Antakya
Start Antalya Mersin Adana Tarsus Gaziantep Sanli Urfa Harran Mardin Antakya Iskenderun Silifke Anamur Fotopagina


Ga naar de fotocollages van Antakya (Antiochië)

XIV. Vrijdag 20 november MARDIN - DIYARBAKIR - ANTAKYA

Diyarbakır / Inwoners (2005) 1.244.273

Diyarbakır (Koerdisch: Amed) is een stad in het oosten van Turkije en de hoofdstad van de gelijknamige provincie Diyarbakır. De stad heeft een inwoneraantal van 1.244.273 (2005), waarvan meer dan 90% Koerdisch is. De stad ligt op een steile basaltrots (650 m) aan de Tigris en is onder andere bekend om zijn watermeloenen.
De stad zou al in 2000 v.Chr. bestaan hebben. Op deze plaats werd in de 3de eeuw een Romeinse kolonie gesticht op de plaats waar het oude Amida lag. Ze werd in de 7de eeuw veroverd door de Arabieren en werd daardoor een belangrijk centrum van de Bakr (Diyarbakır = land van de Bakr). De stad is sinds 1515 Turks en was van de 16de tot de 18de eeuw een belangrijke militaire vesting en uitvalsbasis voor de vele veldtochten tegen de Perzen. Deze oude stad is voor de meerderheid Koerdisch. Ruim één miljoen Koerden wonen in de stad. De Koerden uit Turkije, Irak, Iran en Syrië zien Diyarbakır als hoofdstad van een groot Koerdistan.


Dit wordt een echte reisdag. Ik kan het hotel afrekenen met mijn VISA credit card. Voor een taxi is al gezorgd, die zet me in de nieuwe stad af bij een bushalte. Om half tien kan ik met een minibusje mee naar Diyarbakır, waar ik anderhalf uur later langs een autoweg word gedropt. Een beenloze bedelaar is het busje in gedragen, buiten heb ik hem nog wat kleingeld bij wijze van aalmoes toegestopt. De sloeber ziet er onverzorgd uit, als een Indiase sadoe. Tot mijn verbijstering is hij de hele rit met zijn mobieltje in de weer. Voor mij zit een oude Koerdische vrouw in lokale klederdracht die eveneens in haar gsm gesprekken voert, maar dan wel luidkeels alsof zij de afstand met haar stem moet overbruggen. Een nummer kiezen kan ze niet, dat moet een medepassagier voor haar doen. Het valt me toch al op dat er erg veel Turken (in het openbaar vervoer, op straat, in theehuizen) gebruik maken van de mobiele telefoon. Bovenstaande voorbeelden spannen echter wat dit betreft de kroon.

Diyarbakir: stad met explosieve groei
In Diyarbakir sta ik langs de straat en ben ik volkomen gedesoriënteerd. Gelukkig verschijnt er een taxi ten tonele die me naar het aan de rand van de stad gelegen centrale autobusstation brengt. We rijden door de eindeloze buitenwijken van de stad die de laatste tien jaar een explosieve groei heeft doorgemaakt. Ik ben echt onder de indruk. De flats hebben allemaal een verschillende kleur en geen enkele is qua architectuur hetzelfde. Maar ook hier is net als in Gaziantep en Adana de infrastructuur achtergebleven. De modern vormgegeven otogar straalt van nieuwigheid. Na een kwartiertje zit ik al in een bus naar Gaziantep, waar ik een minibus naar Antakya hoop te kunnen halen. Ik heb geen tijd gehad om te lunchen.

Gevaarlijke rit in het donker
In Gaziantep is het donker als ik er arriveer. Het busje naar Antakya (ongeveer 200 km) zou om 18.00 uur vertrekken, maar omdat er dan nog te weinig passagiers zijn wacht de irritante chauffeur tot half zeven voor hij op weg gaat. Onderweg stappen echter nog de nodige reizigers in, zodat het busje toch nog vol raakt. Ik erger me op de chauffeur die in het duister met zijn inhaalmanoeuvres in de bochten levensgevaarlijke capriolen uithaalt, terwijl zijn mobieltje als aan zijn oor geplakt lijkt. Pas om half tien rijden we het vroegere Antiochië binnen. We stoppen ergens in een onverlicht deel van de stad. Maar ook hier staan enkele taxi’s gereed. Ik raak in de clinch met een van de chauffeurs die mijn Turks niet lijkt te verstaan. Later blijkt dat hij een zwartrijder uit Syrië is: “Ben Halep” is het enige Turks dat hij spreekt, ofwel “Ik (kom uit) Aleppo”. Hij brengt me naar driesterrenhotel Hotel Orontes aan de rand van de bazaar, die luguber overkomt met zijn lege straten en gesloten rolluiken.

Slide show van Antakya / Hatay



Antakya Hatay

Drie Amerikaanse talk shows achter elkaar
Het wordt mijn duurste hotel tijdens deze reis: 100 lira ofwel 45 euro. Gezegd moet worden dat het wel de meest geriefelijke kamer is die ik tot nu toe gehad heb. De kamer is lekker ruim en alles klopt er, ik heb er zelfs een goed gevulde minibar, waar ik overigens geen gebruik van maak. Natuurlijk hangt er een satelliet-tv aan de wand. Ik bekijk er achter elkaar drie talk shows van Amerikaanse hosts: die van David Letterman, Jay Leno en Conan O’Brien. Het enige dat me bijgebleven is, is de geforceerde vrolijkheid van interviewer en gasten. Eigenlijk zijn het walgelijke programma’s waarin de gespreksleiders zichzelf belangrijker dan de gasten vinden. Normaal gesproken zou ik nooit naar dit soort programma’s gekeken hebben.

   
   

Antiochië / Provincie Hatay

Antiochië (Turks: Antakya; Grieks: Αντιόχεια η επί Δάφνη, Αντιόχεια η επί Ορόντου of Αντιόχεια η Μεγάλη; Latijn: Antiochia ad Orontem; of Antiochia dei Siri), is de hoofdstad van de Turkse provincie Hatay. Ze ligt bij de Middellandse Zee ten noorden van Libanon en ten westen van Syrië. De stad heeft ongeveer 150.000 inwoners (in 2000). De voertaal in Antiochië is overwegend Turks, maar er wordt ook Arabisch gesproken.

Geschiedenis
Antiochië was in de oudheid de hoofdstad van het Seleucidische Rijk en later van de Romeinse provincie Syrië. Antiochië werd in 300 v.Chr. door Seleucus I Nicator (een van de generaals van Alexander de Grote) gesticht aan de rivier Orontes en al snel tot hoofdstad verklaard. Dit betekende een verschuiving van het machtscentrum van Babylon in Mesopotamië naar Syrië. Seleucus en zijn opvolgers stichtten elders nog andere steden met de naam Antiochië.

Al snel groeide de stad uit tot een grote metropool, mede door de vele handelswegen vanuit Azië die hier samenkwamen en de grote haven in het naburige Seleucia. Ze werd een van de belangrijkste hellenistische cultuurcentra en kwam op de tweede plaats na Alexandrië in Egypte. De stad fungeerde lange tijd als één van de westelijke eindpunten van de zijderoute. Ook in de Romeinse periode bleef ze één van de grootste steden van het rijk. Meerdere keizers verfraaiden Antiochië met grote tempels en andere openbare gebouwen.

De stad speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het vroege christendom en wordt meermaals genoemd in het boek Handelingen van de Apostelen. Volgens de overlevering was de Grot van Sint Petrus de plaats waar de apostelen Paulus en Barnabas samen kwamen. Het Patriarchaat van Antiochië was de zetel van één van de vijf christelijke Patriarchaten binnen het Romeinse Rijk. De stad raakte in verval na de Perzische invasie in 540 en de verovering door het islamitische Arabische rijk in 636. De belangrijkste oorzaak was, naast de herhaaldelijke plunderingen en verwoestingen, de verschuiving van de handelsroutes die veelal via Constantinopel gingen nadat dit de hoofdstad werd van het Oost-Romeinse Rijk.

In de elfde eeuw wisten de Byzantijnen de stad te heroveren op de Arabieren maar in 1084 maakten de Seltsjoeken, tijdens een van de vele Byzantijns - Seltsjoekse oorlogen, zich meester van Antiochië. De kruisvaarders veroverden de stad in 1098 onder leiding van Bohemund I. Tijdens het beleg zou de heilige Sint -Joris verschenen zijn. De kruisvaarders maakten van Antiochië de hoofdstad van het Prinsdom Antiochië, één van de kruisvaardersstaten. Antiochië werd veroverd door de Mammelukken in 1268. In 1322 vielen de Mongoolse legers de stad binnen. Ze werd zo grondig verwoest dat ze nooit meer uitsteeg boven een provinciestad. Haar rol als handelsstad werd overgenomen door het naburige Iskenderun. Na de Eerste Wereldoorlog behoorde Antiochië eerst tot het Franse mandaatgebied Syrië, maar in 1939 werd de stad Turks grondgebied.

Bezienswaardigheden

  • Grot van Sint Petrus (gesticht door de heilige Lucas, herbouwd door de kruisvaarders, nog eens hersteld door kapucijner monniken in de 19e eeuw. Elk jaar wordt hier op 29 juni een festival gehouden.
  • Archeologisch museum van Antiochië (Mozaïeken!) Zie hieronder.

 

   


XV. Zaterdag 21 november ANTAKYA

Na een alleszins redelijk ontbijt met omelet begin ik aan mijn dagelijkse wandeling door het voormalige Antiochië dat ooit een belangrijk christelijk centrum was. De naam kan ik me nog uit het Nieuwe Testament herinneren. Ik steek de rivier de Orontes over, in het Turks de Asi geheten, nu een nietig stroompje in een gekanaliseerde bedding. In het moderne centrum ga ik op zoek naar het VVV - kantoor. Dat zit zoals ik al verwacht had potdicht.

Yasemin Yesil, die Bauchtänzerin

Ik word er door een gesoigneerde dame van mijn leeftijd in het Engels en Duits aangesproken. Zij nodigt mij uit voor een thee in het park. In het Duits kletsen we er gezellig op los. Zij heeft vaak in Nederland (Amsterdam, Utrecht, Eind-hoven) opgetreden, vertelt ze me. Wat blijkt? Ze is een gepensioneerde professionele buikdanseres. Ze kent heel West-Europa op haar duimpje. In Zwitserland heeft ze een man leren kennen waarmee ze getrouwd is. Haar man is overleden, ze woont nu als weduwe in Zwitserland, maar wipt regelmatig voor enkele weken of maanden over naar haar geboorteland. Zij moet niets van al die asielzoekers in Zwitserland hebben, wat dat betreft is ze een echte Zwitserse geworden.

Wel is ze moslim gebleven, ze is zelfs enkele keren op hadj (bedevaart) naar Mekka geweest. Ze geeft af op de strijd in het Midden-Oosten, vooral de Arabieren moeten het daarbij ontgelden. Land genoeg hebben die woestijn-bewoners, waarom moeten ze ook nog dat lapje grond in Israel hebben? Trouwens, die hele controverse Islam - Jodendom - Christenen is in haar ogen gewoon een broedertwist, een familievete. Per slot van rekening hebben zij allemaal dezelfde aartsvaders. Alleen hun heilige boeken verschillen wat en hun god heeft een andere naam.

Yasemin is opgegroeid in Tekirdag bij Istanbul, een plaats waar destijds veel Joden woonden. Zij heeft daar alleen maar gunstige ervaringen met Joden opgedaan, “feine Leute “ zijn het, heel anders dan die achterbakse Arabieren. Haar tirade verbaast me een beetje, maar in grote lijnen kan ik met haar meedenken. Ik breng maar niet te berde dat die middenklassenjoden uit Tekirdag niet te vergelijken zijn met de huidige Israëliër. Op haar schoot draagt zij een sullig uitziend poedeltje, dat echter in een agressief keffertje verandert zodra hij een kat in het oog krijgt. Naast ons zitten werkloze mannen te triktrakken, ze werpen ons tersluikse blikken toe. Waarschijnlijk vragen zij zich af waarom die zedeloze vrouw zonder hoofddoek een wildvreemde heeft aangesproken.

Bewonderenswaardige mozaïekkunst
Van elf tot twaalf bezoek ik het beroemde Mozaïek Museum, dat gesticht is door de Fransen begin 20e eeuw. Direct achter de ingang kan ik in een aparte kamer al een uitbundig bewerkte sarcofaag uit Afyon bewonderen. Het beeldhouwwerk stamt uit de 2e / 3e eeuw en heeft aan de zijkanten klassieke thema’s: ik kan Orpheus en Narcissus, saters en nimfen herkennen. In de sarcofaag bevonden zich drie skeletten die er inclusief hun bijgiften zoals sieraden ook tentoongesteld worden. Een van de vloermozaïeken beslaat een gehele zaal (hier salon genoemd) en geeft jachttaferelen en godenscènes weer. Tegen de muren hangen hele of gedeeltelijke mozaïeken die van een afstand gezien op foto’s lijken, zo fijn zijn ze samengesteld. De meeste mozaïeken zijn afkomstig uit de lusthoven van het vroegere Daphne (nu Harbiye aan de kust); alleen de mozaïeken van de ruïnestad Zeugma bij Gaziantep kunnen ermee wedijveren. Naast mozaïeken zijn er ook Grieks - Romeinse beelden, munten, aardewerk en tabletten met spijkerschrift te bewonderen. Om twaalf uur word ik met zachte hand naar buiten gedreven: het personeel heeft lunchpauze en die ligt onwrikbaar vast.

 

Behcet Koca, doofstomme kelner

Langs de rivier ligt een goed onderhouden park. De fonteinen werken er allemaal en alle bankjes zijn bezet. Bij de uitgang van het park bestel ik thee in een tuin. Ik word er bediend door een man die alleen maar onver-staanbare klanken kan uitstoten. Hij blijkt doofstom te zijn. Als hij mijn twee hoorapparaten opmerkt, raakt hij enthousiast, hij heeft een lotgenoot gevonden. Met veel gebaren weet hij me deelgenoot te maken van zijn ongeluk. Als militair heeft Behcet bij Gaziantep een schot door zijn hoofd gekregen. Hij wijst me de littekens van de inkomende en uittredende kogel in zijn kale schedel aan. Hij heeft het overleefd, maar wel ten koste van spraakvermogen en gehoor. Hij wil dat ik een foto van hem maak. Trots neemt hij plaats achter het bureau van de directie met op de achtergrond knipsels uit plaat-selijke kranten. De echte directeur, een aardige vrouw van middelbare leeftijd, knijpt welwillend een oogje toe. Zij zwaait de scepter over een sociaal project voor gehandicapten; nu pas vallen me de rolstoelen en looprekken in een hoek op. Het spreekt voor zich dat ik voor de thee niets hoef af te rekenen.

Oeroude stadswijk
Ik steek andermaal de rivier over en kom in de echte oude stad van Antiochië terecht. Volgens een Italiaanse priester-archeoloog moet Paulus hier nog rondgelopen hebben. Ik vind het een interessante wijk, gelukkig niet al te druk. De nijverheid en winkeltjes bevinden zich in de nabijgelegen kapali çarsi ( = overdekte markt). Ik ontdek een katholiek kerkje (gesloten) en een protestantse kerk in een onlangs gerenoveerd pand, ook gesloten natuurlijk. De moskeetjes zijn daarentegen wel geopend, maar daar heb ik nu geen belangstelling voor. De meesten zien er trouwens hetzelfde uit met hun binnenplaats en wasbekkens. In een achterafstraatje haal ik mijn e-mail op. Zo kom ik erachter dat collega Ali G. door het bestuur geschorst is nadat hij door een cursist is aangevallen. Volgens mij moet hier toch meer achter zitten.

Open café Oasis
Aan de rand van de oude wijk bevindt zich een uiterst modern open café, volkomen terecht Oasis geheten. Het wordt bevolkt door jeugdige jongelui die zo te zien alleen maar aan hun mobieltje gekluisterd zitten. Enkele meisjes zijn ronduit uitdagend gekleed, zeg maar op het hoerige af. Ik ontdek er slechts één gehoofddoekt meisje, zij zit stilletjes in een hoekje weggedrukt. Ik drink er een cappuccino die echter van Nescafé is gemaakt. Brrrr, ik had het kunnen weten. Naast Oasis ligt een lokanta die humus op het menu heeft staan. Ik bestel er een portie van die door een jongeman met het uiterlijk van het Down - syndroom wordt bereid. Zijn patroon ligt ongegeneerd snurkend in een hoek te pitten met de krant opengeslagen op zijn vadsige buik. Alleen voor het afrekenen komt hij overeind, hij blaft me een bedrag toe. Ik blaf terug. Ik heb medelijden met de Down - jongen. Met zo’n baas raak je vanzelf wel down.



Meisjes hangen uit de ramen
Even verderop staat een kız okulu, een meisjesschool. Er is net pauze en de pubermeisjes hangen uit de ramen; zij mogen niet naar buiten. Als ze me zien roepen ze me simpele Engelse zinnetjes toe; “Hello! How are you? Which country? Come in! What’s your name? No Problem! “ Ik zwaai vrolijk terug, maar heb geen zin om hun vragen te beantwoorden. Ondertussen ben ik wel verdwaald en kan ik me niet meer oriënteren. Ik besluit alleen maar aflopende straatjes te kiezen, ik kom dan vanzelf wel uit bij de rivier waar ik de weg ken. Die tactiek lukt, ik kom uit op de boulevard vlak naast mijn hotel. Ik sla een voorraad sigaretten en sapjes in bij een kruidenier, die zelfs wat Engels spreekt. Op de tv volg ik bij de BBC World een discussie over Gender Power, waaraan alleen maar slimme vrouwen uit India en de USA deelnemen.

Self service niet populair
Tijdens mijn avondwandeling ontdek ik een self service restaurant. Daar wil ik het fijne van weten, in Turkije bespaar je normaal gesproken niet op personeel. Het is een lichte, grote open ruimte in frisse kleuren met gemakkelijke formicatafeltjes. Te netjes en wellicht enkele dubbeltjes te duur voor de gemiddelde Turk, want ik ben er de enige klant. Ik eet er rode kippensoep, nog nooit gehad. Buiten word ik door een vloeiend Engels sprekende man uitgenodigd om met zijn relaxende vrienden onder een boom aan hun gesprek deel te nemen. Maar als ik op een krukje plaatsneem, word ik plotseling omringd door donker kijkende, ongure typen die er waarschijnlijk niet bijhoren maar alleen nieuwsgierig zijn. Ik voel me toch bedreigd en zonder uitleg te geven stap ik op. Toevallig ontdek ik nog de orthodoxe kerk, die had ik tijdens mijn odyssee ’s middags gemist. Er staat een mooie campanile (klokkentoren) naast. Bij een vitaminebar drink ik een glas grapefruitsap. Elke dag probeer ik een vers geperst sapje of een beker frisse ayran te drinken.


Vorige Start Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   /   AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen   /