|
De rivier die zijn naam gaf aan dit grote industriegebied stroomt zelf door
het minst geïndustrialiseerde deel van de streek. De beboste heuvels aan de
oevers van de Ruhr benemen het zicht op de noordelijker gelegen fabrieken en
mijnen. De rest van het gebied is veel vlakker en strekt zich tussen de Rijn en
de lijn Unna-Hamm uit tot aan de rivier de Lippe. Door de kern stroomt het
gekanaliseerde afvalriviertje de Emscher, nu nog het riool van de Ruhrstreek,
maar de uitvoering van een ambitieus plan zal het veranderen in een groen lint.
Op een tamelijk klein gebied (70 bij 35 km) leven in de Ruhrpott maar liefst 5,5
miljoen mensen bij elkaar. Gemiddeld wonen op iedere vierkante kilometer 1140
mensen, heel wat meer dan het Nederlandse gemiddelde van 415, dat al bijzonder
hoog is. De schrijver Heinrich Böll merkte dan ook op dat het in het Ruhrgebied
ruikt naar mensen.
Een kleine 40% van de beroepsbevolking van het Ruhrgebied (ook wel aangeduid als
'das Revier', wat simpelweg 'het gebied' betekent) leeft van de industrie. Naast
de traditionele steenkoolwinning en de staalindustrie is dat vooral de chemische
industrie. De grootste binnenhaven ter wereld, die van Duisburg, garandeert ook
veel arbeidsplaatsen. Wegens de grote behoefte aan werknemers in de industrie
werden in de j aren '60 en '70 veel arbeiders uit met name Turkije aangetrokken.
De laatste decennia is de industrie overvleugeld door de dienstverlenende
sector. Ruim 60% van de werkende bevolking verdient zijn, brood in
kantoorgebouwen. Het Ruhrgebiet met zijn werkmanscultuur had geen grote naam op
intellectueel gebied. Pas in 1965 werd de eerste universiteit in het 'Revier'
geopend en sindsdien zijn vele universiteiten en hogescholen gevolgd. Naast de
vele musea heeft het gebied tegenwoordig een groot aanbod aan
theatervoorstellingen en concerten. De veranderingen ' van industrie en mijnbouw
naar dienstensector, van kennisarm naar kennisintensief, van cultuurarmoede naar
cultuurrijkdom zijn uitingen van de ingrijpende veranderingen die het Ruhrgebied
ondergaat. De Duitsers noemen het zelfde 'Umgestaltung' of de 'Strukturwandel'.

De Steenkoollagen
Een van de belangrijkste onderdelen van de 'Umgestaltung' is het verdwijnen van
het zwarte steenkoolgezicht. Steenkoolmijnen zijn alleen nog ten noorden van de
Emscher te vinden. De mijnbouw biedt nog werk aan 4% van de beroepsbevolking;
begin jaren '60 stond dat percentage op 16. Voor de ontwikkeling van het
Ruhrgebied tot Duitslands belangrijkste industriegebied is de steenkool
essentieel geweest. De marges van de moderne mijnbouw in het gebied werden al
bepaald in het Carboon (350-285 miljoen jaar geleden). Klimatologische
veranderingen in dat tijdperk blijken indirect de oorzaak van de chemische stank
in et noorden van het Ruhrgebied, van de aanwezigheid van hoogovens in het
centrale deel en van de gesloten mijnpoorten in het zuiden van de streek. Aan de
rand van de oceaan lag hier aan het begin van het Carboon een groot tropisch
moerasbos met meer dan 20 m hoge schubbenbomen en cipressen. Met het oprukken
van de oceaan werden de resten van deze vegetatie bedekt met een laag
schelpenzand en leem, zoals dat overal plaatsvindt op de bodem van de zee. Door
de enorme druk van deze laag op de resten van het moerasbos en door het
ontbreken van zuurstof verkoolden de plantenresten in de bedolven laag. Zo
ontstond een eerste laag steenkool. Na enige miljoenen jaren week de zee weer
terug en ontstond op dezelfde plaats een nieuw moerasbos. Toen de zee daarna
weer oprukte, werd ook dit bos bedekt met zand en vormde zich een nieuwe laag
steenkool. Zesmaal herhaalde zich dit proces, waarbij afwisselend een laag
steenkool (met zwarte lijnen aangegeven op de dwarsdoorsnede) en een
kalkhoudende laag in de bodem achterbleven. De steenkool uit de onderste laag
bevat het hoogste percentage zuivere koolstof en is daardoor het geschiktst voor
het gebruik als huisbrandkool (antraciet bevat zelfs 94% koolstof). Zuivere
koolstof verpulvert bij het verbranden en kan daardoor niet de last van vele
meters ijzer in de hoogovens dragen. Daarvoor is een steviger steenkool
(vetkool) nodig uit lagen die minder verkoold zijn. Ter vermijding van
ontploffingsgevaar moet deze stevige steenkool door ontgassing worden omgezet in
cokes. De hogere lagen bevatten namelijk meer vluchtige bestanddelen, wat ze
geschikt maakt om er gassen en andere chemische stoffen uit te winnen.
Van kolenkachel naar chemisch bedrijf.
Toen het zesde moerasbos 285 miljoen jaar geleden in een steenkoollaag was
omgezet, werden al deze afzettingen (met een totale dikte van 3000 m) door de
natuurkrachten scheef gezet. Het gebied aan de Ruhr werd omhooggestuwd, terwijl
het gebied aan de Lippe naar beneden werd gedrukt en werd opgevuld met een
nieuwe afzetting. In een volgende fase werden de gevormde deklagen weggeslepen
en zo kwamen in de 18e eeuw - bij het begin van de mijnbouw - in het zuiden de
oudste steenkoollagen aan de oppervlakte en in het noorden de jongste. Als u de
mijnbouwgeschiedkundige wandeling door het Muttental maakt, kunt u de oudere 'Flöze'
(steenkoollagen) nog zien liggen. In dit zuidelijke dal vlak bij Witten begon
men rond 1730 op grote schaal steenkool te delven als brandstof voor in huis en
voor kleine fabriekjes. Toen de techniek van de mijnbouw in het begin van de 19e
eeuw verbeterde, kon men ook op grotere diepte terecht. Daar vond men ten
noorden van de Ruhr bij Bochum het voor de huisbrand nog geschiktere antraciet.
Toen er behoefte ontstond aan staal voor het vervaardigen van stoommachines en
spoorrails, werd de in de hoogovens benodigde stevige vetkool (uit een minder
oude laag) gevonden in een wéér wat noordelijker streek, aan de Emscher tussen
Gelsenkirchen en Dortmund. Voor de fabricage van staal was vroeger op één ton
ijzererts twee ton cokes nodig. Daarom werden de hoogovens naast de
steenkoolmijnen gebouwd, iets wat vooral in Essen en Dortmund gebeurde.
Tegenwoordig is in de hoogovens minder steenkool nodig dan ijzererts, dat voor
veel geld moet worden geïmporteerd. Omdat bovendien zowel de goede huisbrandkool
als de grondstofvoor de cokes buiten Europa goedkoper gedolven wordt, is het
delven van deze soorten steenkool in het Ruhrgebied in de versukkeling geraakt.
Door het toegenomen gebruik van olie namen de prijs en de betekenis van
steenkool in het algemeen ook nog eens af. Gevolg: de mijnen gingen dicht, net
als bij ons in Limburg. De meeste ondergrondse activiteiten zien we nu in het
uiterste noorden van het Ruhrgebied, aan de Lippe, waar op grote diepte (meer
dan 1000 m) zeer gasrijke steenkool wordt gedolven uit de jongste laag
steenkool. De chemische industrie is bij de vluchtige steenkool neergestreken
tussen Lippe en Emscher. Recentelijk werd bij Bottrop een enorme kolenvergasser
(de grootste van Europa) in gebruik genomen voor de energievoorziening in de
elektriciteitscentrales.

Verontreiniging Zo veel mensen bij elkaar hebben niet alleen behoefte aan
gezonde lucht, maar zeker ook aan grote hoeveelheden water. De Ruhr levert, met
name stroomopwaarts in het Sauerland, de benodigde 160 liter water per persoon
per dag (voornamelijk voor gebruik in de fabrieken). Met de stuwmeren heeft men
daar enorme drinkwaterreservoirs gecreéerd die ook de industrie genoeg water
verschaffen. Het grote probleem van de streek is altijd de afvoer van het
gebruikte, verontreinigde water geweest. De ging via de Emscher, die een van de
vuilste riviertjes van Europa werd. Om moerasvorming (een grote bron van
ziektekiemen) tegen te gaan op plaatsen waar de bedding van deze rivier door het
instorten van mijngangen was verzakt, moest deze rivier vrijwel geheel worden
gekanaliseerd. Langzaam maar zeker begint het tij te keren. Steeds meer water
wordt al gezuiverd voor het de Emscher bereikt. In Bottrop is een grote
waterzuivering gebouwd, die het Emscherwater zelf schoonmaakt. Uiteindelijk zal
de Emscher veranderen van een open riool in een groen Ook op het gebied van de
luchtverontreiniging heeft men de wetgeving de laatste jaren aangescherpt.
Bovendien sloten veel vervuilende fabrieken hun poorten door faillissement of
herstructurering. De grote werkloosheid die mijn-en fabriekssluitingen tot
gevolg hadden, leidt soms tot een zekere soepelheid in het toepassen van
milieuwetten. De bouw van een sterk vervuilende aluminiumfabriek in Essen is
bijvoorbeeld het resultaat geweest van een (voor het milieu ongunstige) keuze
tussen schone lucht en werk
Steden in het groen
In het Ruhrgebied woont 9% van de Duitse bevolking op 2% van het oppervlak. Dat
betekent een volle, verstedelijkte ruimte, waarin parken en meren zorgen voor
leefbaarheid. De groene ruimte is de laatste decennia sterk uitgebreid. Het
begon met de aanleg van de 30 tot 40 ha grote 'Revierparke', die het Ruhrgebied
van noord naar zuid doorsnijden en groene buffers tussen de steden vormen. Ook
in oostzuidrichting, in het stroomgebied van de Emscher, wordt volop gewerkt aan
de herinrichting van verlaten mijn- en bedrijfsterreinen, die een tweede leven
krijgen als groene recreatieruimte of milieuvriendelijk kantorenpark. Deze `Umgestaltung'
laat zich mooi aflezen aan de nieuwe functie van de `Halden' (de stortbergen bij
de mijnen). Ze waren zwart en ontoegankelijk, nu zijn ze groen en bewandelbaar
en bieden uitzicht over een verstedelijkt gebied, waar steeds minder de rokende
schoorstenen en steeds meer de groene accenten domineren.
Musea
Door de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog vindt u in de binnensteden niet
veel historische gebouwen. De belangrijke Münster in Essen en de fraaie
middeleeuwse kloosterkerk van Werden bleven wel bewaard. Het Ruhrgebied heeft
ook belangrijke musea voor moderne kunst. Onder de industriële monumenten zijn
het mijnbouwmuseum in Bochum en de scheepslift Henrichenburg de belangrijkste.
Een indruk van de eerste mijnen krijgt u tijdens de bijzondere wandeling door
het Muttental bij Witten. Verder. komt u op veel plekken de karakteristieke
fabriekshallen, schachttorens van mijnen en arbeiderskoloniën tegen.
Wegwijs in het Ruhrgebied De belangrijkste gemeenten van het Ruhrgebied komen in
dit hoofdstuk in alfabetische volgorde aan bod. De plaatsen langs de Lippe
worden van oost naar west behandeld bij de beschrijvingen van Hamm en Marl.
Enkele plaatsen, zoals Ruhrort en CastropRauxel, zijn opgenomen bij de gemeente
of het district waar ze deel van uitmaken. Via het register kunnen ze eenvoudig
worden gevonden.
Algemene informatie over het Ruhrgebied kunt u krijgen bij het Kommunalverband
Ruhrgebiet, Abt. Landeskunde und Kultur, Kronprinzenstrasse 35, D-45128 Essen.
De VVV's van de belangrijkste steden vindt u in de plaatsbeschrijving. Via
Internet biedt de site van het Kommunalverband Ruhrgebied veel informatie en
ingangen naar andere sites (www. kvr.de)


|