Ex-Gastarbeiter sprechen Deutsch
Anderhalf uur en later en tachtig kilometer verder zit ik in Adana op busperron
18 een sigaretje te roken. Ik word er door verscheidene ex-gastarbeiders in het
Duits aangesproken. Ongevraagd schuiven ze op mijn bankje aan als blijkt dat ik
Duits spreek. Ze zijn inmiddels allemaal Rentner en hebben in Baden -
Württemberg gewerkt. Ze regelen ter plekke een taxi voor mij. De jonge chauffeur
is razend enthousiast en voelt zich vereerd een buitenlander in zijn auto te
mogen vervoeren. Hij vertelt over hoeveel beter het in Adana is, vergeleken met
het leven op het platteland in Anatolië waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Ik
kan zijn Turks lang niet allemaal volgen, maar ik denk de essentie van zijn
verhaal hiermee wel goed weergegeven te hebben.
Sabanci Moskee als prestigesymbool van industrieel
Mijn Ak Deniz Hotel ligt in het hart van de stad. Ik krijg er een schone, ruime
kamer voor 50 lira ofwel 22 euro, een koopje, niet dan? Het is pas vroeg in de middag,
ik heb dus nog wat tijd voor de boeg. Na een smakelijk maal begeef ik me naar de
betrekkelijk nieuwe Sabanci - Moskee (1998) die in een park aan de oever van de rivier
de Seyhan gelegen is. Het is een indrukwekkend marmeren bouwwerk met zes
minaretten, geheel gefinancierd door de puissant rijke industrieel Sabanci. Naar
men zegt is het de grootste moskee tussen Istanbul en Mekka. Hij lijkt een
beetje op de Blauwe Moskee in Istanbul en die van Edirne. De hoofdkoepel is 32
meter hoog. Ik ga er niet naar
binnen, er is net een soort dienst aan de gang. Ik bewonder de moskee alleen van
buiten en kom uit bij de Oude Stenen Brug die uit de Romeinse tijd stamt (2e
eeuw). De brug telt 14 bogen en is 320 meter lang. De Seyhan is een echte, snelstromende rivier
die breder is dan onze
Roer, maar smaller danMaas. Ze is hier evenwel niet bevaarbaar.
Vervolgens bezoek ik als
enige gast het Archeologisch Museum dat een personeelsbezetting van tien
personen heeft, in de gauwigheid geteld dan. De sarcofaag van Achilles met zijn
levendige strijdtaferelen is
interessant en nog tamelijk compleet. Verder worden er veel oude stenen, wat
klein spul uit de Hettitische en Oerartische periode, antieke
gebruiksvoorwerpen en Greco - Romeinse beelden en mozaïeken getoond. De tuin
ligt vol fragmenten van opgedolven oudheden, steles en brokstukken van
sarcofagen uit de streek van Cilicië.
De Turkse Lidl: BIM
Tijdens mijn avondwandeling door het centrum ontdek ik een BIM, dat is een soort
Turkse Lidl. Ik sla er allerlei producten in die ik nodig heb: scheerschuim,
tandpasta, instant soepjes, lekkere knoflookworst voor bij het ontbijt, koekjes
voor lange busreizen, een voorraad theezakjes. Ik kan weer een hele tijd vooruit
voor nog geen tien euro… Mijn kamer heeft satelliettelevisie en ontvangt veel
internationale zenders. Ik blijf bijna de hele avond tv kijken.
Adana
Inwoners (2006) 1.271.894
Adana is met 1.271.894 inwoners een grote stad. De stad ligt in het zuiden van
het land, ten oosten van Tarsus, ongeveer 30 kilometer van de Middellandse Zee.
De grond bij Adana is vruchtbaar vanwege de rivier de Seyhan die hier stroomt.
Adana is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Adana. De stad heeft een oud
en een modern gedeelte. Een belangrijke bron van inkomsten is de
textielindustrie. Er ligt een treinstation in de stad, en een vliegveld dichtbij
de stad. De Incirlik luchtbasis van de NAVO ligt 12 kilometer ten oosten van
Adana.
Zeer beknopte geschiedenis van Adana
De stad werd waarschijnlijk ongeveer 3000 jaar geleden door de Hittieten of de
Grieken gesticht en leed vele eeuwen onder de oorlogen tussen Griekenland en
Perzië. De naam zou afkomstig zijn van Adanus, de zoon van Kronos uit de Griekse
mythologie, die het gesticht zou hebben. In de eerste eeuw v.Chr. ging de stad
deel uitmaken van het Romeinse Rijk. In deze tijd werd de stad een belangrijk
handelscentrum. Uiteindelijk ging het in de 16e eeuw deel uitmaken van het
Ottomaanse Rijk. Tussen 1918 en 1920 werd de stad door de Fransen bezet.
Bezienswaardigheden in en rondom Adana
• Archeologisch museum
• Hassan Aga moskee
• Kruisvaarderskerk
• Taş Köprü (Romeinse brug)
• Ulu Cami (grote moskee)
• Yak moskee (Eski moskee)
• Armeense kerk
VI. Donderdag 12 november ADANA
Mijn hotel Ak Deniz ligt aan de Inönü Caddesi, de hoofdverkeersader die dwars
door de stad loopt. Ten noorden daarvan ligt de moderne stad met zijn dure
woonappartementen en kantoorkolossen. Ten zuiden ervan bevindt zich de oude stad
die ik nu ga verkennen. Ik begin bij de nauwe straatjes van Tepebasi, een
bebouwde heuvel met vooral schoenlappers en drukkerijtjes. Op deze plek ontstond
naar verluidt de nederzetting Adana. Ik kom uit bij de rivier met aan
weerszijden rustige parken met veel bankjes. De Romeinse brug (Taş Köprüsü) is
in de loop der tijd drie keer volledig gerenoveerd en vormt een fotogeniek
totaalbeeld met de 2000 jaar jongere Sabanci - moskee.
Haveloze achterbuurten, armoe troef
Ik beland weer in de volkswijken, waar het steeds armoediger wordt naarmate ik
verder doordring in de kronkelige straten die vaak ongeplaveid zijn. Het heeft
‘s nachts geregend, dus liggen er nog overal plassen en moddervlaktes. Van de
stoepen ontbreken tegels, putdeksels zijn verdwenen. Op bijna elke hoek staan
lotenverkopers of straatventers en groenteboeren duwen er moeizaam hun driewielige
karren voort. Het straatbeeld wordt er ineens bepaald door hoofddoekjes. Bij een
soort sociale dienst staan lange rijen in traditionele kledij gehulde
plattelandsvrouwen te wachten. Haveloze mannen hokken samen bij theehuizen. En
overal spelen kindertjes, zo te zien onbekommerd. Het lijkt hier meer op de
steden in Egypte en Iran. Ook heeft het iets weg van India, maar dan zonder al
dat loslopend straatvee. Sommige wijken kennen geen winkels of straathandel en lijken
uitgestorven. De stilte in de sombere steegjes wordt plotseling verscheurd door
de jankerige oproep tot het gebed vanaf een van de vele kleine moskeeën die de
buurt telt. Ik zit net aan een glaasje thee te nippen als uit alle hoeken en
gaten van de bazaar mannen te voorschijn komen en ze, ieder apart, richting cami
sjokken. Sommige hebben hun gebedsmutsje al op en friemelen aan hun gebedssnoer,
een soort rozenkrans. Het zijn allemaal oudere mannen in grauwe, donkere
kleding. De meeste dragen een wijde broek met het kruis tussen de knieën en smal
bij de enkels. Hoe verder ik naar het oosten trek, hoe vaker ik dit type
broeken zie.
Onwillige taxichauffeur
Ik raak een beetje verdwaald in deze wirwar van straten, stegen en sloppen, het
is er allemaal veel uitgestrekter dan de LP Survival Kit suggereert (inderdaad,
‘map not to scale…’). Uiteindelijk kom ik uit bij een van de grote doorgaande
wegen. Volgens de kaart zou daar het metrostation Hürriyet Istasyonu in de wijk
Besocak moeten liggen. En ja hoor, het
gebouw lijkt gloednieuw en ruikt nog naar verse cement, maar ik zie geen volk
eromheen. Dat kan kloppen, want een bewaker stuurt me bij de ingang weg. De
metro werkt nog niet wegens een probleem met de stroom en dat schijnt al een
hele tijd zo te zijn. Ik ben nu kilometers van het centrum verwijderd en ik wil
naar het station in het noorden. Ik speur naar een dolmusj die me naar de
merkez kan brengen, maar die zijn er niet. Dan maar een taxi.
De chauffeur is een knorrige grijsaard die met zichtbare tegenzin zijn aftandse
voertuig in beweging weet te zetten. De taximeter is natuurlijk bozuk, ik had het kunnen weten. De man draagt een Koerdenbroek, inderdaad.
Perfect onderhouden stadspark
Het station ziet er aantrekkelijk uit. Het is in traditionele Ottomaanse stijl
gebouwd. Ernaast ligt een villa in dezelfde stijl. Ervoor staat een pas
opgeverfde stoomlocomotief waarmee natuurlijk Atatürk de stad heeft bezocht.
Vlakbij het station ontdek ik zoals ik verwacht (en stilletjes gehoopt) een
Starbucks Coffee, waar ik enige tijd genietend van het bruine vocht doorbreng.
De klandizie is er jong, modern en welgesteld en is voortdurend met een
mobieltje in de weer. Ik ben er de oudste klant. Ik verken de omliggende
(woon-)wijken, maar appartementshoogbouw is er zo modern dat ik het verschil met
Nederland niet zie. Het Atatürk Park daarentegen is wel interessant, alleen al
om te zien hoe perfect de gazons en de bloemperkjes onderhouden zijn, het is
bijna on-Turks! En alle fonteinen werken er. Aan de oostkant van het park staat
de nationale Turkse held natuurlijk glorierijk op een sokkel temidden van een
hem omringende beeldengroep van heroïsche strijders en heldhaftige boeren. Er
hangt een relaxte sfeer in het park. Kindertjes spelen bij het water van de
kunstmatige waterval met waterwiel, terwijl moderne moeders op de bankjes aan
hun mobieltje gekluisterd zitten. Onder de kiosken en in de prieeltjes zitten
verliefde jeugdigen met elkaar te flirten. In de theetuin spelen mannen
kaart of triktrak. De krijsende oproep tot het gebed deert hen niet: niemand
springt op om zich spoorslags naar het gebedshuis te reppen, dit in
tegenstelling tot hun armere stadgenoten in de zuidelijke wijken.
Klaverblad midden in de stad
Ik wandel op mijn gemak richting hotel. Onderweg wil ik nog even het
Etnologisch Museum bezoeken. Na enige moeite vind ik het tussen de
kantoorblokken en supermarkten. Het blijkt vanwege remont (verbouwing) te zijn gesloten, al
jaren volgens de portier die me wegstuurt. De tuin is overwoekerd en ik zie
geen enkel teken van enige bouwactiviteit. Om de buurt van mijn hotel te bereiken
moet ik te voet een heus klaverblad van autosnelwegen oversteken en dat midden
in een drukke stad! Het kan niet anders of hiervoor moeten complete woonwijken
tegen de vlakte zijn gegaan. Vanaf de viaducten heb ik wel een weids uitzicht
over de mij omringende stad. Onderweg drink ik ergens
şalgam, een verkwikkend, bloedrood
drankje van wortel- en bietensap, ik vind het echter te wrang en voer het af van mijn
wensenlijst.
Onderwijs in vreemde talen lachertje
Ik neus nog wat rond in winkels en warenhuizen, nieuwsgierig naar prijzen en
aanbod. In een enorm warenhuis van negen verdiepingen tref ik geen
boekenafdeling aan. In een andere moderne shopping mall zijn op vier etages zo’n
honderd winkelruimtes beschikbaar. Geloof het of niet, maar in vijfentachtig van
die honderd zaakjes worden telefoons, mobieltjes en gsm’s verkocht. Ze zijn hier
echt gek op dit soort statussymbolen. Op de bovenste verdieping drink ik koffie
als ik er door een verwijfde homo word benaderd. Ik reageer niet op zijn
toenaderingspogingen. Even later zie ik dat hij wel succes heeft bij een
jongere, onschuldig uitziende jongeman. Het volk hier is erg modern in gedrag,
kleding en uiterlijk, maar een buitenlandse taal spreken kan er bijna niemand. En dat
terwijl ik zeker weet dat op alle Turkse scholen vanaf twaalf jaar het vak
Engels op het lesrooster staat! In gesprekken met Turken wil men wel eens
toegegeven dat ze een voldoende voor Engels op hun eindlijst hadden staan, maar
dat ze er nooit of zelden les in hebben gehad. Redenen daarvoor: geen leraar
Engels beschikbaar, leraar Engels altijd ziek of afwezig, leraar Engels niet ter zake kundig. Als je door scholieren wordt aangesproken komen die niet verder
dan: “What is your name?”, “Where are you from?” en de laatste jaren ook: “What
is your favourite football team?”.
Wandelschoenen waterdoorlatend, dus weg ermee
Als ik buiten kom regent het. De straten worden ineens bevolkt door jeugdige
parapluverkopers. Ik heb een paraplu standaard bij me, maar die gaat onderweg
kapot. Kapot blijken ook mijn stevige wandelschoenen, want ik voel ineens
nattigheid. Ik heb nieuwe zolen nodig. Ik zoek de schoenlapperstraat op, maar de
ambachtslieden die ik nodig heb hebben hun handel al gesloten. Volgens een
kioskhouder kan ik de volgende morgen vanaf negen uur weer bij hun terecht. Ik
vergelijk aan zijn stalletje nog een aantal Turkse sigarettenmerken op hun
nicotinegehalte. De meeste zijn met 0,7 mg voor mij te licht. Het merk dat het
gehalte van mijn shag het meest benadert is Tekel 2001 met 1,0 mg. Mijn shag
bevat 1,4 mg, daar kan geen enkele Turkse sigaret dus aan tippen. Ik koop een
paar pakjes op voorraad. In een kledingzaak iets verderop is uitverkoop. Ik neem
er een zestal nieuwe boxershorts voor een halve euro per stuk mee. Mijn hotel
blijkt op de eerste verdieping een nachtclub te hebben. Het is in mijn ogen een
verlopen ruimte met een minipodium voor de artiest(en), c.q. stripteasedanseres,
’s Morgens dient deze club ook als ontbijtruimte, het ruikt er dan bedompt en
muf.