|
Meer info
Gesjeesde student
De
overtocht van Larne naar Stranraer verliep smooth, waarna we nog een hele
tijd langs de saaie kust van Lancashire noordwaarts reisden. Vanuit het station
in Glasgow begaven we ons direct naar de universiteitswijk, waar wij een kamer
trachtten te vinden. Na een half uur hadden we nog steeds geen resultaat
geboekt. We klampten een voorbijganger aan, een gedrongen jongeman met vette
haren en een smerige, met leukoplast aan elkaar geflanste bril. Hij kon ons niet helpen, maar stelde voor dat wij op
zijn kamer de nacht doorbrachten. Dat zou niet alleen veel goedkoper, maar ook
gezelliger zijn. Voor een halve pond konden we bij hem overnachten en zouden we
iets te bikken krijgen. Jack, zo heette onze redder in nood, bleek een
karig gemeubileerde kamer te bewonen. Hij had musicologie gestudeerd aan het
conservatorium, maar was een half jaar tevoren voor zijn examens gesjeesd en
sindsdien unemployed en dus zonder inkomsten.
Mee naar Jack zijn kamer
Uwe en ik wilden zo snel mogelijk de kroeg induiken, deed er niet toe waar. Het
was echter zondag en in Engeland en zeker in Schotland is het dan een kunst om
een café te vinden dat open is. Jack was ons behulpzaam en troonde ons mee naar
een sjiek hotel, waar de prijzen toch nog betaalbaar waren. Daar werden we in
een no time compleet dronken, vooral Jack had hem van ons geld goed zitten, want hij
was al maanden niet meer uit geweest. Ik leerde er nog een aardig meisje kennen,
maar de riskante affaire in Belfast lag nog te vers in mijn geheugen om er iets
mee te beginnen. Bovendien wilde ik Jack en Uwe niet in de steek laten.
JACK, EEN AGRESSIEVE
SCHOTSE HOMO
ONDER DE SCHOTSE KILT
Bernard Haitink en Richard Wagner
Op Jacks kamer aangekomen raakten we in een geanimeerd gesprek. Jack
bleek een brede algemene ontwikkeling te hebben. We dronken wijn,
steeds meer. Jack zat aan mijn kop te zeiken over Bernard Haitink en
begon fascistische theorieën te ontvouwen. Daar was ik nogal
verbaasd over. Hij ontpopte zich als een ware homoseksuele Wagner -
liefhebber. Pathetisch deed hij kond van zijn overtuiging en het
aanvankelijk geanimeerde gesprek werd steeds vervelender. Uwe nam
niet meer aan de conversatie deel. Hij kon het niet meer volgen en
was moe en dronken. Ikzelf wilde beleefd zijn tegenover onze
gastheer en antwoordde plichtmatig.
Levensgevaarlijk jachtmes
Na uren vermoeiend bomen ging hij zich uitkleden. Nu pas bleek
waarom hij al die tijd zijn tot de knieën reikende jas aan bleef
houden: zijn gulp was stuk, zijn broek gescheurd en in zijn
onwelriekende trui zaten talloze vuistgrote gaten. Ondertussen werd
hij steeds grover in de bek. Hij vond Uwe een fijne gave knul, een
prachtig Arisch product met goddelijke billetjes. Hij wenste mij
geluk met mijn keuze, want hij dacht dat Uwe niet alleen mijn
reiskameraad, maar ook mijn holmaatje was. Uwe hoorde dit alles
stilletjes aan en werd almaar bleker. Op een gegeven moment was ik
het zat. Jack kwam namelijk grijnzend van het toilet terug met een
potje vaseline in zijn handen. Met geile blik en kwijlende mond
begon hij de kwaliteit van dat spul aan te prijzen. Zijn gedrag hing
mij inmiddels zo de strot uit dat ik hevig tegen hem uitvoer en hem
waarschuwde zijn Keltenpoten thuis te houden. Volkomen onverwacht
dook hij naar zijn enige kast en haalde er grijnzend een vlijmscherp
jachtmes te voorschijn, een wapen waarmee hij in beter tijden het
wild op Highlands de doodsteek had gegeven. Dreigend kwam hij op ons
af. Bij het zien van dat sabelgrote mes werd Uwe asgrauw. Hij greep
naar zijn maag en stortte verkrampt op de versleten vloerbedekking
neer. Daar bleef hij stil liggen, af en toe zwak kreunend, volkomen
van de kaart.
Een doorwaakte nacht
Ikzelf bleef ogenschijnlijk bedaard, maar elke vezel van mijn
lichaam stond gespannen. Jack aarzelde en ik begon te praten. Eerst
zachtjes en dwingend, maar later steeds luider en indringender.
Jacks aandacht verslapte, zijn hysterie begon te wijken en hij
antwoordde weer bijna normaal. Ik zette gauw thee, ondertussen lulde
ik hem plat. Zelden heb ik zo goed Engels gesproken als in deze
bewuste nacht. Uiteindelijk kon ik ongemerkt beslag leggen op het
mes. Ik kon Jack ertoe bewegen om te gaan slapen. Hij pelde de
bruingeel bevlekte onderbroek van zijn graatmagere lichaam en legde
zich te ruste, maar niet zonder zijn piemel met vaseline ingesmeerd
te hebben. Dat was voor mij het teken dat ik moest blijven waken,
kost wat kost. Ik zat met mijn rug tegen de kast en volgde elke
beweging en zucht van de slapende Jack angstvallig, het mes in mijn
rechterhand geklemd en voortdurend klaar om in actie te komen. De
ochtend brak aan zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurde.
|
Levensgrote katers
Uwe ontwaakte als eerste. Onmiddellijk verifieerde hij bij mij de nachtelijke
gebeurtenissen, want hij dacht nog steeds dat het een bange droom, een
nachtmerrie was geweest.
Jack kampte duidelijk met een levensgrote kater. Hij serveerde ons de stew die
dagenlang op het vuur had staan te pruttelen, maar deze was niet te vreten (er
zaten rotte ingrediënten in). Hij liet geen woord over de nachtelijke
gebeurtenissen vallen; hij kon wel aan geheugenverlies lijden. Ook Uwe en ik
hulden ons in hardnekkig stilzwijgen. We zorgden ervoor dat we zo snel mogelijk
konden verdwijnen uit dit duivelsnest. Adressen werden uiteraard niet meer
uitgewisseld.
Uwe naar de 'Nordkapp"
Op straat scheidden ook de wegen van Uwe en mij zich. Hij ging terug naar het
Europese vasteland, van waaruit hij met Interrail in enkele dagen tijd naar de
‘Nordkapp’ in Noorwegen wilde reizen. (Toen ik twee weken later thuis kwam lag er al een
kaart van hem uit het hoge Noorden te wachten.) Ikzelf zette koers naar de meer
noordelijk gelegen Schotse Hooglanden en wel naar Inverness. (NB Met deze Uwe
heb ik nog jarenlang gecorrespondeerd. Uiteindelijk heeft hij in Korea een bruid
gevonden. Hij was bijzonder trots op zijn terrarium thuis in Karlsruhe, daar
hield hij giftige slangen die hij met levende muizen moest voeren. Een zeer
speciaal iemand, die Uwe...)
Glasgow: grauwe arbeidersstad
Maar eerst toog ik naar de hoofdstad Edinburgh. De trein ging later op de dag,
dus had ik ruim de tijd om het centrum van deze grauwe arbeidersstad te
bekijken. En inderdaad, het leek me een lugubere stad, berucht vanwege zijn
smerige wijken, zijn ongure steegjes en zijn vervuiling Op George Square waaraan
de City Chambers ligt, was het wel goed toeven (veel banken, standbeeld op
zuil), maar op alle andere plekken van de stad beviel het me minder: het Royal
Exchange Square was met roet uitgeslagen, de muren van de Art Gallery (gelegen
in een aardig park) waren aangevreten en op de King George V Bridge vielen
bedelende zigeuners me lastig. Ik was blij dat ik laat in de middag met de trein
aan de stad kon ontsnappen
GROOTSTE STAD VAN SCHOTLAND
Glasgow, gebouwd bovenop en tegen de hellingen van zijn zesendertig heuvels,
toont steeds
opnieuw een ander gezicht.
CIJFERS: Bevolking: 1.000.000 inwoners
De qua inwonertal grootste stad van Schotland strekt zich uit over de oevers van
de Clyde niet ver van de monding. Juist door deze ligging op het kruis-punt van
wegen en vaarwegen heeft de stad vroeger een razendsnelle ontwikkeling
doorgemaakt. Glasgow is gebouwd in het westelijk deel van de Lowlands in een
vlakte met door gletsjers opgeworpen puinwaaiers uit het Quartair (drumlins) en
wordt dan ook omgeven door hoogten. Vreemd genoeg ligt de stad, die lange tijd
de naam heeft gehad smerig en vervuild te zijn, te midden van een schitterend
landschap met bossen en de beroemde lochs. In de loop van de geschiedenis is
zijn uiterlijk sterk veranderd. De stad, die zich sinds het begin van de 18e
eeuw onophoudelijk heeft uitgebreid, is gebouwd volgens een dambordstructuur,
was vanwege het reliëf een zeer merkwaardig gezicht is. Een aantal architecten
(waar-onder Mackintosh) hebben aan het begin van de 20e eeuw met gebouwen in een
nieuwe stijl een bijdrage geleverd aan zijn verfraaiing.
Het middelpunt van de huidige stad is George Square, waaraan een immens gebouw
in renaissancestijl staat, de City Chambers. De kathedraal en oud-Glasgow
bevinden zich in het oosten, de winkelbuurten en de Victoriaanse wijken in het
westen en zuiden. Dankzij de complete renovatie van de laatste jaren (afbraak
van bouwvallen, modernisering van de metro en de spoorwegen) is Glasgow een
grote, moderne en dynamische stad geworden. Glasgow heeft net als alle Europese
steden grote verkeersproblemen.
KLIMAAT
Zeeklimaat, gematigd door invloed van de Golfstroom.
Gemiddelde temperaturen: 3,5° C in januari, 15° C in juli.
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Industrie zware metaal (vliegtuigmotoren, voertuigen op rupsbanden,
hijswerktuigen, fijne mechanica (klokken, textielmachines, elektrische en
elektronische apparaten); whiskystokerijen.
In de loop van de 6e eeuw bouwde Sint - Mungo, de patroonheilige van de stad,
een klein kerkje op de plek waar nu de kathedraal staat. In 1115 bevorderd tot
bisschopsstad kreeg Glasgow in 1180 een charter toegekend door koning Willem, de
Leeuw van Schotland. Ondanks de ontwikkeling van de handel met de havens van
Rotterdam en Londen vanaf de Middeleeuwen en de oprichting van een universiteit
in 1451 bleef de stad van bescheiden omvang tot de vereniging van de twee
koninkrijken Schotland en Engeland (1707). Er woonden in die tijd niet meer dan
15 000 mensen. De mogelijkheid om handel te drijven met de Engelse koloniën in
Amerika zorgde voor een opleving en bracht al spoedig rijkdom. Glasgow ging zich
van toen of aan richten op de handel in tabak, katoen en rum.
Door de ontdekking
van steenkool en ijzererts in het achterland aan het begin van de 19e-eeuw kon
er zware metaalindustrie en scheepsbouw worden gecreëerd. De snelle
industrialisering schiep behoefte aan veel arbeidskrachten. Het inwonertal steeg
door de toestroom van nieuwkomers uit de Highlands, Ierland en de Hebriden. In
het centrum verrezen dure en fraaie Victoriaanse gebouwen, die schril afstaken
tegen de armoedige arbeiderswijken aan de rand van de stad. Na de Tweede
Wereldoorlog beleefde Glasgow een grote terugval. De industrie raakte in een
crisis en de werkloosheid was hoog. Om de economie nieuw leven in te blazen
richt de stad zich tegenwoordig op de hightech - industrie. Volop in verandering
De lugubere stad, berucht vanwege zijn smerige wijken, zijn ongure steegjes en
zijn vervuiling, is bezig te veranderen dankzij een gezamenlijke inspanning van
de regering en de bevolking.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
- Het centrum en de kathedraal (die de Godsdienstoorlogen heeft doorstaan)
- de Art Gallery en Museum
- de Hunterian Art Gallery en het Hunterian Museum (archeologie)
- de Royal Botanic Gardens in het noorden
- In de omgeving: Pollock House en de Burrell Collection, Provan Hall (bij
Stepps), de dierentuin Calderpark (bij Uddingston)


|