|
Meer info / Nog meer
weten over Edinburgh? Ga naar
CitySpotters Edinburgh

Het mondaine Edinburgh
Edinburgh is een heel ander chapiter. De stad is veel schoner en straalt een
meer studentikoze en culturele sfeer uit. De hoofdstraat Princess Street heeft
mooie winkels met goed onderhouden gevels. Midden in de stad ligt het magnifieke
monument voor Sir Walter Scott, die hier in Schotland ongelofelijk populair is,
alleen al vanwege zijn naam. Er was net een festival geweest en veel
feestgangers bleven nog wat in de stad rondhangen. Vergeleken met Glasgow, waar
het wemelde van de zuippubs, was Edinburgh de stad met de wine bars en de
lounges. In een van die bars vol trendy jongeren leerde ik voor het eerst het
woord gay kennen. “Are you gay?” vroeg een netjes geklede en gekapte jongeman
me. Ik dacht dat hij “vrolijk” bedoelde vanwege het feest en zo, maar dat bleek
toch heel anders uit te pakken: ik was in een homotent beland. In een van de
vele Hindoestaanse en Bengaalse restaurants had ik een urenlang gesprek met een
dikkige Sikh die graag sjekkies draaide van mijn van Nelle, hij had vroeger
gevaren en hield van dark tobacco. Hij bood me als dank daarvoor een curry –
schotel aan die toch wel “very, very hot and spicy” was. Gelukkig ben ik gek op
pittig eten.
Een smerig klein kot
Na lang zoeken vond ik een kamer in Pilgir Street, goedkoop voor nog geen
anderhalve pond (zes gulden). Een afschuwelijk kot was het, klein en bedompt, de
vloeipapierdunne wanden met vreselijke pasteltinten gesausd en met slechts een
klein dakraampje. Ik besloot hier niet lang te blijven. De volgende dag bekeek
ik nog Castle Hill waarop het machtige slot ligt; deze 16de-eeuwse burcht is
vanaf alle punten in de stad allesoverheersend. Ik ging er niet naar binnen, de
entreeprijs vond ik te hoog. Wel bekeek ik vanaf de fortificaties de onder mij
liggende oude stad met zijn kronkelende steegjes.
Kasteel van
Edinburgh (Edinburgh, Schotland)
Dit hooggelegen kasteel is misschien wel Schotlands
beroemdste bezienswaardigheid
Het kasteel
ziet uit over Edinburgh vanaf zijn hoge positie op een uitgebluste
vulkaan en is alleen toegankelijk vanaf de oostzijde. Het kasteel
heeft een roerige geschiedenis, die minstens tot de 6e eeuw
terugvoert, maar mogelijk nog verder.
Het oudst
overgebleven gebouw, misschien wel het oudste van heel Edinburgh, is
de Margareta - kapel, die naar men vermoedt omstreeks 1130 gebouwd
is door David I van Schotland, ter nagedachtenis aan zijn vrome
moeder. Tussen 1174 en 1186, en na 1296, was het kasteel in handen
van de Engelsen, tot het in 1313 werd heroverd door Robert the
Bruce; hij had hier zijn residentie. Jacobus IV liet de grote zaal
bouwen, waar tot 1639 het Schotse parlement bijeenkwam. In de 16e en
17e eeuw werd het kasteel regelmatig belegerd. Van 1650 tot 1660
bezetten de Engelsen het kasteel opnieuw. In 1689 werd het belegerd
door Willem van Oranje.
Op de esplanade
aan de voorzijde van het kasteel vindt elk jaar de militaire taptoe
plaats. Een ophaalbrug voert via de poort met valhek het kasteel
binnen. Een deel van de gebouwen dateert uit de 18e eeuw of nog
later. De Schotse kroon, scepter en het rijkszwaard lagen lange tijd
opgeborgen in een kamer, tot ze op initiatief van Sir Walter Scott
in 1818 werden opgespoord. De (vermoedelijke) Steen van de
Bestemming, waarop de Schotse koningen gekroond werden, werd in 1996
vanuit Westminster Abbey naar Edinburgh teruggezonden. Het
reusachtige kanon Mons Meg werd in 1457 verworven door koning
Jacobus II.
Hoewel het
kasteel van Edinburgh een belangrijke toeristische attractie is,
dient het ook als hoofdkwartier van het Britse leger en is hier een
garnizoen gelegerd. Verder bevinden zich hier de regimentsmusea van
de Scots Greys en de Royal Scots en het Schotse oorlogsmuseum en
oorlogsmonument. |
HISTORISCH HART VAN SCHOTLAND
Architectuur in klassieke stijl
De opzet van de Schotse hoofdstad, vroeger een vestingstad, getuigt van een rijk
verleden.
Edinburgh is gelegen aan de zuidoever van de monding van de Forth op een
schilderachtige plek aan de voet van de Pentland Hills. De stad vormt het
middelpunt van de zeer heuvelachtige streek Lothian. De stedelijke bebouwing
strekt zich uit over drie heuvels en de tussenliggende dalen. Deze dalen worden,
evenals een aantal zijdalen, overspannen door de voor Edinburgh zo
karakteristieke bruggen. Er zijn twee stadskernen die als het ware op elkaar
liggen. De oude stad spreidt zich uit rondom het kasteel (Edinburgh Castle), het
symbool van een rijk verleden dat al sinds de 12e eeuw een zeer strategische
plek inneemt. In deze wijk met ongelijkmatige straatjes, die vanaf de helling
naar beneden lopen, hangt nog steeds een middeleeuwse sfeer. In het noorden ligt
de nieuwe stad met kaarsrechte straten die elkaar loodrecht kruisen. Een groot
aantal plantsoenen verlevendigen het stadsbeeld met het nodige groen. De nieuwe
stad, die dateert uit de 18e eeuw, is gebouwd in Georgiaanse stijl, de Engelse
tegenhanger van de klassieke bouwstijl. In tegenstelling tot de oude stad, waar
vooral armere mensen wonen, wordt de nieuwe stad beschouwd als het meest
elegante en welgestelde deel. De fabriekswijken aan de rand van de stad en de
voorsteden zijn ontstaan in de 19e en 20e eeuw. De fraaie middeleeuwse stad is
dus niet de enige troef van Edinburgh en industrie neemt er beslist ook een
vooraanstaande plaats in.
KLIMAAT
Zeeklimaat.
Gemiddelde temperaturen 3,3° C in januari, 14,7° C in juli.
Neerslag: 626 mm per jaar.
CIJFERS
Bevolking: 441.620 inwoners
Oppervlakte: 261,13 km²
Bevolkingsdichtheid: 1691 inw./km²
WETENSWAARDIGHEDEN
Hoofdstad van Schotland
Talen: Engels, Gaelisch
Munteenheid: pond sterling
Godsdiensten: anglicanisme, katholicisme
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Industrie: chemie, geneesmiddelen, staal, elektrische apparaten, elektronica.
Whisky, Toerisme. |
 |
De huidige naam Edinburgh komt van koning Edwin van Northumberland, die een
kleine vesting uit de 7e eeuw naar zichzelf vernoemde, vanwaar de naam
Edwinsburgh (Dun Eideann in het Gaelic). De echte bloei van de stad was in de
15e eeuw toen de Stuarts er hun residentie vestigden en er hun hoofdstad van
maakten. Als bolwerk van Schots nationalisme kreeg de stad veel onlusten en
oorlogen te verduren, vooral de verwoestingen van 1544. Maar reeds in de
Middeleeuwen was het een stad met veel knappe koppen en het werd dan ook het
intellectueel centrum van Schotland. De eerste drukkerij van het koninkrijk werd
er al in 1507 opgericht en de universiteit werd gesticht in 1507. Door de Akte
van Unie met Engeland, die in 1707 werd getekend, verloor de stad zijn politieke
onafhankelijkheid en pas in de 19e eeuw zorgde de opkomst van de industrie voor
een nieuwe opleving: brouwerijen, stokerijen, papierfabrieken, chemische
fabrieken en auto-industrie. In de jaren '20 werd Edinburgh het centrum van de
politieke en literaire renaissance van Schotland en van de wederopbloei van de
Gaelische taal. In het recente verleden is de stad zich bewust geworden van zijn
Schotse identiteit binnen het verenigde Europa. Het jaarlijkse Internationale
festival is daar een duidelijk voorbeeld van. Tegelijkertijd zijn er economische
topactiviteiten van de grond gekomen zoals engineering, elektronica en research.
Edinburgh is na Londen de stad die de meeste toeristische bezoekers trekt van
het Verenigd Koninkrijk en bezit bovendien twee havens die voor veel
bedrijvigheid zorgen: Leith, de exporthaven, en Granton, de thuishaven van de
vissersvloot op de Firth of Forth. Maar de jeugdwerkloosheid vormt sinds de
jaren '80 een onoplosbaar probleem en Edinburgh ondervindt veel overlast van
criminaliteit, straatbendes, alcoholmisbruik en drugshandel. Princess Street is
de grote winkelstraat van de stad.


|