|
|
HELEMAAL ALLEEN BIJ DE AKHA'S
Primitieve bamboe huttenHoewel het dorp betrekkelijk jong is, ziet alles er primitief uit. Van rotzooi of viezigheid kunnen we eigenlijk niet spreken. Onze slaaphut, voor 20 personen trouwens, ziet er schoon en netjes opgeruimd uit. Op een verhoging van een meter boven de grond liggen matten waarop we moeten slapen. Door de kieren van de wanden stroomt frisse lucht. Het lijkt wel een beetje op de Jappenbarakken uit de oude oorlogsfilms over Indië en de Dodenspoorweg naar Birma. Omdat Clim blijft doorslapen ga ik alleen op een eerste verkenning uit. Letterlijk geen meter van het dorp is vlak te noemen. In het dorp eindigt een moeilijk begaanbare lemen weg. Ik tel tweeënvijftig hutten. Het inwoneraantal wordt geschat op 400 á 500 personen, niemand weet het precies. De vrouwen lopen er in een doordeweekse versie van folkloristische klederdracht, het is hun werkplunje. De foto's in de toeristische folders moeten wel gemaakt zijn op feestdagen, want daar zien de vrouwen er fier en kleurrijk uit. De bewoners gedragen zich gereserveerd ten opzichte van mij.
Kappen met die trek‘s Avonds wordt er op het platform van de hut van de hoofdman (de chieftain wordt hij door de Thaise gids "Mark" genoemd) rijst met soep gegeten. Daar vernemen we dat we in dit dorp alleen overnachten. Volgens het oorspronkelijke programma zouden we hier een dag verblijven en is morgen een soort rustdag. We zien op tegen nog een dag extra fysieke ontberingen, we zijn uitgeput, Clim is bovendien weer behoorlijk ziek. Ook psychologisch krijgen we een dreun, want we hadden ons net verheugd op een dagje nietsnutten en herstellen. We besluiten de trek niet te vervolgen. De volgende dag zal er rond het middaguur een auto met houthakkers komen, die zal ons dan naar Chiang Rai kunnen brengen. Van daaruit moeten we zelf vervoer regelen naar Chiang Mai, 200 km meer naar het zuiden. Over vier dagen zullen we de groep dan weer ontmoeten in het guesthouse. We voelen ons tevreden, we zijn bijna van deze beproeving verlost. Met opgelucht gemoed kruipt Clim onder zijn muskietennet. ‘Pow wow’ bij het opperhoofdIkzelf bezoek ondertussen de informele bijeenkomst die Gilbert heeft belegd. De briefing vindt plaats in het mannengedeelte van de chieftain -hut. In de ruimte is het rokerig en hangt een dikke walm: er wordt gerookt, gestookt en gekookt. Met al dat hout om ons heen moet dit wel een nachtmerrie voor een brandweerman zijn, of een natte droom voor een pyromaan. Ik zoek de frisse lucht op. Na de vergadering ligt een gedeelte melig te doen op het platform, allen wel goed ingesmeerd met muggenolie. Sommigen laten zich door de Akha - vrouwen masseren, tegen betaling uiteraard. Er is tot mijn verrassing bier verkrijgbaar, de flessen staan in een teiltje met lauw water en moeten direct afgerekend worden: 60 baht per stuk. Zo'n absurde prijs betalen we zelfs in Bangkok niet eens. Na anderhalf uur stommelt iedereen de slaaphut binnen. Allemaal tegelijk natuurlijk, je bent niet voor niets met een groep op reis! Ze zijn behoorlijk onder invloed en nogal luidruchtig: grappen en grollen over en weer, hardop want iedereen moet ze kunnen horen. Ook de slapenden zoals Clim en ik. We geven geen sjoege en doen alsof we niets horen. Klagen over snurkersDe volgende ochtend wordt er over ons gemompeld. Ik hoor Ronald iets zeggen over een "cursus snurken van Teleac" en weet meteen wat er gaande is. Clim en ik hebben ons schandelijk gedragen: we hebben gesnurkt en hen uit hun slaap gehouden. Ach ja, al die herrie die zij hebben gemaakt telt natuurlijk niet mee. Er volgt een woordenwisseling, maar we drijven de zaak maar niet op de spits.
Alleen in dorp achterblijvenOm negen uur staat iedereen bepakt en gezakt klaar. Geen olifanten vandaag, nu moeten ze alles te voet doen, op eigen kracht. De karavaan trekt voort, terwijl Clim en ik achterblijven. We liggen ons letterlijk te vervelen. In het dorp is verder niets loos en niemand spreekt er Engels. Maar och, dat maakt niets uit, over enkele uren kunnen we de Akha 's immers vaarwel zeggen. Voor het we het weten zitten we achter een koel pilsje in het aangename Chiang Mai ; tenminste, daar gaan we van uit. Het wordt twaalf uur, één uur, twee uur en nog steeds geen auto die ons weg kan brengen. Ondertussen heb ik kennis gemaakt met een zestienjarige jongen, hij noemt zich Tjai, die een woordje Engels spreekt. Tjai heeft enkele jaren op een missieschool gezeten, daar heeft hij wat Engels opgepikt. Hij haalt zijn beduimelde leerboekje uit zijn hut aan de andere kant van het dorp. Ik overhoor hem en doe uitspraakoefeningen met hem. Weet hij veel dat mijn uitspraak van het Engels allerbelabberdst is. Na een tijdje moet hij terug naar zijn vijf koeien en twee paardjes die hij even verderop op een helling aan het hoeden is. Hij geeft nog op mijn verzoek een demonstratie van zijn kunde met de katapult. Ik wijs op een vrucht aan een boompje tien meter verderop. Zijn eerste schot is naast, maar met zijn tweede poging heeft hij succes en schiet hij de vrucht feilloos van de boom. T-shirt van Gucci, baseballcap van DodgersVia hem raak ik in contact met twee jonge mannen van voor in de twintig. Ze zijn niet getrouwd. Volgens Tjai, die moeizaam vertaalt, hebben ze iedere nacht een ander meisje. Ze kunnen het wel 5 keer per nacht. Ik heb daar helemaal niet naar gevraagd, maar goed. Ze blijken het inmiddels wel internationaal ingeburgerde woord "fuck" te kennen en herhalen dit vele malen. De een heeft een Italiaans T-shirt van "Gucci" aan, de ander draagt een baseballpet van de "Dodgers" op zijn kaalgeschoren hoofd. Een tanige man komt uit de jungle het pad opgelopen. Om zijn schouder heeft hij een karabijn hangen. Hij geeft geen antwoord als ik via Tjai vraag waarop hij heeft gejaagd. Zonder op of om te kijken loopt hij stoïcijns door naar zijn hut, trekkend met een been. Maar Tjai weet toch al dat hij op everzwijnen heeft gejaagd. Het vleesrantsoen heeft hij deze keer niet weten aan te vullen. Op jacht naar smokkelaars en illegale houtkappersLater op de dag lig ik wat te soezen in de hut, als ik plotseling motorgeronk hoor. Een Isuzu met 6 mannen erin worstelt zich door de modder en stopt bij een stapel pas gezaagd tropisch hardhout. Vier mannen kruipen uit de laadbak, gorden een patroongordel met een dolk om en trekken vervolgens met een geweer het woud in. Dit zijn beslist geen houthakkers, dat is me wel duidelijk. De twee achtergebleven mannen roken een sigaartje en zijn netjes gekleed. Op mijn in het Engels gestelde vraag of zij mij en een zieke kameraad mee terug willen nemen krijg ik geen antwoord. Ze blijken geen woord Engels te verstaan. Gelukkig weet ik waar Tjai zich met zijn vee ophoudt en snel roep ik zijn hulp in. Dankzij hem kom ik aan de weet dat ik met politiemannen te maken heb. Ze zijn bezig met een opsporingsactie; op zoek naar "slechte mannen”, zo vertaalt Tjai. Waarschijnlijk kan dit wel dagen duren, dus ons meenemen, nee, dat zit er niet in. Hun verhaal klinkt plausibel, mij is al opgevallen dat zij voorraden bij zich hebben, 4 jerrycans met water en kisten met waarschijnlijk nog meer mondvoorraad. Elke dag een bord kleefrijst
Lee Ping , een sterk vrouwmensLee Ping is een sterke vrouw van rond de veertig. Ze heeft 8 kinderen gebaard, waarvan er nog 6 leven. De oudste is het huis uit, de hut uit zogezegd, haar andere kinderen zijn nog klein en spelen in en rondom "onze" hut. Een keer per dag duwen we haar wat bankbiljetten ter waarde van 20, 30 baht in de handen, dat is ruimschoots voldoende voor kost en inwoning. Het is net of ze met het geld geen raad weet, ze staart er peinzend naar, speelt er wat mee. Ze kan echter wel de waarde van de briefjes schatten, dat heb ik de vorige avond gezien toen zij op het platform aan onze groep bier stond te verkopen. Ze blijft zitten kijken hoe we eten. Af en toe grijnst ze ons bemoedigend toe, hetgeen ons een beetje de eetlust beneemt. Haar mond staat namelijk vol zwarte stompjes, resultaat van het jarenlange gekauw op de sirihpruim. Op een keer komt ook haar echtgenoot de hoofdman en zijn broer ons bleekgezichten bekijken. Ze zijn klein, maar gespierd en hun borstkas is getatoeëerd. Ze dragen allebei een mes. Hij heeft twee zakjes instant miesoep bij zich, die smaken best. Later krijgen we die soep vaker. ‘s Avonds hoor ik geweerschoten. Zullen de boeven dan toch gepakt zijn of zijn ze afkomstig van een late jager? Ik besluit een avondwandeling te gaan maken. Aan de rand van het dorp klauter ik op een rotsblok en rook vredig een sigaretje in het heldere schijnsel van de halve maan. In de verte hoor ik geluiden van honden die een onderlinge oorlog uitvoeren, achter een schutting hinnikt een veulentje, vijf roze biggetjes glippen behendig onder een hek door. Ik geniet. Ik ben zo tevreden dat ik zelfs geen heimelijk verlangen naar een biertje heb. Onverbloemde uitnodiging
Drukkende eenzaamheid; zijn we vergeten?De volgende dag gebeurt er niets dat ons hoop kan geven, geen enkel vooruitzicht om hier vandaan te geraken. Voortdurend houden we onze oren gespitst, lettend op bevrijdend autolawaai. Niets van dat alles. Overigens is er genoeg te horen in en rondom deze dorpsgemeenschap. Blèrende kinderen, kakelende kippen, knorrende varkens, zoemende insecten, klaterend water, joelende kleuters, roepende mannen, rochelende vrouwen, hinnikende paarden, kabbelende beekjes, loeiende koeien, ruftende en snurkende Roermondenaren. In de verte hoor ik het geluid van jankende motorzagen. De politiepatrouille is nauwelijks weg of het zoveelste stukje oerwoud wordt om zeep geholpen. En 's nachts is het evenmin stil, als je in de buurt van de jungle komt loop je tegen een massieve muur van geluid aan, miljarden insecten, kevers, muskieten, vogels nemen deel aan het eeuwigdurend oerwoudconcert. Als je voor het eerst aankomt in zo'n dorpje lijkt alles peis en vree, maar die rust is slechts uiterlijke schijn. De hemel zij dank: Nescafé!
Spiedende kinderoogjes op toilet
Een wereld vol taboesDat herinnert ons aan het taboe van de Akha 's: tweelingen . Zowel Clim en ik zijn kalend, hebben dezelfde leeftijd min of meer, zijn gezet (jawel, ook Clim een beetje), hebben een bril en noem maar op. Zullen de Akha's niet denken dat we tweelingen zijn? Per slot van rekening zien wij Europeanen ook weinig verschil tussen twee Chinezen. Dat hoor je toch vaker, alle Chinezen zijn hetzelfde? Ze weten dat we broers zijn, maar gezien hun reacties op ons lijkt me dat er niets aan de hand is. Ja, ik heb immers met twee vingers aangegeven hoeveel jaar ouder dan Clim ik was? En wat de kindertjes betreft: ik verveel me op een gegeven moment zo erg dat ik met een rol toiletpapier (hebben we altijd bij ons) het dorp ben rondgegaan en alle kindertjes hun snotneus heb afgeveegd. Een keer stonden ze zelfs in de rij om een beurt te krijgen. Verschrompeld oudje onder doucheNiet alleen ikzelf, maar ook Clim maakt iets mee dat een boekje open doet over de seksuele moraal van de Akha 's. Hij wordt geconfronteerd met een stel jonge, pas ontluikende meisjes die poedelnaakt onder de waterleiding staan. Als ze hem zien zwaaien ze enthousiast. Lachend geven ze een pets op hun blote billen en ze roepen iets van "baht". Hij vindt dit hoogst opmerkelijk. Als hij me dit vertelt snel ik naar buiten, maar ik tref alleen een oude verschrompelde bes onder de douche aan, met een gerimpeld gezicht als een oude aardappel, haar uitgezakte, gelooide lichaam vol vouwen en bedekt met wijnvlekken, ze schrobt het vuil uit al haar plooien.
Korte wandelingenRegelmatig maak ik een wandeling, maar meestal kom ik niet ver. Na 5 minuten stroomt het zweet me tappelings van mijn ontblote bovenlijf, er is geen zuchtje wind en weinig schaduw te bekennen. In de jungle waag ik me niet, die biedt trouwens geen soelaas, want daar is het klam en broeierig. Bovendien kan ik me niet te ver van het dorp verwijderen. Stel er komt plotseling een auto aan en die mocht ik eens missen! Ik loop er rond enkel gekleed in korte broek, per slot van rekening gaat bijna iedereen hier halfnaakt door het leven. De redding is nabij‘s Avonds horen we gestommel bij de ingang. Er komt een jonge Akha - vrouw binnen, gekleed in jeans en duidelijk verwesterd. Ze spreekt ons in goed Engels aan. Lee Ping heeft haar gewaarschuwd toen zij met een groepje trekkers elders in het dorp onderdak zocht. Net als Mark XE "Mark" is ze een gids voor ‘hill tribe trekking’. We vertellen haar wat er aan de hand is. Hierop heeft ze een typische "no problem"-reactie. Ze is van dezelfde organisatie als Mark en weet waar hij met zijn groep uithangt. De volgende dag zal zij hem aan de andere kant van de berg waarschuwen; zij gaat toevallig toch dezelfde kant op. Voor alle zekerheid zal ze Lee Ping vragen om morgenvroeg ook naar Mark op pad te gaan, ze zal haar uitleggen waar ze hem kan vinden. Gloort er dan toch nog hoop aan de horizon? Is de redding nabij en het leed geleden?
Ha, een leeg schoolschriftje!Ondertussen moeten we wel nog deze dag doorkomen. Voor Clim vormt dit geen probleem, die hoeft zijn ogen maar dicht te doen en hij verkeert al in dromenland. Ik heb er wel moeite mee om de dag zinvol door te brengen. De kinderen zijn een afleiding, dat wel, maar na een uurtje spelen en zo is de lol eraf. Ze tonen zich erg geïnteresseerd in mijn lichaamsbeharing. Hun vaders en broers zijn nauwelijks behaard. Ze kroelen met hun vingertjes door mijn baard, borst- en armharen. Een van Lee Ping's zoontjes, Poga of Phagha of zoiets heet hij, wordt almaar vrijer. Als hij mijn beenharen aan het verkennen is grijpt hij me ineens bij mijn testikels. Ik reageer als door een wesp gestoken, het deed echt pijn, maar hij rent al gillend van plezier weg. Een typische Akha - kwajongensstreek. Door toeval ontdek ik een andere manier van afleiding. In een van de spleten van de hut steekt papier. Als ik het eruit haal blijkt het een bijna leeg schoolschrift te zijn. Een boek heb ik niet bij me, maar gelukkig wel een pen. Dus ben ik enkele uren zoet met het maken van aantekeningen over onze wedervaringen; vandaar dat dit verslag zo uitgebreid is. Het is in feite een product geboren uit pure verveling. Terwijl ik schrijf slurp ik thee, want daaraan is nog steeds geen gebrek. Uitbuiting van de ongerepte natuurTijdens mijn omzwervingen ontmoet ik een drietal sjofel geklede mannen, die machineonderdelen moeizaam de berg opsjouwen. Het zijn houtkappers die hun motorzagen in stukken op hun schouder dragen. Een van hen spreekt een woordje Engels, zodat ik er achter kom dat zij gemiddeld 1.000 baht ( fl 70 ) voor een gevelde teak- of mahonieboom kunnen beuren, illegaal natuurlijk. Dat is bijna een maandloon, dus ik begrijp nu pas goed dat illegale houtkap in Thailand, en andere tropische landen, nog lang niet uitgeroeid is. 0 ja, om de bomen de helling af te slepen huren ze een olifant voor 50 baht per boom. Ik vraag me af wat zo’n boom, eenmaal verwerkt tot bouw- en timmerhout, moet opbrengen in Nederland. Misschien wel het tienvoudige, uiteindelijk moeten de tussenhandelaren, de corrupte politie en ambtenarij, het transportwezen en zo verder allemaal hun deel hebben van de buit. Want dat is het, buit... We worden teruggevonden, evacuatie volgtOm een uur of vier als we net liggen te balen van het feit dat we geen cryptogrammen bij ons hebben, komt er volk de hut binnengevallen. Gilbert! En even later Mark! We zijn verrast omdat we geen auto hebben horen aankomen. Dat kan ook niet, horen we, want ze zijn onder aan de berg in de modder blijven steken. Het heeft niet veel gescheeld of ze waren een ravijn in gegleden. Ze zien er moe en bezweet uit en hijgen als postpaarden. Jawel, ze hebben echt hun best gedaan. Ik begrijp terdege waarom; de grootste blunder die je in de reisleiderwereld kunt maken is het kwijtraken van iemand die onder je hoede is geplaatst! Alles mag en kan, maar iemand onderweg verliezen is volstrekt onvergeeflijk. Onze dankbaarheid wordt een beetje getemperd door het besef dat hun reddingsoperatie ook in hun eigen belang is. Als zij weer ietwat op adem zijn gekomen en wij onze bullen gepakt hebben, vertrekken we. We nemen afscheid van Lee Ping , ik geef haar een aantal pennen cadeau, voor de kindertjes.... Die pennen heb ik al weken meegesjouwd, steeds vergeet ik die uit te delen. Nu krijgen ze een goede bestemming. Hoewel, hoe zit het met een school in dit dorp? Niks dus.
|
ONZE ANDERE REISVERSLAGENALASKA / ARGENTINIË / AUSTRALIË / AVONTUREN / BALKANREIS / BELGIË / BELIZE / BULGARIJE / CANADA / CALIFORNIË / CHILI / CHINA / CUBA / CURAÇAO / CYPRUS / DENEMARKEN / DUITSLAND / ECUADOR / EGYPTE / ENGELAND / ESTLAND / FILIPPIJNEN / FINLAND / FOTOSITE / FRANKRIJK / GRIEKENLAND / GUATEMALA / HONGARIJE / IERLAND / INDIA / INDONESIË / IRAN / ISRAËL / ITALIË / JORDANIË / KRETA / KROATIË / LETLAND / LITOUWEN / MADEIRA / MALEISIË / MALLORCA / MALTA / MAROKKO / MEXICO YUCATAN / MEXICO / NEPAL / NEW YORK / NOORWEGEN / OEKRAÏNE / OEZBEKISTAN / OOSTENRIJK / PARAGUAY / PERU / POLEN / PORTUGAL / REISFOTO'S / ROEMENIË / RUSLAND / SCANDINAVIË / SICILIË / SINGAPORE / SLOVENIË / SLOWAKIJE / SPANJE / SRI LANKA / SYRIË / THAILAND / TSJECHIË / TUNESIË / TURKIJE / UNESCO - SITE / URUGUAY / USA / WERELDERFGOED / ZUID-AFRIKA / ZWEDEN |