Gaziantep
Start Antalya Mersin Adana Tarsus Gaziantep Sanli Urfa Harran Mardin Antakya Iskenderun Silifke Anamur Fotopagina


Ga naar de fotocollages van Gaziantep

VIII. Zaterdag 14 november ADANA - GAZIANTEP

Om 10.00 uur sta ik voor het kantoor van de busonderneming die me naar Gaziantep zou brengen. Om half elf vertrekt de servis (een minibusje) naar de otogar. Die ligt ver buiten de stad temidden van een gigantische zee van honderden woonflats van tussen de 15 en 20 etages hoog in frisse kleuren beschilderd. De infrastructuur tussen de gebouwen (wegen, trottoirs, gazons en dergelijke) lijkt me nog niet helemaal voltooid. Om elf uur rijden we door een vlak landschap waar voornamelijk landbouw wordt bedreven. Met name de katoenvelden vallen me op, ze zijn er net de witte bolletjes aan het plukken. Daarna wordt het heuvelachtig, de bruine heuvels hebben ronde, afgeplatte toppen en zijn onbegroeid. Hoewel, hier en daar ontwaar ik in de verte een kudde schapen, er moet dus toch iets te grazen zijn.

Enige gast in GAP - Hotel
In de enorme otogar van Gaziantep is geen vuiltje te bekennen, nog geen papiertje of peuk ligt er op de grond. Na een warme lunch neem ik om twee uur een taxi naar de stad een kilometer of zes verderop. De tarieven liggen hier in het oosten lager dan in het westen van het land. Ik heb het driesterren - GAP Hotel midden in het centrum uitgekozen, waar ik een van de weinig gasten zal blijken te zijn. Het personeel spreekt er Engels noch Duits, die service is er alleen bij 4 en 5 sterrenhotels verplicht. De lobby is opvallend ruim en wordt ondersteund door roze zuilen. Voor omgerekend 23 euro krijg ik de beschikking over een ruime kamer inclusief overvloedig met drank en snacks gevulde Amerikaanse koelkast (gigantisch dus), airco, flat screen tv en king size bed. Ik kijk er uit op gevaarlijk in elkaar geflanste houten steigers die door blauw plastic worden afgeschermd, dit weinig inspirerende uitzicht is het enige minpunt van deze kamer.

Slide show van Gaziantep



Gaziantep


Verkenning van het centrum
Ik heb nog een paar uurtjes daglicht, dus verken ik alvast het centrum. Ik ontdek schaduwrijke theetuinen, een Atatürk - Monument, een plompe christelijke kerk (nu tot cultuurcentrum omgeturnd). In het modieuze café Mado, dat alleen vestigingen in grote steden heeft, geniet ik van het speciale winterdrankje salep (lijkt op dunne rijstepap met kaneel) en café latte. Voor dit laatste kopje koffie moet ik zes lira ofwel 2½ euro neerleggen, een westerse prijs dus. Bij de BIM Supermarkt sla ik worst en fruitsapjes in. Naast het hotel ligt een Tekel (een soort staatsdrankshop) die me aan een nieuw flesje raki helpt. Elke avond drink ik twee glaasjes van die zogenaamde olifantenmelk voor het slapen gaan. Het goedje is vergelijkbaar met het Franse pastis, anis, pernot en Griekse ouzo. Ik heb geen kaart van Gaziantep, de receptie ook niet. Een van de receptionisten snelt naar buiten en komt al gauw terug met een gratis plattegrond. Waar hij die vandaan haalt mag Joost weten.


Rampenfilm 2012
’s Avonds val ik bij de sinema met de neus in de boter. Ik kan er voor enkele euro’s direct de rampenfilm 2012 van Roland Emmerich gaan bekijken. In de rij voor het loket probeert een arrogante jongeman voor te kruipen, maar ik geef hem lik op stuk en snauw hem luidkeels terug de rij in. De film is in het Turks nagesynchroniseerd, de kassajuffrouw waarschuwt me daarvoor. Maar ik maak haar duidelijk dat dit een film om te kijken is en niet om te luisteren. Mijn gastarbeiderturks maakt duidelijk indruk op haar. Ik vind de film nogal overdreven, maar de effecten zijn weer eens imposant bij deze regisseur die zich in rampenfilms heeft gespecialiseerd. Deze keer vergaat de héle wereld, dus alle trucs worden uit de kast gehaald: de aarde gaat  aan zowel tsunami’s, aardbevingen als vulkaanuitbarstingen ten onder. Maar op het laatst verschijnt boven op de ondergelopen Himalaya een soort ruimteschip als een Ark Van Noach ten tonele die de hoofdpersonen redt. Het zijn Chinezen die dit reddende schip runnen...
 


 

Veel sport op tv
Later bekijk ik nog even de sportzenders op de tv. Ik krijg er een samenvatting van de Amerikaanse NBA - wedstrijd Philadelphia 96’ers tegen Utah Jazz. Ook volg ik nog een gedeelte van de voetbalwedstrijd Frankrijk - Ierland, maar ik mis het omstreden Franse doelpunt na de handsbal van Henry. Daar kom ik uiteraard pas in Nederland weer achter.

IX. Zondag 15 november GAZIANTEP

Gaziantep

Inwoners (2000) 1,237,874
Gaziantep is een stad in het zuidoosten van Turkije. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Gaziantep. De stad ligt in het zuidoosten van het land, ten oosten van Adana en ten noordoosten van Iskenderun, niet ver van de Eufraat en de grens met Syrië. De afstand tot de Middellandse Zee is ongeveer 120 kilometer. In 2000 had de stad 853.513 inwoners, dat inmiddels (2008/2009) naar 1,237,874 is gestegen. De stad (Gaziantep) is de op vijf na grootste stad in Turkije.

Herkomst van de naam
De naam Gaziantep is opgebouwd uit twee delen, Gazi, dat 'strijder' betekent, en Antep, dat is afgeleid van het Arabische ayin tayyib, wat goede bron betekent. In de samenstelling betekent de naam "onverwoestbare bron". Het voorvoegsel Gazi is pas in 1920 aan de naam toegevoegd, het jaar van de onafhankelijkheidsoorlog van Turkije, vandaar dat veel mensen de stad nog kortweg Antep noemen. Andere namen voor de stad zijn Ayintap (Koerdisch) of Aintap (Arabisch).

Beknopte geschiedenis van Gaziantep
Gaziantep is een van de oudste steden van Hittitische oorsprong. De stad maakte onder meer deel uit van het Hittietenrijk, het Helleense Rijk, het Perzische Rijk, het Romeinse Rijk, het Byzantijnse Rijk en het Ottomaanse Rijk. In november 2006 wordt door de burgemeesters van Gaziantep en Nijmegen het verdrag getekend dat de stedenband tussen de beide steden bevestigt.

Economie
Gaziantep is naast een universiteitstad, een zeer belangrijke industriestad. De landbouw is van groot belang. In Gaziantep worden veel pistachenootjes (antep fıstığı) en andere soorten nootjes gecultiveerd, die onder meer naar Nederland worden geëxporteerd. Gaziantep is verreweg de grootste producent van pistachenootjes van het land, en een van de grootste van de wereld: na Iran en USA staat Turkije op nummer 3. Ook zijn er veel olijfboomgaarden en wijngaarden rond de stad.

Keuken van Gaziantep
Gaziantep is ook in de regio beroemd om zijn keuken. De Antepse keuken is heet en gekruid. De volgende gerechten worden in Antep gegeten of zijn bekend:
• Lahmacun (Turkse Pizza's)
• Patlican kebab (aubergines met gehakt)
Ş kebab (stukjes lamsvlees op een spies)
Çig Köfte (vetarm (lams)gehakt dat wordt gemengd met fijne tarwe, uien, hete rode peper, tomatenpuree
Çacik (yoghurt, komkommer en knoflook)
• Baklava (Turkse zoetigheid die op meerdere dunne deegbladeren op elkaar geserveerd wordt)
• Kadayıf
• Dolma (aubergine met daarin rijst en kruiden)
• Sarma (druivenbladeren met dezelfde inhoud als die van Dolma)

 

 
Bezienswaardigheden in en rondom Gaziantep
• Archeologisch museum (met mozaïeken uit het klassieke Zeugma)
• Hasan Süzer Etnografisch museum
• Fort / Ravanda Citadel
• Sculpturen uit de Hittitische tijd
• Stadsmuren
• Ruïnes van de stad Zeugma (buiten de stad)
• Gaziantep Hayvanat Bahcesi (de grote dierentuin van Gaziantep)
• Het grote stadspark die door de hele stad loopt, tevens een van de grootste parken ter wereld
• Diverse archeologische monumenten


Uitgestorven straten op zondagmorgen
Een goed gevulde en dus welbestede dag. Op de 5e etage staat het ontbijt op me te wachten. Een half uur lang zit ik in een grote ruimte moederziel alleen mijn Turks brood te verorberen. Om negen uur sta ik bruisend van energie buiten en begeef ik me naar de oude stad. De straten zijn op deze zondagmorgen vrijwel uitgestorven. Ik bekijk twee buurtmoskeeën en een drietal zo te zien Koerdische vrouwen die in een steeg flinterdun brood op een openluchtkachel aan het bakken zijn.

Onbekend museumpje
Volkomen toevallig beland ik bij een middeleeuws complex dat een museum blijkt te herbergen. Ik krijg er een privérondleiding. In het nogal dunne gastenboek blader ik enkele bladzijden terug, maar ik ontdek geen enkele buitenlandse naam. Aha, daarom word ik met alle égards ontvangen, ik ben hier een soort unicum! De expositieruimtes bieden voornamelijk kalligrafisch werk, Koranteksten in soefisch schrift in steen gehouwen en in klederdracht geklede poppen waaronder enkele mevlana soefidansers. Een van de suppoosten blijkt Frans te spreken wat hij maar al te graag aan zijn collega’s toont. Op straat word ik in het Duits aangesproken door een aardige grijsaard die een stukje met me meeloopt; hij heeft 20 jaar in de haven van Hamburg gewerkt. Naarmate ik dieper in de wijken Türktepe, Kalealti en Yazicik doordring, raak ik verder van het centrum verwijderd en worden de straten smaller en armoediger. Ik keer via een andere route terug en kom uit in de bazaar met een toeristisch ogende bedestan als middelpunt. Er liggen nog vele andere Ottomaanse gebouwen, behalve natuurlijk moskeeën ook medresses, hamams en tot hotel-restaurant omgebouwde karavaanserails. De grote herenhuizen worden hier Han genoemd. Af en toe bekijk ik de achter de monumentale toegangspoorten de doorgaans goed onderhouden binnenplaatsen.


Onneembare citadel
Ineens doemt de naakte rots met het ongenaakbare fort met zijn 36 torens voor me op. De ingang is aan de andere kant, ik trek er omheen en zie in de rotswand tientallen grotten en spelonken. Aan de voet van de berg loopt een gekanaliseerd stroompje. Tussen dit nietige riviertje en de citadel ligt de mooi opgekalefaterde Naib Hamami uit 1640; later lees ik dat die gerestaureerd is met geld van fondsen uit de EU... En ik maar denken dat Turkije nog steeds geen lid van die club is. Bij de ingang aangekomen word ik tegengehouden: het is twaalf uur en het personeel sluit de tent om tot één uur om te lunchen. Niet bepaald bezoekersvriendelijk vind ik dit. Ik besluit zelf ook maar iets te gebruiken. Dat wordt een schaal levertjes aan een spies met veel brood en groen spul. De eigenaar van de geïmproviseerde lokanta wil toeristen trekken en heeft enkele kamertjes tot een museum omgebouwd: een ouderwetse theekamer, een salon, een slaapkamer, een keuken met de originele uitrusting etc. Vanaf het platte dak vol rommel kan ik de buurt bespieden en constateren dat de ruïnes en vervallen gebouwen vanaf de straat onzichtbaar zijn. De jonge kelner vertelt me dat hij gezakt is voor het lyceum, omdat hij te zwak was in matematik.

Stadsmuseum: Fransen zijn de boosdoeners
De oplopende weg naar het fort is opgevrolijkt met tientallen vergulde beelden van strijders en helden uit de historie van de stad. Binnen de vesting is alleen het museum toegankelijk: een lange rondlopende gang die tientallen bronzen en tinnen reliëfs toont van de strijd tegen de Fransen in en direct na de Eerste Wereldoorlog. De Fransozen worden er als bloeddorstige monsters afgeschilderd. Op grond van die heroïsche strijd heeft de stad Antep het voorvoegsel Gazi ontvangen, een eretitel die "strijdende oorlogsheld" of zoiets betekent. Een groepje pubers probeert er hun Engels op me uit. Het is zondagmiddag, dus het fort wordt druk bezocht, bovendien is het gratis! Ik ben er de enige buitenlander zo te zien. In het nabijgelegen Emine Gögüs Mutfak Muzesi (Keuken Museum) lopen wel buitenlanders rond: Amerikaanse jongedames met Turkse roots. Ze lachen me heel vriendelijk toe. Het is een goed verzorgd museum dat ook qua opbouw een ruime voldoende verdient. Aan alle aspecten van de kookkunst wordt aandacht besteed, ook in het Engels. Ook alle mogelijke ingrediënten (waarvan ik er vele niet ken) liggen er netjes uitgestald. Uitrusten en thee drinken doe ik vervolgens in de lommerrijke tuin van het Butik Hotel dat in 2007 voor de eigentijdse reiziger geschikt gemaakt is.

Nationalisme en pan-Turkisme viert weer eens hoogtij
Onderaan het fort ligt de bazaar die vooral gedomineerd wordt door koperslagers en meubelmakers. Ik volg echter het waterloopje door het langgerekte Atatürk Kültür Parki richting moderne stad. Naar elkaar lonkende pubers en jonge stelletjes met kinderen kuieren over de goed geplaveide paden. Ik kom langs de gebouwen van het gemeentebestuur, een en al glas en staal. Zo langzamerhand beginnen mijn nieuwe schoenen te knellen, zodat ik steeds vaker voor rust mijn toevlucht tot een bankje moet zoeken.

Onderweg beland ik op een plein waar de vlaggen van tientallen landen in de masten wapperen: het zijn de vlaggen van alle landen (en hun volkeren) waar men Turks spreekt of heeft gesproken. Op granieten plaquettes worden de Turkse volkeren genoemd. Ik herken de volgende: Azeri, Hunnen, Oeigoeren, Tsjetsjenen, Basjkieren, Albanezen, Avaren, de Gouden Horde, Djengis Khan, Timur Lenk, Turkmenen, Oezbeken, Kazachen. In een ondergrondse marmeren ruimte met de sfeer en de serene stilte van een kerk is een soort mausoleum voor Atatürk opgericht, hoewel die in feite in Ankara in het Anit Kebir begraven ligt. (Misschien ligt er wel iemand anders, dat weet ik niet meer.) Tegen de oude mannen die er de wacht houden beweer ik dat de opvolger van Mustafa Kemal Pasja, te weten Izmet Inönü, voor de democratie in Turkije veel belangrijker is geweest. Ze kijken me met verbijstering aan. Eigenlijk moet ik uitkijken met dit soort uitspraken: in dit land kun je hiervoor opgepakt en berecht worden. Af en toe wordt die blinde verering voor een syfilitische alcoholist (dat erkennen de serieuze historici inmiddels wel) me echt te veel. Dat neemt niet weg dat de man onmiskenbaar grote verdiensten heeft gehad voor  het ontstaan van het moderne Turkije. Overigens, hij is geboren in Saloniki (Griekenland). In mei 2009 bezocht ik in Bitola (in de huidige republiek Macedonië) het internaat waar de kleine Mustafa Kemal opgroeide en gevormd werd tot legerofficier. Het is nu een museum dat voornamelijk door Turken wordt bezocht, maar dit terzijde. Atatürk is dus een echte Balkan -jongen, afkomstig van "onze" kant van de Bosporus... En die Balkanbewoners laten niet met zich sollen, zoals ze vorige eeuw weer eens dubbel en dwars bewezen hebben.


Interessant Etnografisch Museum
Op de valreep bezoek ik nog het Hasan Süzer Etnografisch Museum in de Bay Mahallesi, een historische buurt uit de 16e - 19e eeuw ten zuiden van de Atatürk Bulvari, vol theehuizen in ommuurde hans die met goudkleurige zandstenen blokken zijn gebouwd, de toegangspoorten zijn vaak schitterend gebeeldhouwd. Het museum is gehuisvest in een negentiende-eeuws herenhuis en toont privécollecties van vooral gebruiksvoorwerpen en kledingstukken, op de eerste en tweede verdieping tentoongesteld in stijlkamers. Als de zon ondergaat installeer ik me in Café Bhagdat, een van de theehuizen. Populair blijken er de waterpijpen te zijn, in Turkije nargile en ook wel şişe genoemd. De tabak ervoor kun je in verschillende smaken krijgen. In deze buurt ligt ook het Bayazhan Kent Museum dat volgens de boeken de moeite waard is, maar het loopt al tegen sluitingsuur, dus een bezoek daaraan loont zich niet meer.

 

Ali, gesjeesde student

Onder de wijnranken van de sfeervolle patio van Café Baghdat voer ik een gesprek met de gesjeesde student Ali die zowaar een woordje Engels spreekt. Zijn vader is de eigenaar van het café en wil dat hij de zaak later overneemt. ’s Zomers werkt hij samen met zijn oom aan de westkust in een viersterrenhotel. Zijn vader en oom voegen zich nieuwsgierig bij ons en strooien gul met gratis thee. Ze zijn geïnteresseerd in mijn lonkende pensionering: op welke leeftijd, hoe hoog is de uitkering, hoe lang heb ik ervoor moeten sparen? Ali vertaalt als ik het Turks niet snap, maar zijn Engels is hiervoor niet echt toereikend.

Het gesprek verzandt een beetje als de oom Atatürk begint te verheerlijken en de profeet Mohammed gaat prijzen. Ali is het met me eens dat alle monotheïstische godsdiensten een en dezelfde god vereren, die gewoon een andere naam heeft: Allah, Jahweh, Christus. Die mening durft hij alleen in het Engels te verwoorden. Ik heb geen zin om in een eenzijdige discussie met strikte gelovigen te geraken en vertrek tot teleurstelling van Ali. Hij had graag wat verder gekletst zonder het toeziende oog van vader en voogd.

Jeugdige voetballers
Op mijn puike kamer volg ik met belangstelling de finale van het wereldkampioenschap ‘Voetbal onder de zeventien’. Klein uitgevallen Nigeriaanse spelers met een groot atletische vermogen nemen het op tegen de fysiek sterkere Zwitserse (!) tegenstanders die veel gedisciplineerder, coherenter en balvaardiger voor de dag komen. De jongelingen uit de Alpen winnen verdiend. Hoewel, uit de Alpen…. Het (genaturaliseerde) allochtonengehalte bij de Zwitsers ligt wel erg hoog (Arabisch, Turks, Serbokroatisch), geen blonde koppies dus.

Vorige Start Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen   /