|
Ga naar de fotocollages
van Mersin
|
De lege plek naast me wordt ingenomen door een jongeman van 26
jaar die op weg is naast Hatay, naar zijn geboortedorp nabij Antakya
in het uiterste zuiden van Turkije aan de grens met Syrië. Deze
Husein spreekt redelijk Engels, een uitzondering in dit land. Hij
blijkt ook nog Russisch te beheersen, dus kwalificeer ik hem
onmiddellijk als hotelpersoneel. Dat klopt, hij heeft in een
vijfsterrenhotel gewerkt, dat nu in het laagseizoen gesloten is.
Russische toeristen vormden daar het hoofdbestanddeel van de
klandizie. Hij keert terug naar de olijfboomgaard van zijn ouders,
waar geoogst moet worden.
Dankzij zijn vreemdetalenkennis is hij
kelner kunnen worden. Hij had een Russisch sprekende vrouw aan de haak
geslagen en drie maanden met haar in Kiev gewoond, waar hij de
taal redelijk geleerd had. Die relatie is inmiddels beëindigd, maar
hij is van plan in de winter naar Oekraïne terug te keren om een
nieuwe vriendin op de kop te tikken. Trouwen wil hij er niet mee,
dat zal hij enkel en alleen doen met een meisje uit zijn dorp. Hij
heeft al iemand op het oog, de dochter van een neef van zijn vader,
daar wil hij wel een gezin mee stichten. Het verbaast me dat zo’n
moderne vent er dergelijke conservatieve ideeën op na houdt. Op zijn
beurt kan hij maar niet begrijpen waarom ik nooit getrouwd ben en
geen kinderen heb. We kunnen het verder goed met elkaar vinden. Bij
de nachtelijke stops koopt hij fruit dat hij broederlijk met mij
deelt. |

V. Woensdag 11 november MERSIN - ADANA
Half zes in de morgen. In het oosten gloort de dageraad. Ik word naast de otogar
van de moderne miljoenenstad Mersin afgezet. Gelukkig is er al een çayhane open. Daar kan ik me op
kleuterstoeltjes nader bezinnen op mijn volgende stappen. Ik besluit te voet de
stad te verkennen en in de namiddag door te reizen naar Adana, per slot van
rekening heeft deze stad weinig echte bezienswaardigheden. Mijn bagage geef
ik af bij het depot. Onderweg naar het centrum passeer ik een voetbalstadion
waar tientallen mannen en vrouwen, vooral ouderen, in snelpas rondjes lopen. Het
is net niet rennen, maar zeker ook niet gewoon wandelen. Voorbij het
spoorwegstation (erg nietig voor een miljoenenstad) ligt het centrum. Een
christelijke kerk gaat op de foto, die zie je in Turkije namelijk niet vaak.
Deze hoort toe aan de “latin catholic” gemeenschap. Ik bereik de oevers van de
Middellandse Zee waar ik alleen gezelschap heb van vroege vissers, die overigens
geen werphengel gebruiken, maar de lijn in hun hand houden.

Mersin
Mersin is een havenstad in het zuiden van Turkije, gelegen aan de Middellandse
Zee met 537.842 inwoners (2000), meer dan een miljoen (2009). De stad is de hoofdstad van de gelijknamige
provincie Mersin, die tot 2002 Içel heette. De stad is gesticht in de 7e eeuw voor
Chr., maar nabijgelegen Hettitische nederzettingen stammen uit de 13e eeuw v.
Chr.
De stad heeft een haven en vervult een belangrijke rol in de regionale economie.
De „Metrim-Tower“ is met 177 m het hoogste gebouw van de stad en één van de
hoogste gebouwen in Turkije. De toren telt 52 etages en werd in 1987 opgeleverd.
Mersin heeft ook een de 9 kilometer lange zeedijkpromenade met moderne beelden. |
Slide show van Mersin
Mersin - Icel
Boulevard langs de zee
De hele oever is omgetoverd tot park met hier en daar futuristisch beeldhouwwerk
waarvan ik de artistieke waarde niet kan inzien. Aan het oostelijke uiteinde
ligt het Archeologisch Museum met veel lokaal opgegraven archeologische
artefacten, om dat te bezoeken ben ik echter veel te vroeg:
het is nog geen acht uur in de morgen. Alleen poetsvrouwen en een bewaker lopen
er rond. Ik wandel de hele boulevard van zeker
twee kilometer af en kom aan het westelijke uiteinde uit bij de kleine
jachthaven. De boulevard strekt zich nog kilometers verder uit, maar die laat ik
voor wat ze zijn. Ik trek de stad in. Daar is niet echt veel te zien, een
stadhuis met een Atatürk - beeld, enkele kantoren van politieke partijen en veel
moderne gebouwen. De bevolking ziet er gewoon westers gekleed uit. Ik kan
nauwelijks hoofddoekjes ontdekken. Ik check ergens mijn e-mail en verstuur
e-kaarten
naar vrienden en kennissen. Ik spek mijn beurs door 600 lira te pinnen,
contanten zijn nooit weg in Turkije. Al gauw hou ik het voor gezien en stap ik
in de eerste de beste dolmusj naar het station. Die maakt een reuzenomweg
door de woonwijken van de stad, zodat ik die ook nog eens kan bekijken. Op de
otogar heb ik een mazzeltje: er is nog een plaatsje vrij in een minibus naar
Adana. Ik kan gelijk instappen en op weg gaan naar mijn volgende bestemming.


|