SCHWÄBISCH HALL
1. Zondag, 7 augustus 2011
Om half elf gaan we op weg. Clim is als eerste opgestaan, hij kon niet goed
slapen vanwege voortdurende hikaanvallen. Hij voelt zich verder ook niet zo
lekker. We bereiken ons doel zo rond vier uur zonder noemenswaardig oponthoud op
de Autobahnen. Ons hotel omvat verschillende gebouwen, het complex heeft ook nog
een soort landschapspark te bieden: overal bankjes, zitjes, een klimmuur, een
hoogstamboomgaard, kiosken en een echte bloemen- en kruidentuin. We kunnen
achterom parkeren, aan de voorkant is de ingang van het gerenommeerde restaurant
en de Gasthof.
Onze hoekkamer met schuin plafond bevindt zich op de bovenste etage (3.ten
Stock), er mag gerookt worden. De badkamer is enigszins bekrompen, maar verder
wel in orde. Op het beperkte terras naast de ruime lobby (met een bibliotheek
bij de zitjes) drinken we plaatselijk bier. Daarna gaan we op zoek naar een
eetgelegenheid in het dorp Hessental. Ik schiet wachtenden bij een bushalte aan,
die verwijzen ons naar een pizzeria waar we door een moddervette dame worden
bediend. Clim voelt zich belabberd en laat tweederde van zijn pizza onaangeroerd
staan. Voetje voor voetje schuifelt hij terug naar het hotel. Hij heeft koorts.
Opmerkelijk, hij drinkt geen druppel bier voor hij al vroeg onder de wol kruipt.
Hij moet dus wel echt ziek zijn.
2. Maandag, 8 augustus
Clim is weer als eerste op, hij heeft een beroerde nacht achter de rug, vol
van koortsdromen, apneu’s, luidruchtig snurken, koude rillingen en diepe hikken.
Hij staat als eerste onder de douche in de hoop dat hij zich daarna beter voelt.
Ontbijten doen we nu samen. Ik laat het me smaken en tast vooral toe bij de
zalm. Clim doet het wat rustiger aan. Het hotel is blijkbaar een familiebedrijf,
de oma (zoals ze zichzelf noemt) zwaait er de scepter en controleert ’s morgens
of alles op rolletjes loopt. Clim duikt nog even in bed voordat we na tienen in
de auto stappen en Schwäbisch Hall bezoeken.
In het stadje heeft hij problemen met fileparkeren, het lukt hem ondanks
herhaalde pogingen niet. Dwars door voetgangersgebied (geen politieagent te zien
gelukkig) rijden we naar de andere kant van de stad waar we bij een
parkeergarage terecht kunnen. Ook daar vertoont Clim de nodige onzekerheid, zijn
rijgedrag is navenant heel aarzelend en hij kan heel moeilijk ruimte inschatten.
We lopen naar de onstuimige Kocher - rivier die omringd is door fraaie
vakwerkpanden met kleurig beschilderde luiken. In een winkelstraat poot ik Clim
neer op een terras met een kop koffie. Hij komt amper vooruit, dus ik ga een
uurtje op eigen houtje de stad bekijken. Ik verken het noordelijke stadsdeel
Kocherquartier dat nog niet zo lang geleden gerenoveerd is, onder andere is er
van een gevangenis een inkoopcentrum gemaakt. Verder ligt er de Hospitalkirche
en nog een middeleeuwse toren en natuurlijk de nodige vakwerkbouw. Grappig zijn
de beelden op de trappen naar de moderne Musikschule.
Als ik weer bij het terras terugben, blijkt Clim nog steeds in dezelfde
houding te zitten, de koffie is nog niet eens helemaal op. We lopen op ons dooie
gemak het zuidelijke stadsdeel af, langs de rivier met verschillende oude
overdekte bruggen. Uiteindelijk komen we uit bij de Markt met het stadhuis, de
hooggelegen Sankt Michael-kerk en een serie gildehuizen. We beklimmen de 53
treden naar de kerk, vergeefs, die blijkt gesloten. We zijgen vermoeid neer voor
dure koffie op het terras van de Goldener Adler waar we overvallen worden door
een fikse regenbui. Overigens, de koffie is tegenwoordig in Duitsland
uitstekend.
Info in het Duits
|
RATHAUS
SCHWÄBISCH HALL
Das barocke Schmuckstück am Marktplatz
Das Wetter mag sein, wie es will, das Rathaus der Stadt
Schwäbisch Hall erstrahlt in hellem Glanz. In Gold getaucht, bildet
die Strahlenscheibe die Spitze des Turms mit seinen vier Uhrblättern
und seiner schmiedeeisernen Krone. Genauso prächtig zeigt sich das
Gebäude im Ganzen. Säulen und Girlanden, Bögen und Kugeln prägen die
reichgeschmückten Fassaden. Im Stil des Barock wurde 1732 der
Grundstein gelegt, 1735 wurde das Rathaus eingeweiht und schließt
seither den Marktplatz unterhalb der St. Michaelskirche nach Westen
hin ab. Es spricht für den architektonischen Reichtum der Stadt, daß
das Rathaus seine Umgebung nicht dominiert, sondern sich einfügt in
die einzigartige Kulisse des Marktplatzes, für die Schwäbisch Hall
weithin bekannt ist. Auf Fotografien ist festgehalten, welch
Jammerbild das Haus nach dem Brandbombenangriff vom 16. April 1945
bot. Die kostbare Ausstattung mit Stukkaturen und Deckengemälden des
oberitalienischen Malers Livio Retti waren vernichtet. Der
Gemeinderat beschloß, das Rathaus möglichst originalgetreu wieder
aufzubauen. Für die Rekonstruktion der Bilder wurden Farbaufnahmen
von 1943 herangezogen. Die heutigen Deckenfresken stammen von Prof.
Reckendorfer aus Wien. Am 30. April 1955 konnte die Stadt die
Einweihung des Rathauses gebührend feiern. Noch heute erinnert der
Doppeladler über der Portalpartie an die bis 1802 währende
Geschichte der Salzsiederstadt als Freie Reichsstadt. Weiterhin zu
sehen sind das Wappen Schwäbisch Halls mit Kreuz und Hand und die
Stadtfarben gelb und rot. Allenfalls mit dem Fernglas zu erkennen
ist indes die Inschrift der Goldenen Sonne hoch über dem Rathaus.
Gleichsam über Geschichte und Zeit stehend, ist ihr in hebräischen
Buchstaben eingeschrieben der Name des Allerhöchsten, "Jahwe". |
Als het weer droog is wandelen we terug naar de parkeergarage. Clim schijnt
vergeten te zijn hoe alles daar werkt, hij is duidelijk in de war. Zonder
ongelukken bereiken we ons hotel, waar Clim onmiddellijk onder zeil gaat. Om een
uur of vier is hij weer mans genoeg voor een wandeling door het hotelparkje.
Daar staat echter veel wind die ons terug naar binnen verdrijft. We besluiten in
het hotel te eten. De gerechten zijn er van het exquise soort, maar het is er
niet echt duur, zeker niet vergeleken met de prijzen in vergelijkbare
Nederlandse restaurants. Na het diner zoekt Clim weer meteen zijn bed op. Nu wil
hij ook geen biertje, hij gloeit van de koorts. Ik lees ondertussen het boek
“Schurkenstaten” van Tony Wheeler, de oprichter van de Lonely Planet-gidsen.
Verder bekijk ik op de Duitstalige Phoenix-zender interessante documentaires
over archeologie in Egypte en over het mondiale watertekort.
3. Dinsdag, 9 augustus
Clim maakt 's nachts een zware val in de hotelkamer en belandt met inwendige
bloedingen in het ziekenhuis. Daar wordt tevens een longontsteking
geconstateerd. Hij wordt diezelfde dag nog geopereerd en zal 10 dagen min of
meer versuft in het Krankenhaus verblijven. Jos blijft al die tijd in het hotel
achter en zoekt hem elke dag met de taxi een of twee keer op. Verder heeft Jos
contact met de behandelende specialisten. Op eigen houtje bezoekt hij
nogmaals twee keer het stadje Schwäbisch Hall en de kloosterburcht Comburg.
Hieronder volgt een verslag van zijn bezoeken.
1.
De rest van de dag heb ik voor mezelf. Ik wandel naar het centrum een
kilometer verderop. De aan de Markt gelegen Michaelkerk is nu wel open en ik
breng er een uurtje door, alle grafmonumenten bekijkend. Voor een evangelische
kerk is de bezichtiging zeer de moeite waard, het interieur ziet er tamelijk
flamboyant uit. De hoofdattractie is een altaarstuk, een triptiek van een
Vlaamse meester. Het zijn voornamelijk senioren, leeftijdsgenoten dus, die de
kerk aandachtig bezoeken.

|
ST.
MICHAEL-KIRCHE
Die Michaelskirche, die mit ihrer berühmten Treppe majestätisch über
dem Marktplatz thront, wurde am 10. Februar 1156, im Jahr nach der
Kaiserkrönung des Staufers Friedrich Barbarossa, vom Bischof von
Würzburg geweiht. Aus dieser Zeit stehen nur noch die vier untersten
Geschosse des romanischen Westturms mit der Vorhalle. Von hier aus
überblickt der Erzengel Michael, eine Steinskulptur aus dem späten
13. Jahrhundert, als Hüter der Gerechtigkeit das Marktgeschehen und
die Stadt. Im 15. Jahrhundert wurde die dreischiffige romanische
Basilika ersetzt durch eine gotische Hallenkirche. Herausragende
Werke der spätgotischen Kunst im Innern der Kirche sind der große
niederländische Passionsaltar im Chor (um 1460), und das
überlebensgroße Kruzifix des Ulmer Bildhauers Michel Erhart (signiert
und datiert 1494).
Ins Auge fallen neben weiteren Altären und Gemälden auch die
zahlreichen Personendenkmale aus 500 Jahren. Sie dokumentieren
Reichtum und Kunstsinnigkeit der führenden Familien der alten
Salzsiederstadt. Zu dieser Bildgeschichte gehören die Epitaphe und
Grabmale der aus Holland eingewanderten Goldschmiede- und
Theologenfamilie Bonhoeffer, der Vorfahren des von den
Nationalsozialisten ermordeten Theologen D. Bonhoeffer (1906-1945).
Als Prediger an St. Michael wirkte von 1522 bis 1548 der süddeutsche
Lutherschüler und Reformator Johannes Brenz (1499-1570): Seine
behutsame Durchführung der Reformation verhinderte einen "Bildersturm",
so daß wir ihm die Bewahrung der vielen wertvollen
spätmittelalterlichen Kunstwerke in den Haller Kirchen verdanken.
Als Theologe, Schriftsteller und Verfasser eines weit verbreiteten
Katechismus genoß er europaweites Ansehen. Er hat ab 1553 der
Reformation in Württemberg ihr Profil verliehen, das für mehrere
deutsche Länder vorbildlich wurde.
Die mittelalterliche Beinkammer mit ihren Schädeln im Chor, die
Funde aus dem Grundstein des Chores von 1495, das Ratsgestühl von
1534, ein 1605 gefundener Mammutzahn, der "Hungerkasten" von 1817: -
all dies und vieles andere Kuriose und Interessante machen eine
Führung durch die Kirche zum Erlebnis.
Vom Marktplatz aus führt in 53 Stufen die große, zwischen 1507 und
1510/11 erbaute Treppe, (seit 1925 Bühne der sommerlichen
Freilichtspiele) zur romanischen Vorhalle der Kirche, und über
weitere 160 Stufen erreicht man durch den Turm die Glockenstuben (mit
10 Glocken, die älteste von 1260) und die ehemalige Türmerwohnung
mit dem prächtigen Ausblick über die Altstadt.
|
Ik loop de steile straatjes op en bereik na een uitputtende klim over trappen
de gigantische middeleeuwse Neubau. Gesloten, ik heb niet anders verwacht. Vanaf
het panoramaplatform kan ik een weidse blik over de oude stad werpen. Naar
beneden, waar ik uit kom bij het Hallisches - Fränkisches Museum, entree € 2,50.
Daar breng ik een tijdje door in met name de oude woontoren, waar elke etage een
speciaal tijdvak beslaat. De 20e eeuw met zijn moderne werken sla ik over.
Aardig zijn de opnames van Antarctica van een plaatselijke fotograaf. Schwäbisch
Hall blijkt een zusterstad van het uiterst charmante Poolse stadje Zamosc. De
bibliothecaresse is daar ook geweest en deelt mijn enthousiasme over het
plaatsje.
|
HÄLLISCH-FRÄNKISCHES MUSEUM
Museum für Kunst- und Kulturgeschichte
Das Hällisch -Fränkische Museum, im mittelalterlichen Stadtkern
Halls gelegen, zeigt auf über 3000 qm Ausstellungsfläche Geschichte,
Kunst und Kultur der Reichsstadt und ihrer Umgebung. Es erstreckt
sich über sieben historische Gebäude. Ein informativer Rundgang
führt die Besucherinnen und Besucher von den geologischen Anfängen
der Region bis in die Gegenwart.
Im Zentrum des Gebäude-ensembles steht der um 1240 errichtete
staufische Keckenturm. Auf acht Stockwerken beherbergt der einstige
Wohnturm neben der Geologie und der Ur- und Frühgeschichte vor allem
Sachzeugen aus der reichsstädtischen Geschichte Halls. In der so
genannten Stadtmühle, einer früheren Mahlmühle, deren bauliche
Struktur auf das 19. Jahrhundert zurück geht, wird die lokale
Geschichte von der französischen Revolution bis zum Ende des 20.
Jahrhunderts sowie verschiedene Sonderthemen vorgestellt.
Die Sammlung wurde vor über 160 Jahren durch den Historischen Verein
für Württembergisch Franken angelegt und kontinuierlich ausgebaut.
Sie enthält Exponate von überregionaler Bedeutung, wie etwa die von
Eliezer Sussmann 1738/39 bemalten Synagogenvertäfelungen aus
Unterlimpurg und Steinbach, oder die Elfenbeinfiguren des Leonard
Kern aus der Zeit des Dreißigjährigen Krieges. Das Museum pflegt
auch Nachlässe von Persönlichkeiten aus Schwäbisch Hall und der
Region, zum Beispiel von Johann Friedrich Reik (1836-1970), Louis
Braun (1836-1916) und Marie Sieger (1886-1970). Hinzu kommen
Firmenarchive, wie etwa das der Grossag. Somit ist das
Hällisch-Fränkische Museum ein wichtiges Dokumentationszentrum für
die Geschichte, Kunst und Kultur der Region Württembergisch-Franken.
|
Ik verpoos vervolgens een tijdje bij de rivieroever. Dan begint het te
regenen en kan ik schuilen onder een van de overdekte bruggen. Als het weer
opklaart is het tijd voor koffie op het terras van een Konditorei. Voort gaat
het naar het moderne museum Würth (gesticht door een rijke industrieel) dat
tegen de linkeroever op gebouwd is. Op het binnenplein staan opvallend smakeloze
beelden van fabeldieren opgesteld, deze veelkleurige plastieken in kinderlijke
stijl zijn creaties van Niki de Saint Phalle (schijnt erg bekend te zijn…),
kinderen ravotten erop. In de enorme museumboekhandel is het erg druk, waar
komen al die mensen vandaan? Even verderop is in de openlucht een
beeldhouwworkshop aan de gang. Welwillende amateurs krijgen er onderricht van
professionele kunstenaars. Ik houd het voor gezien en zoek de Johanniterhalle
op, een voormalige kerk. Daar is een eveneens druk bezochte tentoonstelling van
Alte Meister (o.a. Lucas Cranach der Ältere) en een tijdelijke expositie van de
weergaloze beeldensnijder Tilman Riemenschneider. Zijn werken zijn tijdelijk
uitgeleend door het Bode - Museum in Berlijn, een van de topmusea op het
Museuminsel dat ik ooit bezocht heb. Gratis entree, is het daarom zo druk?

|
JOHANNITERHALLE
Alte Meister in der Sammlung Würth /
Der Eintritt ist frei.
Die Johanniterhalle, eine ehemalige Kirche aus dem 12. Jahrhundert,
wurde im November 2008 als Museum neu eröffnet. Als Dependance der
Kunsthalle Würth bildet das umfassend sanierte Gebäude die ideale
Heimstatt für die bedeutende Sammlung Alter Meister in der Sammlung
Würth, die den ehemaligen Fürstlich Fürstenbergischen Bilderschatz
sowie zahlreiche Neuerwerbungen umschließt. Zurückgeführt werden
konnten in die Johanniterhalle einige Exponate ihrer ehemaligen
sakralen Ausstattung.
Die Sanierung umfaßte den Einbau modernster Haus-, Sicherheits-,
Klima- und Sanitärtechnik nach höchsten musealen Standards, sowie
die denkmalgerechte Restaurierung des originalen gotischen Dachwerks
von 1400/01, das sich als ältestes seiner Art in Süddeutschland
erweist. Zahlreiche, in der wechselvollen Geschichte profaner
Nutzung unsachgemäß hinzugekommene bauliche Ergänzungen mußten
zunächst entfernt, Dekorelemente freigelegt und gereinigt, die
Natursteinfassade restauriert, die Gewölberippen des Chors und die
Gewände der Maßwerkfenster im Innenraum konservatorisch behandelt
und der Dachstuhl freigelegt werden, um das Gebäude wieder in seiner
ursprünglichen Gestalt, Schönheit und Qualität erlebbar werden zu
lassen.
Den Kernbestand der hochkarätigen Kollektion, die sich der Kunst
des deutschen Südwestens – einschließlich des Bodenseeraumes und der
Nordschweiz – vom ausgehenden Mittelalter bis zur beginnenden
Neuzeit widmet, bildet der 2003 von Reinhold Würth erworbene ehemals
Fürstlich Fürstenbergische Bilderschatz Donaueschingen. Die kunst-
und kulturgeschichtliche Bedeutung dieses Konvoluts ist alleine
schon deswegen so hoch einzuschätzen, weil die meisten Tafelbilder
einer Zeit entstammen, aus der auf Grund des in Schwaben besonders
radikal durchgeführten Bildersturmes nur äußerst selten
Bilddokumente überliefert sind.
Erhalten haben sich zum Beispiel die phänomenale Familie der
Naturmenschen Lucas Cranachs d. Ä. und ein ganzes Konvolut aus
seiner Werkstatt, mit religiösen Szenen, profanen Lehrstücken und
Porträts. Hervorzuheben sind aber auch ein um 1441/42 datiertes
Konstanzer Bildnis des Ehepaares Wilhelm IV. Graf Schenk von
Schenkenstein und Agnes Gräfin von Werdenberg - Trochtelfingen,
zahlreiche Tafelbilder des Meisters von Meßkirch oder die Tafeln des
hochbedeutenden Antonius-Retabels des Zürcher Veilchenmeisters.
Sowohl auf dem Gebiet der Tafelmalerei als auch der Skulptur, etwa
mit qualitätvollen Beispielen von Daniel Mauch, Tilman
Riemenschneider oder dem näheren Umkreis des Hans Multscher, konnte
dieser Bestand sinnstiftend ergänzt werden. Als Höhepunkte dürfen
jedoch zweifelsohne weitere Neuzugänge aus der Hand Lucas Cranachs
d. Ä. gewertet werden. |

Het is tijd om terug te keren naar het ziekenhuis, waar ik om half vijf een
afspraak met een specialist heb. Onderweg word ik overvallen door een hevig
onweer, een half uur lang moet ik schuilen in een voetgangerstunnel vol
graffiti. Clim ligt inmiddels in een bed op de 5e verdieping van het bijgebouw
Waldhaus. Ik maak een praatje met zijn kwieke, 68-jarige kamergenoot uit
Esslingen. Door de regenbui heb ik de dokter gemist, maar volgens een van de
verpleegsters is er geen nieuws. Clim heeft weinig te missen, hij ligt maar een
beetje voor zich uit te staren. Hij toont geen enkele interesse voor mijn
bemoeienissen met de “Behörde”. De vriendelijke dames van de ziekenhuis
-receptie bestellen voor mij een taxi die bestuurd wordt door Yusuf, een oude
Turk uit Ankara. Hij zal me nog vaker vervoeren. Ik eet in het hotel, ik beperk
me tot een fors bord Pfifferling - Cremesuppe (van cantharellen) met veel
smakelijk brood. De rest van de avond regent het weer. Op tv volg ik de
verslagen van de rellen in Engeland. Rond 9 uur breng ik neef Peter van de
situatie op de hoogte.

2.
Vandaag besluit ik een fikse wandeling te maken. Ik vertrek om tien uur
richting Comburg, een dorpje onder de rook van Hall ten zuiden ervan gelegen. Ik
zie het versterkte klooster in de verte op een heuvel liggen. Tot mijn
verrassing zijn er nogal wat bezoekers, tot ik me plotseling realiseer dat het
zondag is. De Stiftskirche is helaas dicht, pas om 14.00 uur is er een
rondleiding. Het duurt me te lang om daar op te wachten. Ik loop de gehele
weergang rondom het fortachtige bouwsel af, van waaruit men fraaie uitzichten
over de heuvelachtige omgeving heeft. Het klooster is ook in adellijke handen
geweest, heeft als lazaret voor gewonde militairen gediend, als woonplaats voor
armlastige soldeniers met hun gezinnen en in het interbellum als plaatselijk
hoofdkwartier van de HJ ofwel Hitler Jugend. Nu is het weer in handen van de
kerk overgegeven. Wel is er nog een soort Pedagogische Hogeschool gevestigd in
een van de neoklassieke bijgebouwen. Dat er elke eeuw wel iets bijgebouwd of
gerenoveerd is kun je zien aan de eclecticistische stijlen. Ook bekijk ik nog
het kerkje van het dorp zelf dat ik bereik door te dalen via de Bildersteig, een
steile allee met verweerde standbeelden van heiligen.

|
COMBURG
Het klooster Comburg (of Komburg) was een
Benedictijner abdijvorstendom in Duitsland, later een adellijk
riddersticht.
Het ligt thans in de stad Schwäbisch Hall in Baden - Württemberg.
In de elfde eeuw bouwden leden van het Frankische gravengeslacht,
dat ook Rothenburg ob der Tauber bezat op de Komburg een burcht, die
door graaf Burkhard in 1079 werd getransformeerd in een
Benedictijnerabdij. De voogdij kwam na het uitsterven van de
Komburgers eerst aan de Hohenstaufen. Later kwam de voogdij
achtereenvolgens aan de schenken van Limpurg, de rijksstad
Schwäbisch Hall (1384) en het prinsbisdom Würzburg (1485).
In 1488 werd het klooster na een periode van verval omgezet in
een koorherensticht. Een deel van de bezittingen ging door verkoop
verloren aan de rijksstad Hall. De zelfstandigheid ging in 1541
verloren, waarna het gebied viel onder de landshoogheid van het
prinsbisdom Würzburg.
Paragraaf 6 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari
1803 droeg het sticht over aan het keurvorstendom Württemberg. De
gebouwen dienden van 1807 tot 1810 als residentie van prins Paul van
Württemberg. En nog later als Jeugdherberg en als centrum voor de
plaatselijke HJ (Hitlerjugend). Tegenwoordig is het weer een
klooster met o.a. de mooie Stiftskirche.
Die Großcomburg, ein ehemaliges Benediktinerkloster, wurde im
Jahre 1078 gegründet. Die ausgedehnte burgartige Anlage erhebt sich
majestätisch auf einem Hügel. Die Außenanlagen der Comburg, u.a. der
beeindruckende Wehrgang rund um den gesamten Gebäudekomplex, ist
freizugänglich.
Die Stiftskirche St. Nikolaus wird geprägt durch die romanischen
Türme und den Umbau der Barockzeit (1706-1715). Die reiche
Innenausstattung umfaßt romanische Kunstschätze von internationalem
Rang: den Radleuchter und das Altarantependium. Die Comburg
beherbergt heute die Landesakademie für Fortbildung und
Personalentwicklung an Schulen.
|

Vier kilometer verderop ligt het stadje Hall, niet zo ver meer dus. Ik volg
de lommerrijke loop van de rivier de Kocher met verscheidene overdekte
bruggetjes en zo kom ik vanzelf bij de Neubau van het stadje terecht. Onderweg
drink ik koffie en fris in een keurige Gartenanlage. In de stad is feest, op
diverse plaatsen wordt gemusiceerd en er is veel volk op de been. Het is de hele
dag zonnig weer geweest, maar later op de middag betrekt de lucht en breekt er
een stormachtige onweersbui los. Ik tracht in een bushokje te schuilen, maar de
wind blaast de regenvlagen recht in mijn gezicht zodat ik toch nog drijfnat
word. Om vijf uur bereik ik uiteindelijk het ziekenhuis. Ze hebben Clim alweer
verhuisd, nu ligt hij op kamer 714 van het Waldhaus. Er is geen verandering in
zijn toestand. Ik heb een privégesprek met een Iraanse specialist uit het
heilige Mashad die voorstelt om ook nog eens een CT-scan van zijn hoofd en
thorax uit te voeren. Men vindt dat hij nu physisch wel redelijk in orde is,
maar psychisch lijkt het niet zo goed met hem te gaan. Daar heb ik begrip voor,
temeer daar Clim verward overkomt en vreemd reageert op vragen. Ik denk nog
steeds dat er ook sprake is geweest van een, misschien lichte, tia. Je weet maar
nooit.



|