|
|
BODENSEE(Reis gemaakt in mei 2008)
Via Ravensburg naar Wolfegg In Meersburg slaan we af naar het oude Ravensburg, de stad van de wereldbekende spellen die in de buurt van ons hotel ligt en het streekcentrum van de westelijke Allgäu is. We belanden er in het centrum, maar de afslag naar ons doel Wolfegg ligt in Weingarten, een buurgemeente 5 km verderop. We moeten in het drukke stadsverkeer tijdens het spitsuur omdraaien. De weg van Weingarten naar Wolfegg zullen we meerdere keren berijden. Aanvankelijk slingert hij zich tussen liefelijke, grasbegroeide heuveltjes door, maar het laatste stuk loopt hij dwars door het bos. Het hotel ligt niet in Wolfegg zelf, maar in een gehucht Alttan geheten, 3 km noordelijk. Seniorenhotel Allgäuer Hof in Wolfegg Landhotel Allgäuer Hof heeft drie sterren superior, ligt naast de hoofdstraat en bestaat uit een hoofdgebouw en een moderne bijbouw van een jaar oud. We worden in het laatste ondergebracht in een bijzonder ruime kamer in zachte, rustgevende okergele kleuren met alles drum und dran. Roken moeten we echter we op het balkon, want het hele hotel is één grote rookvrije zone. De auto hebben we kunnen parkeren in de Tiefgarage, te openen met de key card van onze kamer, kosten drie euro per dag. Interessant is dat je eerst door sluisdeuren moet, die je kunt openen door op hendels te drukken die ter hoogte van een rolstoel aan de muur zijn geplaatst. Dit systeem doet ons denken aan ziekenhuizen waar de deuren ook op deze manier automatisch open en dicht gemaakt kunnen worden. Het hotel blijkt volledig uitgerust zijn voor senioren, ouderen, gehandicapten en biedt vele mogelijkheden voor wellnes. Dat blijkt al direct uit de aard van medebewoners die we er ontmoeten: oudere gammele mensjes, slecht ter been zijnd, krom lopend met of zonder rollator of looprek. We voelen ons hier als dikke vijftigers toch de kerngezonde Benjamins van het gastengezelschap. Langs de muren van de gangen, op het toilet, in de lift, overal bevinden zich roestvrij stalen stangen voor houvast. Alles is aangepast aan de wensen en behoeften van minder valide gasten. De badkamer is zelfs zo ruim opgezet dat je er met rolstoel en al kunt gaan douchen. Er is ook een mooi ingerichte, lichte bibliotheek met geriefelijke leren fauteuils die een behoorlijk assortiment aan wereldliteratuur (wel alles in het Duits) en een fraai uitzicht over de rollende Allgäu biedt. We hebben er echter nooit een belangstellende lezer aan kunnen treffen. Mutlu, een sympathieke Turkse ober Jos maakt bij het inchecken en het reserveren van een tafel voor de avondmaaltijd kennis met de hoofdkelner en herkent hem meteen als een Turk. Een korte riedel in het Turks (“Hoe heet je? Waar kom je vandaan in Turkije? Werk je hier al lang?” en dergelijke obligate vraagjes meer) en hij is met deze Mutlu C. de beste maatjes. Mutlu is eigenlijk een Koerd uit het Turks - Iraakse grensgebied. Hij heeft in Antalya in een hotel gewerkt, waar hij een Duitse vrouw aan de haak heeft geslagen, met haar is hij uiteindelijk gehuwd. Hij is nu acht jaar in Duitsland en spreekt redelijk goed Duits. In de loop van de vier dagen dat we hier verblijven, zullen we merken dat hij ook op zijn vakgebied zijn mannetje staat; hij is beleefd en attent. Volgens ons maakt hij wel erg lange dagen. Hij krijgt niet altijd overuren betaald, maar per slot van rekening heeft hij in het slappe seizoen minder te doen. Hoewel hij al acht jaar getrouwd is, heeft hij nog geen kinderen, ongehoord voor een echte Turk. Jos vindt dit als NT 2 - docent een teken van succesvolle inburgering. Chique dineren in hotelrestaurant Het eten is hier voortreffelijk, hoewel eigenlijk te chique naar onze smaak. Als we in het restaurant binnenstappen worden we door de reeds aanwezige vaste gasten als indringers aangestaard. Niet vijandig, want als we ze op de gang of in de lift tegenkomen groeten ze ons vriendelijk, edoch gereserveerd. We dineren (dat is het juiste woord hier) alle avonden van ons verblijf in dit hotel-restaurant, meestal bestellen we er het menu van de dag.
De Loreta Kapelle op Hemelvaartsdag In Wolfegg willen we de barokkerk bezoeken. Het is dan rond half elf, maar er is dan net een dienst aan de gang. Van bezichtiging kan dus geen sprake zijn. Het is donderdag 1 mei, in Duitsland is het Tag der Arbeit, gaan de mensen daarvoor naar de kerk? Nee, realiseren we ons achteraf, het is tevens Cristi Himmelfahrt ofwel Hemelvaartsdag, het katholieke vernisje op onze ziel begint behoorlijk te slijten. Bij de Loreta Kapel vlak bij het dorp worden nu geen rituelen verricht en kunnen we wel terecht. Het ligt op een met mals gras begroeide, verder kale morenenheuvel, een allee met staties van de kruisweg komt bij het eenzame Mariakapelletje uit. Van hieruit hebben we een panoramisch uitzicht op de Beierse Alpen, maar het is te heiig om er echt van te kunnen genieten. Slide show van de Bodensee
De haven van het eilandje Lindau Na dit mini-uitstapje zoeken we de Autobahn op en in een mum van tijd hebben we Lindau bereikt, aan de noordoostelijke kant van het Boden Meer (in het Engels: Lake Konstanz). We parkeren de auto voor de brug naar het eilandje waar de stad op ligt. Het is er druk, niet onverwacht op deze vrije zomerse dag. Via het modernistische casino en bloemrijke stadsparkjes trekken we door een poort de binnenstad in. We stuiten direct op een fanfare die op een pleintje voor een Gaststube iemand met een aubade vereert. Clim koopt een Stocknagel voor een kennis. We bezoeken er drie kerken: een roomse (barok uiteraard, vol pracht en praal), een protestante (sober uiteraard) en een hele oude uit het jaar duizend die nu als Gedenkstätte voor ‘gefallenen Krieger’ en slachtoffers van het Nazi – regime dient. In de kerk staat enkel een sarcofaag met een reus van een dode soldaat, in marmer uitgehouwen natuurlijk. Dit soort monumenten wekt altijd veel belangstelling bij Clim op; hij leest dan al die honderden ingegraveerde namen van gevallenen door. In deze kerk zijn ook nog fresco’s van Hans Holbein de Oude (1465-1524) te zien. Naast deze Peter & Paul Kirche ligt de oude Diebesturm.
Inktzwarte luchten over het meer Rondom de kleine haven is het een drukte van belang in en rondom de talrijke Biergarten en terrastuinrestaurants. Achter de kolossale leeuw op zijn sokkel en het bezienswaardige vuurtorentje bij de haveningang doemt een onheilspellende donkere regenwolk op die langzamerhand over het meer onze kant optrekt. Even later moeten we met Kaffee en Kuchen schuilen in een restaurant. De regen houdt aan en we besluiten zonder paraplu (in de auto laten liggen…) door te gaan. Bij de Bahnhof koopt Jos een paraplu voor 5 euro bij een souvenirwinkel en ja hoor, zoals Clim al bij voorbaat voorspelde: na deze aankoop houdt het ineens op met regenen en breekt het zonnetje weer door. We bezichtigen tenslotte nog het oude renaissance stadhuis (15e eeuw) met zijn muurschilderingen in de stijl van Lüftli’s met als thema onder andere de tien geboden. Bij het verlaten van deze “malerische Altstadt” moeten we even wachten voor een colonne old timers (classic / vintage cars) van het merk Mercedes. Clim ontdekt er verscheidene Maibachs tussen, achter het stuur zitten zowel jonge als oude rijke mensen in extravagante kledij.
|
![]() |
![]() |
Interessant paaldorp
Ons volgende bezoek geldt het prehistorische paaldorp bij dorpje Unteruhdingen 10 km ten westen van Meersburg. Het immense parkeerterrein geeft al aan dat hier meer te doen is. Met een straattreintje (€ 2 p.p.) komen we bij het meer aan. Er zijn tal van attracties (dierentuin, reptielenmuseum, een Affenhaus – vgl met onze Apenheul - , boottochtjes naar Blumeninsel Mainau, minigolf, terrasjes en zo), maar wij kiezen voor de steentijd. Het paaldorp is natuurlijk volledig gereconstrueerd en doet ons denken aan nog bestaande paaldorpen in de Indonesisch – Maleise archipel die we ooit bezocht hebben. Grondig aangepakt met veel leesbare informatie, een soort museum om aan te bevelen. Er is een expositie van gevonden archeologische voorwerpen en een Sonderausstellung van een groep kinderen die twee weken lang op een gelijksoortige primitieve manier hebben geleefd. Wetenschappelijk schijnt niet alles te kloppen, maar wie maalt daarom? Het gaat hier om de indruk die het maakt op het historische inzicht van de doorsnee burger. We drinken koffie op een terras, maar we moeten voortmaken om het treintje terug naar onze parkeerplaats te halen. Via Meersburg met zijn twee kastelen en Weingarten met zijn indrukwekkende basilica zoeken we weer ons hotel op, waar we op het terras aan de achterzijde van het hotel als eerste klanten het eerste biertje van het seizoen nuttigen, de Biergarten is namelijk sinds 1 mei (vandaag dus) weer open!

![]() |
![]() |
MEER INFO BODENSEEAan de rand van drie landen |
DAG 8 OOSTENRIJK – ZWITSERLAND – KONSTANZ - BIRNAU
Door Oostenrijk en Zwitserland terug naar Duitsland
We rijden via Kisslegg, Wangen en Lindau naar Oostenrijk. Bij Bregenz gaan we de grens oven. We moeten een autobaan - vignet à € 7,70 kopen en duiken een 6.6 km lange tunnel in. Als we daar uit komen, volgt er onmiddellijk een tweede tunnel van 1.5 km lang. Dan hebben we de delta bereikt waar de Rijn via drie zijarmen de Bodensee instroomt. Via Hard en Höchst bereiken we bij Rheineck de Zwitserse grens. De douane daar wuift ons ongeïnteresseerd door. We volgen de zuidkust van het meer, maar die is helemaal volgebouwd met Ferienwohnungen, hotels en gewoon particuliere huizen, zodat we nergens op ons gemak kunnen stoppen om op een bankje een sigaretje te roken en van het uitzicht te genieten. Uiteindelijk rijden we na Arbon en Romanshorn een dorp binnen om bij een kerkje te pauzeren. Een organist is er bezig met het inoefenen van “Daar komt de bruid” voor een Hochzeit ’s middags. Bij Kreuzlingen steken we de grens over naar de Bondsrepubliek en zijn we direct in het hartje van Konstanz beland. We vinden geen vrije parkeergarage (alle garages geven een hatelijk “0 Freie Plätze” aan) en na een rondrit door de binnenstad zijn we op ons uitgangspunt terug. Daar moeten we nog twee rondjes op een parkeerterrein rijden voor er een auto wegrijdt en er een plaats vrij komt.
![]() |
![]() |
De Altstadt van Konstanz
We bekijken de Altstadt, die ons niet echt kan bekoren, hoewel ze hoog op de “must see” - lijstjes van de reisgidsen staat. Een Brunnen op de Markt, het onaanzienlijke Alte Rathaus, een beeld van Graf von Zeppelin aan de haven, wat vakwerkhuizen en patriciërpanden (wel mooi overigens), een haven met een vuurtorentje en een enorm, modern beeld van de 15de-eeuwse courtisane Imperia. Zij heeft in haar ene hand een paus en in de andere een koning, daarmee verwijzend naar het concilie van 1414 – 1418 waar een schisma van de katholieke kerk werd voorkomen. Jan Hus, de hervormer uit Bohemen, moest het toen ontgelden en kwam er op de brandstapel terecht. Het Konzilgebäude herinnert nog aan die bijeenkomst. De Münster is nog veel ouder, vroeggotisch uit de elfde eeuw (1089); ze heeft veel van de beeldenstorm te lijden gehad. Aan de achterkant is een bijbouw met diverse kapellen, de Mauritius Rotunda en een crypte. Van de kruisgang zijn nog maar twee vleugels over.
![]() |
![]() |
Voor de kerk wordt een jazzfestival gehouden (‘jazz’ op zijn Duits uit te spreken als Jatz), de reacties van het publiek zijn lauw. De Stephanskerk zou mooier dan de Münster moeten zijn, maar daar is net een dienst aan de gang. Met de auto onderweg hebben we ook al de Rheinbrücke en de Pulverturm gezien. We lopen terug via een doorgaande Allee en stoten daar op een geinige Triumphbogen van Peter Lenk (ook de schepper van het beeld Imperia): wanstaltige figuren die op, onder en naast een boog een bad nemen. Deze satirische vormgeving zal bij de fatsoenlijke lieden van de stad wel heel wat stof hebben doen opwaaien. Tussendoor drinken we in Franse kopjes zonder oor koffie in een klassiek Kaffeehaus uit de art deco-tijd.
MEER INFO KONSTANZ
De grootste en interessantste stad aan de Bodensee is Konstanz (410 m). Deze plaats heeft 50.000 inwoners en ligt als enige Duitse stad aan de zuidelijke oever van de Rijn. De geschiedenis van Konstanz gaat terug tot in de grijze oudheid. Toen de Romeinen in 50 na Chr. arriveerden, troffen zij hier een Keltische visserskolonie aan. In deze zogenaamde Konstanzerbocht stonden toen nog paalwoningen uit het Stenen en Bronzen Tijdperk. Op de heuvel waarop nu de Munster staat, werd onder keizer Constantius Chlorus omstreeks 300 een fort gebouwd: Constantia. In 590, in de tijd van de Alemannen, werd Konstanz bisschopszetel en groeide de stad uit tot een belangrijk centrum. Door de vervaardiging en uitvoer van linnen sinds de 14e eeuw werd de handelspositie versterkt.
Zo groot en machtig was Konstanz dat de stad het 16de Algemene Concilie (van 1414-1418) mocht organiseren, waar paus Martinus werd gekozen. De eenheid in de kerk werd hersteld en er werd besloten de ketterij streng te bestrijden. Dit resulteerde in de veroordeling van de hervormers Johannes Hus en Hieronymus van Praag, die beiden op de brandstapel de dood vonden ten tijde van het concilie. Toch ging Konstanz in 1526 over tot het Lutheranisme. De bisschop moest de wijk nemen naar Meersburg. In 1548 dwong Karel V de stad echter weer tot trouw aan de rooms-katholieke kerk en kwam Konstanz onder Oostenrijks gezag. Tijdens het revolutiejaar 1848 kondigde Friedrich Hecker in Konstanz de Duitse republiek af.
De interessantste bezienswaardigheden bevinden zich op de linkeroever van de Rijn, de Altstadt. Dit oude stadscentrum is volkomen onbeschadigd uit de laatste wereldoorlog gekomen.
Das Konzil
Ook wel Kaufhaus geheten, waar tijdens het concilie op 8 november 1417 een
nieuwe paus werd gekozen. Hier worden tegenwoordig feesten en concerten
gegeven. Hier vlakbij, aan de Gondelhafen,verheft zich het Zeppelindenkmal,
opgericht ter ere van de in Konstanz geboren uitvinder van het luchtschip,
graaf Ferdinand von Zeppelin.
Insel
Het vroegere dominicanenklooster (1236). Dit klooster werd in 1785 door
Josef II geschonken aan een kolonie emigranten uit Genève. Sinds 1875 is het
een hotel.
Rheintorturm
De Rheintorturm uit ca.1300 was in de middeleeuwen onderdeel van de
stadsversterking evenals de Pulverturm uit 1321, maar die diende ten tijde
van de middeleeuwse jodenvervolgingen als gevangenis.
Munster
Een zuilenbasiliek gebouwd tussen 1052 en 1089. Maar elke eeuw daarna had
zijn invloed op deze van oorsprong romaanse bouw. In de tijd van het
concilie werden de gotische zijkapellen gebouwd. Pas in 1856 eindigde de
bouwgeschiedenis. Toen werd de in 1511 door brand verwoeste gotische 76 m
hoge toren met opengewerkte spits herbouwd. De deuren van het hoofdportaal
met fijn houtsnijwerk dateren van 1470. Renaissance en barokke
stijlelementen vindt u in het koor (rijk bewerkt koorgestoelte en het
zilveren hoogaltaar), het orgel (ca.1518), een beeldengalerij en de
muurschilderingen De schilderingen stellen scènes voor uit het Oude en
Nieuwe Testament. Indrukwekkend is het Thomas Altar ernaast en, rechts van
het koor, het Maria End-Altar. Een andere bezienswaardigheid is het
voeggotische Heilige Graf in de Mauritiuskapelle (ca. 1280), een replica van
het Heilige Graf dat keizer Constantijn de Grote in de 4e eeuw over het graf
van Christus liet oprichten.
Bodensee-Naturmuseum
Toont de flora en fauna van het Bodensee-gebied. Het museum is gevestigd in
een 15e-eeuws huis, waarin de hervormer Ambrosius Blarer werd geboren. -
Wessenberghaus
Met zijn waardevolle schilderijen van o.a. Dürer, Rembrandt,Ruysdael en Van
Goyen.
Stephanskirche
(1424-1486), in laatgotische stijl met barokke versiering, maar
oorspronkelijk een romaanse kerk (vanaf 1130). De toren dateert van 1485. De
laatbarokke herbouw vond plaats in 1770. Het interieur werd gedurende deze
eeuw verscheidene malen gerestaureerd.
Unesco – eiland Reichenau
Vijftien kilometer van Konstanz ligt het eiland Reichenau, dat met zijn kerken en kloosters opgenomen is in de Unesco lijst van Werelderfgoederen, een must voor Jos dus. Met die uitverkiezing maken ze wel ongehoord reclame, zo is er een gloednieuw toeristeninfocentrum gebouwd waarin alles draait om Unesco. Het eiland ligt in de Untersee en is bereikbaar via een negentiende-eeuwse populierenlaan op een door riet omzoomde dam. Tussen de boomgaarden en tuinbouwkassen door rijden we naar het midden van het eiland. We bezoeken er de Münster in Mittelzell, een abdijkerk uit de negende eeuw. Sinds 724 wordt het oord al door pelgrims bezocht. De vroegere abten hebben grappige namen zoals Waldo, Berno, Hatto en Strabo. Het is een lege hallenkerk in de stijl van een Romaanse basilica, waar wij wel een betaalde blik in de Schatzkammer met zijn monstransen, cibories, kelken en kostbare manuscripten werpen. Mooi vinden we de gouden en zilveren heiligenschrijnen die van hoogwaardige ambachtelijke smeedkunst getuigen. In de kerk is alleen het hekwerk dat het hoogaltaar afschermt dat aan barok doet denken. Er zijn ook enkele fresco’s herkenbaar, maar de mooiste bevinden zich in de kleinere kerken van het eiland: de Petrus en Paulus – kerk en de Sankt Georg. Die we overigens niet bezoeken, want het is al laat en we besluiten niet met de veerboot vanaf Konstanz naar Meersburg het meer over te steken, maar gewoon over de weg terug te keren. Dat betekent wel een heel stuk omrijden, maar een gedeelte is autoweg, dat schiet tenminste op.
MEER INFO REICHENAU
Dicht bij Konstanz ligt in de Untersee het eiland Reichenau (4.800 inw.) met de dorpen Oberzell, Mittelzell en Niederzell.
Van grote betekenis voor de ontwikkeling van, het eiland is het benedictijner klooster geweest, dat hier in 724 werd gesticht. De geleerde abt Walafried Strabo schreef in de 9e eeuw het boek De cultura hortorum dat inspireerde tot het aanleggen van een kruidentuin. De monniken hielden zich door de eeuwen heen overigens niet alleen met tuinbouw bezig. De hier vervaardigde fraai geïllustreerde boeken worden als kostbare handschriften in diverse Duitse bibliotheken bewaard. Ook het werk van de goudsmeden uit het klooster van Reichenau was beroemd. Tot in de 13e eeuw heeft het klooster ook op de ontwikkeling van het religieuze leven grote invloed uitgeoefend. Daarna werd de betekenis minder; in 1757 werd het klooster opgeheven.
Reichenau is bij uitstek een eiland om op een zonnige dag per fiets te verkennen. U bereikt het via een lange dam met populieren. Halverwege die dam, eigenlijk bij de oostelijkste punt van het eiland, staat de ruïne van de burcht Schöpfeln, die vroeger de toegang tot Reichenau bewaakte. Op het eiland is het rustig en goed fietsen. De eerste markante kerk die u ziet, is de lichtgekleurde Romaanse Stiftskirche St. Georg buiten het dorpje Oberzell. Het is de moeite waard even naar binnen te gaan om de Ottoonse muurschilderingen te bekijken.
De Münster St. Maria und Markus van Mittelzell is wereldberoemd om de waardevolle kunstwerken die in de schatkamer bewaard worden. Er is o.a. een ivoren beker uit de 5e eeuw, die in reliëf voorstellingen van twee wonderen van Jezus te zien geeft. De Münster hoorde vroeger bij het klooster. De kerk is sober van bouw en inrichting, maar uiterst zorgvuldig gerestaureerd. Het Romaanse hoge middenschip heeft een houten overkapping, het koor is gotisch. In Niederzell aan de uiterste westpunt van het eiland staat de Romaanse basiliek St. Peter und Paul, gebouwd in de 9e tot 11e eeuw. Romaanse fresco's uit de 11 eeuw ziet u in het koor aan de oostzijde.
INFO IN HET DUITS
Wer den Namen Reichenau hört, assoziiert damit Gemüse, vielleicht auch Segeln oder Baden. Doch die vom Klima so begünstigte Insel hat mehr zu bieten als Salatköpfe, Gurken und Bootsanleger.
Die Reichenauer Benediktinerabtei ist ein Musterbeispiel mittelalterlicher Klosterarchitektur in Zentraleuropa. Sie entwickelte sich im 10. und 11. Jahrhundert zu einem geistigen und kulturellen Zentrum des Heiligen Römischen Reiches. Ihre Malschule prägte die europäische Kunstgeschichte des 10. und 11. Jahrhunderts.
Das Marienmünster ist die größte der drei romanischen Kirchen. Als ehemalige Klosterkirche wurde sie im frühen 9. Jahrhundert erbaut. Zur gewaltigen dreischiffigen Basilika gehört eine reiche Schatzkammer mit Reliquien und Schreinen. Der Klostergarten geht auf Abt Walahfrid Strabo zurück, Verfasser des ersten deutschen Buchs über den Gartenbau. Aus seiner Feder stammt auch die "Visio Wettini", die Vision des Mönches Wetti. Eingerahmt in die apokalyptische Vision des Mönches Wetti spiegelt diese "göttliche Komödie" das christliche Weltbild des frühen Mittelalters wieder.
Die Reichenauer Buchmalerei: Im 10. und 11. Jahrhundert entwickelte sich die Benediktiner-Abtei zur einflussreichsten Malschule Europas. Zeugen der Vergangenheit: Die Kirche St. Georg in Oberzell ist berühmt für die monumentalen ottonischen Wandmalereien aus dem 10. Jahrhundert. St. Peter und Paul liegt am anderen Ende der Insel. Bischof Egino von Verona stiftete die Kirche 793. Sein Anliegen war eher profan: er wollte seinen wohlverdienten Lebensabend eben am Bodensee verbringen. Bedeutend ist die romanische Apsismalerei, das letzte große und bis heute erhaltene Werk der Reichenauer Malschule.
Zu
den kunstgeschichtlichen Zeugnissen dieser Zeit gehören auch die
einzigartigen Handschriften der Reichenau, die in Bilderzyklen das Neue
Testament, das Leben Jesu und die Evangelien illustrieren.
Der Geist dieser Vergangenheit ist heute noch zu spüren: an drei zusätzlichen Feiertagen, die nur hier auf der Insel gefeiert werden, tragen die Insulaner im Rahmen einer feierlichen Prozession die Reliquienschreine aus der Schatzkammer über die Insel.
An den restlichen 362 Tagen bestimmen dann doch die Salatköpfe den Alltag der Reichenauer. Rund 100 Familien leben ausschließlich vom Gemüseanbau. Vom Fischfang, Jahrhunderte lang vom Kloster überwacht, können sich nur noch 20 Berufsfischer über Wasser halten.
Daten & Fakten
UNESCO-Ernennung: 2000
724 Klostergründung durch Pirmin / 799 Weihe von St. Peter
816 Weihe des Marienmünsters / 809-849 Walahfrid Strabo, Abt, Erzieher, lateinischer Dichter
824 Entstehung der Dichtung "Visio Wetti" / 827 Entstehung des "Hortolus", 950-997 Umgestaltung des Münsters, wahrscheinlich Entstehung der Oberzeller Fresken
1535 Das Kloster wird dem Bistum
Konstanz einverleibt / 1803 Säkularisierung
Schitterend gesitueerd Maria – bedevaartoord Birnau
Op de terugweg zien we op de aflopende helling naar het meer nog een mooie kerk liggen. We kunnen de verleiding niet weerstaan en rijden erheen. Het is een beroemde barokkerk en wel die van Birnau. Omdat ze zo dicht bij de toeristische routes ligt, wordt ze druk bezocht. We horen onder andere onvervalst Amerikaans en er lopen nieuwsgierige Japanners rond. Je mag niet in de kerk fotograferen, meestal een teken dat ze in de belendende souvenirshop meer ansichtkaarten willen verkopen. Alleen bij toeristische kerken geldt dit film- en fotoverbod is ons opgevallen. Deze aan Maria gewijde bedevaartskerk ligt tussen de boomgaarden, de sappige weiden en de met druivenranken begroeide hellingen. In de verte kunnen we nog net het prehistorische paaldorp ontdekken. Ze is rond 1750 door Feuchtwanger van stucwerk voorzien en door Götz beschilderd. Van oorsprong was het een kloosterkerk die bij een cisterciënzerklooster hoorde. Als wij er zijn is net een compleet orkest bezig met de repetitie van stichtelijke composities uit de baroktijd. Zal wel iets van Bach zijn geweest.
Na ons vertrek uit de kerk zijn we weer terug op aarde. We gaan op zoek naar een Lidl om onze voorraad blikjes bier aan te vullen. Dat lukt ons echter niet. Normaal gesproken word je in het Duitstalige gebied met Lidl’s doodgegooid, maar net nu de nood hoog is kunnen we er geen enkele vinden. We slaan daarom maar bij concurrent Aldi twee sixpacks Bitburger in, flessen wel te verstaan, want “Dosen” (blikjes) zijn tegenwoordig vanwege het statiegeld taboe bij onze oosterburen.
![]() |
![]() |