|



COBURG
De heenrit duurt langer dan we gepland hebben. We moeten eerst een heel stuk
naar het zuiden, richting Bamberg. Pas om half twaalf komen we aan en parkeren
in een Tiefgarage aan de rand van de Altstadt. Die is niet groot, we bereiken al
gauw de grote markt met zijn laatmiddeleeuwse gebouwen zoals Alte Apotheke, het
Renaissance Rathaus (1598), en het Stadthaus (begin 17e eeuw). Middenin prijkt
een standbeeld van Albert van Coburg, de gemalin van de Engelse koningin
Victoria; hij is slechts 42 jaar oud mogen worden, een gegeven dat Clim uit de
Romeinse cijfers op de sokkel opmaakt. Vlakbij ligt ook een van de oudste
vakwerkgebouwen van Duitsland: het Münstermeister-haus. We drinken koffie in de
Ratstube. Het blijft voorlopig droog weer, de meeste voetgangers hebben dus voor
niets een paraplu onder de arm.

We vervolgen onze wandeltocht door de stad (42.000 inwoners) en
bekijken vol aandacht de Hauptkirche Sankt Moritz die in de achttiende eeuw in
barokstijl is omgebouwd, tenminste van binnen. Interessant zijn de door weer en
wind aangetaste beelden van Adam en Eva met reusachtige vijgenbladen voor hun
edele delen. Tegenover de kerk ligt het 16e-eeuwse Gymnasium Casimirium, een
fraai gotisch bouwwerk dat echter niet te bezichtigen is. Ook het mooie Zeughaus
is niet te bezichtigen. Veel straatjes zijn geplaveid met keitjes en klinkers.
We ontdekken gietijzeren putdeksels waarin gestileerde negerhoofden in reliëf
zijn aangebracht. Even later komen we erachter waarom: in deze buurt staat het
paleisachtige herenhuis waar de latere koning Leopold van België (vanaf 1831)
zijn jeugd heeft doorgebracht. De zwarte koppen verwijzen naar de Kongo, het
privé - wingewest van zijn zoon Leopold II; ze staan ook in het wapen van
Coburg.


VESTE COBURG
We
lopen dwars door de residentie, het Stadtschloss. Dit is niet zo bijzonder,
volgens Clim heeft het iets weg van Engelse kastelen. Het stamt uit 1543 en
heeft tot 1918 (jaar van de ontmanteling van de Duitse adel) dienst gedaan. Het
slotplein is behoorlijk uitgestrekt met tegenover het plein het Landestheater
uit 1840 en de Landesbibliotheek, in het midden natuurlijk weer bloemperken met
een standbeeld, nu van een zekere hertog Ernst I. We lopen het in Engelse
landschapstijl aangelegde park Hofgarten op, richting Veste die hoog boven ons
op een rots troont. Het wordt een moeizame wandeling, vooral voor Jos die
herhaaldelijk op bankjes zijn heup en knieën rust moet gunnen. Onderweg kunnen
we nog kennis maken met de neogotische Pfarrkirche St. Augustin (1860), enkele
villa’s, het oranje Bürglass Schlösschen (residentie van een Bulgaarse koning)
en het Naturkundemuseum.
Uiteindelijk bereiken we pas na tweeën de kolossale vesting (een van de grootste
van Duitsland) na een half uur zweten en zwoegen. We rusten uit met koffie en
aardbeiengebak aan de buitenzitjes van het Burg - Schänke. Daarna bezichtigen we
op ons gemak de diverse musea die in de verschillende vleugels en bijgebouwen
gevestigd zijn. De entreeprijs is een schamele vier euro. We starten met een
wandeling over de muren met aan alle kanten vergezichten en een stijlvol
ruiterstandbeeld. Interessant is de tijdelijk expositie Apocalypse van de
Neurenbergse 15de-eeuwse kunstenaar Albrecht Dürer, een favoriet van ons. We
gaan verder door de tentoonstellingzalen van de Fürstenbau, de Schlosskapelle,
de Herzoginbau, de Carl Eduard Bau en tenslotte de Steinerne Kemenate.
Vermeldenswaard is de Lutherkamer (die zich hier in 1530 maandenlang schuil
hield) en de werken van Lucas Cranach de Oude. Verder is er een keur aan
harnassen, portretten, glaswerk, jachttrofeeën, kostuums, porselein, rijtuigen,
sleeën, wapens te zien. De geheel met kostbaar hout uitgevoerde kamer met vooral
jachttaferelen bevalt ons het meest. Een dociele schoolklas luistert er
gehoorzaam naar de uiteenzetting van hun lerares. Pas na vijven lopen we terug
naar de stad. Dat duurt toch nog bijna een half uur, Clim telt meer dan
tweehonderd treden heuvelafwaarts.
Op de terugweg maken we onbedoeld een omweg, er lopen drie hoofdwegen naar
Bamberg en we kiezen net de verkeerde. Gelukkig komen we daar bijtijds achter en
kunnen we onze fout via landschappelijk aantrekkelijke tussenweggetjes
corrigeren. We zijn dan ook laat terug in Bad Neustadt, om half acht. Enkele
BMW- en Audi-rijders hebben hun auto zo slordig geparkeerd dat we er onze Volvo
niet tussen kunnen wurmen. Gelukkig kunnen we wel parkeren in de Hof van het
Hotel Zum Goldenen Löwen aan de overkant van de straat, dat hoort ook bij ons
hotel. We gaan direct aan de Markt eten, deze keer bestellen we beiden een
Schweinehaxe mit Sauerkraut, echt zwaar Duits voedsel. We laten niets op ons
bord liggen, het heeft ons dus gesmaakt.





|