|
|
DE ISAN - HOOGVLAKTE EN DE MEKONG - VALLEIDe Isan, het arme oosten van ThailandVanuit de jungletocht zijn we via Khorat en Phimai op de hoogvlakte beland. Met Isan wordt het gehele Noordoosten van Thailand bedoeld, in het zuiden begrensd door Cambodja; in het oosten en noorden vormt de brede, modderige rivier de Mekong de grens met het arme, geïsoleerde Laos. De hele streek doet kaal aan, hoewel er veel landbouw wordt bedreven. Deze brengt echter weinig op omdat de grond onvruchtbaar is en de moesson er onregelmatig valt. Het kan er dan ook erg heet worden. De Thaise regering tracht deze regio te ontwikkelen, ook om de linkse, revolutionaire denkbeelden die vanuit Cambodja (Rode Khmer) en Laos (Pathet Lao) het land binnensijpelen een succesvol halt toe te roepen. In Thailand zelf zijn de guerrilla - verzetshaarden zo’n tien, vijftien jaar geleden definitief opgerold. De streek kreeg ook nog eens economische impulsen door de Amerikaanse vliegbases die van hieruit Vietnam op bombardementsvluchten trakteerden. Zo is er een honderden kilometers lange autosnelweg door de Amerikanen aangelegd, de Highway of FriendshipVier dagetappes over de hoogvlakteWe doorkruisen het gebied in vier dagetappes:
Clim gaat slapen, ook wel eens buiten (zie foto), terwijl Jos het plaatsje verkent . 's Avonds volgt dan een korte avondwandeling, eten in een eenvoudig restaurant en eventueel een pilsje. Doorgaans zitten we na negen uur al weer op onze hotelkamer. Clim gaat dan onder de wol, Jos leest of puzzelt.Maniok en tapiocaOp weg naar Mukhadan rijden we door een eentonig landschap. Veel boeren hebben de rijstteelt ingeruild voor verbouw van maniok; het tapiocameel dat daaruit wordt gewonnen,wordt voornamelijk naar de EG uitgevoerd om als varkensvoer te dienen.De tapioca is echter sterk afhankelijk van prijsschommelingen. De eerste blik die we op de Mekong werpen stelt ons teleur. Grote bruine watermassa’s stromen snel voorbij in een breed dal. We hadden eigenlijk een smalle kloof verwacht. De oevers zijn wel groen, maar stoffig. Aan de overkant, nog net zichtbaar, ligt Laos.
Op bezoek bij smokkelaarsfamilieJos verkent de rivieroever tot zo'n 5 km stroomopwaarts. Hij heeft veel bekijks, buitenlanders komen hier zelden. Vijf bakvisjes op één bromfiets kijken giechelend om en rijden zich bijna in een greppel. De lassers op de rommelige scheepswerfjes zwaaien uitbundig met hun gereedschap. Een beleefde monnik bij een verlaten tempel wil precies weten wat het verschil is tussen "Dutch" en "Deutsch". De behuizingen zijn er van hout, staan op stelten en hebben allen zonder uitzondering een lange televisieantenne naast het huis staan. De ruimtes onder het huis worden gebruikt als stal, opslagplaats en garage voor de bromfietsen. Auto's zijn er nauwelijks te bekennen. Wel is er enige bedrijvigheid bij een veerpont waar roestige vrachtwagens zich inschepen voor Laos . Als plotseling de hemel opensplijt en het hard begint te regenen, wordt Jos bij een familie uitgenodigd om te schuilen. Hij krijgt een mierzoete frisdrank aangeboden, groenachtig van kleur. De dochter des huizes lonkt naar hem en ze wordt daarbij aangemoedigd door haar familie. Het is een opgeruimde familie, want we lachen heel wat af. De communicatie speelt zich af op non-verbaal niveau, totdat een camionchauffeur zich bij het vrolijke gezelschap voegt. Die spreekt een woordje Engels. Hij vertelt dat hij met machineonderdelen en voedsel op Laos rijdt. Het gastgezin verdient de kost met smokkelen; het zijn trouwens Laotianen en geen Thais. De chauffeur biedt aan Jos 's nachts naar de overkant te brengen, even op en af. "But I have no visum," brengt Jos te berde. "No problem, no problem at all! That's why we go at night!" Twee weken later lezen we in de Engelstalige Bangkok Post dat er aan de Laotiaanse grens door de douane een smokkelboot op de Mekong is beschoten; bij het incident waren twee doden te betreuren, allebei smokkelaars.
Ban Chiang, 5000 jaar geschiedenis
We bezoeken onderweg ook nog het plaatsje Ban Chiang, waar archeologische opgravingen resten van een 5000 - 7000 jaar oude nederzetting van ‘s werelds eerste landbouwers aan het licht heeft gebracht. De allereerste landbouwers ter wereld hadden zich 10.000 jaar geleden in de dalen van de Eufraat en de Tigris gevestigd, daar waar nu Zuidoost-Turkije en Irak samenkomen. Ook China maakt aanspraak op de eerste landbouwers en wel in de buurt van Xian (een plaats die we een jaar later zouden bezoeken tijdens onze zomervakantie door dat land.) Prachtig Museum daar, ingericht door de Universiteit van Pennsylvanië. Na een half uur museum ligt iedereen voor Pampus op de koele gazons. Jos, die 's morgens weer eens heeft moeten kotsen, is nu weer fit genoeg om een wandeling door het dorp te maken. Als hij de mensen daar desgevraagd vertelt dat hij uit "The Netherlands" komt, snapt niemand hem. Pas bij "Holland" breekt een herkennende glimlach door en wordt er gescandeerd: "Goellit, Rijkaard, van Basten!"
Bij de Thai-Laotiaanse grens
Nong Khai ligt ook aan de Mekong. Aan de overkant, tien kilometer meer het binnenland in, ligt de Laotiaanse hoofdstad Vientiane. Laos is een eeuw of zo in Franse handen geweest en zelfs in dit kleine stadje kun je in de architectuur nog de koloniale Franse sfeer en invloed proeven. Ook culinair weet men hier nog van wanten. In het duurste restaurant van de stad eten we heerlijke soep met veel varkensvlees, knoflook, verse groente en heuse soepballetjes. Het restaurant zou er eigenlijk "Iglo" moeten heten, want de airconditioning werkt er op volle kracht. Rondom ons zitten omvangrijke Chinese families uitgebreid te schransen; er staan wel 20 verschillende soorten gerechten op tafel. Tijdens een rustige avondwandeling langs de rivier raken we in een geanimeerd gesprek gewikkeld met een pientere jonge monnik. Hij spreekt redelijk Engels, is eigenlijk Laotiaan. We hebben het over zijn religieuze aspiraties binnen het Boeddhisme. We komen er achter dat hij best wel abt wil worden. In dit grensstadje heerst een aangename temperatuur zo bij het vallen van de duisternis. Het leven kabbelt hier rustig voort, hoewel ... er is kermis in de stad, dat moet toch voor enige opwinding zorgen? Niet voor ons evenwel. Als we om half elf in bed liggen en nog een fles bier soldaat willen maken, lusten we die allebei niet meer en verdwijnt het kostbare vocht in de gootsteen. Panne onderweg en Boeddhistische grotten
We maken een praatje met Jaap en Henriëtte, een paar uit Eindhoven. Hij is een technicus, die veel reist voor zijn werk; zij is vormingswerkster met allochtone meisjes op een soort Tweedagenproject. We sluiten de dag af met televisiekijken: er is voetbal en tennis op de Hongkongse Star - TV, een commercieel station.Communicatie met een doofstommeJos zit 's morgens weer eens als eerste aan het ontbijt. Aan een belendend tafeltje zit een doofstomme man, waarmee hij een grappig "gesprek" in gebarentaal voert. Vandaag rijden we door een prachtige, bergachtige streek. De rijstaanplant heeft plaats gemaakt voor maïsvelden en groenteteelt. Hier liggen ook twee nationale landschapsparken. De bevolking leeft er verspreid in de brede dalen; het ziet er welvarend uit; veel brommers en televisieantennes hier. Aan de voet van de bergen ligt bij het dorp Dai Sa een vluchtelingenkamp waar 30.000 Laotianen onderdak vinden. Natuurlijk zijn we na anderhalf uur rijden weer langdurig gestopt in een marktstadje. Daar wordt door onze busgenoten massaal snoepgoed en etenswaar ingekocht. Wat te veel is gaat de bus rond. We snappen niet waarom ze niet meteen een normale hoeveelheid inslaan. Dat weerhoudt ons er niet van regelmatig mee te snoepen.
Tuinmeubilair van autobanden
Die zijn er niet veel in dit gedeelte van het land, wel in het zuiden nabij de grens met het Islamitische Maleisië. In de buurt van het station een stalletje met 1000 jaar oude eieren (zo worden ze genoemd); hij kan niet nalaten er een te proeven. Ze smaken pittig, maanden lang hebben ze liggen te weken in een bruinachtige vloeistof vol specerijen. Het avondeten gebruiken we in het hotel. We hebben biefstuk besteld en voor het eerst sinds een week eet Clim zijn bord helemaal 1eeg. Het gaat met hem de goede kant op, denken we. Maar tijdens de korte avondwandeling beginnen zijn ingewanden al snel op te spelen en wordt die hoop de bodem ingeslagen.
Tak, bevoorradingsplaats voor Karen – guerrilla’sDe volgende dag bezoeken we de meest noordelijke gelegen ruïne stad Sukothai. Door laag gelegen land bereiken we aan de voet van de bergen het stadje Tak. Vanuit Tak hoef je nog maar 50 km door de bergen over smokkelpaadjes om de bevrijde gebieden van de Karenstam in Birma te bereiken. De Karen steken regelmatig de grens over om uit te rusten van de strijd tegen het Birmaanse leger dat een corrupt, communistisch regime vertegenwoordigt. Onderweg stoppen we enkele keren, onder meer om een zieke reisgenoot buiten de bus te laten overgeven. Ook pauzeren we een kwartiertje op een bergpas. Hierachter begint de noordelijke regio van Thailand. De ruige streek van de Hill Tribes en de Gouden Driehoek. We zijn op weg naar Chiang Mai, de bekende provinciehoofdplaats van waaruit vele activiteiten in het noorden starten. Aankomst half zeven.
Foto's 1 Bangkok / Foto's 2 Bangkok / Foto's Mensen / Foto's Natuur / Foto's Chiang Mai / Foto's Cultuur
|