BRUSSEL
Eenvoudig onderkomen bij café
Ik stapte dus maar alleen in de trein richting Brussel. Daar wilde ik de stad
bekijken voor ik verder reisde naar Frankrijk om in Calais de oversteek naar
Engeland te wagen. Het kostte me niet veel moeite om in noordelijke wijk een
kamer in een Hotel - pension te vinden, Café Meulebeke geheten en door de
familie Spillebeen beheerd. ’s Avonds bleef ik in de gezellige gelagkamer hangen
waar ik als een goede kennis door de stamgasten werd ontvangen. Ze spraken hier
een sappige Vlaamse variant dat voor Brussels moest doorgaan. De meeste bewoners
van Brussel spreken echter Frans.
Toeristische Groote Markt
De volgende dag verkende ik de stad: de Groote Markt (een echt dorado voor
geveltoeristen) waarvan ik vooral de details op de middeleeuwse gebouwen zoals
het Broodhuis, de Zwaan en de Gulden Boom bewonderde. Niet ver daarvandaan
bevond zich het Manneken Pis. Ook bezocht ik nog de Sint Michiels Kathedraal en
bezichtigde ik nog enkele monumentale gebouwen, waaronder het enorme Paleis van
Justitie.
DOORNIK
Middeleeuws stadje
Ik stapte opnieuw in de trein richting Frankrijk. In de middeleeuwse stad
Doornik (Tournai) moest ik overstappen en had ik enkele uurtjes tijd om de
plaats te verkennen. Ook hier weer fraaie gotische en renaissancistische
bouwwerken. Het centrum was klein, dus ik was er al gauw doorheen geslenterd. De
resterende tijd benutte ik door mosselen te gaan eten in een pas heropend
gerestaureerd restaurant met introductieprijzen: de moules kostten er maar een
habbekrats.
Een muis met een staartje
De zaak rook nog nieuw. Ik was er ’s middags de enige gast. Ik nam plaats in een
hoek, waar ik onzichtbaar was vanaf de toog. Terwijl ik met smaak de heerlijke
mosselen aan het verorberen was, zag ik opeens een jong guitig muisje voorbij
trippelen. Ik volgde met stijgende belangstelling de verwoede pogingen die het
diertje in het werk stelde om zijn vluchtgaatje op te sporen, vergeefs. Toen
kwam ik op een lumineus idee: ik zou het diertje vangen. Daarin slaagde ik al
gauw, want het muisje was verstijfd van angst en was nog te jong om te kunnen
ontsnappen. Vervolgens nam ik de muis bij zijn staart beet en begaf mij met
nauwelijks verholen binnenpret naar de bar. Daar liet ik het spartelende lijfje
voor de verbaasde ogen van de eigenaar bungelen en eiste met hoge stem en
verontwaardigde blik een verklaring voor de aanwezigheid van ongedierte in zijn
etablissement. De patron stond perplex, was enige seconden sprakeloos van
schaamte en putte zich vervolgens uit in duizenden verontschuldigingen. Zijn
mengelmoesje van Vlaams en Waals deed lachwekkend aan, maar waar het om ging had
ik rap in de gaten: vanwege die “souris” hoefde ik niets af te rekenen.
 |