|
|
OUDE BESCHAVINGEN EN WAT ER VAN OVER IS:
|
|
Ayutthaya (nabij Bangkok,
Thailand) Ayutthaya werd in de 14e eeuw de officiële
hoofdstad van het toenmalige Siam tijdens het bewind van koning
Ramathibodi. In de daaropvolgende eeuw bestond de vorige
hoofdstad, Sukhothai, als een aparte zelfstandige provincie, die
echter geleidelijk werd opgenomen in het koninkrijk Ayutthaya.
Ayutthaya beleefde haar hoogtepunt tussen de 14e en 18e eeuw, en
de stad werd een van de rijkste in Azië. |
|
|
Chinees Spartaans hotel
In Lopburi verblijven we in een Chinees hotel met Spartaanse voorzieningen. Tijdens de traditionele avondwandeling hebben we een padang bezocht en zeer eenvoudige kost gegeten, een biertje gedronken en Tiger balm (Tijgerbalsem) aangeschaft. Dit laatste is goed tegen allerlei kwaaltjes: verkoudheid, zelfs bloedzuigers verjaag je ermee! Clim helpt een 12-jarig meisje dat buiten op de stoep haar huiswerk goniometrie zit te maken! |
INFO IN HET DUITS:
Ayutthaya, die Hauptstadt Siams Im 14.
Jhdt. entstand ein großes Machtzentrum in Siam, dem heutigen
Thailand: das Königreich Ayutthaya, Die Ruinen der Chedis, der imposanten glockenförmigen Türme und die mächtigen Tempel- und Klosterbauten lassen noch heute die einstmalige Größe und Pracht dieser mittelalterlichen Stadtanlage erahnen. In den Kammern unter den Türmen der Chedis und Tempel befanden sich Reliquien heiliger Männer und die sterblichen Überreste der Könige und ihrer Familien. Der Turm des Tempels Mahathat soll der Aufbewahrungsort des historischen Buddhas gewesen sein. Zwischen den Ruinen der Sakralbauten ragen immer wieder mächtige Buddhastatuen empor. Und wie zu anderen Bauwerken in Sukhothai ist auch zur berühmten Darstellung des "Ruhenden Buddhas", eine Legende überliefert: Buddha hatte einst einem riesigen Dämon eine Predigt gehalten. Der wollte ihm aber nicht zuhören. Daraufhin hat sich Buddha selbst um ein vielfaches größer gemacht: damit er ihm endlich zuhört und die wahre Größe respektiert: die Bedeutung der Botschaft. Kulturelle Einflüsse von außen haben zu einem erstaunlichen Formen- und Stilreichtum des thailändischen Tempelbaus geführt. So erinnert der Turmaufbau des Wat Rachtaburana an die Einflüsse des früheren Khmerreiches. Mit der Zerstörung der Stadt Ayutthaya im 18. Jhdt. durch birmanische Truppen ging auch das Königreich Ayutthaya zu Ende. Viele der Schätze wurden erst später geplündert oder durch Kriege zerstört. Die Ruinen des Tempel Wat Phra Si Sanphet, dem schönsten und größten Tempel der Stadt, gehören zu den Motiven Thailands, die am meisten fotografiert und beschrieben worden sind. Daten & Fakten Kulturdenkmal: die königliche Residenzstadt von 33 Königen, am Chao Phraya gelegen, mit Kloster- und Tempelanlagen UNESCO-Ernennung: 1991 1350-1767 Königreich Ayutthaya mit fünf Dynastien 1350 unter Rama (König) Thibodi Gründung als Haupt- und Residenzstadt 1350-1488 Blütezeit der Ayutthaya-Kunst 1492-1532 Bau der Chedis (Aufbewahrungsort von Reliquien) von Wat Si Sanphet 1511 Portugiesen entdecken Siam / 1569 Errichtung des 80 m hohen Chedi Phu Kao Thong 1590-1605 König Naresuan / 1656-88 König Narai 1767 Zerstörung durch die Burmesen / 1956 erste Restaurierungsmaßnahmen 1958 Wiederentdeckung der Kunstschätze des Wat Ratchaburana |
Een krijgshaftig volk
De Khmer - ruines en het achttiende-eeuwse paleis van het kalme stadje bekijken we samen met Peter na een goede nachtrust. Bij het koninklijk paleis, nog geheel ommuurd, bevindt zich een klein maar aardig museum over de streek en met name de Mon- en Khmer - cultuur. De olifantenstallen zijn niet de moeite waard. De Khmer - ruïnes zijn zo’n 1.000 jaar oud en nog steeds indrukwekkend. Het mooiste voorbeeld van hun magistrale architectuur ligt momenteel in Cambodja: Angkor Wat. Sommigen verkeren nog in goede staat. Om 11 uur komen we doorweekt van de zweet terug bij het hotel. Jos kruipt voor vertrek nog snel even onder de douche, Clim knapt een uiltje. Die hoeft zijn ogen maar dicht te doen of hij slaapt, altijd, overal..... KHMER- TEMPELSDe vele tempels in het Noordoosten uit de roemruchte Khmer - periode mogen er best zijn. |
|
We rijden naar Pak Chong, 100 km verderop, waar we een eersteklas hotel hebben dat dient als uitvalsbasis voor onze jungletocht waarover we in een ander hoofdstuk berichten. Jos gaat alleen het stadje verkennen. Een elegante vrouw roept hem aan: "Hey, Joe, where are you going?", en dat met onvervalste Amerikaanse tongval. Er volgt een gesprek waaruit blijkt dat zij zich de eigenaar mag noemen van een modeboetiek even verderop in de straat. Op de vraag hoe zij aan het geld daarvoor kwam, antwoordt ze zonder blikken of blozen: "I worked very hard in Bangkok. I was lucky." Inderdaad lucky, dat was vóór het Aidstijdperk, toen de Amerikaanse GI's daar hun Rest- and Recreation Time doorbrachten met een dikke portefeuille vol 'green backs' in hun kontzak. In dit stadje komen niet veel buitenlanders. Jos heeft nogal wat bekijks. Een gekke vrouw van zo'n zestig krijgt hem in het oog, begint kakelend te lachen met een tandeloze mond, heft haar rokken op en begint met haar onderlijf te kronkelen. Een wonderbaarlijk beeld. ze staat namelijk in de deur van een treinwagon, het is druk op het idyllische stationnetje, iedereen wil instappen. De plaatselijke bevolking schaamt zich duidelijk voor het onbeschaamde gedrag van die ouwe heks. 0 ja, er is ook nog kermis in het dorp. Zij hebben er geen botsautootjes, maar botsbrommers....
|
|
Heerlijk vlees, maar wat is het eigenlijk?‘s Avonds op de veranda wordt er instructie over de komende jungletocht gegeven. Wat een slappe bedoening alweer, een en al vaagheden. Het belooft in ieder geval een zware én lange dag te worden, zo veel is zeker. Om half vijf moeten we uit de veren, voor dag en dauw zogezegd. Terwijl de groep naast elkaar aanschuift om samen te gaan tafelen, kiezen wij een tafel apart. We zijn al klaar als zij nog met het hoofdgerecht moeten beginnen. Om de hoek ligt een tamelijk onguur restaurant waar we na veel vijven en zessen twee flessen bier weten los te peuteren. Het probleem is ons nog steeds niet duidelijk. We spreken af in het vervolg niet meer te bestellen, maar zelf de koelkast open te maken om het door ons begeerde te pakken. Ja, ja, het is onbeschoft, maar wel zo handig.
|
Naast ons zit een stel halfdronken mannen te grappen. We krijgen contact, sigaretjes uitwisselen en zo, gebroken Engels over en weer. Het blijken politieagenten in burger te zijn, van Chinees - Laotiaanse komaf. We eten wat met hen mee. Het vlees dat ze ons aanbieden kunnen we niet direct goed thuis brengen. Het blijkt hondenvlees te zijn en het smaakt helemaal niet gek. Terug op de kamer pakken we alvast onze dagrugzakjes in. De klok heeft nog geen tien geslagen als we al in bed liggen.
Twee dagen later. De jungletocht hebben we achter de rug en we zitten als eersten aan het ontbijt. De anderen willen het wel eens gezellig maken, door blijven ouwehoeren en hijsen tot in de nacht, vandaar. Uitzonderlijk dat juist wij, als doorgewinterde buizers, ‘s avonds na een enkel glaasje als eerste onze kamer opzoeken. Er moet toch grondig iets mis zijn met ons. Herstel, met één van ons. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat Clim in een belabberde toestand verkeert: die spastische darm speelt hem behoorlijk parten. Regelmatig krimpt hij ineen van helse pijnscheuten in zijn onderbuik, zijn stoelgang is onregelmatig en ongelooflijk onwelriekend, hij ziet bleek als een vaatdoek, raakt na de geringste inspanning oververmoeid en kan elk moment van de dag in slaap vallen. Waar we echt bezorgd om zijn is echter de voortdurend aanhoudende koorts; ondanks vijf pijnstillers en koortsverlagende middelen per dag zakt die niet onder de 38,5 graden. Een ander veelzeggend symptoom: de pils smaakt hem niet meer. Na één fles geeft hij er al de brui aan: dat is wel eens anders geweest! Er gaan zelfs enkele avonden voorbij dat hij geen glas aanraakt....
Enfin, een korte ochtendlijke rit brengt ons naar Phimai, een antiek stadje van een paar duizend inwoners. We hebben er een leuk hotelletje. Detail: als je de kamer binnenkomt moet je de sleutel opbergen in een soort beker naast de deur. Daarna pas is er elektriciteit voor licht en, belangrijker nog, voor de ventilator of fan.Het duurt een hele tijd voor we daar achter komen... ‘s Middags bezoeken we op ons gemak de hoofdattractie van Phimai: een perfect gerestaureerde Khmer-tempel uit de tiende eeuw. Aantrekkelijk beeldhouwwerk op de friezen en bas-reliëfs. Hoewel het moordend heet is en we steeds zo veel mogelijk schaduw opzoeken,verkennen we het stadje verder. We belanden bij een tempel met veel jeugdige monnikjes, het is een soort klein seminarie. Ze hebben er net wasdag, al hun gewaden in die fraaie oranje en saffraankleurige stoffen hangen aan de lijn te drogen. Even verder belanden we tussen de vijvers en grachten op de achtererfjes van de plaatselijke bevolking. We nemen er een fietstaxi naar de grootste banyan boom van Thailand enkele kilometers buiten het dorp. Het is er druk en toeristisch, vooral Thaise dagjesmensen. Het is trouwens niet één boom, maar het zijn meerdere "ficussen Benjaminas" die een soort bos op een eilandje vormen. Leuk om te zien.
Genieten van de avondrustIn de vooravond volgt een wandeling aan de rand van het dorp. Kinderen spelen in het park. Meisjes badmintonnen. Jochies vissen in de vijvers. Er heerst hier een weldadige rust. In het centrum van dit soort stadjes is het drukker, daar is immers altijd markt en er wordt gehandeld in de talloze kleine winkeltjes. Opvallend in het straatbeeld zijn de vele meisjes en vrouwen die geëmancipeerd brommers en motoren berijden. Op een bankje genieten we van de aangename avond, bekijken de voorbijgangers, proeven eigen bereide honingdrank bij een Chinese vrouw, bestellen pittigheden bij de kraampjes. Met verbazing en stijgende bewondering aanschouwen we een enorme witte wolk in een overigens bleek blauwgrijs zwerk met strepen avondrood. Elke halve minuut vindt er in de wolk een bliksemontlading plaats die zich alleen tot de wolk zelf beperkt. We gaan in de wolk allerlei figuren herkennen: een wijn drinkende Apollo, een knielende geit, een krijgshaftige reus. |
|
Nu pas kunnen we ons heel goed voorstellen dat primitieve volkeren magische krachten aan dergelijke natuurverschijnselen toekennen. Als de duisternis definitief bezit heeft genomen van de omgeving zoeken we een restaurantje op. De groep dineert weer eens samen, dus de eetgelegenheid waar de groep is willen we absoluut vermijden. We stoten op een open restaurant waar aan de straat wordt gekookt. We worden door de hele familie, voornamelijk jonge meisjes, bediend. We krijgen er gebakken rundertong, waarna we zelf aan tafel onze soep moeten bereiden met verse groente. Soep wordt hier te lande ná het hoofdgerecht opgediend. Het lijkt wel een beetje op fonduen.
De volgende morgen vergeet Jos de kamersleutel af te geven bij het uitchecken. Pas tegen het middaguur komt hij daar achter, we zijn dan al bij de prachtige Khmertempel uit de elfde eeuw. Het complex is gelegen op een gedoofde vulkaan en is langwerpig van vorm, bijna een kilometer lang. Ook deze ruïne is, met behulp van Unesco en westerse archeologen overigens, prachtig gereconstrueerd en geconserveerd. Opvallend zijn de vele naga - bruggen, waarvoor de leuningen in de vorm van een slang kenmerkend zijn, en het kruisvormige hoofdgedeelte. Mooi panorama over de hoogvlakte ook nog. Hoewel er een heel straatje met souvenirverkopers ligt, wordt het althans vandaag niet veel bezocht. Clim wil persé op de foto met 2 lieve olifantjes, voor 10 baht.
Na bijna-botsing in de berm belandEr volgt een lange rit, parallel aan de grens met Cambodja. Bij de gezamenlijke lunch krijgt Clim zijn bord rijst met garnalen niet op, ook al doet hij zijn best. Jos drinkt coconut - juice. Om een uur of drie rijden we tussen de rijstvelden door als er vanuit een zijweggetje een pickup van rechts komt. Hij verleent ons geen voorrang en het is dan ook meteen raak. Hij ramt ons in de flank. Slingerend weet de chauffeur de bus net aan de rand van het talud tot stilstand te brengen. Dat scheelt niet veel of we zijn omgekiept en in de natte rijstakker terechtgekomen. Er is geen persoonlijk letsel en gelukkig valt de materiële schade ook nog eens mee. Het kost ons wel een dik uur oponthoud vanwege de formaliteiten en de schuldvraag die de plaatselijke politie moet uitzoeken. We doen in het nabije dorp aangifte. Tegen zes uur komen we in Ubon Ratchathani aan, een stad van 250.000 inwoners van waaruit de Amerikanen het overbuurland Vietnam probeerden plat te bombarderen. We rijden er doelloos wat rondjes, de chauffeur kan het hotel niet vinden. Wrevel in de bus, Gilbert is hier immers al eens eerder geweest?! |
|
Pas na 3 kwartier komen we op de beoogde plek aan. Sigaretje opsteken zodra we bij het uitstappen met een voet de grond raken. Afgesproken is, terecht vinden we, dat er in de bus niet gerookt mag worden. We zitten in een shabby hotel, dat ooit beter tijden heeft gekend. Het is er luidruchtig, het wordt vooral gefrequenteerd door laag betaalde lokale vertegenwoordigers. Als de roomboys aanwezig zijn, hetgeen een zeldzaamheid is, dan zitten ze besmuikt lachend in beduimelde pornoboekjes te bladeren. De klanten krijgen geen aandacht en het sanitair blijft goor.
De avond is weinig opwindend. We wandelen rondom het grote centrale plein en eten een lekkere kom soep aan een kraampje.De Thais zijn met ons in hun schik, want we hebben bloemenkransen om de nek hangen, aangeschaft bij een rondleurend kind. Blinde bedelaars schuifelen voorbij, aan de hand geleid door zoontje of dochter. Ze krijgen allemaal een aalmoes van ons. Tenslotte drinken we enkele biertjes bij een knipmessende Chinees. Jos neemt er nog wat vette worst bij, om te proeven. We hebben geen haast, morgen is een vrije dag. Oorspronkelijk stond een bezoek aan een bekende Khmertempel op het programma. Die ligt precies op de grens met Cambodja en is na Angkor de fraaiste en grootste. De Thais en de Cambodjanen (dat wil zeggen, de militairen van beide landen) delen de opbrengst aan hoge entreegelden.Wat wil nu het geval? Nog geen twee weken geleden is de tempel ingenomen door de Rode Khmer- guerrilla’s die hier en daar de zaak ondermijnd hebben. Ze willen òòk delen in de opbrengst. Gevolg: geen toeristen meer, want dodelijke slachtoffers van oorlogsgeweld of terrorisme werkt bijzonder contraproductief op de toeristenindustrie. Jammer, geen Viharn dus. Als alternatief gaat de groep naar grotten en watervallen in de buurt, maar wij voelen daar niet voor. Onze voorkeur gaat uit naar een dagje nietsnutten en uitslapen.
|
|
|
|
|
|
Midden in de nacht moet Jos uit bed om over te geven. Die vette worst bij die serviele Chinees zit hem blijkbaar dwars. Daarna stopt hij niet meer met kotsen. Hij blijft de hele dag binnen. Clim voelt zich ook niet helemaal kip, zoals normaal dus tijdens deze reis, maar staat om half twaalf toch op. Samen gaan we naar beneden naar de lounge waar we thee drinken. Binnen een minuut gaat Jos opnieuw over zijn nek, zelfs thee irriteert al. Daarop gaat Clim alleen de stad in. Hij neemt een riksja en laat zich naar het ‘touristoffice' brengen, waar hij wat folders ontvangt. Hij loopt wat rond bij de oevers van de rivier, kuiert over de markt, schiet het terrein van een moderne tempel op. In het stadspark ligt de City Shrine; binnenkort schijnt daar een religieus festival met optocht te zijn en men is nu bezig met de voorbereidingen. Om de hitte te ontvluchten loopt hij de Hypermarket (de plaatselijke benaming voor een supermarkt) in om te genieten van de airconditioning. Hij blijft er echter niet lang. Men verkoopt er alleen maar dameslingerie en al gauw voelt hij zich misplaatst. De winkelende dames beginnen al raar naar hem te kijken. Ook 's avonds moet Clim alleen op stap. Hij maakt een praatje met Paul en Teun, die beiden net zoals wij in het onderwijs zitten. Na een mislukte zoektocht naar een bepaalde tempel laat hij zich afzetten bij een restaurant. Na lang delibereren krijgt hij iets te eten wat hij helemaal niet heeft besteld. Gelukkig heeft hij wel soep waarin hij de stukjes kip uitpikt. Jos ligt nog steeds in de nieten. Na een etmaal kotst hij nog steeds, alleen de frequentie is anders, nu niet om het halve uur maar om de twee uur. De volgende morgen krijgt hij ook nog eens de hik, maar gelukkig verdwijnt die bijtijds zodat we allebei redelijk wel in de bus op weg naar het Mekong - plaatsje Mukhadan zitten.
INFO IN HET DUITS:
Sukhothai, Die Ruinenstadt der alten KönigsstadtNach aufwendigen Restaurierungsarbeiten ist die weltweit größte Tempelanlage Sukhothai, im Zentrum Thailands, wieder frei zugänglich. Es ist ein weitläufiges Gelände aus Tempelruinen und überlebensgroßen, fast magisch erscheinenden Buddhastatuen. Sukhothai ist ein Ort der Stille, an dem der Quell buddhistischer Weltsicht erlebbar wird... Der thailändische König bezeichnete diese Tempelbauten als ein Symbol thailändischer Identität. Der Haupttempel, der Wat Mahathat, maß zur Blütezeit der Stadt 240 m in der Länge und 280 m in der Breite. Anders als in europäischen Gotteshäusern gab es im Tempel über 200 Orte religiöser Verehrung; Orte an denen Reliquien aufbewahrt wurden. Der Name Wat Mahathat, weist darauf hin dass sich hier eine besondere Reliquie Buddhas befand. Zum Königreich Sukhothai gehörten noch die Tempelstätten von Sri Satchanalai und Kampen Phet. Auch in Sri Satchanalai finden sich Reste von Tempelanlagen und Buddhafiguren. Der Tempel im Zentrum trägt den Namen "Der Tempel, von Elefanten umgeben". Noch heute finden sich dort steinerne Nachbildungen von Elefanten. Sie symbolisieren eine gewaltfreie Kultur. Daher schmücken ihre Statuen und Bilder Tempel, Paläste und heilige Orte. Die weitgestreuten Tempelanlagen sind 1991 von der UNESCO zum Weltkulturerbe erklärt worden. Sie sind aber auch Orte der Stille, an denen der Quell buddhistischer Weltsicht erlebbar wird. Daten & Fakten Kulturdenkmal: historisches Zentrum der alten Königsstadt Siams UNESCO-Ernennung: 1991 1238 Gründung des Reiches von Sukhothai 1240-70 Regentschaft von Rama (König) Indraditya um 1279-98 Regentschaft von Rama (König) Khamhaeng 1350 Gründung des Reiches von Ayutthaya ab 1349/50 Sukhothai Vasall des neuen Reiches von Ayutthaya 1834 Wiederentdeckung der Inschrift von Rama Khamhaeng (1292) |
|
|
SUKHOTHAIEen fraaie ruïnestad, verwoest door de Birmezen (Burmanen?), zeker een bezoek waard.Sukothai, eveneens verwoest door BirmanenDe volgende drie dagen verblijven we in de Mekong-vallei en op de Isan was eens, net als Ayutthaya trouwens,de hoofdstad van een groot Thais rijk, alleen enkele eeuwen eerder. En, "l' histoire se repète", ook Sukothai werd door de oorlogszuchtige Birmanen totaal geplunderd en verwoest. Het archeologische complex is niet zo uitgestrekt als dat van Ayutthaya en misschien daarom ook veel beter verzorgd. Naast al die ruïnes, tempels, stenen Boeddha's en zuilengalerijen is het meest in het oog springende landschapskenmerk de aanwezigheid van groen en veel waterpartijen, al of niet overwoekerd met waterlelies, -narcissen en -hyacinten. |
Het is redelijk goed fotoweer. Na drie of vier dagen
weinig fotografische hoogtepunten kan Jos weer eens zijn lol op. Alles ligt zo
dicht bij elkaar dat we binnen anderhalf uur rond zijn. Maar vertrekken, ho
maar. Gilbert is
vergeten te vermelden dat er ook nog een schitterend museum ligt, waar de
helft van de groep direct naar toe moet. De andere helft weet echter van
niets, ze zitten lijdzaam en niets vermoedend in de bus te wachten op de
laatkomers.
Het ligt dan ook voor de hand dat er later een tijdje een
geprikkelde stemming in de bus hangt. Reisleider? Ammehoela!
|
Historisch Park Sukhotai (nabij Chiang Mai, Thailand) Rijk cultureel erfgoed van het koninkrijk Siam
|
Schitterende plaats
Hoewel er veel verloren is gegaan, bezit Ayutthaya nog steeds talrijke oude
tempels die
getuigen van een rijk verleden.
WETENSWAARDIGHEDEN
Provinciehoofdstad / Taal: Thais
Munteenheid: baht / Godsdienst: boeddhisme
| Ayutthaya werd gebouwd in de 11e eeuw op een kunstmatig eiland bij de samenloop van de Pasak en Lopburi met de Chao Phraya. Alle verhalen zijn het erover eens dat de stad op het hoogtepunt van zijn bloei echt schitterend was, een van de allermooiste steden ooit. Vroeger was Ayutthaya omringd door stadsmuren en aan de noord- en oostkant was een diepe gracht gegraven die de stad in een geheel door water omringd eiland had veranderd. De stad bezat drie vorstelijke paleizen en zo'n 400 tempels. Omvangrijke gemeenschappen van buitenlanders, Europeanen of Aziaten, woonden in verschillende wijken of "handelsfactorijen". Ook al is Ayutthaya in de loop van de geschiedenis vele malen vernield of verwoest, zowel door mensenhanden als door natuurkrachten, toch bezit de stad nog een indrukwekkend aantal eeuwenoude gebouwen (ontelbaar veel tempels, stoepa's en paleizen), die getuigen van de verfijnde kunst die hier bloeide. De ruïnes staan verspreid over een oppervlakte van 15 km2 rondom de moderne stad, midden tussen de tuinen en de akkers. |
|
Ook nu
nog wordt de stad doorkruist en omgeven door 140 km kanalen. Een breed
kanaal, waarin de drie rivieren die Ayutthaya passeren samenkomen,
beschrijft een hele cirkel rondom de stad. Midden in het centrum bevindt
zich een groot meer, het Beung Phra Ram. De moderne stad ziet eruit als een
kleine agglomeratie met veel bedrijvigheid die zich uitstrekt aan
weerszijden van de hoofdstraat, van de oever van de Chao Phraya tot
voorbij het Chan Kasempaleis. In de buurt van de ruïnes liggen er op
de rivier Chao Praya bootwoningen die waarschijnlijk veel gemeen
hebben met die waar de mensen in woonden in de tijd dat Ayutthaya
nog hoofdstad was.
KLIMAAT
Tropisch moessonklimaat. Gemiddelde temperaturen: 26' C in januari, 28' C in
juli.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
De tempels (Wat Phanan Choeng, War Mongkon Bophit, Wat Mahathat, War
Rajaburana, war Na Phramen, War Phra Si San Phet, War Phra Ram, War
Lokayasutha, Wat Phuttaisawan, War Phu Kao Thong), de chedi van koningin Sri
Suriyothai, de Kraal van de Olifanten, het mu¬seum Chandra Kasem, het
nationaal museum Chao Sam Phraya, het Centrum voor Historische Studies.
Het oude Ayutthaya was vier eeuwen lang de hoofdstad van het Koninkrijk Siam.
CIJFERS
Bevolking: 62.000 inwoners / Gemiddelde hoogte: 315 m
Het schijnt dat er in de 11e eeuw op de plek van Ayutthaya al een eerste
stad werd gebouwd als voorpost van de Khmers. Deze stad heette toen Ayodhya,
wat in het Sanskriet de naam van het verblijf van Rama uit de hindoeïstische
Ramayana is. In de 13 eeuw deed de plaats dienst als grenspost van het
vorstendom U Thong, een vazalstaat van Sukhothai. Na het uitbreken van
epidemieën als gevolg van een tekort aan water besloot de worst van U-Thong
in 1347 zijn hof over te plaatsen naar Ayutthaya. Kort daarop riep hij de
onafhankelijkheid uit en werd koning Ramadhipati. Vanaf dat moment nam
Ayutthaya de rol van Sukhothai over en werd hoofdstad van Siam. De nieuwe
stad maakte een stormachtige ontwikkeling door. Naast politiek, religieus,
economisch en artistiek centrum was het ook een handelsknooppunt en een
haven van de eerste orde. Deze enorme op palen gebouwde stad met meer dan 2
miljoen inwoners groeide uit tot de metropool van een welvarend koninkrijk.
Tussen 1350 en 1767 volgden 33 Siamese monarchen van verschillende
vorstenhuizen elkaar op, die de stad opsierden met tempels en paleizen.
Talloze westerlingen, diplomaten, handelaren en reizigers bezochten de stad
en beschreven in lovende bewoordingen zijn praal en rijkdommen. Maar
Ayutthaya moest zich verdedigen tegen invallen van naburige koninkrijken,
met name de Birmanen. Dezen bezetten de hoofdstad van 1564 tot 1583.
Uiteindelijk slaagden ze erin die te veroveren, maakten de stad met de grond
gelijk en namen alles van waarde mee. De bewoners werden gedeporteerd en
Ayutthaya werd aan zijn lot overgelaten. Later werd veel materiaal door de
Thais zelf weggehaald voor de bouw van Bangkok en Thonburi. Behalve een van
de meest bezochte toeristische trekpleisters van het land is Ayutthaya
tegenwoordig ook het handelscentrum van een van de grote rijstproducerende
regio's.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Landbouwmarkt. Handwerksnijverheid. Toerisme.