|

HEENWEG
Tanken in Duitsland
Voor we om half twaalf vanuit Roermond vertrekken bel ik eerst nog even
broer Corné om hem goedendag
te zeggen. Net over de grens bij Elmpt gaan we de autobaan op, maar we moeten
snel tanken om niet droog te vallen. Voor alle zekerheid gaan we er bij Niederkrüchten weer van af. Daar vinden we tot onze verbazing geen Tankstelle,
zodat we terug moeten rijden naar Elmpt. We laten er tevens de olie en het water
controleren door een 'Schwarze Knecht', Erich genaamd. Ik geef hem in een
opwelling vijf mark fooi. We zoeken de autobaan weer op en rijden door tot het
Kreuz Mönchen - Gladbach. Daar nemen we de afslag naar de A6, een belangrijke
autobaan die we tot achter de stad Worms gaan volgen.
Rustpunt bij Koblenz
Het schiet lekker op, want Clim houdt hier een gemiddelde snelheid van boven de
honderdveertig kilometer per uur aan. We stoppen een keer kort om broodjes en
koffie naar binnen te werken. Een langere rustpauze nemen we ter hoogte van
Koblenz, waar we het dal van de Moezel oversteken. Aan de rand van een hoge brug
met slanke pijlers van 78 meter hoog ligt een grote Raststätte waar we een half
uurtje verblijven. Bij mij komt de sfeer uit het begin van de jaren zeventig
weer naar boven drijven, een tijd waarin we regelmatig langs de autobanen
stonden te liften. Vooral het voortdurende geluid van het voortrazende verkeer
staat me nog goed voor de geest. Ook de relaxte manier waarop mensen uit de auto
stappen om hen benen te strekken komt heel herkenbaar voor.
Onze eerste echte Stau
In de buurt van Bamberg stoten we ineens op een file. We sluiten ons rustig aan,
wat wil je anders. Het is gelukkig schitterend weer, maar voor de temperatuur in
de auto is dit funest: het wordt er bloedheet. Af en toe kunnen we een stukje
naar voren rijden, maar dat schiet niet op. Na een dikke drie kwartier is het zo
ver: we kunnen door. We vermoeden dat wegwerkzaamheden de oorzaak van de file
zijn. Op de radio horen we dat onze file zo’n 8 km lang is. In de buurt van
Mannheim - we zitten dan al op een andere autobaan - hebben we vervolgens te
maken met langzaam rijdend verkeer, een soort mobiele file. Deze hier wordt
veroorzaakt door een wegversmalling. Er wordt keurig ingeritst, zonder
overspannen toestanden, wat Clim niet alleen verbaast maar ook waardeert.
Aankomst tijdens het spitsuur
|
Om half zes rijden we de stad Heidelberg binnen. Het is er druk, maar Clim staat
zijn mannetje. We weten niet precies de weg naar Ziegelhausen, maar volgen de
borden, die ons langs de Neckar voeren. We rijden de stad weer uit langs de
zuidoever, wat volgens mij de verkeerde kant is. Gelukkig zien we bij Schlierbach een brug voor ons opdoemen. Via die brug kunnen we Ziegelhausen
bereiken. We zijn de weg dus toch niet kwijtgeraakt, waarschijnlijk door puur
mazzel. Het vinden van hotel Ambiente is dan nog maar een fluitje van een cent.
Na het inchecken maken we direct een verkennende avondwandeling langs de Neckar
en door het dorp, waarna we onze activiteiten starten. De eerste dag nemen we de bus (3,5 mark
per persoon, enkeltje) naar de stad.
Op de noordoever stappen we uit, waarna we
langs de boorden van de rivier naar de Alte Brücke lopen. Op de Wiesen liggen nu
al veel jongeren te zonnen. Via die oude brug belanden we in het historische
centrum van de studentenstad, de zogenaamde Altstadt. We drinken koffie (meestal
bestellen we twee Kännchen Kaffee) in een bruine kroeg van een brouwerij. Naast
ons zit een grote groep Chinezen bier te drinken; toeristen of diplomaten?
Heidelberg blijkt heel populair te zijn bij verre buitenlandse toeristen, zoals
Amerikanen en Japanners. De Marktplatz met zijn Brunnen wordt, ook al is het
vroeg in het seizoen, voornamelijk ingenomen door terrasjes. |
 |

Kabelbaan naar Königsstuhl
Via de Kornmarkt (met een opvallend zuil met een Mariabeeld erop, die
Mariensäule genaamd, stamt uit 1718) lopen we toevallig tegen de ingang van de
kabelbaan aan. We bedenken ons niet lang en gaan onmiddellijk naar boven. We
hebben twee tussenstops, waarvan een bij het Schloss. We gaan met deze zgn.
Bergbahn mee tot helemaal bovenaan. Daar bovenop de de 550 meter hoge
Königsstuhl hebben we een groots uitzicht op niet alleen de stad diep onder ons,
maar ook over de hele omgeving. Zo kunnen we duidelijk de industriesteden
Mannheim en Ludwigshafen in de Rheinebene zien liggen.
Afdaling door dichte bossen
We besluiten niet met de kabelbaan naar beneden te gaan, maar zelf onze weg via
de paden terug naar het dal te zoeken. Het wordt een mooie wandeltocht over
dichtbeboste hellingen, met een gemengd bos. Gelukkig heb ik geen last van al te
zere knieën; bovendien draagt Clim mijn schoudertas. Van fraaie uitzichten
kunnen we echter niet genieten, daarvoor is de begroeiing te dicht. Anderhalf
uur later bereiken we de ingang van de burcht, het slot, het kasteel, de
vesting.... Daar verliezen Clim en ik elkaar een tijdje uit het oog, maar al
gauw vinden we elkaar weer terug.
Het slot Heidelberg
Voor we de burcht bezoeken lunchen we op het terras van het slotrestaurant. De
tuinen laten we links liggen, niet opzettelijk overigens, we zijn gewoon
vergeten ze te bezoeken. We zijn beslist niet de enige die op het idee zijn
gekomen om op deze zonnige dag Heidelberg aan te doen: het stikt er van de
Japanners en Amerikanen. We zien af van een geleide excursie door het binnenste
van het slot, maar bekijken de binnenhof, de terrassen en de gevels van gebouwen
die grotendeels tot ruïnes zijn verworden. Interessant is het enorme wijnvat
waarin de paltsgraaf zijn tienden aan wijn van de wijnboeren opsloeg: het kan
200.000 liter wijn bevatten. Het neemt de ruimte van een complete zaal in. Het
valt ons op de het hele complex opgebouwd is in verschillende stijlen. Het is
namelijk een aantal keren verwoest (in de Dertigjarige Oorlog en door de Fransen
van de Zonnekoning), waarna het weer opgebouwd werd in de bouwstijl die op dat
ogenblik in zwang was. De uitzichten op de stad zijn er wel de moeite waard.
Slot Heidelberg
Romantische en pittoreske ruïne
Hoewel er al
minstens vanaf 1300 versterkingen boven Heidelberg waren, zou hier
pas omstreeks 1400 een echt kasteel worden gebouwd door keurvorst
Ruprecht III. In de loop van de daaropvolgende eeuwen zou het
kasteel verder worden uitgebreid tot een schitterend zandstenen
gebouw, met uitzicht over Heidelberg en wijngaarden in het Neckardal.
Tussen 1616 en
1619 werd de Hortus Palatines (paltstuin) aangelegd. Deze werd
toentertijd als het achtste wereldwonder beschouwd. Tijdens de
Dertigjarige Oorlog (1618-1648) leed het slot ernstige schade.
Heidelberg lag onder vuur van beide partijen. Het slot werd na de
oorlog hersteld, maar opnieuw grotendeels vernield tijdens Franse
aanvallen in 1689 en 1693. Restauratiepogingen kwamen tot een einde
in 1764, toen het kasteel opnieuw ernstig beschadigd werd door brand
ten gevolge van een blikseminslag. Nadien gebruikte de plaatselijke
bevolking de stenen van het slot als bouwmateriaal.
Aan het begin
van de 19e eeuw stond het vervallen slot van Heidelberg bekend als
uiterst schilderachtig en was het zeer in trek als toeristische
bestemming. Tot de bezoekers behoorden de Engelse schilder Turner,
die het kasteel verschillende malen schilderde in romantische stijl.
Nog steeds trekt het slot veel bezoekers, die onder meer het Grote
Vat komen bewonderen: dit 8 meter hoge vat kan 210.000 liter wijn
bevatten en is dan ook het grootste vat ter wereld.
“Alles wat
Europa in beroering bracht, bracht ook schade aan dit kasteel, het
is uiteindelijk bezweken."
Victor Hugo, schrijver |
Heidelberg:
botanische tuin en Schlosspark
Locatie:
op het nieuwe universiteitsterrein
Een belangrijke reden voor
een bezoek aan het Schlosspark is naast een aantal lange ceders
en wellingtonia's, het schitterende uitkijkpunt. Vanhieruit ziet
men de stad Heidelberg liggen, de rivier de Neckar, de bruggen,
de grote kastelen van rood zandsteen en de beboste heuvels
daarachter. Van de Hortus Palatines is niet veel over: de tuinen
en waterwerken die door 17de-eeuwse schrijvers werden betiteld
als `het achtste wereldwonder' en door Salomon de Caus in 1615
werden ontworpen voor Frederick V van het palatinaat, zijn bijna
geheel verdwenen. Er staat nog een beeld van Vadertje Rijn, oud
en krachteloos, rustend op een rots in een vijver waar een
fontein hem natspuit. Zelfs het beeld is een kopie van
kunsthars.
De 4 ha grote botanische
tuin van Heidelberg ligt sinds 1960 op zijn huidige plaats
midden op het nieuwe universiteitsterrein. Behalve systematisch
gerangschikte bloemperken zijn er collecties kruiden,
geneeskrachtige planten, heideplanten, flora uit Nedersaksen,
Noord-Duitse kustplanten en flora uit de zandduinen uit het
nabije Sandhausen. Er staan kassen met varens, tropische
orchideeën, mediterrane planten, bromelia's, palmen, bamboe en
tropische vruchten en twee kassen met vetplanten, een met
Amerikaanse en een met Zuid-Afrikaanse vetplanten. |
Andere attracties
De rest van de middag slenteren we door de stad richting , Bismarckplatz waar we
de bus terug moeten nemen. Op de Hauptstrasse is het erg druk, maar ze
onderscheidt zich in niets van andere hoofdstraten in grote Duitse steden. We
bezoeken wel nog even de Heiliggeistkirche, een gotische kerk uit 1400. Ze is
heel sober ingericht en herbergt de graven van enkele koningen en andere
edellieden. Op de Bismarckplatz (een verkeersplein met veel bushaltes) wachten
we vergeefs op onze aansluiting naar Ziegelhausen. We nemen een bus die dezelfde
kant opgaat - ze zit vol gehandicapten -, maar we stappen veel te vroeg uit,
waardoor we nog een half uur moeten lopen voor we het hotel bereiken.
Blunderen bij parkeren
Nog twee andere keren bezoeken we de stad, nu niet met de bus, maar met ons
eigen Kaatje. We parkeren hem in een van de (ondergrondse) parkeergarages in het
centrum. De eerste keer maken we een fatale blunder. We denken dat we bij de
slagboom moeten afrekenen, maar niets blijkt minder waar. We houden het verkeer
op en met het schaamrood op de kaken moeten we de automobilisten achter ons
verzoeken om plaats te maken zodat we terug kunnen rijden. De tweede keer dat
we parkeren, ergens anders, informeren we gelukkig van te voren hoe de betaling
daar is geregeld. Tijdens deze bezoeken dwalen we tamelijk doelloos door de
stad.
Kaufhof en Museum
We lopen warenhuizen zoals de Kaufhof binnen (en drinken daar koffie), bezoeken
een klein maar mooi liturgisch museum (waardevolle kazuifels, kostbare
monstransen en kruisbeelden) naast de Jezuïetenkerk. In de kerk kunnen we
genieten van het spel van de organist. Hij is zich alvast aan het warmdraaien
voor een concert dat om 18.00 uur die avond begint. De kerk is niet zo
bezienswaardig, ook al omdat er net restauratiewerkzaamheden aan de gang zijn en
hele gedeelten afgesloten zijn. We nemen bij een bank geld op met onze
pinpassen. Een keer besluiten we in de binnenstad te eten en wel bij een Indisch
restaurant. De eigenaar is een Punjabi die hier via Engeland verzeild is
geraakt. We kiezen voor lassi, een soort frisse yoghurt (Jos), Palak Paneer (kaas met spinazie), Tandoori
Chicken (Clim) en nog wat andere typisch Indiase gerechten.
Met historie beladen
Gedurende ons gehele verblijf in Heidelberg en omgeving bezoeken we er slechts
een enkel museum. Dat komt omdat we het bijzonder goed treffen met het weer:
voortdurend kunnen we genieten van een stralend zonnetje. Toch lijkt het me de
moeite waard om in dit verslag enige impressies op te nemen wat er zoal in de
musea wordt geboden. Ik heb gekozen voor enkele nostalgisch aandoende,
romantische schilderijen uit lang vervlogen tijden die de sfeer van vroeger
eeuwen treffend uitbeelden.
Door stad geannexeerd
Het dorpje Ziegelhausen (nou ja, toch nog zo’n 10.000 inwoners) ligt op 5
kilometer afstand van Heidelberg op de noordelijke oever van de Neckar. Het is
officieel door de grote stad ingelijfd en is dus gewoon een wijk ervan. Het is
met een brug verbonden met een ander geannexeerd dorpje (Schlierbach) op de
zuidoever, De avonden brengen we door in het dorp. We gebruiken er drie keer het
avondeten: bij een Duits Gasthaus (met Turkse eigenaars), bij de Schwarze Adler
(een gerenommeerd restaurant met Italiaanse eigenaars) en bij een stijlvolle
pizzeria (met...., inderdaad, Italiaanse eigenaars). In dit laatste restaurant
krijgen we op ons verzoek een speciaal menu (Schnitzels bij de pastagerechten).
Na het eten keren we doorgaans naar ons hotel terug om de rest van de avond tv
te kijken, o.a. naar Europa Cup -voetbalwedstrijden. We zien die Bayern kampioen
worden. Jos brengt de avonden vaker lezend door. Hij heeft enorm veel last van
pijn in zijn onderrug. Ook Clim heeft een kwaaltje: hij lijdt al dagen aan een
hevige vorm van constipatie.
Onze vaste Biergarten
Steeds als we tegen de avond terugkomen is onze eerste gang naar de rijk
beschaduwde Biergarten die bij restaurant Schwarze Adler hoort. De obers en
kelnerinnen daar zijn echte beginners, de gasten wordt schriftelijk verzocht
daar rekening mee te houden.... Clim kan het niet nalaten zo’n werkstudent tips
over het dragen van dienbladen te geven. Vanwege de opening van het seizoen zijn
de prijzen de eerste dag aanmerkelijk verlaagd: 4 mark voor een halve liter, dat
is niks dus. In de buurt ligt ook nog een supermarkt (Tsjiba) waar we lekker
Warsteiner bier inslaan en voor we op vrijdag naar huis gaan onze voorraden
aanvullen. Daardoor hoeven we in het weekeinde niet meer naar Lidl of de Edah om
wekelijkse inkopen te doen.
Klooster Stift Neuburg
Voor je het dorp inrijdt ligt links op de helling een klooster uit de elfde
eeuw. Het ligt daar prachtig; je kunt er vanaf de kloostermuren genieten van een
ruim uitzicht op het dal van de Neckar. Het klooster heeft tot drie ordes
behoord: Jezuïeten, Cisterciënzers en Benedictijnen. Tegenwoordig zwaait die
laatste orde er weer de scepter. We mogen het klooster niet bezichtigen, maar
het belendende kerkje wel. Dat is toch openbaar, voegt pater 'portier' ons toe.
Helaas is het kerkje (op zijn ligging na dan) niet echt de moeite waard. We doen
dit klooster ‘s morgens aan als we op weg zijn naar Heidelberg.
|
HEIDELBERG
Industrie zal men er weinig aantreffen; een groot deel van de
bevolking verdient een goede boterham aan het vreemdelingenverkeer.
Op de een of andere manier blijkt de stad romantiek uit te stralen,
niet alleen in de goed gerestaureerde historische monumenten, maar
ook in de gezellige uitgaanscentra. In de oude studentencafés, zoals
de Seppl en de Roter Ochsen in de Hauptstrasse, zult u weinig
studenten meer aantreffen. Maar 's avonds zit het er vol met
gezelligheid zoekende buitenlanders die de oude drink en
liefdesliedjes al gauw meezingen. En bij het eindelijk naar huis
gaan kan men nog naneuriën: 'Ich hab' mein Herz in Heidelberg
verloren'.
Het is bekend dat de Romeinen al een fort bouwden op de plaats van
de huidige stadswijk Neuenheim. De naam Heidelberg komt voor het
eerst voor in een oorkonde van 1196. De in 1386 gestichte
universiteit is voor de ontwikkeling van de stad van doorslaggevende
betekenis geweest. Vandaar uit werd actief deelgenomen aan de
verschillende stromingen en richtingen van de 16e-eeuwse Reformatie.
De 30-jarige oorlog, die in 1618 begon, ging niet aan de stad
voorbij. De nieuwe keurvorst, Maximiliaan van Beieren, dwong de stad
weer terug tot het katholicisme. Een strijd tussen vorsten die
elkaar de macht betwistten, was er de oorzaak van dat kort voor 1700
de stad en het slot door Franse troepen werden verwoest. Van toen
af begon men aan de wederopbouw, een barokke architectuur op veelal
gotische grondvesten. In 1803 werd de universiteit nieuw leven
ingeblazen en daarmee kreeg de stad al spoedig veel invloed op het
gebied van wetenschap en cultuur. En zo is het tot in onze tijd
gebleven. Van de Tweede Wereldoorlog heeft Heidelberg als
stadscentrum weinig geleden. De geallieerde bommenwerpers spaarden
de gebouwen vanaf het moment dat daar het toekomstige Amerikaanse
hoofdkwartier was gepland.
Stadswandeling
Van een zo drukbezochte plaats als Heidelberg bestaan veel
toeristische folders en uitvoerige beschrijvingen van alle
bezienswaardigheden. Men kan daarvoor o.a. terecht bij de Tourist
Information in het Hauptbahnhof. In de boekhandels zijn mooi
geïllustreerde boeken te koop voor wie zich nog meer wil verdiepen
in de sociale en kunsthistorische achtergronden van alles wat er te
zien is. U kunt ook beginnen met een eenvoudige rondwandeling langs
de belangrijkste punten van de stad. Ook bij het Schloss en de grote
busparking aan de Neckarmünzplatz is een Tourist Information. Na de
eerste indrukken van de levendige stad kunt u op de Kornmarkt
plaatsnemen in een bergspoortje naar de Königstuhl en uitstappen bij
het slot. U kunt de klim naar boven overigens via de Burgweg en de Kurzer Bückel ook te voet maken.
Heidelberger Schloss
Er bestaat een sage over een wijze vrouw, de helderziende Jetta, die
hier eeuwen geleden een heilige plaats had. Waarschijnlijk is daar
in het begin van de 13e eeuw begonnen met de bouw van een burcht. In
de latere eeuwen is de burcht door verschillende keurvorsten
uitgebreid tot een imposant kasteel. De troepen van Lodewijk XIV
veroverden het in 1693 en lieten er weinig van over. De
gedeeltelijke herbouw in de 18e eeuw werd gestaakt na een brand in
1764. Wat rest is een indrukwekkende ruïne; o.a. een geweldige
achtergrond voor de concerten die er op zomeravonden worden gegeven.
U kunt het slot bezichtigen onder leiding van een gids
Johann Balthasar Neumann (1687-1753)
De jonge Johann Balthasar Neumann kreeg een vakopleiding
klokken- en geschutgieter. Na de voltooiing van zijn studie werd hij
in 1712 militair ingenieur. In die functie wist hij op te vallen
door zijn bouwkundige prestaties en in 1719 kreeg hij een
aanstelling als eerste architect en directeur van de gebouwen aan
het hof van de prins-bisschop van Würzburg. De belangrijke positie
aan het bisdom stelde hem in staat zich verder te ontwikkelen tot
een vooraanstaand architect. Thans wordt hij gezien als een zeer
belangrijke representant van de barokbouwkunst in Zuid-Duitsland.
Opvallend in zijn scheppingen is de grote aandacht voor de
binnenruimte van de bouwwerken. Daarbij koppelde hij een geweldig
technisch meesterschap aan artistieke inzichten. Het door hem
ontworpen brede trappenhuisgewelf van de Residenz in Würzburg
overtrof alles wat men tot die tijd voor mogelijk gehouden had. Hij
was o.a. de bouwer van de beroemde barokke kerk te Vierzehnheiligen
in Beieren, van het Neues Schloss in Meersburg en van de geweldige Schlösser te Bruchsal
en Brühl.
Het mooiste boek van de wereld
In de Universiteitsbibliotheek van Heidelberg bevindt zich het
Manessische Liederhandschrift, men rekent het tot de mooiste boeken
van de wereld. Rond 1300 leefde er in Zürich een ridder, die Rüdiger
Manesse heette. Hij begon met het aanleggen van een verzameling
liefdesgedichten in de Duitse taal, de zogenaamde 'minnezangen', die
vooral in adellijke kringen waren ontstaan. Meestal hebben wij bij
de middeleeuwse ridders een voorstelling van geharnaste strijders
die zich kenmerkten door dapperheid, edelmoedigheid en trouw aan de
koning. Zij streefden niet naar kennis en geleerdheid, dat was
immers een zaak van de monniken. Slechts zelden kon een ridder in
die tijd lezen
en schrijven. Toch blijkt uit het Manesser handschrift dat niet
alleen het wapengebruik onder ridders in hoog aanzien stond. Men
waardeerde ook de ridder die dichten kon. Die kunst werd zelfs zo
hooggeacht, dat koningen en keizers ernaar streefden om als
minnezangers erkend te worden. Op de eerste bladzij van het
Heidelbergse boek zien we een afbeelding van de Staufer-keizer
Heinrich VI, bekend om zijn onverzettelijkheid en het harde optreden
tegen zijn vijanden. Zijn liefdesgedicht luidt vertaald: "Alle
rijken en landen zijn mij onderdanig, zolang ik maar bij mijn
geliefde ben, alle macht en rijkdom ben ik weer kwijt, als ik van
haar gescheiden ben".
Op 423 perkamentbladen bevinden zich in het handschrift de gedichten
van 140 dichters. Het kostbare boek is geïllustreerd met 137
kleurige miniaturen, over het algemeen afbeeldingen van
minnezangers.
Verder lezen ...
|

|