Tot zo’n honderd kilometer voorbij de grens blijft het
landschap saai en eentonig. Het karakter van het land hier is echter minder
steppeachtig dan in de Hongaarse poesta en de landbouwgronden maken een
welvarende indruk op mij. De streek Vojvodina wordt ook wel de graanschuur van
Servië genoemd, dat kan ik me goed voorstellen. Miljoenen jaren geleden was de
hele Pannonische laagvlakte een binnenmeer, gelegen tussen de Alpen en de
Karpaten. Langzamerhand slibde het dicht, de bodem verziltte en er ontstonden
moerassen en steppen. De laagvlakte reikt tot in het zuiden bij Belgrado,
slechts onderbroken door het lage bergland (beter is: heuvelland) van de Fruska
Gora in de buurt van Novi Sad, in lang vervlogen tijden dus een eiland in de
binnenzee.
Splinternieuw hotel
Zo rond een uur of vier rijden we Novi Sad binnen, de
tweede stad van Servië en een betrekkelijk nieuwe stad. In het Duits heette de
stad Neusatz. Ons hotel Elite Center ligt aan de
rand van de stad in een pas geopend sportcentrum (vooral tennis) en is slechts
een half jaar in bedrijf. Alles is er gloednieuw en werkt perfect; ik vraag me
af hoe lang dat zal duren. Aan de balie kunnen we probleemloos euro’s in
Servische dinars omzetten.
Stadswandeling Novi Sad: feestelijke stemming
Nadat we ons in onze kamers geïnstalleerd hebben, maken we
ons op voor een excursie naar de stad. Onze gids daarbij heet Rade, een
werkloze leraar geschiedenis die zich in het Engels te buiten gaat aan een brij
van feitjes, gebeurtenissen, personen en jaartallen. Zijn stopwoordje is “famous”,
dat zijn in zijn ogen bijna alle dode Serviërs. En helden zijn het ook allemaal.
Enfin, hij gaat zich tenminste niet te buiten aan nationalistische uitspraken
en mijdt angstvallig commentaar te leveren op de buurvolkeren. Heel even dreigt
het hard te gaan regenen, maar de buit trekt rap voorbij. De opgeknapte binnenstad
is bijzonder levendig, in de hoofdstraat wemelt het van dagjesmensen die
kraampjes belegeren, kinderen die deelnemen aan straatspelletjes en de talloze
uitnodigende terrasjes bevolken. Het is zondagavond en mooi weer, dus wat let
hen? We bekijken niet alleen de binnenstad (die me wel aanstaat) met zijn statige herenhuizen, fraaie
pleinen en orthodoxe kerken, maar steken ook de rivier de Donau over.
Gigantische vesting Petrovaradin
We gaan daar het hoog op een klip gelegen fort Petrovaradin
bezoeken. Het was ooit een van de sterkste en grootste vestingen van Europa (de
Franse architect Vauban, hoofdingenieur van de Zonnekoning, heeft eraan mee
gewerkt) en was er vooral op gericht om de opmars van de Turkse (ze spreken in
deze streken vooral van Ottomaanse, wat inderdaad juister is) legerhorden tegen te
houden. Uiteraard staan er nog kanonnen en andere geschut opgesteld, maken de
onderaardse gangen een lugubere indruk en heeft men er een panoramisch uitzicht
over de stad. Rade wijst ons op de bruggen die na de verwoesting in1999 door Navo - bommenwerpers weer hersteld zijn. Aan de voet van de vesting bevindt zich
nog een oud stadsgedeelte dat ondanks de verregaande staat van verloedering een
authentiek historische sfeer ademt. Komt dat omdat er zo weinig auto’s
geparkeerd staan?
Fanatieke tennissers
Ik pik voor en na het avondeten nog een terrasje te midden
van de vrijetijdstennissers, die allemaal Engels blijken te spreken. Dat had ik
niet verwacht, ik had me al geestelijk voorbereid op enige gemakkelijke
Russische zinnetjes. De meeste Serven kunnen het sterk aan hun taal verwante
Russisch verstaan; zeker de oudere generatie heeft in het Tito - tijdperk op
school nog Russisch leren lezen en schrijven. Ze zijn erg onder de indruk van de
prestaties van de Servische spelers en speelsters, hetgeen ik beaam. Maar ik
wijs er fijntjes op dat de sterren Djokovic, Jankovic en Ivanovic op het
toernooi van Roland Garros gefaald hebben. Geen nood, vinden ze, op Wimbledon
nemen ze gegarandeerd revanche. Vol trots
wijzen ze me erop dat hun voormalige grote ster Monica Seles afkomstig is uit Novi
Sad en in de buurt tennis heeft leren spelen (en leren kreunen, denk ik
bij mezelf).
Dag 4
Albert Einstein
Het diner is zeer behoorlijk, evenals het uitgebreide
ontbijtbuffet de volgende morgen (gebakken eieren, worstjes, wat wil je nog
meer?). We blijven twee nachten in dit hotel. Vandaag besteden we een volle dag
aan een excursie in de omgeving en naar Belgrado dat slechts ongeveer 70
kilometer verderop ligt. Op weg naar de Fruski Gora (letterlijk: Franse Bergen),
wijst Rade aan in de buurt van de Boulevard van de Banken nog de grote synagoge
aan. Hij vertelt dat de grote Albert Einstein van de relativiteitstheorie (die
vinden we met recht “famous”) getrouwd was met een talentvolle Servische uit Novi
Sad en er enkele jaren heeft gewoond voor hij naar Zwitserland uitweek. Kijk,
dat is informatie die je niet zo gauw in boeken terugvindt.
MEER OVER EINSTEIN IN NOVI
SAD
Onder intellectuelen in Belgrado
en mensen in de Vojvodina is de herinnering aan
Mileva Maric nooit geheel vervaagd. Ze was dan
ook een bijzondere vrouw. Ze werd in 1875
geboren in Titel, een dorp in de Vojvodina, nu
een Servische provincie maar toen een streek die
tot het Oostenrijk - Hongaarse rijk behoorde. Ze
studeerde rond 1900 wis- en natuurkunde aan het
Polytechnikum, de technische hogeschool van
Zürich, waar ze medestudent Albert Einstein
ontmoette. Het liefdespaar trouwde in 1903,
nadat Einstein werk had gevonden bij het
Zwitserse octrooibureau in Bern.
In de Vojvodina zijn nog
altijd zaken die aan Einstein en zijn eerste
vrouw herinneren. Slavica Dokmanovic, een
oude bekende van de familie Maric, koestert
een theekopje met roze bloemen, waaruit
Einstein dronk als hij in Novi Sad zijn
schoonfamilie bezocht. De welgestelde
familie Maric bezat een landgoed in Titel,
een zomerhuis in het dorp Kac en een huis in
de stad Novi Sad. Dit laatste wordt het
Einstein - huis genoemd. In 1975 werd naast de
deur een plaquette aangebracht: 'In dit huis
woonde in 1905 en in 1907 Albert Einstein,
de schepper van de relativiteitstheorie, en
zijn wetenschappelijke assistente en vrouw,
Mileva.' De jaartallen zijn fout. 'Albert
bezocht het huis in 1905 en in 1913',
schrijft Michele Zackheim in haar Einstein's
Daughter - The Search for Lieserl.
Uit:
Op zoek naar Einsteins dochter / RECENSIE, Jan Luijten
/ Gepubliceerd op 24 maart 2000 00:00,
bijgewerkt op 20 januari 2009
Prachtig stadje
We bezoeken vervolgens een juweeltje van een stadje, het
historische Karlovice (Duits: Karlewitz) dat in vorige eeuwen een belangrijke diplomatieke rol
speelde, want het lag op een locatie waar destijds de grote mogendheden (Osmaanse
Rijk en Donau-monarchie) aan elkaar grensden. Je ziet het aan de prachtige neoclassicistische en barokke herenhuizen
en paleizen die ze er neergepoot hebben. Men is er druk bezig het wegdek te
fatsoeneren in afwachting van (misschien is beter: in de hoop van…) vele stromen
toeristen. Ooit was er ook een bisschopszetel gevestigd, dus een seminarie kan
dan niet uitblijven, evenals verscheidene kerken. Terwijl de groep binnen
interieurs bewondert, blijf ik buiten van het zonnetje genieten en bekijk ik de
bedrijvigheid van de scholieren voor wie de zomervakantie bijna aangebroken is.
De laatste week van het schooljaar wordt blijkbaar ook in Servië besteed aan
excursies en al of niet culturele uitstapjes. De groepen gedragen zich
gedisciplineerd (wat een verademing met Nederland!) en de kinderen en jeugdigen
zijn netjes en in mijn ogen modieus gekleed. Het valt me toch al op dat de
Servische maatschappij een erg westerse indruk maakt.
Honing en wijn
Even verderop ligt een dorp waar zich veel hellingen met
wijngaarden bevinden. Daar doen we een museumpje aan dat zich gespecialiseerd
heeft in de bijencultuur en het maken van honing . We kunnen er op een terras
onder de wijnranken ook wijn proeven. Het is natuurlijk de bedoeling dat we
dozen vol lokale wijn meeslepen, maar die vlieger gaat niet op. We hebben nog
een hele reis voor de boeg en alle extra bagage is dan taboe. Ik ben geen
connaisseur en de witte wijn kan me dan ook geen extra genot schenken. Een
Servische tv-ploeg valt binnen en tracht enkele reisgenoten te interviewen, maar
dat lukt niet al te best, hun Engels schiet duidelijk te kort. Wat later doen we
nog een klooster aan. De naam ervan is me ontschoten. Een gloednieuwe poort
verschaft toegang tot het verder kale kloosterterrein. Het geheel krijgt
duidelijk een opknapbeurt. De kloosterkerk is eigenlijk het enige dat indruk op
me maakt.
Veel kerkdorpjes
Alle dorpjes in de buurt hebben meer dan één kerk. Vaak
hebben ze er drie of meer: een of meer orthodoxe van verschillende nominaties ,
een katholieke, een protestante en soms ligt er ook nog een islamitische moskee. Dat komt doordat de bevolking hier erg
gemêleerd is: behalve veel Serven wonen er ook nog minderheden van Hongaren, Slowaken, Kroaten en Roemenen in de Vojvodina (zie "Nationaliteit"),
een streek die landschappelijk niet alleen in
Hongarije doorloopt, maar ook in de Banaat in Roemenië.
Novi Sad (Servisch: Нови Сад; Duits: Neusatz (an der Donau)
is de tweede stad van Servië (186.312 inwoners), gelegen aan de Donau, circa
honderd kilometer ten noordwesten van Belgrado. Het is de hoofdstad van de regio
Vojvodina. De naam Novi Sad betekent "nieuwe tuin".
Geschiedenis
De stad is niet zeer oud: pas in de 18e eeuw werd Novi Sad
een stad. De plaats lag strategisch, tegenover het fort Petrovaradin, een
belangrijk bruggenhoofd aan de overzijde van de rivier. In 1748 kreeg het van de
Oostenrijkse keizerin Maria-Theresia de status van Vrije Koningsstad. Novi Sad
ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot een belangrijk Servisch cultureel centrum,
het Servische Athene. De stad behoorde in die periode tot Hongarije, terwijl
Servië verder grotendeels Turks was. In 1920 werd de stad bij het Verdrag van
Trianon met de rest van de Vojvodina toegewezen aan Joegoslavië.
Novi Sad ontwikkelde zich tot een belangrijke
industriestad, die in 1999 een belangrijk doelwit was van de NAVO-bombardementen
op het Joegoslavië van Slobodan Milošević. Alle bruggen werden onbruikbaar. Tot
2005 lag er nog een pontonbrug over de Donau (ter vervanging van een tweetal
verkeersbruggen) waardoor het scheepvaartverkeer vanuit het noorden geblokkeerd
was. De spoorwegbrug werd snel herbouwd, evenals één verkeersbrug. Sinds in 2005
ook de tweede verkeersbrug af is, is de pontonbrug verdwenen en ondervindt het
scheepvaartverkeer geen hinder meer.
De voornaamste bezienswaardigheid van Novi Sad is het fort
Petrovaradin, waar Oostenrijk en Venetië de Turken in 1716 een nederlaag
toebrachten. Aan het Vrijheidsplein (Trg Slobode) staan het stadhuis, de
rooms-katholieke kathedraal, en aan de westkant enkele prominente gebouwen uit
het fin de siècle. Interessant is ook de grote synagoge (1909), die tegenwoordig
als concertzaal in gebruik is.
De bevolking van Novi Sad is altijd sterk gemengd geweest.
In het verleden waren er grote Griekse en joodse minderheden. Tegenwoordig is de
voornaamste minderheid de Hongaarse.
Aan de overzijde van de Donau ligt het heuvelland van de
Fruška Gora met zijn talrijke orthodoxe kloosters, wijngaarden en fruitbomen.
De Vojvodina (Servisch: Војводина; Hongaars: Vajdaság;
Roemeens: Voivodina) is een regio in het noorden van Servië: zij omvat het
noordelijke deel van Servië en heeft de Sava en de Donau als zuidelijke grens
met de rest van Servië. Verder grenst het gebied aan Kroatië, Hongarije en
Roemenië. Het gebied is overwegend vlak en staat bekend als de graanschuur van
Servië. De Vojvodina is relatief verstedelijkt. Een belangrijke industriestad is
Novi Sad, dat de hoofdstad van het gebied en de tweede stad van het land is.
Andere grotere steden zijn Subotica, Zrenjanin en Pančevo.
De Vojvodina kan worden verdeeld in drie geografische en
historische gebieden: de Bačka in het noordwesten (met de Tisa als oostgrens en
de Donau als zuidgrens), het Banaat in het oosten en Syrmië (Srem) in het
zuidwesten. Alle drie deze bestanddelen behoorden tot 1918 tot Oostenrijk
-Hongarije.
Geschiedenis
De Vojvodina heet naar het Slavische woord Vojvoda dat een
militaire heerser over een gebied binnen een land aanduidde (zie ook:
woiwodschap). De aanduiding Vojvodina voor deze landstreek kwam in het
revolutiejaar 1848 voor het eerst in gebruik, toen het Servische Woiwodschap (Srpska
Vojvodina) werd uitgeroepen, als antwoord op de anti-Habsburgse opstand in
Hongarije. Dit leidde binnen de Donaumonarchie tot de oprichting van het
kroonland Servische Woiwodschap en Timişbanaat, dat tot 1860 heeft bestaan. Het
omvatte de huidige Vojvodina (behalve het grootste deel van Syrmië), maar ook
gebieden die thans in Roemenië en Hongarije liggen, waaronder de hoofdstad
Timişoara. In 1860 werd het kroonland opgeheven en werden de Bačka en het Banaat
weer rechtstreeks onderdeel van Hongarije. Syrmië was ondertussen een onderdeel
van Kroatië -Slavonië, dat binnen Hongarije enige autonomie genoot.
Bij het Verdrag van Trianon in 1920 moest Hongarije, na de
verloren Eerste Wereldoorlog, de gebieden die thans als de Vojvodina bekendstaan
afstaan aan zijn nieuwe zuidelijke buurland, het Koninkrijk der Serviërs,
Kroaten en Slovenen. Tussen 1929 en 1941 vormde de Vojvodina het
hoofdbestanddeel van het Donaubanaat (Dunavska banovina), een van de provincies
van het koninkrijk Joegoslavië. Tussen 1941 en 1945 maakte de Vojvodina weer
onderdeel uit van Hongarije, dit vanwege de bezetting door Nazi-Duitsland.
In 1945, na de Tweede Wereldoorlog, keerde de naam
Vojvodina terug op de landkaart. Het gebied kreeg als Socialistische Autonome
Provincie Vojvodina binnen de Joegoslavische federatie vanaf 1963 enige
autonomie, die in 1974 aanzienlijk werd uitgebreid. In dat jaar kreeg de
Vojvodina, die daarvoor deel had uitgemaakt van Servië, samen met Kosovo een
status die feitelijk gelijkstond aan die van een afzonderlijke Joegoslavische
deelstaat. In 1990 werd de situatie van voor 1974 hersteld.
Thans is de Vojvodina een autonome provincie in de
republiek Servië. Nationalisten in Hongarije die de grenzen van het Verdrag van
Trianon niet erkennen met name georganiseerd in de rechtse splinterpartij MIéP,
claimen het gebied nog steeds, evenals delen van andere buurstaten van Hongarije
waar door grote delen van de bevolking nog steeds Hongaars wordt gesproken.
Bevolking
De bevolking van de Vojvodina is zeer gemengd: de Serven
vormen de meerderheid, dan volgen de Hongaren (vooral in de noordelijke Bačka),
en verder zijn er Slowaakse, Roemeense, Roetheense en Roma - minderheden. Zij
beschikken alle over vergaande rechten in gemeenten waar zij minstens 15% van de
bevolking uitmaken. Sinds het uiteenvallen van Groot - Joegoslavië en de
Kosovo - oorlog is het aandeel van de Serven in de hele Vojvodina toegenomen ten
gevolge van de instroom van vluchtelingen uit Kroatië, Bosnië en Herzegovina en
Kosovo.
De laatste volkstelling in het gebied vond in 2002 plaats
en leverden voor de 2.031.992 inwoners de volgende onderverdeling naar
etniciteit op: