|
Inleiding
Het noorden van Wales bezochten mijn broer Clim en ik in
1978 tijdens een zomerreis met de trein door Midden - Engeland. We
waren eerst in Hull, Carlisle en het Lake District geweest. Chester
behoort net niet tot Wales, maar ligt aan de rand ervan, vandaar dat
we deze stad toch in het Wales - web opnemen. |
CHESTER
Meer info
Middeleeuws stadje: de kathedraal en The Rows
Een lange treinreis bracht ons via de dicht bevolkte Mersey - side (met de
metropool Liverpool) naar het liefelijke stadje Chester. Ook deze plaats bestond
al in Romeinse tijden. We vonden het een mooie en interessante plaats. Vooral
The Rows vielen bij ons in de smaak: middeleeuwse winkelgalerijen boven elkaar
met houten gevels en in vakwerkbouw. Ook de kathedraal was het aanzien waard.
Het koor is het mooiste gedeelte van de kathedraal; het is gebouwd in vroege
Decorated Style. Het koorgestoelte heeft prachtig houtsnijwerk; de koorstoelen
met de 48 misericordia komen behalve hier in deze volmaaktheid hoogstens alleen
nog in Lincoln en Beverley voor. De Mariakapel is zuiver Early English Style.
Achter het hoogaltaar staat de 14de-eeuwse schrijn van de heilige Werburga.
Very, very hot!
We aten weer eens etnisch. In een Bengaals restaurant bestelden we ieder apart
een curry schotel, Clim mild en Jos very hot. Clim zat tijdens het eten peentjes
te zweten, hij vond de curry toch wel erg pittig. Jos daarentegen beklaagde zich
erover dat zijn eten veel te flauw was. Wat bleek? De ober had beide schotels
verwisseld.
|
West-Engeland. Graafschap: Cheshire. Aantal inw.: 62.900
De prachtig gerestaureerde zandstenen kathedraal die grotendeels
stamt uit de 14de eeuw.
Chester, de hoofdstad van het graafschap, ligt aan de noordelijke
oever van de Dee. op 11,2 km afstand van de monding. Het is in
Engeland de stad die onbetwist het meest zijn middeleeuws gezicht
heeft behouden. Er zijn nog oude stadsmuren, er is een overdaad aan
goed onderhouden vakwerkhuizen en zuidelijk aandoende lieflijke '
Rows', pergola's en arcaden. Mooie bruggen en parken, promenades
langs het water, oude poorten en torens en tenslotte de kathedraal
maken van Chester een kleinood onder de Engelse steden.

GESCHIEDENIS. Vier eeuwen lang, vanaf 78 n. Chr., was Deva, de
Romeinse vesting aan de Dee, het hoofdkwartier van het beroemde XXe
legioen. Opgravingen hebben een amfitheater, diverse onderkomens en
andere overblijfselen aan het licht gebracht. Chester was de laatste
belangrijke plaats die zich overgaf aan Willem de Veroveraar. In de
middeleeuwen was de stad bekend om zijn mysteriespelen. De gilden
lieten, op grond van Bijbelteksten, Miracle Plays in de Engelse taal
uitvoeren. In de 16de eeuw werd deze gewoonte opgegeven om plaats te
maken voor Shakespeare uitvoeringen.
BEZIENSWAARDIGHEDEN. Men krijgt een eerste indruk van de stad, als
men een wandeling maakt over de Walls, de stadsmuren, Deze volgen de
Romeinse stadsmuren en zijn hoofdzakelijk opgetrokken in rode
zandsteen, In het zuiden en westen wijken zij af van het Romeinse
spoor en lopen naar de rivier, waar zij ook het Castle omsluiten.
Dit is een afstand van 3,2 km. De vier hoofdpoorten: North Gate,
East Gate, Bridge Gate en Water Gate (de noord, de oost, de brug en
de waterpoort) zijn in de 18de en 19de eeuw vernieuwd.
THE ROWS
Een andere bijzondere bezienswaardigheid in Chester zijn de al
genoemde Rows, die uit de vroege 13de eeuw stammen. Men vindt ze in
de vier hoofdstraten, die elkaar naar Romeinse traditie bij het
marktplein in een rechte hoek ontmoeten. In Eastgate Street, Bridge
Street en Watergate Street bevinden de Rows zich als galerijen of
arcaden ter hoogte van de eerste verdieping van de huizen. Deze
voetgangersdomeinen, die men via trappen bereikt, hebben houten
pilaren en de bogen bestaan uit vakwerkconstructies. Winkels en
cafés, werkplaatsen en woonhuizen kan men daardoor zelfs bij regen
met droge voeten bereiken en man kan op beide verdiepingen
rondslenteren en inkopen doen. Zij winnen nog aan bekoorlijkheid
door de gangetjes en hoekjes. In de East Gate Street zijn zij het
allermooist. In de Watergate Street staan prachtige vakwerkhuizen.
Zij zijn in Chester talrijker dan in enige andere stad in Engeland
(vele zijn weliswaar nabootsingen uit de 19de of uit de 20ste eeuw;
het verschil is echter nauwelijks waarneembaar). |

NOORD – WALES
Kennismaking met locals in Caernarvon
Chester ligt op de grens met Wales. We reisden door naar de belangrijkste
plaats in het gebied, Caernarfon. Onderweg kwamen we voorbij Conwy waar een
machtige burcht aan het water te zien was. We vonden een kamer bij een
sympathieke vent, ene John uit Merseyside. Hij leende ons zijn lidmaatschapkaart
(of waren we zijn introducés?) van zijn stamcafé respectievelijk – club. Daar
speelden we een potje poolbiljart met enkele locals. Uiteraard lieten die ons
alle hoeken van de biljarttafel zien. We maakten er ook kennis met ene David E.,
een leeftijdgenoot die ons bij hem thuis uitnodigde. Daar brachten we enkele
genoeglijke uurtjes samen met zijn vrouw Barbara door, het werd erg laat en het
bier vloeide rijkelijk. Tot op de dag van vandaag hebben we nog contact met
elkaar via wederzijds gestuurde kerstgroeten. David bleek in 2004 zelfs via
Google onze websites op internet ontdekt te hebben. Hij is ook aan het reizen
geslagen, onder andere verbleef hij enkele maanden voor Jos er kwam in Nepal. |
 |

Beklimming van de Snowdon Mountain
Vlakbij ligt de hoogste berg van Engeland (niet van Groot Brittannië, dat is
de Ben Nevis in Schotland), de Snowdon (hoogte 3.560 feet ofwel 1085 meter). We
“beklommen” de berg op ons gemak. Halverwege de route van bijna 8 kilometer
wilde Jos al de pijp aan Maarten geven, kleine kinderen snelden hem voorbij
alsof het niets was. Met veel moeite (althans Jos, Clim was toen nog in een
redelijke conditie) bereikten we toch de top, die overigens ook bereikbaar was
met een treintje. Het uitzicht over de heidevelden en de aanpalende bergen viel
ietwat tegen, het was iets te heiig. Na een verfrissing in het restaurant keren
we met het bergtreintje terug.
SNOWDON EN
SNOWDONIA GWYNEDD, WALES
Plaatselijke naam Yr Wydda /
Hoogte Snowdon 1085 m / Nationaal park sinds 1951
Snowdonia is het op een na
grootste nationaal park in Engeland en Wales. Er wonen maar 26.000
mensen, dus kunnen we met recht spreken van een 'wild' gebied. De
flora en fauna zijn de belangrijkste bezienswaardigheden. Hier leven
bijvoorbeeld enkele zeldzame vogels, zoals het smelleken en de
alpenkraai. Bovendien heeft Snowdonia zijn eigen specifieke soorten:
een lelie en een kever. De meeste bezoekers komen voor de prachtige
omgeving, om te wandelen en voor het beklimmen van de uitdagende
Snowdon. Deze berg is alles wat over is van een vulkanische krater
die ooit drie keer zo hoog was. Hij is echter nog steeds de hoogste
berg in Wales. Snowdon heeft een geheel eigen treindienst, die tot
20 m van de top gaat, naar een café waar u van een kopje thee en het
uitzicht kunt genieten. Er zijn nog meer bergen in de omgeving, die
net zo spectaculair zijn, maar minder worden bezocht: Carnedd Moel
Siabod, Cader Idris en de Rhinogs. Het park bestaat verder uit vele
kilometers kust, moerasland en eikenbossen in het hoogland. Harlech
is een van de aangenaamste plaatsen om te verblijven: dicht bij de
kust en met een schitterend kasteel en uizichten op de Snowdon. |
Treinrit naar de leisteenmijn
Een ander uitstapje maakten we met een smalspoortreintje over een pittoresk
traject van 22 kilometer. We bezochten de Ceudwll Llechwed Slate Mine
(leisteengroeven) van Blaenau Ffestiniog, waar we met een mijnwerkerstreintje de
berg inreden en de caverns bekeken. De groeve werd in 1970 voor het publiek
opengesteld; ze werd van 1890 tot 1945 geëxploiteerd. We waren uitgerust met een
helm. Jos kocht er een leistenen beeld van de dikke Falstaff. Op de terugweg
namen we een andere weg door een stel dorpjes met wel heel lange namen. Hier in
deze buurt ligt ook het dorp dat de langste naam van de wereld heeft: 64
letters. Wij kunnen die naam maar niet onthouden. De valleien hebben moeilijke
namen als Nant Gwynant, Betws-y-Coed (met de ijzeren Miner’s Bridge) en Nant
Ffrancon. Wales zelf wordt in eigen taal trouwens Gwynedd genoemd.
Leisteengroeve van Dinorwic (nabij Llanberis,
Wales)
Enorme hoeveelheden leisteen zijn hier uitgehouwen,
tot er haast niets meer over was
"De steenhouwers
kwamen te voet, soms zelfs uit Anglesey, aan de andere kant van de
Menoistraat."
Welsh Slate Museum
Al sinds de
Romeinse tijd werd in Snowdonia leisteen gewonnen maar aan het einde
van de 18e eeuw was er een schreeuwende behoefte aan leisteen in
Europa en Noord-Amerika. Omstreeks 1875 was hier een enorme
industrie; het gebied is inmiddels vrijwel leeggeplunderd. Na een
verbitterde staking in 1900 liep de industrie terug. Veel
steenhouwers zochten werk in de kolenmijnen in het zuiden van Wales.
De
werkzaamheden in de leisteengroeve van Dinorwic begonnen in 1787 op
het grondgebied dat gepacht werd van de plaatselijke grondbezitter,
Assheton Smith, maar pas toen Smith in 1809 zelf de leiding nam kwam
de industrie tot bloei. In 1824 werd een paardentramlijn aangelegd
om de leisteen te vervoeren naar Port Dinorwic, voor export. Later
werd deze vervangen door een smalspoorlijn (deels nog in gebruik als
de Llanberis Lake Railway). Dinorwic groeide uit tot de op een na
grootste leisteengroeve ter wereld; alleen de nabijgelegen groeve
van Penrhyn, die nog steeds in gebruik is, leverde meer Cambrische
leisteen op.
Aan het einde
van de 19e eeuw waren er meer dan drieduizend man werkzaam in de
steengroeve van Dinorwic met het houwen, splijten en bewerken van
leisteen. Ze werkten in ploegen en kregen stukloon. Veel
steenhouwers waren afkomstig uit Anglesey; ze verbleven door de week
in barakken en zagen hun familie alleen op zondag. Het werk in de
steengroeve vergde vakkundigheid en was bovendien zwaar. Bungelend
aan koorden, zodat ze hun beide handen vrij hadden, bewerkten de
steenhouwers de rotswand met hun hamers en beitels. Er was een
hospitaal om ongevallen te behandelen maar er was amper gelegenheid
om te eten of kleren te wassen.
De steengroeve
werd in 1969 gesloten. Inmiddels is hier een leisteenmuseum
gevestigd, dat de oude bouwwerken onderhoudt, evenals de
afloophelling die gebruikt werd om de wagons met leisteen te laden.
|
|
Het kasteel van de Prince of Wales
Niet te missen is een bezoek aan het Caernarfon Castle, het dertiende-eeuwse
kasteel waar de Prince of Wales (de laatste was Prins Charles) wordt gekroond.
Het is dé trekpleister van de stad en ligt idyllisch aan de haven en de baai.
Een deel ervan komt bij ons over als een simpele ruïne, maar voor royalistische
Engelsen is het een soort heilige plaats. Grote gedeeltes zijn dan ook bijzonder
goed in stand gehouden.
Interessant is het Royal Welsh Fusiliers Museum. Op de
hoge rotsachtige oevers van de kust ligt een aantal golfterreinen van waaruit je
een ver uitzicht hebt op het grote eiland Anglesey dat door een nauwe zeestraat
van Wales gescheiden wordt. Van hieruit kun je een veerboot naar de andere kant
van de Ierse Zee maken, naar Ierland dus. In de buurt liggen ook nog de ruïnes
van een Romeins fort, maar die bezochten we niet. |
 |
Kasteel Caernarfon (Caernarfon, Wales)
Engels machtsvertoon in het noorden van Wales
Dit machtige
kasteel heette in het Welsh Yr Gaerin Arfon. Het is gebouwd aan de
Menaistraat en kon dus in geval van belegering vanaf het water
bevoorraad worden. De Welshe heren van Gwynedd hadden op deze plaats
al een burcht, en eeuwen tevoren hadden de Romeinen niet ver van
hier een fort, Segontium geheten; hier zijn nog restanten van
bewaard gebleven. Mogelijk sprak deze band met het oude Rome tot de
verbeelding van Edward 1, die hier een kasteel liet bouwen als
bevestiging van de Engelse macht, nadat de laatste onafhankelijke
Welshe vorst, Llewellyn de Laatste, in 1282 verslagen was.
Het kasteel was
ontworpen door Edwards militair architect, James of St. George.
Anders dan kastelen als Harlech en Beaumaris was dit niet een
militaire vesting zonder meer (al waren de muren 6 meter dik aan de
basis). Kasteel Caernarfon moest het middelpunt van de Engelse macht
in Wales vormen. De Welshe nederzetting ter plekke werd neergehaald
en tegelijk met het kasteel werd een nieuwe stad gebouwd, beschut
door het kasteel en door eigen stadswallen.
In 1284 werd
Edwards zoon, de latere Edward II, geboren in Caernarfon, in een
kamer in de adelaarstoren. Zijn vader vertoonde hem voor het raam
aan het volk als de nieuwe 'Prins van Wales'. Volgens de
overlevering zei hij dat hij het Welshe volk hierbij een in Wales
geboren prins schonk, die geen woord Engels sprak.
In 1294 werd
het kasteel ingenomen door de Welsh, maar later heroverd door Edward
I. De bouwwerkzaamheden werden voortgezet tot na 1330. In de 15e
eeuw trachtte Owen Glendower vergeefs het kasteel in to nemen.
Tijdens de 17e-eeuwse burgeroorlog zaten hier afwisselend royalisten
en rondkoppen verschanst; op bevel van het parlement werd het
kasteel vanbinnen vernietigd. In 1969 kreeg Prins Charles in
Caernarfon de titel van Prince of Wales. |




|