XVI. Zondag 22 november ANTAKYA - ISKENDERUN - ANTAKYA
Met een minibus ga ik naar de havenstad Iskenderun, voorheen Alexandretta
genoemd. In 332 voor Christus gesticht door...inderdaad, Alexander de Grote om
zijn overwinning op de Perzische koning Darius te vieren. Eerst jagen we door de laagvlakte met
katoenvelden en maïsakkers, daarna gaan we een bergrug over en de stad Iskenderun ligt
aan onze voeten. Ik moet nog een kilometer lopen voor ik bij de zeeboulevard
kom. Die is kilometerslang en ruim van opzet. Aan de noordelijke kant ligt de
belangrijke, internationale haven met als achtergrond de zwartblauwe bergen. Er hangt een vredige sfeer hier
aan de kust, het is zondagmorgen en op wat trimmers en pupillen - voetballertjes
na is er weinig activiteit. Ik neem plaats op een theeterras aan de waterkant.
Ineens begint het water naast me als het ware te kolken. Duizenden visjes van nog
geen 10 centimeter komen boven om lucht te happen. Door die borrelende massa
heen zwemt een grotere vis die ze najaagt. Dit tafereel van jager en prooi duurt
zo’n tien minuten, ik kijk ademloos toe. Ineens verdwijnt de school visjes en is
alles weer rustig en kan ik tot op de bodem van het azuurblauwe water kijken.
Even verderop staat op het uiteinde van een plein een gigantische beeldengroep
die door de heer Atatürk gedomineerd wordt.
Af en toe word ik aangesproken door jongens die
willen weten waar ik vandaan kom. Een keer antwoord ik op zo’n vraag
van een gespierde sportieveling “Europa”, waarop hij mij in vloeiend
Engels en Duits duidelijk maakt dat hij dat maar een onzinnig
antwoord vindt. Deze dertiger, Erkan geheten, is in Duitsland
geboren en getogen en wel als zoon van een Turkse kolonel in
Kaiserslautern en Bamberg waar zijn vader in het kader van de NAVO
gedetacheerd was. Hij zit nu in de handel, beweert dat de vrouwen
van Iskenderun vrijzinnig en dus “leicht zu haben sind”. Ook vertelt
hij me dat Iskenderun de plaats is waar het zwarte geld van de
Arabische maffia witgewassen wordt.
Modernistische moskee
Er is verder niet zo veel te bekijken. De bewoners van Iskenderun zouden trots
zijn op het multiculturele karakter van de stad, met name op hun religieuze
tolerantie, maar een christelijk kerkje (Armeens, orthodox of katholiek) of
Joodse synagoge heb ik er niet kunnen ontdekken. Later hoor ik van iemand dat
die in achterafstraatje verstopt liggen en moeilijk te vinden zijn. Via een andere route loop ik terug naar
de hoofdweg. Onderweg drink ik koffie in een voetgangersgebied dat qua opzet en
vormgeving ook in West - Europa had kunnen liggen. Midden tussen de woonflats is
een modernistische moskee geplant, ik vind er niets aan. In een internetcafé zit
ik tussen de gamende pubers om mijn e-mail op te halen. Aan de uitvalsweg kan ik
al na enkele minuten een bus aanhouden, waarna ik een dik uur later mijn
uitgangspunt Antakya weer bereik.
Wagenziek in de midibus Het busje moet onderweg nog enkele keren stoppen voor een met gouden
sieraden behangen, zigeunerachtige vrouw die wagenziek wordt. Zij huilt en klaagt
en zegt dat ze suikerziekte heeft. Van alle kanten krijgt zij parfum en water
toegestopt. Buiten moet zij luidruchtig overgeven. Later in de bus geeft ze nog
eens over in haar hoofddoek. Ze blijkt een reservedoek in haar tas te hebben. Ze
stapt eerder uit, maar weigert dan om te betalen. Na veel soebatten trekt een
passagier zijn beurs en betaalt het tarief voor haar. Waarschijnlijk duurt het
hem allemaal te lang. Ik stap iets eerder uit om de oevers van de Orontes beter
te verkennen, maar die zijn weinig boeiend. Aan de overkant van de rivier staan
nog wat ruïnes van de stadswallen uit de Romeinse tijd overeind. In 653 is de op
twee na grootste stad van de Levant (alleen Byzantium en Alexandrië waren
groter) door een aardbeving praktisch van de aardbodem weggevaagd: er vielen
honderdduizenden slachtoffers. Na een broodje köfte zit ik weer in het moderne
centrum. In café Mado, een annex van een viersterrenhotel, geniet ik van echte
koffie, hoewel tamelijk prijzig: 3,50 euro. Het is wel een dubbele espresso, dus
de prijs valt eigenlijk nog wel mee. De obers en kelnerinnen spreken er vloeiend
Engels - Amerikaans.
Djoser, Sawadee, Shoestring?
Als ik die avond in een eenvoudig restaurant soep zit te lepelen valt me een
grote groep buitenlanders op, ze zijn rond één lange tafel geschaard en daarom denk ik
dat het Hollanders zijn. De reisleidster spreekt echter Engels. Als zij buiten
een sigaret staat te roken, knoop ik een gesprek met haar aan. De qua leeftijd
nogal gemêleerde groep is Australisch en trekt met het openbaar vervoer door het
Midden-Oosten. Ze zijn in Caïro gestart en zullen eindigen in Istanbul.
Vergeleken met Jordanië en Syrië vindt ze Turkije “easy going”. Ik ben het
met haar eens.
Ik reken mijn drie nachten bij het hotel alvast af (300 lira met
VISA) zodat ik morgenochtend zonder plichtplegingen zo snel mogelijk kan
vertrekken.