|
MEER INFO VALENCIA
DAG 1
Bij
het Estacion del Norte laat ik me door de taxi afzetten. In de buurt hiervan en tevens
vlakbij het echte centrum van Valencia vind ik een rustig, net en relatief
goedkoop hostal, Laura Roma genaamd. Het kamertje is klein, maar heeft wel een
douche.
Om vier uur 's middags verken ik al de stad. Het is mooi weer. Alleen in de
schaduw van de dicht op elkaar gebouwde huizen is het nog tamelijk kil. Ik
wissel geld (eurocheque) en schaf me een stadsplattegrond aan. Valencia is
tweetalig; men spreekt er zowel Spaans als Levantijns, een oud dialect uit de
Romeinse tijd. Hiermee zet men zich af tegen Barcelona, dat het Catalaans in ere
houdt. Ander opvallend iets in de stad: jonge bedelaars, waarschijnlijk
drugsverslaafden, en gitano's (zigeunervrouwen met kinderen aan hun rokken). Ik
eet voor mijn doen "duur" (zo'n f 20), omdat ik nog niet weet waar de eenvoudige
restaurantjes met de platos combinados liggen. Normaal eet ik 's avonds voor
rond de f 12. Ik ga vroeg naar bed, dat wil zeggen vóór twaalf uur, want ik wil
de volgende ochtend op tijd de stad in.
 |
 |
DAG 2
Vóór half negen ben ik al op pad, het zonnetje schijnt lekker. Ik heb een jas
bij me, maar eigenlijk heb ik die niet nodig. Later krijg ik er dan ook alleen
maar last van. De gehele dag wandel ik in fors tempo langs allerlei
bezienswaardigheden. Op de Plaza de la Reina en de Plaza de la Virgen zit half
Valencia van de zon te genieten. Ik ook, zittend tussen de duiven, met een
crypto en de vuistdikke zaterdagbijlage van de Volkskrant. Later op de dag rust ik
regelmatig uit in parkjes, terwijl ik een bocadillo (groot uitgevallen broodje,
belegd met jamon of queso) verorber. Soms wip ik een kroegje in voor een
café con leche of een tapa die er verleidelijk uit ziet. De Valenciano’s, inwoners
van de stad, zien er allen goed gekleed uit. Spanje past zich zo te zien goed
aan het ritme van de moderne tijd aan. In het stadspark, ten noorden van de Rio
Turia, is veel volk op de been. Ik realiseer me dat het zondagmiddag is, een
tijd waarop het traditie is om te flaneren en te wandelen of op het terras te
zitten. Voor dit laatste is het echter nog te vroeg in het jaar.
Naast allerlei historische gebouwen bezoek ik ook een tentoonstelling van "Faller"
poppen. Ze worden in de Carnavalstijd (de zogenaamde Falles) gemaakt van papier
maché en karton en zijn spottend bedoeld. Ik zal er nog een keer terugkomen,
alleen al om foto's te maken. Elke avond voor ik naar boven naar mijn kamer ga
trek ik uit een automaat op straat enkele blikjes Aguila bier, voor 100 peseta's
per stuk (f 1,60). Natuurlijk heb ik op mijn kamer ook nog de liter taxfree
whisky, maar daar moet ik de hele week mee uitkomen. Alweer vroeg slapen.
Vandaag heb ik bij benadering zo'n 20 kilometer gelopen. Geen
vermoeidheidsverschijnselen en gen blaren onder de voeten. Dat ziet er dus goed
uit voor de komende dagen; ik wil met lange wandelingen iets aan mijn conditie
gaan schaven. Maar, dan moet mijn knie het ook uithouden en die is vooralsnog
behoorlijk krakkemikkig.
DAG 3
Vandaag volg ik een route langs de Ayuntamiento (stadhuis), de Mercado
(markthallen in Jugendstil en Art Deco, heel mooi), de Bolsa (beursgebouw uit
lang vervlogen tijden), de Lonja (zijdebeurs uit 16de eeuw, nu expositie van
Faller - poppen, zie gisteren), de Torre de Quart (een van de twee nog
resterende stadspoorten) en de Jardin Botánico (die dicht is). Ik loop een oude
Jezuïetenschool binnen (een Convento met een kloosterkerk) en maak een praatje
met twee leraren. Het is speelkwartier. Ze lopen in de omgang met een sigaretje
te ijsberen.
Rond de middag eet ik worst in het autobusstation. Ik bespreek een plaats in een
bus naar Alicante voor de volgende dag. Ook heb ik succes met mijn pogingen om
telefonisch mijn vlucht terug naar Amsterdam te herbevestigen. Het had wel heel
wat voeten in de aarde, want ik kan niet alles in het Spaans duidelijk maken. Van de
telefoniste kreeg ik toch een complimentje vanwege mijn begrijpelijke Spaans.
Naast het busstation ligt het warenhuis El Corte Inglés, daar koop ik informatie
over Alicante en een zomerpet voor een tientje.
De rest van de dag volg ik een gedeelte de loop van de Rio Turia. De bedding
ligt droog en is getransformeerd tot park, wandel en sportgebied. Ik steek heel
wat bruggen over en beland uiteindelijk toch weer in de binnenstad: de portalen
en patio's van de universiteit (waar net examens aan de gang zijn),
verschillende barokke kerken en het Paleis van Dos Aguas. Het magnifieke portaal
daar is in restauratie en bijna geheel bedekt met vuil plastic. Het museum
binnenin is uiteraard ook gesloten. Om 5 uur ben ik terug in het hostal. De rest
van de dag verloopt volgens het normale ritme: douchen, lezen, de stad in eten,
enkele kroegjes, bierblikjes trekken, lezen en naar bed. |
 |
Kathedraal van Valencia
Hier zou zich de Heilige Graal bevinden
Deze mooie
kathedraal is niet alleen een belangrijk onderdeel van Valencia's
opmerkelijke gotische architectuur, maar bevat ook wat sommigen als
de echte Heilige Graal beschouwen. Dat is de beker die zou zijn
gebruikt bij het Laatste Avondmaal en waarin Jozef van Arimathea
later het bloed uit de wonden van de gekruisigde Christus opving.
"De Heilige
Graal voldoet aan de beschrijving van Sint-Hieronymus van de beker
die Christus gebruikte."
Janice Bennett, St. Laurence and The Holy Grail (2002)
De bevlogen
architect Pere Compte verrichtte het werk aan het gotische hart van
de kathedraal. Hoewel de gotiek domineert, valt de kathedraal op
door de mengeling van vakkundig uitgevoerde stijlen die de
ontwikkelingen door de eeuwen heen weergeven. Een van de ingangen is
romaans (de oudste), een is gotisch (de aposteldeur) en een is
overdadig barok (de recentste).
Valencia was in
de middeleeuwen tweemaal een Moors koninkrijk en de oorspronkelijke
kathedraal - gesticht onder katholieke koningen halverwege de 13e
eeuw - werd gebouwd op een plek waar ooit een moskee stond. Het
gebouw heeft fraaie bogen (oorspronkelijk puntig, maar in de 18e
eeuw rond gemaakt) en grenst aan een 17e-eeuwse basiliek met een
koepel. In de kathedraal - een gotisch interieur met barokke en
neoclassicistische toevoegingen - vindt u de Heilige Graal van goud
en agaat in de Santo Calizkapel. De kerk bezit ook waardevolle
schilderijen van kunstenaars als Zurbaran en Goya. Een boeiend
aspect is dat hier een traditioneel watertribunaal bijeenkomt,
waarbij boeren geschillen rond irrigatiekwesties beslechten. |
DAG 4 Excursiedag naar
Alicante
DAG 5
's Morgens doe ik het wat rustiger aan. Ik drink koffie aan een tafeltje bij het
raam; het is twee keer zo duur als aan de bar. Ik werk er mijn verslag bij en
lees er de krant. Daarna ga ik naar de Faller tentoonstelling, waar ik 15 foto's
van sarcastische poppen maak. In een kloosterkerk bezichtig ik archeologische
vondsten, van de Iberiërs, de Kelten en de Romeinen. Achter Torre de Quart ligt
een nieuw museum, het IVAM, dat gespecialiseerd is in moderne kunst. Ik vind er
niets aan. Onder het museum liggen de fundamenten van de oude Moorse stadsmuur.
Ernaast ligt de kunstenaarswijk, waar ik vergeefs aanbel bij het klooster El
Carme. Ik kom er nog enkele keren terug (ook de volgende dag) en hoor dan pas
dat de zaak maanden gesloten is vanwege renovatiewerkzaamheden.
Het Museum de Bellas Artes is mijn volgende richtpunt, het ligt aan de oever van
de Turia. Op enkele mooie schilderijen na is het in mijn ogen niet echt de
moeite waard. Het begint te regenen dat het giet. Desondanks ga ik te voet terug
naar het hotel. 8s Avonds ga ik pollo, gebraden kip, eten in een nabij
restaurant dat ik de vorige avond heb ontdekt.
Zijdebeurs (Valencia)
Een meesterwerk van de late gotiek en
een symbool van mediterrane handelsrijkdom
"Met tijd en
geduld wordt het moerbeiblad een zijden gewaad."
Chinees spreekwoord
In de 15e en
16e eeuw was de Spaanse stad Valencia een van Europa's leidende
centra van handel en cultuur en 'La Lonja' - zoals de Zijdebeurs
vaak wordt genoemd - vormt een passend symbool van die gouden tijd
van welvaart en voorspoed.
La Lonja de la
Seda, de Zijdebeurs, omvat meerdere gebouwen, ontworpen als het
middelpunt van het bloeiende handelsleven van de stad. Gezamenlijk
vormen ze een meesterwerk van laatgotische architectuur met een
sterk Spaans karakter. Aanvankelijk werd hier olie verhandeld
voordat zijde het voornaamste artikel werd. De zijdehandelaren
kwamen bijeen om zaken te doen in de Sala de Contratación, de
schitterende zaal die het hart van het complex vormt. De enorme zaal
pronkt met een magnifiek gewelfd plafond, dat wordt geschraagd door
fraaie gedraaide zuilen van meer dan 16 meter hoog.
Een tweede
belangrijk gebouw is de imposante gekanteelde toren, die aan een
middeleeuws kasteel doet denken, waar soms kooplieden met schulden
werden opgesloten. Het derde gebouw is de vleugel van het tribunaal.
Hierin bevinden zich ruimten met prachtig versierde plafonds, die de
ontmoetingsplaats vormden voor Spanjes eerste koopliedentribunaal.
De kamers zijn gemeubileerd met stijlmeubelen om de sfeer van die
veelbewogen tijden op te roepen. Bezoekers die de zomerhitte willen
ontvluchten, kunnen de aangename, beschaduwde patiotuin opzoeken,
compleet met sinaasappelbomen en een fontein.
De Zijdebeurs
is een van de belangrijkste bezienswaardigheden van Valkencia's oude
wijk. In 1996 kwam La Lonja de la Seda op de Werelderfgoedlijst van
Unesco vanwege de uitzonderlijke waarde als voorbeeld van een
seculier gebouw in de laatgotische bouwstijl dat op spectaculaire
wijze de macht en de rijkdom illustreert van een van de grote
mediterrane handelssteden. |
DAG 6
Vandaag is het weer eens een dag van cultuur en historie. Ik bezoek een vijftal
oude kerken en kloosters. In de kerk van Corpus Cristi woon ik toevallig een
eredienst bij, vol devote lieden die uit volle borst meezongen. Misselijk van de
wierook loop ik weer naar buiten. In een andere kerk is een bruiloftsmis, die ik
eveneens voor een tijdje bijwoon. Ik richt mijn schreden oostwaarts waar
verschillende paleizen liggen. Geen enkel daarvan kom ik binnen, omdat de meeste
nu in gebruik zijn door de gemeentelijke overheid, politie of militairen. Stuk
voor stuks hebben ze mooie patio's, vooral die van de Generalitad.
Verder bezoek ik het Museum van de Stad zelf (met aardige maquettes en
historische bijzonderheden) en de Kathedraal die ik de eerst dag slechts
oppervlakkig heb bekeken. Om 12 uur ben ik bij het Watertribunaal; het is net
afgelopen, veel te vroeg dus. Veel volk is voor niets gekomen, waaronder ik dus.
De Musea voor Keramiek en voor Paleontologie zijn dicht, dus ik spring op de bus
richting Muziekpaleis. Rondslenteren in de tuinen en parken en het belendende
stadsgedeelte met een mooie Mercado.
Opnieuw neem ik de bus, nu naar de haven El Grao. Daar is het volkomen
uitgestorven. Ongestoord loop ik er over de boulevard. De restaurantjes zitten
er wel vol, het is 3 uur en immers siësta! Ik blijf wat liggen zonnen en lezen.
De pensionnetjes op de Malvarossa zijn in frisse kleuren geschilderd. Bus terug.
Gebak eten. 's Avonds wil ik gaan Chinezen, maar dat restaurant gaat pas om
negen uur open; voor mij veel te laat, dus het wordt weer een van de eenvoudige
platos combinados.
DAG 7
Ik weet niet hoe het mogelijk is, maar ik heb me verslapen. Pas om 11 uur sta ik
op. Ik heb het wekkertje niet gehoord, waarschijnlijk op mijn goede oor gelegen
.... Ik reken uit hoeveel geld ik nog voor één dag nodig heb en wissel dat bij
een bank. Ik betaal tot mijn verbazing bijna 10% kosten! Het
Stierenvechtermuseum, ook op het programma, laat ik vallen. In het Ayuntamiento
loop ik de mooie zalen af. El Cid staat er in de belangstelling. Verder
documenten, vlaggen en vaandels, oude landkaarten, klassiek meubilair en een
mooie, grote bibliotheek met veel oude banden.
De rest van de dag breng ik voornamelijk door in de Jardin Botanico, waar ik
uren in het zonnetje zit te lezen. Voor het eerst studeer ik wat Russisch. Er
staan nog maar weinig ‘flores’ in bloei, maar het is er netjes. De openbare
toiletten zijn er smetteloos, moet je in Nederland (of waar dan ook elders) eens
voor komen. Tegen vier uur zoek ik de turbulentie van de stad weer op. In een
louche tent, vergelijkbaar met een berucht café in Roermond, vol
ongure typen, eet ik bijzonder smakelijk voor erg weinig geld: boca jamon York y omeleta picante. 's Avonds zwerf ik door het Stationskwartier, hier liggen de
allergoedkoopste kroegjes met een keur aan lekkere hapjes. Helaas had ik net al
een plato combinado op.
In deze wijk liggen ook de spotgoedkope, maar meestal vuile hostals,
habitaciones, residencias en pensiones. In totaal zo'n 350 heb ik ergens
gelezen, vooral in deze wijk geconcentreerd. Ik reken alvast mijn hostal af bij
de zenuwachtige eigenaar. Hij accepteert wel mijn Visa - kaart; ik zit dus in een
van de betere accommodaties. Hoewel ik de volgende ochtend nog volop tijd heb,
het vliegtuig vertrekt pas in de middaguren, pak ik toch mijn spullen alvast in.
Het boek Het Aambeeldkoor, dat ik net heb uitgelezen, laat ik op de kamer
liggen. Ook een bodempje whisky laat ik staan voor het kamermeisje. Met haar heb
ik ‘s morgens een gesprek in het Engels gehad. Zij heeft in de jaren zeventig
een tijd in Londen in een hotel gewerkt, vandaar dat zij geen probleem met die
taal heeft. Ik laat voor haar een tientje fooi achter.

DAG 8
Om half tien op. Koffie drinken. Met een taxi naar het vliegveld, zo'n 10
kilometer buiten de stad. De tijd doden met lezen, tax free winkelen en koffie
drinken. Vertrek om 15.15 uur, opnieuw met Air Littoral. Ik zit naast een 15
jarige knaap die in Benidorm is wezen golfen. Langdurig spreek ik met hem over
allerlei toestanden op zijn school. Hij zit op 3 VWO in Ede. Om half zes komen
we in Nederland aan. Half zeven NS. Om negen uur weer thuis.
MEER INFO VALENCIA
De oude hoofdstad (660.000 inwoners) van het koninkrijk Valencia
is nu provinciehoofdstad, zetel van een bisschop en een universiteit en is de op
drie na grootste stad van Spanje; zij ligt niet ver van de Middellandse Zee in
de vruchtbare Huerta de Valencia, aan de rechteroever van de Rio Turia, de
Guadalaviar ('witte rivier') van de Arabieren.
De stad maakt met haar drukke straten en kerken met
azulejos-koepels een typisch zuidelijke indruk; in de oudheid zei men al van
Valencia dat het 'een op de aarde gevallen stuk hemel' was.- Het klimaat is zeer
mild en overwegend droog. In de haven El Grao die 4 km ten oosten van het
centrum ligt, worden vooral de producten uitgevoerd die de Huerta levert, zoals
sinaasappelen, wijn, rozijnen, olie en rijst. Met de uitgestrekte buitenwijken
is Valencia een moderne, wereldse stad.
GESCHIEDENIS. - Valencia is gesticht door de Grieken;
daarna kwamen de Carthagers en in 200 v. Chr. de Romeinen, die haar de naam
Valentia gaven; onder Augustus kwam de stad tot grote bloei. In 413 kwam zij in
handen van de Westgoten, in 714 van de Moren, die haar Medlna-butarab ('stad van
de vreugde') noemden. Na de val van het kalifaat van Cordoba werd Valencia in
1021 met de hele kuststreek een koninkrijk, dat in 1092 door de Almoraviden werd
veroverd. De christenen namen haar toen in 1094 onder leiding van El Cid over,
maar in 1102 kwam zij weer onder Moorse overheersing en werd onder Muhammed Ibn
Sald de hoofdstad van een machtig Moors rijk. In 1238 werd zij ten slotte
terugveroverd door Jacob I van Arag6n (Jaime el Conquistador).
 |
 |
BEZIENSWAARDIGHEDEN . - Het drukke verkeers- en
uitgaanscentrum is de langgerekte Plaza del Caudillo, met een waterorgel,
bloemenstalletjes, hotels, cafés en winkels. Aan de westzijde staat het
Ayuntamienlo (stadhuis), ook wel Palacio Consistoria genoemd, met
stadsbibliotheek en het Museo Historico Municipal, schilderijen, waardevolle
boekenverzameling; een zaal is gewijd aan de 'Taula de Cambis'-, één van de
vroegste bankinstellingen van Spanje, uit 1407; op de benedenverdieping de
keramiekverzameling en archeologische voorwerpen. Met name Paterna en
Manises-aardewerk is goed en representatief vertegenwoordigd, vooral de stukken
die uit opgegraven ovens stammen. Op de begane grond is ook een VVV - kantoor.
Niet ver ten zuiden daarvan, aan de brede ringweg, het Estacion del Norte, en de
Plaza de Tores met 18000 plaatsen, een van de grootste arena's van Spanje,
waaraan een interessant Museo Taurino (Stieregevechtmuseum) verbonden is. Iets
naar het westen een 17de-eeuws jezuïetencollege Instituto Luis Vives, met een
barokkoepel uit 1721; verder de gerestaureerde San Agustin met schilderijen van
Ribera.
San Miguel de los
Reyesklooster (Valencia)
Centrum van religieuze en culturele kennis
Alleen al de
ligging verleent dit magnifieke complex een mysterieuze uitstraling.
Het lijkt bijna verstopt aan de rand van Valencia, naast de
Latijns-Amerikaanse wijk, met uitzicht op een groot, rustig plein
dat doet vermoeden hoe belangrijk het klooster ooit was.
Het is bijna
onmogelijk niet onder de indruk te raken van de statige
renaissancefaçade van het klooster met een enorme, door zuilen
gesierde ingang, geflankeerd door twee gekanteelde torens en nu
geaccentueerd door reusachtige palmbomen. Het klooster werd gebouwd
door de grote bouwmeester Alonso de Covarrubias, een van de eerste
Spaanse architecten die de overstap maakten van de gotiek naar de
elegante Italiaanse renaissance. Dit kloostercomplex werd
oorspronkelijk gesticht voor de religieuze Hieronymieten die nauwe
banden hadden met de adel en het koningshuis.
San Miguel de
Los Reyes, gebouwd op de plek van een 14e-eeuws klooster, werd
ontworpen als een belangrijk centrum van religieuze en culturele
kennis. Achter de indrukwekkende façade liggen een fraaie 17e-eeuwse
kerk — bekroond door een koepel en gesierd met veelkleurig steenwerk
en een 18e-eeuws altaar — plus een noord- en een zuidvleugel. De
oudere zuidvleugel, met een kloostergang bestaande uit twee
galerijen van bogen boven elkaar, is een voorbeeld van de
Valenciaanse renaissancestijl. Er waren ook leeszalen en een
bibliotheek met een prachtige collectie. Nu huisvest het klooster
een bibliotheek.
"San Miguel de
los Reyes' verleden omvatte ook het huisvesten van Franco's
politieke gevangenen,"
Fiona Dunlop, journaliste |
Aan de noordpunt van de Plaza del Caudillo kruist men bij een
hoog warenhuis de Calle San Vincente, de in het noorden zeer drukke hoofdstraat
van de stad. Van de bovengenoemde kruising gaat men schuin links de moderne
Calle Maria Cristina in naar de drukke, langgerekte Plaza del Mercado
(ondergrondse garage), waar vroeger toernooien en feesten plaatsvonden. Links de
Mercado Central (centrale markt) uit 1928, in azulejosstijl uitgevoerd, met ca.
1300 stallen. Vlakbij staat de kerk Los Santos Juanes (1368), met mooie façade
en plafondschildering van A. Palomino, beide van ca. 1700. Aan de noordkant van
het plein de Lonja de la Seda (Zijdebeurs), een prachtig laatgotisch gebouw van
Pedro Compte en Juan de Iborra, met schitterende portalen en fraai gedecoreerde
vensters, evenals mooie waterspuwers (gargolas); op de gevel het wapenschild van
Aragon; de beurszaal heeft een mooi sterrengewelf, gedragen door spiraalvormige
zuilen; vanuit de zaal kan men de toren beklimmen (144 treden). In een kamer op
de bovenverdieping is het Artesonadoplafond uit 1427 te bewonderen, van Juan
Llobet en Andrés Tanon. - Ten noorden van de Plaza del Mercado staat de San
Nicolas, op de plaats van een voormalige moskee, met interessante fresco's en
schilderijen. De Calle de San Vicente komt in het noorden uit bij de Plaza de la
Reina, het middelpunt van de oude stad, dat gerenoveerd is. Links de kerk Santa
Catalina, een gotisch gebouw met rijk versierde zeshoekige klokkentoren.
Ten
noorden van het plein de kathedraal (La Seo), een imposante, van buiten
overwegend gotische kerk, die tussen 1262 en 1482 werd gebouwd op de plaats van
een moskee; barokfaçade. Er gaan de laatste jaren stem men op de
oorspronkelijke gotische façade weer te voorschijn te halen. Thans is er een
neo-barokgevel uit de 19de eeuw. Op de zuidwestelijke hoek van de kerk de
onvoltooide, 68 m hoge klokkentoren Torre del Miguelete (of Micalet), met de
gelijknamige waterklok, waarmee vroeger de irrigatie van de Huerta werd
geregeld; vanaf het uitkijkplatform (50 m, 207 treden; ingang vanaf de linker
dwarsbeuk) prachtig uitzicht. Bij de oostelijke dwarsbeuk de Romaanse Puerta del
Palau, bij de westelijke de met beelden versierde, gotische Puerta de los
Apostoles, waarboven zich een roosvenster bevindt uit de 14de eeuw.
 |
 |
In het INTERIEUR van de kerk (98 m lang), dat in de 18de eeuw
volledig werd vernieuwd, zijn talrijke kostbare schilderijen te zien, o.a. van
Goya en Palomino. - Mooi koorgestoelte (16de eeuw). Boven de viering een
imposante, achthoekige koepel (cimborio). - In de Capllla Mayor een schitterend
hoogaltaar uit de 15de eeuw, met interessante vleugelschilderijen uit 1509,
gemaakt door twee leerlingen van Leonardo. - In de Sala Capitular, die vroeger
als studeerkamer dienst deed (voltooid 1482), een waardevolle
schilderijenverzameling, o.a. met werken van vroege Valenciaanse meesters en van
Ribera en Macip. - Via de rechter dwarsbeuk komt men in de Capllla del Santo
Callz, de oude kapittelzaal uit 1369 met sterrengewelf; in de kapel bevindt zich
de met robijnen en parels afgezene Santo Caliz (heilige kelk), die de kelk van
het Laatste Avondmaal zou zijn en tot de 15de eeuw in het klooster San Juan de
la Pena in de Pyreneeën bewaard werd. - In het kathedraalmuseum schilderijen van
Zurbaran, Goya e.a.
Aan de noordzijde van de kathedraal de Capilla de Nuestra Señora
de los Desamparados ('de daklozen'), die met een boog met de kathedraal is
verbonden (1667); bij het hoofdaltaar een gebeeldhouwd Mariabeeld uit 1416, de
veelaanbeden 'Sagrada Imagen', beschermheilige van Valencia. - Ten noordoosten
van de kapel, in het voormalige graanpakhuis Almudin, het Museo Paleontoloqico met een verzameling resten van
prehistorische dieren uit Zuid-Amerika.
Ten noordwesten van de kathedraal staat in de Calle de Caballeros
het Palacio de la Generalidad (Audiencia), het voormalige huis van
afgevaardigden van het koninkrijk Valencia, gebouwd tussen 1510 en 1579; het
stadsparlement werd door Filips V in 1707 afgeschaft, teken van absoluut
koningsschap in Spanje; nu Diputacion Provincial (Provinciehuis); op de 1ste
etage de Salon de Cortes (vergaderzaal) en de Sala Dorada, met prachtig houten
Artesonado-plafond. Achter het paleis, op de Plaza Manises, het Prehistorisch
museum.
Aan de noordkant van de binnenstad rijzen de Torres de Serranos
op. de torens van de noordelijke stadspoort, in 1398 gebouwd op Romeinse
fundamenten, in 1930 gerestaureerd; vanaf de torens mooi uitzicht. Ten noorden
van de poort loopt de Puente de Serranos over de meestal droge Rio Turia; aan de
overkant van de rivier de kerk Santa Monica.

De Calle de Caballeros gaat over in de Calle de Quart met de
Torres de Quart (ook 'Puerta de Cuarte' genoemd), een bouwwerk dat lijkt op de
Serrano-poort (1440-90 gebouwd). Hiervandaan verder over de ringweg naar de
naburige Jardin Botanico, de Botanische tuin met duizenden plantensoorten;
subtropische flora, zoals de Polygala grandiflora en speciosa, met prachtige
violette bloemen (maart).
Ten zuiden van de Plaza de la Reina in de Calle San Vicente,
staat de gotische kerk San Martin (1372), met bronzen ruiterstandbeeld van San
Martin boven het portaal. Oostelijk hiervan het imposante Palacio del Marquos de
Dos Aguas uit de 18de eeuw, met een rijk met beelden versierd albasten portaal
van Ignacio Vergara; hierin het Museo Nacional de CerSmica, het eerste
keramiekmuseum van Spanje, met een volkskunstverzameling van meer dan 5000
aardewerken voorwerpen, voornamelijk uit Valencia en omgeving (azulejos,
faience, ook moderne werken van bijv. Picasso). - Ten zuiden van het paleis de
kerk San Andrés, gebouwd in 1686 met talrijke schilderijen, evenals
handbeschilderde azulejos uit Manises. - Van de kerk komt men in oostelijke
richting bij het Colegio del Patriarca, een renaissancegebouw dat tussen 1586
en 1610 gebouwd werd voor Juan de Riberia, aartsbisschop en onderkoning van
Valencia; de hof is met arcaden omgeven. In de Capilla de la Concepcion Vlaamse
wandtapijten uit de 16de eeuw; op de eerste verdieping de woning van de rector
met een waardevolle collectie oude meesters (o.a. Dierick Bouts, van der Weyden,
Ribalta, El Greco); verder prachtige Brusselse tapijten. Aan de zuidkant van het
gebouw de kerk Corpus Cristi (1586), bij het hoofdaltaar een 'Laatste Avondmaal'
van Ribalta (1606). Zeer indrukwekkend is het zingen van het miserere, elke
vrijdag tegen 10 uur, waarbij het altaarstuk van Ribalta verdwijnt en achter een
gordijn dat plotseling openscheurt, een houten crucifix verschijnt. Zuidelijk
tegenover het Colegio ligt de universiteit, opgericht in 1830 met waardevolle
bibliotheek, die ca. 87.000 boeken bevat, waaronder talrijke incunabelen en
handschriften.
Van de
noordkant van de kerk komt men bij de Puente del Real (1598), met de
standbeelden van de heiligen Vicente. Martyr en Vicente Ferrer (17de eeuw); op
de linkeroever van de Rio Turia liggen de Jardines del Real (ook wel Viveros
Municipales genoemd) met talrijke moderne kunstwerken; daar begint ook de Paseo
de Alameda, die van het gebouw van de Internationale Monsterjaarbeurs loopt naar
de Puente de Aragon. Aan de westkant van de Jardines bevindt zich het in een oud
klooster ondergebrachte Museo Provincial de Bellas Artes, met schilderijen van
oude meesters op de eerste verdieping, o.a. van Ribera, Velazquez, Murillo, El
Greco, Goya, Morales.


|