KLOOSTER MAULBRONN - PALEIS BRUCHSAL
Ga rechtstreeks naar:
VAIHINGEN – MAULBRONN –
BRUCHSAL - TRIFELS -
PIRMASENS
DAG 5: woensdag 23 oktober
|
 |
Verregend Vaihingen
We kunnen weer eens van een ontbijtbuffet genieten. Alle andere gasten, veelal
vertegenwoordigers, zijn al op pad, zodat we de laatste zijn. Er wordt zelfs al
opgeruimd! Jos rekent er met zijn VISA – kaart af. We rijden een stukje terug
naar Vaihingen om de stad even te bekijken, maar dat valt echt in het water. Het
regent zo hard dat we er de brui aan geven en doorrijden naar het Unesco –
klooster van Maulbronn, dat nog geen 20 kilometer verder westelijk ligt. Alleen
van het marktplein van Vaihingen met een blik op het kasteel boven de stad
hebben we een indruk gekregen. We willen er nog de kerk beklijken (kunnen we
direct schuilen voor de regen), maar die is zo vroeg op de ochtend nog dicht. |
MAULBRONN
Maulbronn, cisterciënzerklooster
Gelukkig is het in Maulbronn weer droog, er schijnt zelfs een waterig zonnetje.
Gezien de grote parkeerterreinen moet dit oord goed in de toeristische markt
liggen. En inderdaad, we zijn diep onder de indruk van het gebodene. Het
klooster is nog helemaal gaaf, de authentieke sfeer die er hangt bevalt ons
uitstekend. Je krijgt er een goede indruk van de wijze waarop de cisterciënzer
monniken hun werkzame leven leidden. Zij hadden zwijgplicht, opgelegd door een
van de stichters (Bernard van Clairveaux), werkten op het land en werden gemiddeld
dertig jaar oud! Alleen in het parlatorium (een soort kruisgang0 mochten ze met
elkaar converseren. Tijdens het werk waren ook instructies en vragen toegestaan.
In de sobere kerk stond een zeer apart kruisbeeld van steen, het leek erop alsof
het van echt hout was gesneden. We kunnen ons om 11.15 uur nog net bij een
rondleiding aansluiten.
MEER INFO MAULBRONN (DUITS)
Maulbronn Das Zisterzienserkloster, Romanisch-gotisch jenseits
der Alpen
Es sind
zwölf weißgrau gekleidete Mönche, die im einsamen Salzachtal mit
ihren Bauarbeiten beginnen.
Das Land hatte ihnen der Bischof von Speyer übertragen.
Als Plan dient ihnen der "Bernhardinische
Grundriß", entworfen von Bernhard von Clairvaux, dem
Mitbegründer des Zisterzienserordens.
Nach diesem Grundriß
entsteht ab 1147 die Klosteranlage Maulbronn, eines von fast 300
Zisterzienserklöstern in Europa. Heute gilt das Kloster
Maulbronn als die besterhaltenste mittelalterliche Klosteranlage
nördlich der Alpen. Der Film erzählt die Entstehungs- und
Baugeschichte des Klosters Maulbronn und beschreibt den Alltag
im Klosterleben der Zisterziensermönche.
Daten & Fakten
Kulturdenkmal:
Klosteranlage mit Klosterkirche im romanisch-gotischen
Übergangsstil
UNESCO-Ernennung: 1993
1147 Gründung des Klosters
11.5.1178 Weihe der
dreischiffigen Klosterkirche
1196-1216 vor allem unter
Abt Konrad I. Ausbau des Klosters und Umgestaltung im
romanisch-gotischen Übergangsstil
um 1200 Bau des
Laienrefektoriums
um 1370 figurenreiche
Reliefgruppe einer Kreuzaufrichtung, Kreuzigung und Grablegung
1430 Bau des Pfründhauses
mit Krankenstube
um 1470 Fertigstellung des
geschnitzten Chorgestühls
1494/95 spätgotischer Bau
des Parlatoriums und Oratoriums
1519 Überfall der Mannen
von Franz von Sickingen
1530 Säkularisierung
1556 Einrichtung einer
evangelischen Klosterschule
1807 Einrichtung des
evangelisch-theologischen Seminars
|
Professionele gids
De enigszins gereserveerde dame van middelbare leeftijd die er ons rondleidt
spreekt langzaam en afgemeten en articuleert overdreven duidelijk, een teken dat
zij waarschijnlijk veel buitenlandse bezoekers rondgeleid heeft. De informatie
die zij verschaft is goed gedoseerd: niet te uitgebreid, maar ook weer niet al te
beknopt. Als Jos haar na afloop complimenteert en een euro fooi toesteekt, laat
zij haar afstandelijke houding varen en glundert ze onmiskenbaar. Het klooster
wordt niet meer door monniken of lekenbroeders gebruikt, momenteel is er in een
zijvleugel een gymnasium gevestigd. De meeste leerlingen van die school zijn
trouwens meisjes. We drinken dure koffie in een restaurant binnen het complex.
Je kunt er alleen exquise gerechten bestellen, waarschijnlijk heeft het een ster
te bieden. Buiten staan kraampjes die nogal met de middeleeuwse sfeer van de
omgeving dissoneren. Desondanks kopen we er een broodje vis als lunch.
|
MAULBRONN
In het grote kloostercomplex van Maulbronn is het middeleeuwse
karakter uitstekend bewaard. Rondom de kloosterhof staan mooie
vakwerkhuizen. Van het eigenlijke klooster is de Kreuzweg rondom de
binnenhof heel indrukwekkend; de gewelven zijn in de vier delen van
deze kruisgang steeds weer anders. De Klosterkirche werd al gewijd
in 1178. Van wat latere tijd is het befaamde voorportaal, om zijn
schoonheid het 'Paradies' genoemd. In het interieur van de kerk
staat o.a. een kruisbeeld uit zandsteen. Rond 21 juni, als de zon op
zijn hoogst is, valt het licht door rood vensterglas precies op het
hoofd van Christus; de doornenkroon heeft dan een rode gloed. In de
Brunnenkapelle, binnen de Kreuzweg, vertellen muurschilderingen
sagen en legenden.
De bron van de muilezel: Maulbronn
Vele eeuwen geleden kwam een groep monniken op het idee ergens een
klooster te bouwen. Met hun weinige bezittingen op een muilezel
gingen ze op weg naar de plaats die God hen zou wijzen. Want het
klooster zouden ze bouwen op de plaats waar de ezel zou stilstaan om
te drinken. En zo kwamen ze terecht in het mooie dal van de Salzach.
Nog altijd bevindt zich daar de bron waar de muilezel zijn dorst
ging lessen. Het klooster dat de cisterciënzers er stichtten in
1147, noemden ze naar de bron van de muilezel: Maulbronn. Dit is het
verhaal over het ontstaan van dit cisterciënzer klooster. Verdere
bezienswaardigheden zijn nog de Kapittelsaal, het Parlatorium en het
mooie Herrenrefektorium. Ook hier is het de moeite waard te letten
op de gewelven en de sterke pilaren. De middeleeuwse monniken die dit
klooster bewoonden, hebben veel betekend voor de ontwikkeling van de
streek. Zij volgden in strenge discipline de regel van de heilige
Benedictus `Ora et Labora' , bid en werk. Ze richtten zich vooral op
landbouw en veeteelt en het is dan ook geen wonder dat vroegere
vorsten graag cisterciënzers in de buurt zagen als het erom ging
nieuw land te ontginnen en voor agrarische doeleinden te gebruiken.
In de tijd van de Reformatie werden de monniken verdreven; het
klooster was lange tijd een protestants internaat waar veel
beroemdheden een deel van hun opleiding volgden. In de Faustturm
herinnert men aan het feit dat ook de beroemde dr. Johann Faust
hier enkele jaren gewoond moet hebben. Hij had volgens het verhaal
de opdracht om goud te maken, omdat de abt van het klooster in
financiële moeilijkheden verkeerde. In de Klosterschmiede is een
Fauststube ingericht met informatie over de alchimist.
Voor wie langer in deze streek wil blijven, biedt de omgeving van
Maulbronn goede mogelijkheden om eventueel te voet of per fiets de
mooie natuur te verkennen. Er zijn onder andere twee beschermde
natuurgebieden, de Rossweiher ten oosten van de plaats en de
Aalkistensee in het westen.
|
BAROKPALEIS BRUCHSAL
|
 |
 |
 |
| Furstensaal |
Marmorsaal |
Trappenhuis |
Bruchsal, laatste barokpaleis
Een uurtje later zitten we in Bruchsal, een industriestadje dat al in de
Rijnvlakte ligt. We vinden er het paleis moeiteloos. Dit is een van de laatste
paleizen van de achttiende eeuw dat in barok stijl is gebouwd, voltooid in 1760.
Kardinaal Daniel von Schönborn heeft het laten bouwen, het was bedoeld als
residentie voor de bisschoppen van Speyer. De befaamde architect Balthasar
Neumann ontwierp de belangrijkste delen van het slot, waaronder het ovale
trappenhuis met daarboven een unieke met figuren en ornamenten beschilderde
koepel.
Het is er niet echt druk, de ingang moet je er zoeken. De uitbundig versierde
zalen en het trappenhuis zijn er imponerend. De Franse tuin is klein en lijkt
niet zo interessant, op enkele mooie standbeelden na dan. (Zie de foto van de
hellebaardier.) In een van de laatste oorlogsweken is het paleis in 1945 door de
geallieerden plat gebombardeerd, men had hier eigenlijk het spoorwegemplacement
op het oog. Over de verwoesting en de wederopbouw is in een van de zalen een
expositie gewijd. In het paleis zijn nog een tweetal andere musea gevestigd,
waaronder het Museum für Mechanische Musikinstrumente. Na afloop van de
bezichtiging verzamelt Jos heel wat lectuur uit de book shop en betreden we het
slotrestaurant voor Kaffee en …Kuchen!
|
BRUCHSAL
Aan de spoorlijn tussen Heidelberg en Karlsruhe, waar het heuvelland
van de Kraichgau overgaat in de Rijnvlakte, ligt de stad Bruchsal.
(114273 m; 40.000 inwoners).
Van de oude stad, voor het eerst genoemd in 976, is niets
overgebleven door de vele belegeringen en verwoestingen in het
verleden. Het nieuwe Bruchsal bezit een aantal grootse bouwwerken
uit de 18e eeuw. Kardinaal Damian Hugo von Schönborn, die regeerde
van 1719-1743, woonde hier en was de opdrachtgever van de diverse
kunstwerken. Veel van de architectuur is opnieuw verloren gegaan in
de laatste oorlog. Bij een zware luchtaanval in 1945 bleef geen van
de gebouwen gespaard; de afgelopen halve eeuw is de stad met succes
gerestaureerd.
Indrukwekkend is het enorme barokke Schloss. De genoemde kardinaal
moet een rijk man geweest zijn; hij betaalde de bouw van deze
residentie voor de bisschoppen van Speyer uit zijn eigen zak. Het
slot is het middelpunt van een geweldig complex, waartoe wel
vijftig gebouwen behoren. Het geheel werd gebouwd tussen 1720 en
1760. De befaamde architect Balthasar Neumann ontwierp de
belangrijkste delen van het slot, daarbij voortbouwend op het werk
van enkele minder bekende voorgangers.
Beroemd is het ovale trappenhuis met verrassende lichtval en
geraffineerde ruimtewerkingen; daarboven welft zich een unieke, met
figuren en ornamenten rijk beschilderde koepel. Voor het stucwerk
wist Neumann de getalenteerde Johann Michael Feichtmayer in te
schakelen. Via het trappenhuis komt u in de prachtige vorstenzaal
met afbeeldingen van de bisschoppen van Speyer en een fraaie
allegorische plafondschildering.
Het slot van Bruchsal, geprezen om de volmaakte eenheid van
ruimtevorming en decoratie, vormt niet alleen een hoogtepunt, maar
tegelijk ook het einde van de Duitse barok. Daarna ontwikkelde zich
het classicisme in de architectuur.
Bij een bezoek aan het slot hoort zeker ook een wandeling door de
strak gevormde Franse tuin, de Hofgarten. Hier trekken twaalf
tuinfiguren de aandacht: vier hellebaardiers, de vier elementen en
de vierjaargetijden. Volgens kenners zijn de jaargetijden als
kunstprestatie het waardevolst; in de tuin heeft men dan ook de
originelen daarvan door kopieën vervangen.
In het slot zijn enkele musea gevestigd; u vindt er het Bädisches
Landesmuseum en het Städtisches Museum, en het Museum Mechanischer
Musikinstrumente; tijdens de rondleiding hoort u hier de ouderwetse
klanken van speeldozen en andere vernuftige apparaten.
De eerder genoemde Balthasar Neumann was ook de bouwmeester van de
St. Peterskirche. Zijn opdracht moet geweest zijn een imposant
bouwwerk te maken met het accent op een royaal, feestelijk
interieur. Aan de buitenkant is de kerk met twee deftige torens vrij
eenvoudig. Binnen wacht u de verrassing van een overweldigende,
uitbundige barok, met veel stucwerk, kleurige plafondschilderingen,
een machtig uitgevoerd hoogaltaar met marmeren zuilen en geheel in
stijl een sierlijke preekstoel. De marmeren gedenkstenen langs de
binnenwanden herinneren aan de vorstelijke bisschoppen die ooit in
deze kerk werden begraven. De weelderige uitvoering was bedoeld om
bij te dragen aan de betekenis van de kerk als bisschopsmausoleum.
Bruchsal is tegenwoordig behalve industriestad ook het centrum van
de aspergeteelt in de Rijnvlakte. Van eind april tot eind juni komen
uit de hele Bondsrepubliek inkopers naar de veiling in Bruchsal om
daar mee te bieden op de 'koninklijke groente'. In het moderne
veilinggebouw worden overigens ook andere producten verhandeld,
vooral aardbeien, augurken, kersen, pruimen en verschillende
groentesoorten. Voor de opslag van de producten beschikt men in
Bruchsal over grote moderne koelhallen, waar met Pasen het fruit van
het jaar daarvoor nog zo vers kan lijken alsof het net van de boom
komt.
Vanuit Bruchsal kunt u, desnoods te voet, een aardig uitstapje maken
naar de plaatsen Heidelsheim en Obergrombach. Ze liggen beide zo'n 5
km naar het zuiden en bewaren een historisch karakter door de vele
vakwerkgevels. Obergrombach behoort bij de gemeente Bruchsal, maar
had al in 1336 stadsrechten. De 16e-eeuwse Unterburg is nog bewoond.
Bij het dichtbij gelegen Untergrombach vond men in 1884 op de
Michelsberg resten van een nederzetting uit het Stenen Tijdperk. Men
heeft er een prachtig uitzicht over de Rijnvlakte.
|
Bruchsal: Schlossgarten
Locatie: in het
stadscentrum
Het paleis in Bruchsal behoort tot de
belangrijkste gebouwen uit geschiedenis van de Barok. De
centrale trap van Balthasar Neumann is een meesterwerk. De tuin
is niet meer dan een toevoeging aan het paleis, maar is een
bezoek waard: na de Tweede Wereldoorlog is het geheel fraai
gerestaureerd.
Voor het paleis liggen twee vijfhoekige
tuinen met fonteinen in het midden omzoomd door buxus. De vijver
en fonteinen op het terras achter het huis leiden naar de witte
balustrade. Aan de uiteinden worden ze geflankeerd door twee
oranjerieën. Een trompetboom bij het paleis hangt in een hoek
van 30 graden voorover. De hoofdweg loopt naar het westen en is
omzoomd door beelden en dubbele rijen paardenkastanjes. Het
uitzicht op het paleis is schitterend, vooral wanneer de
fonteinen spuiten.
|
De Rhein – Ebene oversteken
Om drie uur ’s middags hebben we alles gezien en zijn de koffie en de taart op.
We steken de Rijnvlakte (inderdaad erg vlak, dit schijnt het Mekka van de Duitse
aspergeteelt te zijn!) over en rijden de Bondsstaat Rheinland - Pfalz binnen. We
komen uit op de toeristische route van de Weinstrasse bij Landau. We zijn daar
al in het voorjaar geweest tijdens onze trip door de Elzas. Vlakbij trouwens
ligt ook nog Speyer, een stad die we ook al eens bezocht hebben. Als we de
bergen intussen zien we al gauw aan onze linkerkant drie burchten op even zoveel
toppen liggen.
 |
 |
De Trifels bij Annweiler
We bedenken ons geen moment en koersen de hellingen op. Er volgt een
schitterende rit over kronkelende weggetjes die helemaal overkapt zijn met
loofbomen in uitbundige herfstkleuren. Om half vijf zijn we boven en moeten we
nog 20 minuten te voet omhoog om de burcht van de zogenaamde Trifels te
bereiken. Gezien het vergevorderde uur besluiten we toch maar door te rijden en
deze voormalige burcht van Barbarossa over te slaan. Het landschap dat nu volgt
zou er erg mooi hebben uitgezien, de bergen liggen er vlak bij elkaar en de
dalen zijn smal, maar er is inmiddels een noodweer uitgebroken zodat we er
nauwelijks van kunnen genieten. In de grote stad Pirmasens zijn we het zat en
zoeken we in het centrum een hotel op. Het wordt het Garni Hotel Wasgauland,
waar een kamer € 68 kost op basis van overnachting met ontbijt voor 2 personen.
Het Kaatje parkeren we aan de straat, want de binnenplaats van het hotel is te
klein. De kamer is klein en heeft een zwakke verlichting; ook aan het tv – toestel
hapert het een en ander, maar daar talen we niet om. Hoewel, dat zijn we niet
gewend van de doorgaans oerdegelijke Duitse hotels.

 |