesoorten
er gigan-tisch is: meer dan 50 soorten. Dit zegt mijns inziens genoeg over het
soort bezoekers hier…
Alte Pinakothek
Ook dit gebouw is een werk van Leo von Klenze, uitgevoerd tussen 1826 en 1836 en
omgeven door groenpartijen met sculpturen van Henry Moore. Bij de bouw heeft hij
zich laten inspireren door de Venetiaanse paleizen, die door hun sierlijkheid
direct opvallen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het bouwwerk compleet
verwoest, maar gelukkig heeft de restauratie van 1960 het in zijn oude luister
hersteld. Binnen vindt u uitgebreide schilderijencollecties van de Middeleeuwen
tot aan de vroege 19e eeuw. Prachtige werken zijn er onder meer te zien van
Claude Lorrain, El Greco, Murillo en Rembrandt. De verzameling altaarstukken,
afkomstig uit Beierse kloosters en kerken, is eveneens de moeite waard.

Frans Hals, Murillo, Raphael
Ik werp verder nog een blik in de Moderne Pinakothek, maar ondanks de opvallende
architectuur bevalt de kunst me hier geenszins en verlaat ik het gebouw ijlings.
Een kwartiertje wandelen brengt me tot bij de ODEONSPLATZ, waar de statige
LUDWIG -STRASSE begint bij het ruiterstandbeeld van een van de Maximilliaans. De
monumentale classicistische gebouwen hier zijn inmiddels allemaal geannexeerd
door ministeries en vormen archieven en bibliotheken. Opvallend is dat van de
gevel van het ministerie van Landwirtschaft de grondverdieping in originele
staat is gebleven: met honderden kogelgaten erin, stille getuigen van een
revolte of opstand? En zo ja, welke?
Daar bezoek ik de weinig interessante SANKT LUDWIG KIRCHE. De negentiende-eeuwse
boulevard leidt naar het stadsdeel Schwabing. Aan het begin van deze ooit
artistieke wijk staat de SIEGESTOR, waarna de brede straat (inderdaad, een soort
Broadway) omgedoopt is in LEOPOLDSTRASSE. De architectuur aan deze verkeersader
is hier wat luchtiger en vrolijker dan meer naar de binnenstad toe.
Slide show van Alte Pinakotheek
Munich Alte Pinakothek
Odeonsplatz
Echte grootstedelijke 19e-eeuwse grandeur vindt u aan het Odeonsplatz en de
lange, statige Ludwigstrasse. Het plein, dat als zodanig niet erg opvalt, wordt
omsloten door classicistische gebouwen. Daar staat ook de Odeon die tussen 1826
en 1828 als concertzaal ontworpen werd door architect Leo von Klenze. Het grote
ruiterstandbeeld is opgedragen aan koning Ludwig 1.
Ten noorden van het plein ligt de Ludwigstrasse, die in opdracht van koning
Ludwig I ontworpen is. Langs deze ruim één kilometer lange weg staan prachtige
huizen, die een blik meer dan waard zijn. Let eens op het verschil in
bouwstijlen tussen de panden in het zuidelijke deel, dichtbij het Odeonsplatz,
en die in het noordelijke gedeelte. De streng ogende huizen in de omgeving van
het Odeonsplatz zijn ontworpen door Leo von Klenze en zijn classicistisch van
stijl. Die in het noordelijke deel zijn minder strak en stijf van opzet en
vertonen Romaanse stijlkenmerken. Zij zijn gebouwd door Friedrich von Gärtner,
de architect die ook de Ferdhernhalle gebouwd heeft. Wie voorbij de Ludwigskerk
en de universiteit loopt, ziet aan het einde van de weg een Siegestor
(triomfboog) staan. Deze poort uit 1850 werd in navolging van de Constantijn -
poort te Rome gebouwd en is eveneens een ontwerp van Gärtner. Boven prijkt de
trotse gestalte van de patrones van Beieren (Bavaria), samen met een vierspan
leeuwen. Het gehele architectonische concept drukt de macht van de koning uit.
Ik loop door naar de ENGLISCHER GARTEN tot aan het in Griekse stijl vormgegeven
Monopteros. Hoewel het best kil is, zijn er veel wandelaars (en veel honden) op
de been. Als ik terugloop de stad in kan ik op een gegeven moment niet verder,
de straat is afgezet. Ik moet een omweg maken. Later blijkt dat daar het
Amerikaanse Consulaat is gelegen, waar uit voorzorg en angst voor aanslagen van
terroristen niemand langs mag.
Englischer Garten
U bent nu dicht bij de Engelse tuin, die tussen 1789 en 1830 ontworpen werd door
de Amerikaanse landschapsarchitect Sir Benjamin Thompson, ook wel graaf van
Rumford genoemd. Het park is vijf kilometer lang en twee kilometer breed en
heeft een oppervlakte van maar liefst 350 hectare. Net als het Vondelpark in
Amsterdam wordt het park in München druk bezocht door de inwoners van de stad.
Met slingerende lanen, weilandjes, meren en verspreide boomgroepen heeft de
architect het Engelse landschap willen nabootsen
De zogenaamde Engelse landschapsstijl was in de vorige eeuw in heel Europa en
Amerika bijzonder geliefd. Als reactie op de rationele ontdekkingen in de tijd
van de Verlichting volgde een sterk verlangen naar de terugkeer tot de natuur.
Deze romantische gedachte kwam niet alleen tot uitdrukking in de bouw- en
schilderkunst, maar deed ook in de landschapskunst zijn intrede. Strakke Franse
tuinen met rechte lanen met geschoren hagen en boompjes, klassieke sculpturen en
amforen maakten plaats voor grillige weggetjes met hoge, wilde bomen, stromende
beken en watervalletjes. De symmetrische en geometrische tuinkunst had volledig
afgedaan. Om het landleven nog natuurgetrouwer na te bootsen werden er koeien in
de wei geplaatst en verschenen er landelijke huisjes en grappige bouwseltjes,
waarmee het park 'aangekleed' werd.
Opvallend in de Englische Garten zijn de laat-18e-eeuwse oriëntaalse bouwwerkjes
zoals de Chinesischer Turm of Pagode, die als uitzichtpunt dienst doet. Daar is
ook een grote Biergarten. Wie zin heeft in een ritje per rijtuig, vindt hier een
aantal koetsjes. Een markante plaats neemt verder de Monopteros uit 1830 in, een
Grieks bouwwerk met een Ionische zuilenrij van de hand van Leo von Klenze. Het
gebouwtje staat op een heuvel.
Terug in de Altstadt zoek ik het alom bekende HOFBRAUHAUS op. Daar is het al een
komen en gaan van buitenlandse toeristen. De décolletés van de serveersters zijn
diep uitgesneden, wat hun zwoegende, roomblanke boezems goed doet uitkomen. Een
hoempapa – orkest (laten we het maar een hofkapel noemen) houdt er de sfeer in.
Bijna iedereen zit er gemoedelijk aan het bier, halve en hele liters wel te
verstaan. In en om deze bierkelder, het Walhalla van het Bierwezen, domineert
het geknauwelde Engels van de Amerikanen. Waarom moet dit volk in het openbaar
altijd zo hard spreken?

Hofbräuhaus
Dé toeristische trekpleister voor dorstige kelen is het met vlaggen versierde
Hofbräuhaus aan Am Platzl. Deze hofbrouwerij stamt uit 1644 en wordt dagelijks
druk bezocht. Als brouwerij is het complex al lang niet meer in gebruik.
Het Hofbräuhaus is een gezellig lokaal, dat uit diverse grote zalen en een
Biergarten met fontein bestaat. Het bier vloeit er rijkelijk en er wordt
luidruchtig gesproken. De begane grond biedt plaats aan wel 1000 mensen, die aan
lange houten tafels zitten, zingen en hossen. Muziekkapellen en dansgroepen
verhogen de sfeer. Behendig lopen kelners en serveersters met volle dienbladen
met grote pullen bier tussen de bezoekers door. Op hoogtijdagen is het bier
nauwelijks aan te slepen. In de zomer kunt u verkoeling zoeken in de lommerrijke
Biergarten. Op vrijdag wordt het lokaal bezocht door in Lederhosen gestoken
mannen, die ieder hun eigen bierkruik van een liter hebben. Deze grijze 'Masskrüge'
worden gehuurd, zijn genummerd, en hangen naast elkaar in lange rekken. Met een
eigen sleutel kunnen de mannen hun kostbare bezit te pakken krijgen. 1000 liter
bier kan er in één keer getapt worden, als alle eigenaren aanwezig zijn. De
buurt rondom Am Platzl heeft nog meer te bieden dan het Hofbräuhaus alleen. U
vindt er veel restaurants en cafés. In het gele Orlandohuis uit 1899 kunt u
sfeervol eten en in de kleine straatjes met 19e-eeuwse huizen in eclectische
stijl is het goed toeven.
Hofbrauhaus
(München)
Een van de beroemdste bierhuizen ter wereld
Al in 1589 liet
hertog Willem V van Beieren een eigen Hofbrauhaus (hofbrouwerij)
openen in München, vlak bij zijn residentie. In de 19e eeuw was deze
brouwerij uitgegroeid tot een groot bedrijf, dat inmiddels ook het
publiek bediende. Om tegemoet te komen aan de stijgende vraag werd
in 1897 vlak bij een veel grotere bierkelder geopend, in Beierse
bouwstijl, die wereldberoemd zou worden.
In de loop der
jaren kwamen hier beroemde gasten: Wolfgang Amadeus Mozart, de
Oostenrijkse keizerin Elizabeth (Sisi), en Lenin en zijn vrouw. Deze
laatste schreef: "We bewaren vooral heel goede herinneringen aan de
hofbrouwerij, waar het heerlijke bier alle klassenverschillen
uitwist." De beruchtste bezoeker van dit bierhuis was zonder twijfel
Adolf Hitler, die in november 1921 een toespraak afstak voor een
gezelschap mensen van verschillende politieke signatuur. Daarop brak
een grote vechtpartij uit tussen de aanhangers van de rivaliserende
partijen. Hitler beschreef de gebeurtenissen op deze avond later in
Mein Kampf als de 'vuurdoop' van zijn SA -knokploeg.
Het Hofbrauhaus
wordt wel het grootste bierhuis ter wereld genoemd: waarschijnlijk
terecht, want het biedt ruimte aan circa 30.000 bezoekers. Er worden
verschillende soorten licht en donker Beiers bier getapt, in pullen
van een liter. Daarbij serveert men plaatselijke specialiteiten,
zoals Weisswurst naar eigen recept. De aanwezigheid van een
hoempaband, serveersters in traditionele klederdracht en vrolijk
gezang bevorderen de Gemütlichkeit. Hoewel naar men zegt de helft
van de aanwezigen stamgasten zijn, brengen ook veel toeristen een
bezoek aan de hofbrouwerij. |
Daarna volgen de ALTER HOF en de PROMENADEPLATZ, waaraan een van de duurste
hotels van Duitsland ligt. Aan de buitenkant is dat niet direct op te merken.
Een steenworp verder is de bakstenen kathedraal FRAUENKIRCHE met zijn twee
torens met uispitsen, de grootste en belangrijkste kerk van de stad. Van buiten
ziet die er niet mooi uit, afstotelijk zelfs. Het interieur is van betere
kwaliteit, hoewel geen hoogvlieger. Achter in de kerk bevindt zich de opvallende
cenotaaf (grafmonument) van Lodewijk de Beier met veel smeedwerk. In de crypte
liggen Beierse koningen van de Wittelsbacher dynastie begraven.
Frauenkirche
Deze imposante bisschopskerk domineert zonder twijfel het centrum van München.
De twee identieke torens, die bekroond worden door halfronde koperen koepels,
zijn maar liefst 99 meter hoog en torenen overal boven het oude stadshart uit.
De laatgotische, robuuste kerk werd tussen 1468 en 1488 in baksteen opgetrokken
naar ontwerpen van Jörg von Halspach. In de daaropvolgende eeuwen volgden
verscheidene verbouwingen. De vijf portalen tonen medaillons van Ignaz Günther.
Aan de buitenkant zijn langs de wanden oude grafstenen aangebracht, die
oorspronkelijk op het vroegere kerkhof een plaats hadden. Het gebouw werd
tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, waardoor veel kunstwerken
verloren zijn gegaan. Het sobere, hoge interieur oogt op het eerste gezicht niet
erg interessant, maar herbergt toch een aantal bijzondere kunstschatten.
Onmiddellijk rechts van de ingang ziet u bijvoorbeeld een kolossaal grafmonument
voor keizer Lodewijk de Beier van het Huis Wittelsbach. Kijk ook eens in de
zijkapellen, waar fraaie altaarstukken en beeldhouwwerken te vinden zijn. Ook de
glas-in-loodvensters zijn de moeite waard. In de crypte zijn graven van
aartsbisschoppen te zien en in de naastgelegen ruimtes zijn verschillende telgen
van het Huis Wittelsbach begraven.
Mooier is de Jezuïetenkerk MICHAELSKIRCHE, midden in het centrum. Mooie
barokbeelden in het witgepleisterde interieur dat bekroond wordt door een
tongewelf. In de crypte liggen keurvorsten en o.a. de gekke, wereldvreemde
sprookjeskoning Ludwig II begraven.
St. Michaelskirche
Dichtbij het Jachtmuseum ziet u de jezuïetenkerk van de heilige Michaël, in
renaissancestijl met twee barokke portalen (Neuhauserstrasse). In de nissen zijn
beelden geplaatst. In het midden prijkt een barokke bronzen beeldengroep van de
aartsengel Michaël in gevecht met de duivel. Het bouwwerk werd in opdracht van
paltsgraaf Wilhelm de Vrome gebouwd als reactie op de Reformatie. De vechtende
Michaël die met zijn zwaard ten strijde trekt, ondersteunt de gedachte van de
Contrareformatie. De afbeeldingen in het witgepleisterde interieur weerspiegelen
dezelfde gedachte. Kijkt u bijvoorbeeld eens naar de voorstelling van het
schilderstuk van het hoofdaltaar, waar opnieuw de heilige Michaël in gevecht met
de duivel is.
Maar liefst drie architecten zijn betrokken geweest bij de bouw van de kerk,
waarvan Wolfgang Miller de belangrijkste was. Bij de bouw heeft hij zich laten
inspireren door de kerk Il Gesu te Rome. Let u eens op de enorme ruimtewerking
van het schip, die door de hoogte en het eenvoudige tongewelf benadrukt wordt.
Het tongewelf overspant maar liefst 20 meter en is slechts 24 cm dik. Alle ogen
zijn gericht op het koor, dat dooreen triomfboog en een tongewelf extra aandacht
krijgt. In de crypte onder de koorruimte liggen veertig leden van het Huis
Wittelsbach begraven. U treft er onder andere de graven van keurvorst Maximilian
1 en koning Ludwig II aan. Tot slot zijn de barokke altaren in de zijkapellen de
moeite waard.
Nog twee kerken volgen. De DREIFALTIGKEITSKIRCHE is klein, maar bijzonder rijk
geornamenteerd in barok en rococostijl. Het ligt buiten de toeristische route,
dus het is er aangenaam rustig.
Tenslotte de BÜRGERSAALKIRCHE. Jammer genoeg is de bovenkerk gesloten, maar de
benedenkerk is de moeite waard met zijn beeldengroepen van de twaalf staties.
Hier ligt ook het graf van een bekende verzetsstrijder tegen Hitler en zijn
trawanten, een meneer Maier die later zelfs zalig is verklaard.
Bürgersaalkirche
Voorbij de St. Michaëlskirche ligt nóg een kerk, de Bürgersaalkirche met een
boven- en onderkerk. Via twee zijtrappen met twee beschilderde mantelmadonna's,
bereikt u het bovenste deel. Dit gedeelte ziet eruit als een grote, lichte zaal,
die in barokstijl gedecoreerd is met fresco's en schilderijen. De pasteltinten
van de wanden plafondschilderingen komen goed tot hun recht in deze ruime
éénschepige ruimte. Opvallend zijn de Beierse landschapsschilderijen langs de
wanden. De namen van de stadjes en dorpen zijn opgeschreven. Let u eens op de
verzilverde beelden aan het hoofdaltaar met een schildering van de
'annunciatie'. De beeldhouwwerken zijn van Ignaz Günther, afkomstig uit de
Oberpfalz en vanaf 1754 woonachtig te München.
De benedenkerk, een lage, donkere ruimte met tientallen zuilen, is opgetrokken
in Romaanse stijl. Hier vindt u een fraaie kruiswegstatie met beschilderde
houten beelden. Tijdens de kerstdagen is er een grote kerststal te zien. Het
graf van de jezuïet Rupert Mayer, die als verzetsstrijder tijdens de Tweede
Wereldoorlog actief was en in september 1945 is gestorven, bevindt zich in het
midden van de ruimte en trekt veel bezoekers. In 1987 werd hij zalig verklaard.
Ik keer terug naar mijn stationswijk via de KARSLTOR, ook wel STACHUS geheten
hier, waar het grote bekken van de fontein nu volledig aan het oog onttrokken is
door een druk bezochte ijsbaan, omringd door worst-kraampjes. Ik eet er twee
Beierse Weisswürstchen, die me niet zo bevallen. Het velletje is lastig te
verwijderen en eigenlijk niet eetbaar. De poort zelf is nog intact, maar ik vind
hem niet mooi met zijn witte, gekunstelde kantelen.
Karlsplatz
Onder dit drukke plein bevindt zich een groot winkelcentrum met allerlei
eenvoudige eet- en drinkgelegenheden en een paar worstkraampjes. Het plein wordt
in de volksmond 'Stachus' genoemd. Er schuin tegenover ligt het 19e-eeuwse
neobarokke Paleis van Justitie met beelden op de balustrade. In de vorige eeuw
dienden paleizen van justitie groot en voornaam te zijnen hoewel deze kolos
kleiner is dan zijn gelijknamige pendant te Brussel, mogen de afmetingen er toch
zijn. Erachter ligt de oude Botanischer Garten (botanische tuin), die gemarkeerd
wordt door een triomfboog en van 1814 tot 1909 in gebruik was. Omdat de omgeving
rond het Karlsplatz erg druk was geworden, werd er in 1909 een nieuwe botanische
tuin aangelegd in het park van kasteel Nymphenburg. Het huidige uiterlijk van de
tuin dateert van de jaren '30, toen er een café, een paviljoen en een
Neptunusfontein werden opgericht. Oorspronkelijk stond hier een glazen paleis
dat in 1854 als tentoonstellingsruimte gebouwd werd. Zoals alle
tentoonstellingsgebouwen uit die tijd werd dit paleis in glas en staal
opgetrokken, overeenkomstig het Crystal Palace te London waar in 1851 de eerste
Wereldtentoonstelling plaatsvond. Helaas is het paleis in 1931 bij een brand
verloren gegaan, inclusief een aantal op dat moment geëxposeerde schilderijen
uit de Duitse Romantiek, zodat er nieuwbouw voor in de plaats is gekomen.
De derde stadspoort aan het einde van de Neuhauser Strasse is de Karlstor, de
vroegere Neuhausertor die deel uitmaakte van de tweede stadsmuur. In 1319 werd
deze muur aangelegd en in 1791 werd hij in opdracht van keurvorst Karl Theodor
geslecht, waarna de poort de naam Karlstor kreeg. Een verbouwing in de 19e eeuw
is ten koste gegaan van de oorspronkelijke middentoren. Ook deze poort is
onlangs schoongemaakt en ziet er kraakhelder uit. Leuk is de kleine beeldengroep
van drie muzikanten aan de binnenkant van de poort.
AVOND Eten bij de Indiër (Punjabi) en wel palak paneer. Dat is spinazie
met kaas, een vegetarisch gerecht dat ik ook vaak in India gegeten heb. Ik
bestel stoer de “scharfe” versie, dat heb ik geweten! Met basmatirijst erbij en
een glas lassi kost me dat nog geen € 8. Koffie bij Starbucks.

Woensdag 27 december
’s Morgens koop ik bij de receptie een OV - kaart die 3 dagen geldig is. Ik
spring op de tram naar het OLYMPIAGELÄNDE waar de Spelen van 1972 zijn gehouden.
Ik loop er een tijdje rond, maar het is me allemaal te uitgestrekt en ik besluit
om het stadion niet te bezoeken en terug te keren na nog een blik geworpen te
hebben op het BMW – MUSEUM. Dit is te vergelijken met Autostadt van Volkswagen
in Wolfsburg. Het cilindrisch vormgegeven hoofdkantoor in de vorm van een toren
die lijkt te bestaan uit kolommen munten is welbekend.
Olympiapark
Dit werd gebouwd voor de Olympische Spelen van 1972. Nu nog is het stadion met
zijn eigenaardige dakconstructie de grootste attractie. Je kunt er ook genieten
van een openluchtzwembad met ligweide. Voor een uniek uitzicht over de stad en
zelfs de Alpen moet je met de lift in de 290m. hoge televisietoren zijn (Fernsehturm).
Je kunt er ook eten in de ronddraaiende koepel. Het voormalig Olympisch dorp is
nu een universitaire campus.
Na een overstap bereik ik de wijk Schwabing. Ik stap uit bij het station
MÜNCHENER FREIHEIT, waar al kramen in opbouw zijn voor het volk. Nieuws-gierig
loop ik er enkele grote warenhuizen binnen, o.a. de Kaufhof. Ik zwerf kris –
kras door de wijk, overal staan prachtige Jugendstil - panden. In sommige ervan
hebben beroemde persoonlijkheden gewoond. Zo kom ik langs het huis waar een
zekere heer Meyer in het begin van de twintigste eeuw een kamer betrok. Achter
die naam ging Wladimir Iljitz Oeljanov, ofwel Lenin, schuil die van hieruit in
exil zijn opruiende blad Iskra verspreidde. Andere beroemde bewoners van
SCHWABING: Heinrich en Thomas Mann, Henrik Ibsen, Frank Wedekind, Erich Kästner,
Wassily Kandinsky, Paul Klee. Bertold Brecht kwam hier ook vaak.
Schwabing
Ten noorden van het stadscentrum ligt de oude kunstenaarswijk Schwabing, die al
in de 8e eeuw onder de naam 'Swapinga' bekend was. Schwabing was tot aan het
einde van de 19e eeuw een zelfstandige gemeente en werd bij München gevoegd na
de aanleg van de lange Ludwigstrasse, die overgaat in de Leopoldstrasse. De
driebogige Triomfpoort uit 1850, bekroond door de Bavaria en een vierspan met
leeuwen, markeert de grens met Schwabing en staat bekend als de ‘Siegestor of
Münchener Freiheit'.
Rond het eind van de 19e eeuw breidde de wijk zich snel uit, wat nog te zien is
aan de fraai onderhouden jugendstilpanden. Begin 20e eeuw werd Schwabing een
geliefde plek voor schrijvers, kunstenaars en musici De lommerrijke
begraafplaats Alter Nördlicher Friedhof telt vele prominenten. Een mooi bronzen
reliëf opgedragen aan een plaatselijke schilder door alle kunstenaars van
München, bevindt zich aan een lange muurzij de van het kerkhof.
Ik blijf even hangen in de relatief sobere kerk van SANKT URSULA. Even eerder
heb ik vol bewondering stilgestaan voor de villa van de advocatenpraktijk van
Staatsanwalt Von Schirach / Von Schirach (waar ken ik die naam toch van?) die in
schitterende art nouveau – stijl is opgetrokken. Aan de boulevard LEOPOLDSTRASSE
zijn nog terrassen open, daar drink ik een kopje koffie. Het is zonnig weer en
de staalblauwe hemel nodigt uit tot fotograferen. Even verderop staat een 10
meter hoog wit beeld van THE WALKING MAN tussen de bomenrij en de flats in. Even
later duik ik weer de metro in.
Ten zuidoosten van het centrum kom ik in GEISING boven de grond, maar ik neem de
verkeerde uitgang waardoor ik enigszins gedesoriënteerd ook de verkeerde
richting naar het kerkhof neem. Al snel heb ik dat in de gaten. In een bakkerij
waar ik koffie drink wijst men mij de juiste weg. Van dit gedeelte van München
heb ik geen gedetailleerde kaart, vandaar dat ik de weg kwijtraakte. Ik loop
door een multiculturele wijk, waar naast de autochtone bevolking vooral veel
Turken wonen. De lokale McDonalds maakt er zelfs reclame in het Turks. Het ziet
er allemaal heel netjes uit, nergens is sprake van verloedering of slecht
onderhoud.
Het OST – FRIEDHOF is enorm omvangrijk. Ook hier stammen de meeste graven uit
het begin van de vorige eeuw. Het is er lekker vredig. De hoofdingang bestaat
uit een geelachtig monumentaal gebouw en lijkt een beetje op een vooroorlogs
badhuis. Van binnen ziet het er meer uit als een Pantheon met aan de vier zijden
een stenen tafel (letterlijk) om de verschillende lijken van overledenen of
misschien wel de kisten op te baren.

Ik keer terug met de tram naar het Sendlinger Tor waar ik te voet naar de
BEETHOVEN PLATZ ga, weer een kolossaal beeld. Even verderop na stille straten
met villa’s en herenhuizen ligt de THERESIENWIESE, een kale uitgestrekte vlakte
met aan de andere kant het wuivende beeld van de Beierse godin Bavaria.
Theresienwiese
Wie het Oktoberfest wil meemaken, moet hiervoor naar de Theresienwiese gaan.
Ooit was het nog een park en deed het zijn naam 'Wiese' (weide) eer aan. Nu is
het getransformeerd in een betonnen vlakte, waar elk jaar rond eind september
tot begin oktober een groot bierfeest wordt gehouden, dat qua grootte alle
andere festijnen overtreft. Wie dan in München wil overnachten, moet lang
tevoren een reservering hebben gemaakt. In de wijde omtrek is elk beschikbaar
kamertje volgeboekt. In grote tenten staan lange houten tafels opgesteld, waar
het bier in glazen en 'Krüge' van 1 of 2 liter wordt aangesleept. Traditionele
blaaskapellen, Lederhosenfanfares en zang- en dansoptreden verhogen de sfeer.
Buiten staan worstkraampjes en snacktenten. Ook is er een kermis waar jong en
oud zich vermaakt.
Het gras heeft hier plaats moeten maken voor gemarkeerde betonplaten waarop
straks de feesttenten en kermisattracties strak geordend komen te staan. In het
midden van die betonzee zit een studente op een visstoeltje in het milde
winter-zonnetje een dik boek te lezen. Ik steek de vlakte over en maak foto’s
van BAVARIA (je kunt er met een trap naar de top) en de RUHMESHALLE, een Grieks
aandoend halvemaanvormig gebouw, een Ahnengalerie met bustes van bekende Beierse
persoonlijkheden waarvan ik er geen enkele ken. Ik loop naar even door het
permanente dorp van feesttenten en kramen die in een hoek van het reusachtige
terrein ligt. Men is daar voorbereidingen aan het treffen voor de
feestelijkheden die er van Oud op Nieuw zijn, Sylvester zoals men hier zegt.
Ruhmeshalle
De grote Ruhmeshalle achter de Bavaria dateert van 1843-1853 en heeft robuuste
marmeren Dorische zuilen. De hal strekt zich over drie vleugels uit. De
ontwerper was de hofarchitect Leo von Klenze die altijd gehoor gaf aan de
voorkeur van koning Ludwig I voor Griekse bouwwerken. Hier vindt u maar liefst
84 busteportretten van beroemdheden die zich voor Beieren hebben ingezet. Tien
portretten dateren van na de jaren '60 van de vorige eeuw toen het bouwwerk
gerestaureerd is.
De PAULS KIRCHE ligt vlakbij. Ik vind het van buiten een mooie, neogotische
kerk, gebouwd zo rond 1900, die tot mijn verbazing in geen enkel toeristische
gids vermeld wordt. De laagstaande zon maakt het licht in de kerk bijzonder
sfeervol en mysterieus. Ik ben er de enige bezoeker. Van binnen is de kerk
tamelijk kaal en leeg, maar dat komt misschien doordat ik de overdaad van al die
rococokerken de afgelopen dagen gewend ben geraakt.
Het is zo langzamerhand tijd om terug te keren naar mijn Bahnhof (lekker vette
braadworst en frites met mayo aan een stalletje en sterke koffie bij Starbucks)
en Hotel Condor.
AVOND Ik ga niet meer uit eten, die braadworst en friet zijn genoeg
geweest. Om precies acht uur bel ik Clim op. De twee minuten dat ik met hem in
gesprek ben kosten me € 2,80. Op de tv bekijk ik de films Saturday Night Fever
(met John Travolta) en een film met James Bond, The Golden Gun of zoiets. Beide
films kijk ik niet af.
Donderdag 28 december
Al om half tien met de tram op weg naar het paleis NYMPHENBURG. Het is
behoorlijk koud buiten, net boven het vriespunt. Het paleis zou een tegenhanger
moeten zijn van Versailles, maar kan die pretentie niet waarmaken. Van buiten
ziet het er niet echt aantrekkelijk uit. Ik ben er al om tien uur. Er zijn dan
al bussen gearriveerd vol drommen verrukte en gespannen Italianen die zich
verheugen op het absolute hoogtepunt van deze excursiedag, het droompaleis van
koning Ludwig II, Neuschwanstein dat in de namiddag op het programma staat. Het
Nymphenburg is slechts een opwarmertje, een voorproefje van wat hen later te
wachten staat. Enfin, ik volg de kinderlijk opgewonden zuider-lingen niet naar
binnen en bekijk enkel de buitenkant die met zijn grauwe kleur behoorlijk
tegenvalt. In de tuinen en het uitgestrekte park met talloze vijvers zijn alle
mooie barokbeelden omhuld door houten beschermingskisten, waardoor ze op
wachthuisjes lijken. Ik loop me warm over de berijpte paden, langs half met ijs
bedekte sloten en snel vlietende beekjes vol eenden, ganzen (waarschijnlijk uit
Siberië of Noorwegen afkomstig) en tientallen zwanen.
Schloss Nymphenburg
Wie vanaf de tramhalte de statige oprijlanen van Schloss Nymphenburg inloopt,
ziet in de verte het riante zomerpaleis van de leden van het Huis Wittelsbach
schitteren in de zon. Automobilisten kunnen hun auto dicht bij het kasteel
kwijt. Echt mooi ziet het slot er eigenlijk niet uit, maar wel indrukwekkend. De
langgestrekte witgrijze gevelwand van 600 meter, die opgedeeld wordt in lagere
en hogere panden, vertoont nauwelijks reliëf en ook de kille kleur van het
bouwwerk verhoogt de sfeer niet. De binnenkant van het slot is een bezoek meer
dan waard. De zalen zijn uitgerust met prachtige meubels, fijn porselein en
aardewerken de wanden zijn behangen met gobelins. Bijzonder fraai is de Festsaal
met rococostucwerk en fresco's van Johann Baptist Zimmermann en zijn zoon Franz.
Ook de slaap- en woonvertrekken zijn een lust voor het oog. In het kasteel zijn
verschillende kunstverzamelingen ondergebracht. Zo treft u in het slot het
Museum 'Mensch und Natur' aan. De Galerie in de noordvleugel biedt een overzicht
van het 18e-eeuwse kasteel en slotpark. Hier treft u fraaie prenten aan die de
geschiedenis van het slot verduidelijken. In de zuidvleugel vormt het Chinese
lakkabinet een hoogtepunt. In deze vleugel zijn ook oude prenten en schilderijen
tentoongesteld met voorstellingen van de kastelen van het Huis Wittelsbach.
Voorts bevinden zich in de noordelijke rondelen het Porseleinmuseum en in de
zuidelijke het Marstall - Museum met een collectie sleeën en pronkwagens.
 |
 |
Slot Nymphenburg
Dit schitterende
slot met zijn paleistuinen is een van Münchens grootste juwelen
Nymphenburg
werd in 1664 gebouwd in opdracht van de Beierse keurvorst
Ferdinand Maria, ter gelegenheid van het huwelijk van zijn zoon
Maximiliaan II Emanuel. Oorspronkelijk omvatte het gebouw niet
veel meer dan een uitgebreide villa in Italiaanse stijl maar
geleidelijk zou het zich ontwikkelen tot het schitterende
zomerpaleis van de Beierse vorsten uit het geslacht Wittelsbach
- een plaats waar het aangenaam toeven was, ver weg van de
bestuurlijke residentie in de stad
Aan het
begin van de 18e eeuw voegde Max Emanuel vier paviljoens toe,
die door elegante arcades verbonden waren met het paleis. Het
schitterend gedecoreerde interieur geeft blijk van een voorkeur
voor de rococostijl, die toentertijd in Zuid-Duitsland zeer
geliefd was. Met name vermeldenswaard zijn de fresco's van de
hand van Johann Baptist Zimmermann, voltooid in 1756. Ze
verbeelden taferelen uit de klassieke mythologie, zoals de godin
Flora en haar nimfen (waaraan het slot zijn naam ontleent).
Controversieel was de Galerie der Schonen, geschilderd in
opdracht van Lodewijk I. Hier schilderde J. Stieler tussen 1827
en 1850 de 36 mooiste vrouwen uit die tijd; een van hen was de
courtisane Lola Montez, met wie de koning een verhouding had,
wat tot een schandaal leidde.
In de
nabijgelegen koninklijke stallen is een aantal oude koetsen en
rijtuigen uitgestald, waaronder de Parijse kroningskoets uit
1742, en de rijtuigen en sleden die Lodewijk II gebruikte
tijdens de nachtelijke ritten tussen zijn Beierse kastelen. Op
het terrein van het slot stond ook een porseleinfabriek; in het
museum is een schitterende porseleincollectie te zien. In de
uitgestrekte paleistuinen rond Nymphenburg bevinden zich verder
een jachtslot (Amalienburg), een sierlijke pagode, een
schitterend badhuis en de Magdalenaklause, waarin men zich kon
terugtrekken voor gebed en stille overpeinzingen.
München: Nympbenburg
Locatie: 3 km ten wester van
het stadscentrum
Schloss Nymphenburg is het
gemakkelijkst bereikbaar via de Auffahrtsallee, langs het kanaal
dat van het ccntrum van München tot aan de cour d'honneur van
het paleis zelf loopt. Het
centrale deel van het paleis
is compact en sober, met zijn Korinthische façade en
grijsgeschilderde muren, terwijl in de omringende
halfcirkelvormige tuin een reeks elegante paviljoens staat die
in een vrolijk geel geschilderd zijn. Wanneer men onder de
zuilengangen door loopt die het paleis met de vleugels
verbinden, valt vooral de soberheid op van de formele tuinen.
Die soberheid is echter een illusie: oorspronkelijk waren de
tuinen ontworpen in de stijl van de Franse parterres. Aan de
buitenkant van de formele tuinen liggen kleurige bloembedden,
het enige tastbare bewijs van modern tuinbouwkundig inzicht. In
1660 begon men met de aanleg van de tuinen, mar ze werden
opnieuw vormgegeven door Dominique Girard voor keurvorst
Maximiliaan, die de tuinen van het paleis van Versailles
bewonderde. Maximiliaan liet het theehuis Pagodenburg in
oosterse stijl bouwen (1716), gevolgd door het badhuis Badenburg
(1718) en de hermitage Magdalenenklause (1725). Dit zijn, samen
met het elegante, roze-witte Amalienburg, een jachthuis dat in
1734 werd gebouwd voor Maria Amalia van Oostenrijk, de vrouw van
keurvorst Karl Albrecht, de enige 18de-eeuwse gebouwen die
bewaard zijn gebleven. Ook de fraaie urnen en beelden langs de
parterres stammen uit de 18de eeuw.
Friedrich Ludwig von Schell
richtte het formele park aan het begin van de 19de eeuw in als
landschapstuin en legde twee natuurlijk ogende vijvers aan te
midden van de bossen, de Badenburg en de Pagodenburg. Het lange
kanaal dat hier loopt en waarin het paleis fraai wordt
weerspiegeld, liet hij intact. Het is aardig een wandeling te
maken naar de cascades aan het eind van het kanaal. Vanhier kan
men de vormgeving van de tuin, de omvang ervan en de fraaie
formele elementen zoals die vroeger al werden aangelegd het
beste bewonderen. |

Het jachtslot AMALIENBORG (een barokke creatie van de Cuvelliés) is gesloten. Ik
gluur door de ramen om een glimp van het zo bewierookte interieur op te vangen,
maar dat valt tegen, de meubels zijn weggestopt in hoezen en het licht is te
mager om de fresco’s en decoraties aan de muren op gepaste wijze te kunnen
bewonderen.
Amalienborg
Liefhebbers van fantasierijke bouwwerkjes kunnen hier hun hart ophalen. Zo is er
een jachtslot, de Amalienburg, ontworpen tussen 1734 en 1739 door François de
Cuvilliés. Aan de buitenkant van dit suikerzoete bonbondoosje zijn jachtsymbolen
en hertengeweien als stucdecoraties aangebracht. Binnen treft u
jachtvoorstellingen en attributen aan.
Ik neem de tram terug en stap uit bij de AUGUSTINER KELLER, een traditionele
Bierkeller. Het is nog geen twaalf uur, maar in de kleine gelagkamer heerst al
sfeer. Niet direct dat er gezopen en gezongen wordt, maar het zit er wel vol
mensen. De Festsaal is nog dicht en ook de kelder zelf met zijn bierfusten is
niet toegankelijk. Van hieruit loop ik verder de Altstadt in. Overal in de stad
staan manshoge leeuwen, allemaal verschillend beschilderd. Omdat München door
HEINRICH DER LÖWE gesticht is wordt de Koning der Dieren hier als symbool van de
stad beschouwd. In totaal zijn er zo’n 700 over de hele stad verspreid, vooral
op strategische plekken zoals bezienswaardigheden, musea en dure restaurants.
Voort gaat het, weer met de tram naar de Isar Tor. Daar liggen de oudste bruggen
over de Isar met fraaie beeldhouwwerken ervoor.
Ik bezoek het MÜLLER’SCHE VOLKSBAD, een tempel van badcultuur met sauna’s, Turks
bad en Romeins zweetbad, dat in 1901 in Jugendstil gebouwd is. Ik bekijk er de
entreehal en drink er koffie in het stijlvolle café, maar ga niet de zwemhal
binnen. Nieuw in het complex zijn het solarium en de massage- en kapperssalon.
Müllerisches Volksbad
Zonder meer het mooiste zwembad van München is het Müllerisches Volksbad, dat
niet ver van het Museumeiland ligt. De architectuur van het zwembad bevat
Zuidduitse barokstijlelementen en jugendstilornamenten en is een lust voor het
oog.
Op weg naar het DEUTSCHES MUSEUM moet ik door een voetgangerstunnel met heel
aardige graffiti. Deze joekel van een technisch museum ligt op een eiland in de
Isar. In 1981 heb ik het al eens samen met Jos Manders bezocht. Ik drentel wat
rond bij de ingang en merk dat het veel belangstelling van de toeristen trekt.
In mijn reisgidsen van München en Beieren is dit gebouw / deze attractie met de
Alte Pinakothek de enige die met drie sterren gehonoreerd wordt. Enigszins
overdreven lijkt me, hoewel de collectie inderdaad zeer uitgebreid is en met
typisch Duitse Gründlichkeit samengesteld.
Deutsches Museum
Op een eiland in de Isar, het zogenaamde 'Museumsinsel', vindt u een aantal
musea, die de moeite van een bezoek waard zijn. Allereerst het kolossale
Deutsches Museum, dat in 1903 werd opgericht door Oskar von Miller en op
technisch en natuurwetenschappelijk gebied zowat alles in huis heeft wat de
liefhebber zou wensen. U kunt er alles te weten komen over spoorwegen, motoren,
telecommunicatie en elektronica. In de bibliotheek zijn meer dan 800.000
naslagwerken en tijdschriften te raadplegen.
Forum der Technik Naast het Deutsches Museum treft u het Forum der Technik aan,
gehuisvest in de vroegere congreshal van dat museum en onderdeel daarvan. Ook
hier zijn grote expositieruimtes en conferentiezalen ingericht. Een speciale
attractie vormen het IMAX Theater en het Zeiss - Planetarium. In het IMAX -
Theater worden op grote schermen (natuur)films vertoond, De meeste zijn in het
Duits nagesynchroniseerd, slechts een enkele film wordt in de oorspronkelijke
taal getoond met Duitse ondertiteling.
Ik stoot geheel toevallig op een JAPANS RESTAURANT waar men voor 8 euro een
lunchbuffet van sushi aanbiedt. Daar ben ik als smulpaap wel voor te porren. De
ene na de andere heerlijke vissnack glijdt op kleine bordjes op een
roestvrijstalen transportband aan mij voorbij. Ik laat het mij goed smaken. Na
die schranspartij keer ik terug naar het Volksbad, het Deutsches Museum en het
Maximillianum (eerder al bezocht) om die vol in het zonlicht te kunnen
fotograferen. Toevallig kom ik voorbij een kerk die ten onrechte nergens in mijn
boeken staat vermeld. Het is de SANKT LUKAS KIRCHE, een evangelische kerk uit
1896 (de koepel en de torens zijn pas in 1906 klaargekomen) die de tweede
wereldoorlog in vrijwel ongeschonden staat is doorgekomen. Van binnen tamelijk
sober en eenvoudig zoals het protestantse bedehuizen betaamt, maar heel
aantrekkelijk met haar ronde middenschip en haar donkere nissen.
Een uurtje sla ik dood in het MUSEUM FÜR VÖLKERKUNDE. Het is een mooi gebouw met
atlanten die het fronton aan de ingang dragen. De afdelingen die ik er bezoek
vallen tegen, alleen die van India en Zuid – Azië zijn enigszins de moeite
waard. Een dergelijke armzalige expositie ben ik van de Duitsers niet gewend.
Völkerkunde Museum
Het Ethnografisch Museum biedt uitgebreide verzamelingen uit Oost - Azië,
Zuid-Amerika en Afrika. Het kolossale gebouw is geplaatst temidden van groen
-stroken met struiken en bloemen en standbeelden. Het portaal wordt ondersteund
door zware atlanten. 'Meinem Volk zu Ehr und Vorbild' staat op de gevel
geschreven; een opvoedkundige opmerking van de koning zelf.
Ik vervolg mijn weg naar de binnenstad over de koopstraat MAXIMILLIAN STRASSE
met haar dure winkels (ik zie Versace, Dior, Gucci en andere merken) en Die Vier
Jahreszeiten, een duur Kempinski Hotel. Dwars door het drukke centrum vol
winkelende voetgangers en etalagekijkers loop ik naar de Karlstor.
Onderweg ontdek ik nog de AUGUSTINER BRÄU (niet te verwarren met de Augustiner
Keller), waar ik koffie drink. Het is een soort Hofbrauhaus, alleen wordt er
hier meer gegeten. De plafonds zijn er niet zo hoog, de zaaltjes kleiner, de
sfeer is hier minder gemoedelijk en gejaagder. Het is er vergeven van
luidruchtige toeristen. Ik voel me er echt niet thuis en zoek al gauw de
buitenlucht weer op.
Augustiner Bräu
En na het bezichtigen van al die kerken, kan een bezoek aan een echte Münchner
Bierhalle natuurlijk niet uitblijven. Deze fraaie eet- en drinkgelegenheid,
schuin aan de overkant, werd in 1803 opgericht. De tafels buiten en binnen zijn
bijna de hele dag door bezet en het is er een komen en gaan van mensen.
Serveersters in Dirndl en kelners in zwart en wit lopen af en aan. Het fraaie
gewelfde interieur telt een aantal donkerhouten zalen, die versierd zijn met
planten, schilderijen en hertengeweien. Het restaurant is gedeeltelijk
ondergebracht in een ruimte die bekroond wordt door een grote glazen koepel.
Hier treft u vogelkooitjes met plastic vogels, schelpenfonteintjes, plastic
bloemenslingers en klassieke sculpturen aan. De gevels rondom de gezellige
Biergarten zijn versierd met barokke muurschilderingen. In de Augustiner Bräu
kunt u goed en niet duur eten. U hebt er een grote keuze aan traditionele
Beierse gerechten.
AVOND Ik winkel bij de Aldi, waar ik Schwarzwalder Schinken en worst insla voor
thuis. Aan een kraampje eet ik nog wat scharfe Würstl. Verder schuim ik nog
enkele etnische winkeltjes af, zoals een Iraanse supermarkt en een Somalische
winkel-van-sinkel.

Vrijdag 29 december
Met de tram naar de ENGLISCHER GARTEN, waar ik door de kille ochtendmist over
verijsde paden en berijpte weiden naar de CHINESISCHER TURM loop. Die is omringd
met zuip- en vreetkraampjes en een kleine kermis met o.a. een carrousel. In de
winter zijn de theetuin en de Biergarten uiteraard niet open. Ik loop het park
door en verken een gedeelte van de wijk SCHWABING. Van het oorspronkelijke
plattelandsdorp zijn nog maar enkele huisjes over. Ik kom langs een gigantische
ommuurde villa die blijkens het naambordje toebehoort aan Herr Dokter Diplom
Ingenieur Professor Egon Müller en Frau Dokter Hannelore Müller. Het stadhuis
(waar net getrouwd wordt) en de onaanzienlijke kerk SYLVESTER KIRCHE liggen
vlakbij. Een basisschool valt op door het overweldigend rijke barokke portaal in
een overigens saaie gevel. Ik kom weer uit bij de Münchener Freiheit met zijn
Jugendstil en tal van theatertjes, nachtclubs en cabarettentjes(vroeger was
Schwabing echt een uitgaanswijk waar het allemaal gebeurde), drink koffie in een
moderne tent (20 soorten koffie) en duik de metro in richting NORD FRIEDHOF.
München: Englischer Garten
Locatie: ten noordoosten van het
stadscentrum
Dit 370 ha grote openbare park werd vanaf 1789
aangelegd door Friedrich Ludwig von Schell en de Amerikaanse graaf
Rumford voor keurvorst Karl Theodor (van Schwetzingen). Het park
begint bij het paleis in het stadscentrum, en strekt zich over 5 km
uit in de richting van de rivier de Isar. De Englischer Garten werd
aangelegd voor publieke recreatie en kan worden
beschouwd als het oudste openbare park van
Duitsland. Het is niet verbonden aan een paleis of een openbaar
gebouw: het landschap is het monument waar het om draait. Het park
is fraai vormgegeven in de Engelse landschapsstijl, met groepen
beuken die tot in het rivierdal staan. Schell gebruikte de rivier
ook om bijvoorbeeld een grote waterval te maken. Hij was een
leerling van de Engelse landschapsarchitect 'Capability' Brown en
hield van het neoclassicisme: in het park staan geen kneuterige
gebouwen of exotische monumenten.
Het meest harmonieuze gebouw is de Monopteros,
een Witte tempel op een steile kunstmatige heuvel die door Lodewijk
I in 1837 werd gebouwd. De Ionische zuilen steunen een versierde
fries en cupola. Minder passend is de hoge houten Chinese toren, die
in 1789 werd gebouwd en vijf verdiepingen telt. Hij is bekroond met
een koperen koepel en daar bovenop is een dennenappel geplaatst. Op
het terrein rond de toren vestigden zich veel restaurants en cafés.
Vlak bij het paleis vindt men een moderne Japanse theetuin. Hij werd
aangelegd in de tijd van de Olympische Spelen in München (1972) en
past niet echt in de Englischer Garten, maar toch komen er veel
mensen. |
Er tegenover ligt een GRIEKS ORTHODOXE KERK, wit gesausd met blauwe koepeltjes,
die ik binnenga. Daar blijkt een dienst aan de gang te zijn, dus ik maak er geen
foto’s en blijf een tijdje de handelingen van de voorganger (de pope) en het
vroom biddende volk gadeslaan. Het ziet er allemaal veel minder blinkend en
minder druk uit dan in Russisch orthodoxe kerken.
Het kerkhof heeft een gigantische kapel, het lijkt meer op een kerk met een
koepel. De meeste graven zijn er neergezet op het einde van de negentiende en
aan het begin van de twintigste eeuw. Er ligt nog een opvallend monument van
oud-strijders met een ouderwetse houwitser op de top. Verder is er niet veel
aparts te ontdekken.
Mijn volgende bezoek geldt de NEUE PINAKOTHEK die ik per metro bereik. Het is
een mooi modern gebouw (van binnen tenminste) waar de verschillende lagen
harmonisch in elkaar vloeien door middel van Rampes (hellende vlakken). De
tentoongestelde kunst kan me minder bekoren. Ik had veel impressionisten
verwacht (het museum richt zich op de negentiende eeuw), maar van al die bekende
kunstenaars hangt er slechts een schijntje: één Renoir, één Degas, één Monet,
één Cézanne, een Matisse … Wel hangt er het dure Zonnebloemen – doek van Vincent
van Gogh. Enfin, al na een uurtje zit ik koffie te drinken in het Jugendstil –
CAFÉ ROMA dat bij het museum hoort. Ik vind dit het beste gedeelte van het
gebouw. De bezoekers bestaan voornamelijk uit kunstminnende Amerikanen en
Japanners. De laatsten reizen tegenwoordig steeds vaker alleen, dit in
tegenstelling tot vroeger toen je ze alleen maar in gesloten formatie volgzaam
en dociel gidsen met gekke hoedjes op en opgestoken paraplu’s op de voet zag
volgen. De jongere Japanners zijn ook een stuk groter en forser dan hun oudere
generatie zo te zien. Sommige spreken zelfs Engels!

Neue Pinakothek
Dit grote bouwwerk tegenover de Alte Pinakothek, dat eveneens omgeven wordt door
uitgestrekte groenpartijen, herbergt kunstwerken uit de periode 1800-1920. De
schilderijenverzameling bevat onder andere werken van de Duitse kunstenaars
Arnold Böcklin, Anselm Feuerbach en Hans von Marées. Verder treft u er
impressionistische schilderwerken van Franse en Oostenrijkse schilders aan. Let
u ook eens op de vormgeving van het gebouw, dat tussen 1975 en 1981 door
Alexander von Branca ontworpen is. De architect is erin geslaagd de grootte van
het gebouw te maskeren door gebruik te maken van een hoge glaswand bij de
ingangspartij en de gevel te onderbreken door middel van smalle
rondboogvensters.
Paul Cézanne, Vincent van Gogh, Wass. Kandinsky
Ik heb tijd over, dus loop ik nog even door naar de WEST FRIEDHOF. De meeste van
de graven zijn daar geruimd, waardoor de zerken heel ver van elkaar af staan. Er
tussenin groeit gras en staan naar schatting een eeuw oude bomen. Het is meer
een wandelpark geworden. Ik tref er zelfs joggers en trimmers aan. Ernaast ligt
een speeltuin waar het zeurende gejengel van de kinderen de stilte van de
knekelhof verscheurt. Nabij ligt nog de vorige-eeuwse, opvallend gele ST.
JOSEPHS KIRCHE.
Op de terugweg naar mijn Bahnhof maak ik in de buurt van het Köningsplein een
tussenstop bij de LENBACH VILLA, een museum voor moderne kunst. Het gebouw oogt
aardig, duidelijk door Toscaanse palazzi geïnspireerd, de okergele buitenwanden
zijn gedecoreerd met Griekse beelden en de entreehal bevat reliëfs. . Ik bekijk
de collectie (met o.a. Klee en Kandinsky uit zijn Der Blaue Reiter – periode met
Franz Marc, maar ook meer moderne jongens zoals Joseph Beuys en Andy Warhol)
niet, maar rook alleen een sigaretje op een bankje in de zon. De Jugendstil –
verzameling schijnt er heel interessant te zijn, maar nu heb ik er even geen
behoefte aan.
Lenbachhaus
Na afloop van de bezichtiging kunt u in het bijbehorende café of in de
sfeervolle Italiaanse tuin met beelden en een vijver met fontein pauzeren.
Rondom de tuin zijn bankjes geplaatst en bij mooi weer kunt u uw bestelling op
een dienblad mee naar buiten nemen.
AVOND Eenmaal terug in het centrum eet ik een Schnitzel bij het
restaurantketen WIENERWALD. Ik word er bediend door een Aziatische. Ik raak met
haar in gesprek en raad meteen goed dat zij uit de buurt van Chiang Mai in
Thailand komt. Zij werkt al 6 jaar in Duitsland. Haar verdiensten spaart zij en
stuurt zij regelmatig op naar het thuisfront. “So ist unsere Kultur”, zegt zij
enigszins verontschuldigend.
Dinsdag 2 januari
Mijn laatste volle dag in deze stad. Ik besluit met de S-Bahn naar het dorp
Schleissheim 10 km ten noorden van München te gaan. Daar moet ik een kwartiertje
tegen de storm in tornen (de paraplu was door de felle winstoten onbruikbaar) om
de drie paleizen te bereiken. Ik kom als eerste bezoeker van de dag even na
tienen het ALTES SCHLOSS binnen, waar ik vriendelijk door een verbaasde
receptioniste wordt ontvangen. Ik bekijk er een expositie van religieuze
katholieke volkskunst uit alle landen van de wereld. Vooral de creaties
(voornamelijk beelden, kruisen, staties en kerstkribben) in papyrus, riet,
adobe-klei, maïsbladeren en papier-maché uit Peru en Mexico vind ik heel mooi.
Er is ook een permanente tentoonstelling over het oude Pruisen. De bewoners
blijken eigenlijk oorspronkelijk tot een Baltische stam te behoren. Veel
aandacht voor militaire geschiedenis en het lot van de verdrevenen na de Tweede
Wereldoorlog.
In het NEUES SCHLOSS met een classicistische façade is alles wit gepleisterd, er
is bijna geen kleur te bekennen in de zalen en kamers die vooral door donkere
portretten zijn opgefleurd. Wel veel barok stucwerk aan de wanden, gemaakt door
kunstenaars van naam waaronder de gebroeders Asam. Er staan nergens meubels. Het
beste bevallen me de in geel marmer uitgevoerde zuilenhal, het uitbundige
trappenhuis en de zalen met Vlaams / Brabantse wandtapijten. Jammer genoeg is er
te weinig licht om er optimaal van te kunnen genieten. In en rond de zalen van
de Schlosskapel word ik hinderlijk gevolgd door een dikbuikige suppoost. Denkt
die soms dat ik een kunstvandaal ben met een mes onder zijn jas verborgen? Het
lijkt er wel op. Als ik het complex na twee uur verlaat heb ik nog geen tien
mede-bezoekers gezien.
Achter dit paleis strekt zich een groot SCHLOSSPARK in verschillende stijlen
uit: stukje baroktuin met veel beelden, stukje geometrische Franse tuin, maar
ook een gedeelte in Engelse landschapstijl. Aan het einde ligt het kleine
jachtslot, het zogenaam-de LUSTSCHLOSS, dat ik vanwege het slechte weer maar
niet bekijk.

Schloss Schleissheim
Net zoals Nymphenburger Schloss is ook dit een buitenverblijf van de voormalige
vorsten van Beieren. Het zijn opnieuw de Wittelsbachers die opdracht gaven tot
de bouw van dit kasteel. Het bestaat uit twee delen waarvan het Neues Schloss
het spectaculairst is. Dit kasteel werd gebouwd in de 18de eeuw. In de Franse
tuin staat het 'Lustheim' waarin nu een porseleinmuseum is gevestigd.
In een jagende storm van natte sneeuw loop ik naar het S - Bahnstation. Een uur
later sta ik weer in München, waar ik Alaska Lachs met Bratkartoffeln eet bij de
vishandel NORDSEE.
Daarna kan ik direct terecht bij de bioscoop voor de film “THE WHITE PLANET”,
gemaakt door Frans – Canadese filmers. De film gaat over de arctische
dierenwereld, met name de ijsbeer staat erin centraal. De opzet is chronologisch
zoals bij veel natuurfilms: lente, zomer, herfst en tenslotte de barre winter.
Mooie opnamen, dat mag ook wel met de huidige geavanceerde
(computer-)technieken. Veel aandacht voor actuele zaken als klimaatverandering,
opwarming van de aarde, smelten van de gletsjers, afkalving van de Groenlandse
ijskap en inkrimping van de habitat / bioleefwereld van de “ours polair”. Op
National Geographic Channel en Discovery Channel heb ik echter betere
natuurdocumentaires gezien.
AVOND Eerst Turks eten bij een restoran dat THE GOLDEN GLOVES
gedoopt is. De eigenaar blijkt, althans naar eigen zeggen, bokskampioen in zowel
Turkije als Duitsland te zijn geweest. Naast me wordt druk handel gedreven, een
marktstandplaats wordt overgedragen (voor € 1.000) en de overeenkomst wordt met
een contract bezegeld. Ik wijs beide partijen er fijntjes in het Turks op dat
zij het belangrijkste zijn vergeten, namelijk de handtekening onder het contract
te zetten. Ze kijken me aan alsof ze water zien branden. Ik wens hen in het
Turks nog proficiat met de feestdag (het is vandaag Kurban Bayrami, ofwel het
islamitisch Slachtfeest) en verlaat het pand, hen in stomme verbazing
achterlatend.
De rest van de avond zit ik me te verbazen bij de bloederige productie van Mel
Gibson over de Maya – beschaving in Midden – Amerika: APOCALYPTO. Filmisch
indrukwekkend, ontegenzeggelijk, net als zijn voorgaande producties Braveheart
en The Suffering of Christ. De camera staat bijna geen ogenblik stil zodat je de
indruk krijgt alsof je zelf in de maalstroom van die gewelddadige gebeurtenissen
meegetrokken wordt. In de hele film wordt geen woord Engels (laat staan
nagesynchroniseerd Duits) gesproken waardoor een en ander heel authentiek
overkomt. Historisch klopt het echter niet helemaal: de tempels zijn Zapoteeks,
de rituelen van hart uitrukken kwamen voor bij de Azteken, de gesproken Maya –
taal is moderne variant ervan die tegenwoordig in Yucatán wordt gesproken, de
Spanjaarden kwamen pas aan land 7 eeuwen na ondergang van het Maya – rijk. Maar
ja, een kniesoor die daar op let. Recht overeind blijft dat het een spannende,
bloedstollende avonturenfilm is. Afijn, het hele wrede spektakel heeft me
slechts € 5,50 gekost, een vriendenprijs toch?
München: Schloss
Schleissheim en Schloss Lustheim
Locatie: aangegeven in het dorp,
14 km ten noorden van München
Het verrassendste kenmerk van deze twee
prinselijke paleizen in Oberschleissheim is de manier waarop ze
tegenover elkaar staan, met daartussen een formele tuin van bijna 1
km lang. Beide paleizen werden gebouwd door keurvorst Max Emanuel
van Beieren: met de bouw van Lustheim begon men in 1684, met die van
Schleissheim in 1701. Schleissheim wordt ook wel het Neue Schloss
genoemd omdat het voor het oude paleis werd gebouwd, dat nog steeds
bestaat, net als de formele tuin ertussenin.
Schleissheim en Lustheim zijn met elkaar
verbonden door een lang kanaal. Enrico Zuccalli was de ontwerper van
de tuinen. Hij liet het kanaal aanleggen in de modieuze Hollandse
stijl. Het loopt tussen de twee paleizen, rond Lustheim (dat
daardoor op een eiland lijkt te zijn gebouwd) en eindigt in een
waterval voor Schloss Schleissheim. Dominique Girard bouwde de
waterval in 1724 en voltooide de tuinen, die doen denken aan zijn
formele tuin in Augustusburg. Op de hoeken van de langwerpige
parterres liggen grote cirkelvormige vijvers. Langs het kanaal staan
bosquets en vindt men de overblijfselen van formele tuinen. De
parterres van Schleissheim werden opnieuw vormgegeven door Karl
Effner rond 1830, maar men maakte er geen landschapspark van. Daarom
blijft het een van de belangrijkste tuinen uit de vroege Barok in
Duitsland, net als Herrenhausen. |

Woensdag 3 januari
Heel slecht geslapen, ’s morgens moet ik overgeven. De hele dag eet ik niets,
maar ik blijf me niet lekker voelen. ’s Avonds blijk ik ook koorts te hebben,
die de volgende dag trouwens spoorloos is verdwenen. Een onverklaarbare
tijdelijke fysieke inzinking derhalve, maar waardoor?
Uitchecken vormt geen probleem uiteraard, alles is immers al betaald. Even voor
tienen vertrekt de ICE – trein naar Nürnberg. Al twintig minuten van te voren
heb ik me op mijn gereserveerde rokersplaats geïnstalleerd. Er volgt een reis
zonder echte hoogtepunten. De trein bereikt op speciaal daarvoor geprepareerde
baanvlakken weer 300 ‘Stundenkilometer’. In DÜSSELDORF moet ik een uurtje
wachten op aansluiting naar Venlo. Het boemeltje naar die stad zit vol jonge
Duitsers die er hun wekelijkse voorraad Rauschgift / Stuff / Drogen gaan
aanvullen, wat ik opmaak uit hun onderlinge gesprekken.
Eenmaal terug in Nederland staat alles me weer tegen. De trein in VENLO heeft
een kwartier vertraging, wat niet wordt omgeroepen. Laat staan dat ze een
mededeling doen over de oorzaak. Het is spitsuur, maar desondanks verschijnt er
een treintje met veel te weinig capaciteit, het wordt dus duwen en dringen
geblazen. Ik sta opeengepakt met bagage op het balkon tussen de natte
regenjassen. Er is geen conducteur die kaartjes komt controleren. De metalen
plaatjes van noodrem en andere in de coupé zijn gesloopt. Stations waar men
stopt worden niet aangekondigd. En als ik thuis ben in ROERMOND begint het
nieuws op de tv, het zogenaamde zesuur – journaal, om vier minuten over zes.
Kortom, welkom terug in Nederland!
BEROEMDE MENSEN IN MÜNCHEN GEBOREN
- Richard Strauss, 1864-1949, componist
- Franz Marc, 1880-1916, schilder
- Carl Orff, 1895-1982, componist
- Heinrich Himmler, 1900-1945, Nazi politicus\
- Alfred Andersch, 1914-1980, schrijver
|
- Franz Josef Strauß, 1915-1988, politicus (CSU)
- Werner Herzog, 1942, filmregisseur
- Franz Beckenbauer, 1945, voetballer
- Philipp Lahm, 1983, voetballer
|
TYPISCH BEIERS
Dirndl / Weisswurst
/ Lüftlmalerei / Semmel / Lederhose / Maroni / Bierhalle / Stammtisch
/ Oktoberfest / Knödel

GESCHIEDENIS VAN BEIEREN
Grootste deelstaat van Duitsland
In deze Duitse deelstaat, opvolger van het vroegere Koninkrijk Beieren, zijn
zowel stedelijke zones als een dynamisch platteland te vinden.
De zuidgrens van deze deelstaat wordt gevormd door de Beierse Alpen, die in het
westen overgaan in de Allgäuer Alpen en in het oosten in kalkgebergtes. De
Beierse Hoogvlakte loopt vanaf de Alpen geleidelijk af naar de Donau. Het
hoogste deel van dit plateau (650 m) bestaat uit een morenegordel met hier en
daar glaciale meren (Ammersee, Würmsee, Chiemsee). Ten noorden van deze gordel
wordt de topografie regelmatiger, het gebied is bedekt met bossen en weilanden.
Ten oosten van de Lech, waar eveneens bossen en weiden het landschap bepalen,
wordt intensieve landbouw bedreven en bruinkool gewonnen. In het westen en
noorden verrijzen de massieven van het Böhmerwald en het Frankenwald. Het
Zwabisch - Frankische bekken, tussen Donau en Main, kent een milder klimaat dan
het Beierse bekken. Hier vindt voornamelijk wijnbouw plaats. Van een echt
agrarisch gebied heeft Beieren zich ontwikkeld tot een belangrijke
industriestaat (44,6% van de beroepsbevolking). De snelle industrialisering is
te danken aan het beleid van de Beierse regering en aan het feit dat zich hier
na de oorlog veel vluchtelingen gevestigd hebben. Later werden arbeidskrachten
uit het buitenland aangetrokken.
CIJFERS
Oppervlakte: 70.546 km2 / Bevolking: 10.960.000 inwoners
/ Bevolkingsdichtheid: 155 inw. km²
Hoogste punt: 2 963 m (Beierse Alpen) München: 1,3 miljoen inwoners
Neurenberg: 485 717 inwoners
In de schaduw van de Wittelsbacher
Hoewel Beieren noch geografisch noch sociaal een eenheid is, heeft het de
staatkundige eenheid zoals het die geërfd heeft van de Wittelsbacher, de
dynastie die van 1180 tot 1918 over het land geheerst heeft, weten te behouden.
Beieren, oorspronkelijk bewoond door de Kelten, werd eerst door de Romeinen en
later nog door tal van andere indringers bezet. Drie Germaanse groepen vestigden
zich in het huidige Beieren. In het noorden bouwden de Franken dorpen van
vakwerkhuizen. In het zuid-westen bezetten de Zwaben het gebied tussen de Iller
en de Lech. Ten oosten van de Lech vestigden zich de Beieren (de Bavaren)
zuidelijk van de Donau en trokken later naar de Opper-Palts. Beieren kende
verschillende staatsvormen, van koninkrijk tot graafschap, totdat Frederik
Barbarossa het gebied afstond aan paltsgraaf Otto Wittelsbach. Deze familie zou
tot 1918 over het land regeren en er een echte staat van maken. In 1870 stemde
koning Lodewijk II (bouwer van de beroemde kastelen en vriend van Wagner) in met
de toetreding van Beieren tot het Duitse Rijk. Tegenwoordig is de vrijstaat
Beieren qua oppervlakte de grootste en qua bevolking de op een na grootste
deelstaat. De staatkundige eenheid wordt nog versterkt door de duizend jaar oude
culturele eenheid, die met name wordt gekenmerkt door de stevig in het
volksbewustzijn verankerde katholieke traditie.

 |