Om 10.00 uur sta ik voor het kantoor van de busonderneming die me naar Gaziantep
zou brengen. Om half elf vertrekt de servis (een minibusje) naar de otogar. Die
ligt ver buiten de stad temidden van een gigantische zee van honderden woonflats
van tussen de 15 en 20 etages hoog in frisse kleuren beschilderd. De
infrastructuur tussen de gebouwen (wegen, trottoirs, gazons en dergelijke) lijkt
me nog niet helemaal voltooid. Om elf uur rijden we door een vlak landschap waar
voornamelijk landbouw wordt bedreven. Met name de katoenvelden vallen me op, ze
zijn er net de witte bolletjes aan het plukken. Daarna wordt het heuvelachtig,
de bruine heuvels hebben ronde, afgeplatte toppen en zijn onbegroeid. Hoewel,
hier en daar ontwaar ik in de verte een kudde schapen, er moet dus toch iets te
grazen zijn.
Enige gast in GAP - Hotel
In de enorme otogar van Gaziantep is geen vuiltje te bekennen, nog geen
papiertje of peuk ligt er op de grond. Na een warme lunch neem ik om twee uur
een taxi naar de stad een kilometer of zes verderop. De tarieven liggen hier in
het oosten lager dan in het westen van het land. Ik heb het driesterren - GAP Hotel
midden in het centrum uitgekozen, waar ik een van de weinig gasten zal blijken
te zijn. Het personeel spreekt er Engels noch Duits, die service is er alleen
bij 4 en 5 sterrenhotels verplicht. De lobby is opvallend ruim en wordt
ondersteund door roze zuilen. Voor omgerekend 23 euro krijg ik de beschikking
over een ruime kamer inclusief overvloedig met drank en snacks gevulde Amerikaanse
koelkast (gigantisch dus), airco, flat screen tv en king size bed. Ik kijk er
uit op gevaarlijk in elkaar geflanste houten steigers die door blauw plastic
worden afgeschermd, dit weinig inspirerende uitzicht is het enige minpunt van deze kamer.
Verkenning van het centrum Ik heb nog een paar uurtjes daglicht, dus verken ik alvast het centrum. Ik
ontdek schaduwrijke theetuinen, een Atatürk - Monument, een plompe christelijke
kerk (nu tot cultuurcentrum omgeturnd). In het modieuze café Mado, dat alleen
vestigingen in grote steden heeft, geniet ik van het speciale winterdrankje
salep (lijkt op dunne rijstepap met kaneel) en café latte. Voor dit laatste
kopje koffie moet ik zes lira ofwel 2½ euro neerleggen, een westerse prijs dus.
Bij de BIM Supermarkt sla ik worst en fruitsapjes in. Naast het hotel ligt een Tekel (een soort staatsdrankshop) die me aan een nieuw flesje raki helpt. Elke
avond drink ik twee glaasjes van die zogenaamde olifantenmelk voor het slapen
gaan. Het goedje is vergelijkbaar met het Franse pastis, anis, pernot en Griekse
ouzo. Ik heb geen kaart van Gaziantep, de receptie ook niet. Een van de
receptionisten snelt naar buiten en komt al gauw terug met een gratis
plattegrond. Waar hij die vandaan haalt mag Joost weten.
Rampenfilm 2012
’s Avonds val ik bij de sinema met de neus in de boter. Ik kan er voor enkele
euro’s direct de rampenfilm 2012 van Roland Emmerich gaan bekijken. In de rij
voor het loket probeert een arrogante jongeman voor te kruipen, maar ik geef hem
lik op stuk en snauw hem luidkeels terug de rij in. De film is in het Turks
nagesynchroniseerd, de kassajuffrouw waarschuwt me daarvoor. Maar ik maak haar
duidelijk dat dit een film om te kijken is en niet om te luisteren. Mijn gastarbeiderturks maakt duidelijk indruk op haar. Ik vind de film nogal
overdreven, maar de effecten zijn weer eens imposant bij deze regisseur die zich
in rampenfilms heeft gespecialiseerd. Deze keer vergaat de héle wereld, dus alle
trucs worden uit de kast gehaald: de aarde gaat aan zowel tsunami’s,
aardbevingen als vulkaanuitbarstingen ten onder. Maar op het laatst verschijnt boven op
de ondergelopen Himalaya een soort ruimteschip als een Ark Van Noach ten tonele
die de hoofdpersonen redt. Het zijn Chinezen die dit reddende schip runnen...
Veel sport op tv
Later bekijk ik nog even de sportzenders op de tv. Ik krijg er een samenvatting
van de Amerikaanse NBA - wedstrijd Philadelphia 96’ers tegen Utah Jazz. Ook volg ik nog een
gedeelte van de voetbalwedstrijd Frankrijk - Ierland, maar ik mis het omstreden
Franse doelpunt na de handsbal van Henry. Daar kom ik uiteraard pas in Nederland
weer achter.
IX. Zondag 15 november GAZIANTEP
Gaziantep
Inwoners (2000) 1,237,874
Gaziantep is een stad in het zuidoosten van Turkije. Het is de hoofdstad van de
gelijknamige provincie Gaziantep. De stad ligt in het zuidoosten van het land,
ten oosten van Adana en ten noordoosten van Iskenderun, niet ver van de Eufraat
en de grens met Syrië. De afstand tot de Middellandse Zee is ongeveer 120
kilometer. In 2000 had de stad 853.513 inwoners, dat inmiddels (2008/2009) naar
1,237,874 is gestegen. De stad (Gaziantep) is de op vijf na grootste stad in
Turkije.
Herkomst van de naam
De naam Gaziantep is opgebouwd uit twee delen, Gazi, dat 'strijder' betekent, en Antep, dat is afgeleid van het Arabische
ayin tayyib, wat goede bron betekent. In
de samenstelling betekent de naam "onverwoestbare bron". Het voorvoegsel Gazi is
pas in 1920 aan de naam toegevoegd, het jaar van de onafhankelijkheidsoorlog van
Turkije, vandaar dat veel mensen de stad nog kortweg Antep noemen. Andere namen
voor de stad zijn Ayintap (Koerdisch) of Aintap (Arabisch).
Beknopte geschiedenis van Gaziantep
Gaziantep is een van de oudste steden van Hittitische oorsprong. De stad maakte
onder meer deel uit van het Hittietenrijk, het Helleense Rijk, het Perzische
Rijk, het Romeinse Rijk, het Byzantijnse Rijk en het Ottomaanse Rijk. In
november 2006 wordt door de burgemeesters van Gaziantep en Nijmegen het verdrag
getekend dat de stedenband tussen de beide steden bevestigt.
Economie
Gaziantep is naast een universiteitstad, een zeer belangrijke industriestad. De
landbouw is van groot belang. In Gaziantep worden veel pistachenootjes (antep
fıstığı) en andere soorten nootjes gecultiveerd, die onder meer naar Nederland
worden geëxporteerd. Gaziantep is verreweg de grootste producent van
pistachenootjes van het land, en een van de grootste van de wereld: na Iran en
USA staat Turkije op nummer 3. Ook zijn er veel olijfboomgaarden en wijngaarden
rond de stad.
Keuken van Gaziantep
Gaziantep is ook in de regio beroemd om zijn keuken. De Antepse keuken is heet
en gekruid. De volgende gerechten worden in Antep gegeten of zijn bekend:
• Lahmacun (Turkse Pizza's)
• Patlican kebab (aubergines met gehakt)
• Şiş kebab (stukjes lamsvlees op een spies)
• Çig Köfte (vetarm (lams)gehakt dat wordt gemengd met fijne tarwe, uien, hete
rode peper, tomatenpuree
• Çacik (yoghurt, komkommer en knoflook)
• Baklava (Turkse zoetigheid die op meerdere dunne deegbladeren op elkaar
geserveerd wordt)
• Kadayıf
• Dolma (aubergine met daarin rijst en kruiden)
• Sarma (druivenbladeren met dezelfde inhoud als die van Dolma)
Bezienswaardigheden in en rondom Gaziantep
• Archeologisch museum (met mozaïeken uit het klassieke Zeugma)
• Hasan Süzer Etnografisch museum
• Fort / Ravanda Citadel
• Sculpturen uit de Hittitische tijd
• Stadsmuren
• Ruïnes van de stad Zeugma (buiten de stad)
• Gaziantep Hayvanat Bahcesi (de grote dierentuin van Gaziantep)
• Het grote stadspark die door de hele stad loopt, tevens een van de grootste
parken ter wereld
• Diverse archeologische monumenten
Uitgestorven straten op zondagmorgen
Een goed gevulde en dus welbestede dag. Op de 5e etage staat het ontbijt op me
te wachten. Een half uur lang zit ik in een grote ruimte moederziel alleen mijn
Turks brood te verorberen. Om negen uur sta ik bruisend van energie buiten en
begeef ik me naar de oude stad. De straten zijn op deze zondagmorgen vrijwel
uitgestorven. Ik bekijk twee buurtmoskeeën en een drietal zo te zien Koerdische
vrouwen die in een steeg flinterdun brood op een openluchtkachel aan het bakken
zijn.
Onbekend museumpje
Volkomen toevallig beland ik bij een middeleeuws complex dat een museum
blijkt te herbergen. Ik krijg er een privérondleiding. In het nogal dunne
gastenboek blader ik enkele bladzijden terug, maar ik ontdek geen enkele
buitenlandse naam. Aha, daarom word ik met alle égards ontvangen, ik ben hier een
soort unicum!
De expositieruimtes bieden voornamelijk kalligrafisch werk, Koranteksten in soefisch schrift in steen gehouwen en in klederdracht geklede poppen waaronder
enkele mevlana soefidansers. Een van de suppoosten blijkt Frans te spreken wat
hij maar al te graag aan zijn collega’s toont. Op straat word ik in het Duits
aangesproken door een aardige grijsaard die een stukje met me meeloopt; hij
heeft 20 jaar in de haven van Hamburg gewerkt. Naarmate ik dieper in de wijken Türktepe, Kalealti en Yazicik doordring, raak ik verder van het centrum
verwijderd en worden de straten smaller en armoediger. Ik keer via een andere
route terug en kom uit in de bazaar met een toeristisch ogende bedestan als
middelpunt. Er liggen nog vele andere Ottomaanse gebouwen, behalve natuurlijk
moskeeën ook medresses, hamams en tot hotel-restaurant omgebouwde
karavaanserails. De grote herenhuizen worden hier Han genoemd. Af en toe bekijk
ik de achter de monumentale toegangspoorten de doorgaans goed onderhouden
binnenplaatsen.
Onneembare citadel
Ineens doemt de naakte rots met het ongenaakbare fort met zijn 36 torens voor me op. De ingang is
aan de andere kant, ik trek er omheen en zie in de rotswand tientallen grotten
en spelonken. Aan de voet van de berg loopt een gekanaliseerd stroompje. Tussen
dit nietige riviertje en de citadel ligt de mooi opgekalefaterde Naib Hamami
uit 1640; later lees ik dat die gerestaureerd is met geld van fondsen uit de
EU... En ik maar denken dat Turkije nog steeds geen lid van die club is. Bij de
ingang aangekomen word ik tegengehouden: het is twaalf uur en het personeel
sluit de tent om tot één uur om te lunchen. Niet bepaald bezoekersvriendelijk vind
ik dit. Ik besluit zelf ook maar iets te gebruiken. Dat wordt een schaal
levertjes aan een spies met veel brood en groen spul. De eigenaar van de
geïmproviseerde lokanta wil toeristen
trekken en heeft enkele kamertjes tot een museum omgebouwd: een ouderwetse
theekamer, een salon, een slaapkamer, een keuken met de originele uitrusting etc. Vanaf het platte dak vol rommel kan ik de buurt bespieden en constateren
dat de ruïnes en vervallen gebouwen vanaf de straat onzichtbaar zijn. De jonge
kelner vertelt me dat hij gezakt is voor het lyceum, omdat hij te zwak was in matematik.
Stadsmuseum: Fransen zijn de boosdoeners
De oplopende weg naar het fort is opgevrolijkt met tientallen vergulde beelden
van strijders en helden uit de historie van de stad. Binnen de vesting is alleen
het museum toegankelijk: een lange rondlopende gang die tientallen bronzen en
tinnen reliëfs toont van de strijd tegen de Fransen in en direct na de Eerste
Wereldoorlog. De Fransozen worden er als bloeddorstige monsters afgeschilderd. Op grond
van die heroïsche strijd heeft de stad Antep het voorvoegsel Gazi ontvangen, een
eretitel die "strijdende oorlogsheld" of zoiets betekent. Een groepje pubers probeert er hun
Engels op me uit. Het is zondagmiddag, dus het fort wordt druk bezocht,
bovendien is het gratis! Ik ben er de enige buitenlander zo te zien. In het
nabijgelegen EmineGögüs Mutfak Muzesi (Keuken Museum) lopen wel buitenlanders rond:
Amerikaanse jongedames met Turkse roots. Ze lachen me heel vriendelijk toe. Het
is een goed verzorgd museum dat ook qua opbouw een ruime voldoende verdient. Aan
alle aspecten van de kookkunst wordt aandacht besteed, ook in het Engels.
Ook alle mogelijke ingrediënten (waarvan ik er vele niet ken) liggen er netjes uitgestald.
Uitrusten en thee drinken doe ik vervolgens in de lommerrijke tuin van het Butik
Hotel dat in 2007 voor de eigentijdse reiziger geschikt gemaakt is.
Nationalisme en pan-Turkisme viert weer eens hoogtij
Onderaan het fort ligt de bazaar die vooral gedomineerd wordt door koperslagers
en meubelmakers.
Ik volg echter het waterloopje door het langgerekte Atatürk Kültür Parki richting
moderne stad. Naar elkaar lonkende pubers en jonge stelletjes met kinderen
kuieren over de goed geplaveide paden. Ik kom langs de gebouwen van het
gemeentebestuur, een en al glas en staal. Zo langzamerhand beginnen mijn nieuwe
schoenen te knellen, zodat ik steeds vaker voor rust mijn toevlucht tot een bankje
moet zoeken.
Onderweg beland ik op een plein waar de vlaggen van tientallen
landen in de masten wapperen: het zijn de vlaggen van alle landen (en hun
volkeren) waar men Turks
spreekt of heeft gesproken. Op granieten plaquettes worden de Turkse volkeren
genoemd. Ik herken de volgende: Azeri, Hunnen, Oeigoeren, Tsjetsjenen,
Basjkieren, Albanezen, Avaren, de Gouden Horde, Djengis Khan, Timur Lenk,
Turkmenen, Oezbeken, Kazachen. In een ondergrondse marmeren ruimte met de
sfeer en de serene stilte van een kerk is een soort mausoleum voor Atatürk
opgericht, hoewel die in feite in Ankara in het Anit Kebir begraven ligt.
(Misschien ligt er wel iemand anders, dat weet ik niet meer.) Tegen
de oude mannen die er de wacht houden beweer ik dat de opvolger van Mustafa Kemal
Pasja, te weten Izmet Inönü, voor de democratie in Turkije veel belangrijker is
geweest. Ze kijken me met verbijstering aan. Eigenlijk moet ik uitkijken met dit
soort uitspraken: in dit land kun je hiervoor opgepakt en berecht worden. Af en
toe wordt die blinde verering voor een syfilitische alcoholist (dat erkennen de
serieuze historici inmiddels wel) me echt te veel. Dat neemt niet weg dat de man
onmiskenbaar grote verdiensten heeft gehad voor het ontstaan van het moderne
Turkije. Overigens, hij is geboren in Saloniki (Griekenland). In mei 2009
bezocht ik in Bitola (in de huidige republiek Macedonië) het internaat waar de kleine
Mustafa Kemal opgroeide en gevormd werd tot legerofficier. Het is nu een museum
dat voornamelijk door Turken wordt bezocht, maar dit terzijde. Atatürk is dus
een echte Balkan -jongen, afkomstig van "onze" kant van de Bosporus...
En die Balkanbewoners laten niet met zich sollen, zoals ze vorige eeuw weer eens dubbel en
dwars bewezen hebben.
Interessant Etnografisch Museum
Op de valreep bezoek ik nog het Hasan Süzer Etnografisch Museum in de Bay
Mahallesi, een
historische buurt uit de 16e - 19e eeuw ten zuiden van de Atatürk Bulvari, vol theehuizen in ommuurde hans die met goudkleurige
zandstenen blokken zijn gebouwd, de toegangspoorten zijn vaak schitterend
gebeeldhouwd. Het museum is gehuisvest in een negentiende-eeuws herenhuis en toont privécollecties van vooral gebruiksvoorwerpen en
kledingstukken, op de eerste en tweede verdieping tentoongesteld in stijlkamers.
Als de zon ondergaat installeer ik me in Café Bhagdat, een van de theehuizen.
Populair blijken er de waterpijpen te zijn, in Turkije nargile en ook wel
şişe genoemd.
De tabak ervoor kun je in verschillende smaken krijgen. In deze buurt ligt ook
het Bayazhan Kent Museum dat volgens de boeken de moeite waard is, maar het
loopt al tegen sluitingsuur, dus een bezoek daaraan loont zich niet meer.
Onder de wijnranken van de sfeervolle patio van
Café Baghdat voer ik een gesprek met de gesjeesde student Ali die zowaar een
woordje Engels spreekt. Zijn vader is de eigenaar van het café en
wil dat hij de zaak later overneemt. ’s Zomers werkt hij samen met zijn
oom aan de westkust in een viersterrenhotel. Zijn vader en oom
voegen zich nieuwsgierig bij ons en strooien gul met gratis thee. Ze
zijn geïnteresseerd in mijn lonkende pensionering: op welke
leeftijd, hoe hoog is de uitkering, hoe lang heb ik ervoor moeten
sparen? Ali vertaalt als ik het Turks niet snap, maar zijn Engels is
hiervoor niet echt toereikend.
Het gesprek verzandt een beetje als
de oom Atatürk begint te verheerlijken en de profeet Mohammed gaat prijzen.
Ali is het met me eens dat alle monotheïstische godsdiensten een en
dezelfde god vereren, die gewoon een andere naam heeft: Allah,
Jahweh, Christus. Die mening
durft hij alleen in het Engels te verwoorden. Ik heb geen zin om in
een eenzijdige discussie met strikte gelovigen te geraken en vertrek
tot teleurstelling van Ali. Hij had graag wat verder gekletst zonder
het toeziende oog van vader en voogd.
Jeugdige voetballers
Op mijn puike kamer volg ik met belangstelling de finale van het
wereldkampioenschap ‘Voetbal onder de zeventien’. Klein uitgevallen Nigeriaanse
spelers met een groot atletische vermogen nemen het op tegen de fysiek sterkere
Zwitserse (!) tegenstanders die veel gedisciplineerder, coherenter en
balvaardiger voor de dag komen. De jongelingen uit de Alpen winnen verdiend.
Hoewel, uit de Alpen…. Het (genaturaliseerde) allochtonengehalte bij de Zwitsers ligt wel erg hoog
(Arabisch, Turks, Serbokroatisch),
geen blonde koppies dus.