Die nacht heeft het behoorlijk hard geonweerd. Ik ben dan altijd blij dat ik
warm en droog binnen zit. Ik heb een tijdje voor het hotelraam gehangen om de
bliksemschichten gade te slaan. Om negen uur sta ik bij een schoenlapper die net
zijn toko geopend heeft. Ik heb een paar Turkse woorden opgezocht en van buiten
geleerd; woorden als zool, hak en scheur ken ik niet, vandaar. De schoenmaker
stelt me teleur, hij beweert dat de schoenen onherstelbaar zijn. Hij komt
geloofwaardig over:
waarom zou hij zo’n klus met bijbehorende verdiensten anders laten lopen?
Station van Adana
Regenachtige excursiedag
Ik neem de bus naar Starbucks Coffee en steek na de koffie over naar het
station. Om half elf vertrekt een volle trein naar Tarsus, de geboortestad van de
apostel Paulus en de stad die toegang geeft tot de Cilicische Poort, de
strategische pas door het Taurus-gebergte die naar de Anatolischee hoogvlakte
leidt. Vele legers zijn hier in de loop der tijd doorheen getrokken. Mijn medepassagiers zijn vooral jonge en moderne mensen. In
Tarsus (toch nog een stad van 223.000 inwoners, 70 kilometer westwaarts) regent
het. Ik verwens mijn waterdoorlatende schoenen en neem me voor bij terugkeer in
Adana meteen een nieuw paar aan te schaffen. Voor het eerst heb ik echt mijn
paraplu nodig. Ik worstel met het mechanisme om hem open te krijgen, daarbij
gaan verschillende baleinen stuk. In de regen bezoek ik de antieke stad, althans
wat er van over is. Allereerst de St. Paul Kuyusu, de Bron van Paulus, een overdekte waterput
waarvoor ik entree moet betalen. Rondom de onaanzienlijke put liggen willekeurige brokstukken
van Griekse beelden. Tot mijn verrassing kan de oppasser me een plattegrondje
van de stad aanbieden, gratis ook nog. De bron schijnt nog steeds pelgrims aan
te trekken. De kleine historische kern van Tarsus is
wel interessant, maar in de regen toch minder aantrekkelijk. Ik schuil een
poosje in een eettentje waar ze humus verkopen, dat is een typisch gerecht uit
vooral Syrië, Israel en Egypte, bestaande uit een brei van kikkererwten met
sesamzaad, olijfolie en veel groene pepertjes met brood. Je moet er wat extra specerijen overheen strooien, dan smaakt
het ook nog.
De Selali watervallen
Ik kom uit bij de Ulu Camii waar net het manvolk naar buiten stroomt na een
heilzaam gebed op de knieën. De klokkentoren ernaast is in een heel andere stijl
gebouwd. Na nog enkele ruïnes, resten van Romeinse baden (de Roma Hamami) en stadsmuren, oeroude Seldjoekische moskeetjes
(de Eski Camii en de Makam Camii) en een enkele orthodoxe kerk rust ik uit in een
theetuin. Het zonnetje breekt door en met hernieuwde energie stap ik in de bus
naar de Selali watervallen die even buiten de stad liggen. Men heeft er een
kolos van een viersterrenhotel langs gebouwd, waar nu natuurlijk geen enkele
gast verblijft. Ook de aantrekkelijke theetuinen in terrasvorm hebben geen
bezoekers. In de warme zomermaanden moet het hier aangenaam toeven zijn. De
watervallen zijn een meter of tien hoog en strekken zich over 100 meter uit. Ik
hou een andere stadsbus aan en keer voor een dubbeltje terug naar de stad.
Paulus Kathedraal restant christendom
Daar maak ik nog een ronde door het zuidelijk gedeelte, onder andere naar de
christelijke Paulus - kathedraal die zoals verwacht dicht is. Het kerkterrein is
ommuurd en wordt zo te zien goed onderhouden. In de luxueuze Kirkkasik Bedestan
(een soort overdekte bazaargang met aan weerszijden winkeltjes) drink ik thee
samen met een verrassend goed Engels sprekende lokale dame. Zij verliest haar belangstelling
voor mij als een vriendin langs komt. Op de terugweg naar het station kom ik
langs de prima in stand gehouden Antik Yol, een Romeinse klinkerweg compleet met stoa's midden in een
archeologische zone die bijna tien meter onder het maaiveld ligt. Hoe dieper de
restanten van verdwenen beschavingen zich bevinden, hoe ouder ze zijn; dat wordt
hier nog eens goed geïllustreerd. Een paar honderd meter verderop ligt de
Kleopatra Kapisi (Poort van Cleopatra) die er nog behoorlijk goed uitziet.
Koffie slurpen bij Starbucks
Terug in Adana koop ik in een chique zaak voor 100 lira (45 euro) een paar
zwarte wandelschoenen. Ik hou ze maar direct aan mijn voeten om ze in te lopen.
Ik zit nog een wijle bij Starbucks op het terras en op een bankje in het Atatürk
Park. Bij een reisbureautje reserveer ik alvast een busrit naar mijn volgende
bestemming; Gaziantep. Ik moet me morgen om tien uur melden, dan brengen hun "servis" me
gratis met hun minibusje naar de otogar die ver buiten de stad gelegen is. Ook
pin ik nog eens 600 lira. Op mijn kamer verdwijnen mijn trouwe 14 jaar oude
wandelschoenen zonder pardon in de afvalemmer. Bij wijze van avondmaal eet ik
ergens soep die door een knaap uit India geserveerd wordt. Hij spreekt vloeiend
Turks en uiteraard sappig Indian - English. In Marmaris heeft hij een Nederlandse
vriendin opgeduikeld, Nicole uit Utrecht. Hoe komt zo’n jongen nu in deze
uithoek terecht? Op de tv bekijk ik een gedeelte van de film Troy met Brad
Pitt, maar die kan me met al zijn gevechtsscènes niet echt boeien. Een
cryptogram van Jan Meulendijks boeit me daarentegen wel, maar ik krijg hem niet
helemaal uit.