|
|
MEER INFO PARIJSIn de jaren '70 van de vorige eeuw bezochten we met een stel vrienden regelmatig de Lichtstad Parijs. In die tijd gold de Franse hoofdstad als een soort magisch centrum voor jeugdige opstandigen. In 1968 sloeg daar de vlam in de pan met massale studentendemonstraties en knokpartijen met de politie; het hele land (en daarna ook in veel andere westerse landen) was in rep en roer. De gezagsdragers moesten het min of meer afleggen tegen het volk. De rebelse jonge generatie stond onder leiding van figuren als Daniel Cohn - Bendit in Frankrijk en Rudi Dutschke in Duitsland. Tijdens diverse korte vakanties bezochten we, naast de vele café en bistro's, de volgende bezienswaardigheden. We hebben daar destijds geen verslag van gemaakt, vandaar dat we hier alleen maar droge informatie opnemen.
PANTHEON
/
PONT
ALEXANDRE III /
GRAF NAPOLEON
/
KERKHOF
PERE LACHAISE /
LA
CONCIERGERIE
Volgt later: ARC DE TRIOMPHE / SACRÉ COEUR / PLACE DU TERTRE / LOUVRE
Pantheon
Mausoleum van enkele van
Frankrijks grootste denkers
De Franse Revolutie
van 1789 scheurde de maatschappij uiteen en veranderde deze op elk niveau. De
vroege geschiedenis van het Pantheon illustreert dit heel goed. Het gebouw was
bedoeld om de rol van de monarchie en de katholieke kerk te verheerlijken, maar
het werd door het nieuwe regime heel anders gebruikt.
Het oorspronkelijke
idee kwam van Lodewijk XV. Toen deze koning in 1744 ernstig ziek werd, besloot
hij - als hij herstelde - een nieuwe kerk te laten bouwen voor Saint - Genevieve,
de patroonheilige van Parijs. De opdracht ging in 1755 uiteindelijk naar Jacques
- Germain Soufflot, Lodewijks officiële architect. Soufflot had lang in Italië
gestudeerd en gebruikte zijn kennis voor een ambitieus, neoclassicistisch
ontwerp. In essentie heeft het gebouw de vorm van een Grieks kruis met een
enorme koepel, gesteund door massieve Korinthische zuilen. De werkzaamheden
begonnen in 1758, maar het project ondervond grote vertraging door financiële
problemen van de koning. Uiteindelijk werd het gebouw pas in 1791 voltooid, na
de dood van Soufflot. Het moment had niet ongelukkiger kunnen zijn, want het
revolutionaire bewind was niet geïnteresseerd in een nieuwe kerk. Men besloot
het gebouw te naasten en het als mausoleum te gebruiken voor Frankrijks
nationale helden. Toen kreeg het ook de nieuwe naam Pantheon (tempel voor alle
goden), naar het klassieke ronde bouwwerk in Rome, gebouwd tussen 118 en 128.
De taak van de
ontkerkelijking werd toevertrouwd aan Soufflots leerling Jean-Baptiste Rondelet,
die de ramen dichtmaakte en het gebouw meer het karakter van een mausoleum gaf.
Sindsdien is het Pantheon de laatste rustplaats geworden van veel beroemdheden,
zoals Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Emile Zola, Pierre en Marie Curie en
Andre Malraux.
Pont
Alexandre III
Een elegante brug, de
belichaming van de belle epoque
De Pont Alexandre
III geldt algemeen als de mooiste brug van Parijs en weerspiegelt precies de
geest van de 19e-eeuwse verjongingskuur van Parijs. De brug verbindt het Hôtel
des Invalides met het Grand en het Petit Palais - expositieruimten gebouwd voor
de wereldtentoonstelling van 1900 die naast kunst ook het beste toonden dat
Frankrijk kon bieden aan ontwerpen en bouwkunst. De brug behoort tot het stuk
Seine-oevers dat op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat.
De brug moest een
stijlvolle, passende toegang tot de twee musea worden en de charme van het
bouwwerk is grotendeels te danken aan het extreem lage silhouet. De ontwerpers
kregen de specifieke opdracht te voorkomen dat de brug het zicht op de Champs -
Elysées op de ene oever en Les Invalides op de andere zou blokkeren. De 107
meter lange brug is dan ook niet hoger dan 6 meter. Dankzij de vier 17 meter
hoge granieten zuilen op de hoeken is het bouwwerk echter toch op afstand
herkenbaar. De zuilen worden bekroond door vergulde beelden van het gevleugelde
paard Pegasus en allegorische voorstellingen van afwisselend Wetenschap, Schone
Kunsten, Nijverheid en Handel. Het zinnebeeld van ontwikkeling en vooruitgang
dat de brug vertegenwoordigde, wordt voortgezet in de lampen, cherubijnen en
nimfen langs de kanten, die gezamenlijk Frankrijk in de middeleeuwen, in de
renaissance, onder Lodewijk XIV en in de moderne tijd uitbeelden.
De brug werd genoemd
naar de Russische tsaar Alexander III en stond symbool voor de vriendschap
tussen Rusland en Frankrijk. Alexanders zoon Nicolaas II -
de laatste tsaar - legde in
1896 de eerste steen en het bouwwerk werd op tijd geopend voor de
wereldtentoonstelling. Ook nu straalt de brug nog de optimistische, esthetische
geest uit van de belle epoque - een
tijdperk waarin stadsontwikkeling vaak niet alleen praktisch, maar ook mooi was.
Graf van
Napoleon
Passend monument voor
Frankrijks beroemdste soldaat
De grandeur van het
graf van Napoleon Bonaparte in Les Invalides past goed bij zijn keizerlijke
ambities. De postume reis van zijn stoffelijk overschot naar zijn laatste
rustplaats was echter problematisch en zijn graf werd pas veertig jaar na zijn
dood voltooid. Napoleon stierf in 1821 in ballingschap op het eiland Sint-Helena, zes jaar na zijn nederlaag bij Waterloo. Hij werd op het eiland begraven omdat de herinnering aan zijn veldtochten de Engelsen en het nieuwe Franse regime nog vers in het geheugen lag. Pas in 1840 mocht zijn stoffelijk overschot naar Frankrijk worden gebracht. Het lichaam werd naar Parijs vervoerd, waar het een staatsbegrafenis kreeg. Het werd in een tijdelijk graf gelegd totdat Louis Visconti zijn monument ontwierp in de Dome des Invalides. Dit was niet de plek die Napoleon zelf had gewenst, maar Les Invalides was gebouwd als huis voor oorlogsveteranen en de kerk was zeker imposant genoeg voor een keizer.
Visconti's ontwerp
omvatte een crypte zonder dak, zodat bezoekers vanaf de begane grond omlaag
konden kijken naar de met zuilen gesteunde grafkamer. Napoleons lichaam werd als
dat van een moderne farao in zeven in elkaar passende grafkisten gelegd. De
buitenste is gemaakt van rode porfier en rust op een fundament van groen
graniet. Daaromheen zijn de namen van zijn voornaamste veldslagen aangebracht
binnen een lauwerkrans. Op dezelfde manier symboliseren de twaalf beelden tegen
de zuilen zijn grootste veldtochten. Enkele familieleden van Napoleon, onder wie
zijn zoon, liggen hier ook begraven, samen met een paar van Frankrijks bekendste
militaire leiders.
Kerkhof
Père Lachaise
Laatste rustplaats van
Oscar Wilde en popster Jim Morrison
Het Cimetière du
Pere Lachaise werd aangelegd in 1804 op de plek waar ooit een jezuïetenhuis
stond en is de laatste rustplaats van veel beroemde Franse burgers en
buitenlanders, zoals de Ierse schrijver Oscar Wilde en de Amerikaanse popster
Jim Morrison.
In het jaar van zijn
kroning gaf keizer Napoleon I de architect Brongniart opdracht het 17 ha grote
kerkhof te ontwerpen. Napoleons ideeën waren revolutionair. Hij verklaarde dat
"elke burger het recht heeft te worden begraven, ongeacht zijn ras of
godsdienst". Voor die tijd mochten atheïsten, niet-christenen en zelfmoordenaars
niet op christelijke kerkhoven worden begraven, want die golden als heilige
grond. Brongniarts ontwerp was eveneens vernieuwend. Hij zag het kerkhof als een tuin waar bezoekers langs met bomen en beelden omzoomde lanen konden wandelen zonder te worden gehinderd door het idee van de dood. De grillige opzet van wat hij zag als een park schokte zijn tijdgenoten, evenals het idee dat de lieflijke sfeer op het kerkhof de dood zou 'temmen'.
Père Lachaise, ook
wel het oostelijk kerkhof genoemd, is nu de grootste van vier begraafplaatsen
die in de 19e eeuw in Parijs werden aangelegd. Het terrein is 44 ha groot en
bevat meer dan 300.000 graven en asresten. De plek was aanvankelijk niet
populair vanwege de vermeende afstand tot het centrum van Parijs. Om het publiek
te stimuleren het kerkhof te gebruiken, werden de stoffelijke resten van de
dichter Jean de la Fontaine en de toneelschrijver en acteur Molière in 1804
hierheen overgebracht, in 1817 gevolgd door die van de 12e-eeuwse geliefden
Pierre Abélard en Héloise. Dit had succes en nu herbergt het kerkhof de resten
van veel bekende Franse intellectuelen, kunstenaars en politici. Hun graven
worden wel 'kerkhofkunst' genoemd en vertegenwoordigen diverse stromingen, zoals
neogotiek, jugendstil en art deco.
La
Conciergerie
Voormalige gevangenis op
het Ile de la Cité,
La Conciergerie in
Parijs is onderdeel van het Paleis van Justitie en bepaalde gedeelten zijn
gesloten voor het publiek omdat hier nog processen plaatsvinden. Deze locatie is
al belangrijk sinds de Romeinse bezetting van Gallië, toen de zetel van de
Romeinse bestuurders van Parijs zich ruwweg op dezelfde plek bevond waar nu de
Conciergerie staat. Ook de eerste Franse koningen woonden hier. Aan het eind van
de 13e eeuw liet koning Philip IV het paleis bouwen waarvan de Conciergerie een
deel vormde. Ook de naam stamt uit deze periode, want de Conciergerie was de
officiële residentie van de Comte des Cierges (de graaf der kaarsen), de
paleisopzichter die verantwoordelijk was voor de belastingen en de huisvesting.
Kort na 1350
verhuisde de koninklijke familie naar het Louvre en aangezien de Conciergerie
steeds meer werd benut door de rechterlijke macht, werd het paleis in 1391
bestemd tot gevangenis. Voordat het gebouw tijdens de Franse Revolutie werd
gebruikt door de revolutionaire rechtbank, had het al een lugubere reputatie,
vooral door de martelkamer in de Bonbec-toren. De aanvankelijk hoogstaande
idealen van de Franse Revolutie maakten tussen 1793 en 1795 plaats voor een
schrikbewind, een periode waarin de rechtbank zo'n 2600 mensen tot de guillotine
veroordeelde wegens echte of vermeende misdaden tegen de nieuwe republiek. De
processen werden gehouden in de grote zaal van de Conciergerie. Marie
Antoinette, Danton en Robespierre brachten hun laatste dagen door in de cellen
eronder. De oudste delen van het gebouw dateren uit de 13e eeuw, zoals de imposante middeleeuwse Zaal van de Lijfwacht die 64 meter lang, 27 meter breed en 9 meter hoog is. Bovendien bevat de Conciergerie een aan Marie Antoinette gewijde kapel, een passend gedenkteken voor de slachtoffers van de revolutie.
Paleis van VersaillesSchitterend paleis en bestuurscentrum van de Franse koningen
Het Paleis van Versailles is een van de imposantste en weelderigste paleizen ooit. De enorme dimensies van het gebouw, geschapen voor Lodewijk XIV, de Zonnekoning, de grootse architectuur, de klassieke thema's van de schilderingen en beelden, en de uitgestrekte tuinen vormden een flagrant vertoon van de rijkdom en de absolute macht van de monarchie. Het paleis was oorspronkelijk een jachtslot, in 1624 gebouwd door Lodewijk XIll in wat toen nog een dorp was. Zijn opvolger Lodewijk XIV breidde het slot vanaf 1660 uit om te ontkomen aan de drukte van Parijs en in 1682 vestigde hij zijn hele hof in Versailles. De Galerie des Glaces, de Spiegelzaal, gebouwd in 1678, is misschien de bekendste van de duizenden kamers. Deze bevat prachtig gearrangeerde, elegante spiegels verlicht door indrukwekkende kroonluchters, zodat de hoge ramen en de tuinen worden weerspiegeld. De verhuizing van de koning naar een plek buiten Parijs kwam niet alleen voort uit weeldezucht. Door zijn hof in Versailles te vestigen kreeg de koning controle, want de duizenden ambtenaren die in het paleis woonden konden nu op elk moment zijn bevelen uitvoeren. Nog belangrijker was dat de Franse adel verplicht tijd in het paleis moest doorbrengen, zodat de koning hen in de gaten kon houden en hen kon dwingen hem eer te bewijzen door de beperkende, vaak absurde regels van de hofetiquette. Zijn centralisatie van het gezag verraadt zijn streven naar absolute macht en zijn pogingen het ontstaan van rivaliserende machtscentra elders te voorkomen. Zijn opvolgers, Lodewijk XV en Lodewijk XVI, woonden ook in het paleis. Na de Franse Revolutie (1789/1799) raakte het enorme complex in verval. Als symbool van de omvergeworpen monarchie werd het beroofd van al zijn waardevolle schatten en als lege huls achtergelaten toen de politieke macht terugkeerde naar Parijs.
EiffeltorenSpectaculair symbool van Parijs en alles wat Frans is “We
protesteren met kracht en verontwaardiging tegen de zinloze en monstrueuze
Eiffeltoren." Gustave Eiffel was meer ingenieur dan architect. Hij is vooral bekend om zijn bruggen en viaducten. Eiffels vernieuwende gebruik van metalen bogen en spanten ontketende een revolutie in de bouwkunde. De Eiffeltoren werd ontworpen door de man die ook dat andere staaltje van Franse bouwtechniek, het Vrijheidsbeeld, op zijn naam heeft staan, en is een van de beroemdste constructies ter wereld. De toren is zeer herkenbaar en vormt het symbool van Parijs en van Frankrijk. Bovendien is hij een toonbeeld van eenvoud, elegantie en moderne lijnen. De Seine-oevers van de Pont de Sully tot de Eiffeltoren en van de Place de la Concorde tot het Grand en Petit Palais kwamen in 1991 op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Gustave Eiffels toren speelt in Frankrijk een hoofdrol bij elke nationale feestdag en passend genoeg werd het gebouw in dezelfde geest ontworpen. Het was oorspronkelijk bedoeld als blikvanger van de wereldtentoonstelling van 1889. De organisatoren wilden iets extra spectaculairs omdat dit evenement samenviel met het eeuwfeest van de Franse Revolutie. De toren vormde de ideale keuze omdat deze op dat moment het hoogste gebouw ter wereld was. Niet iedereen was enthousiast over de moderne lijnen van de toren. Het gebouw werd uitgemaakt voor een 'mislukte straatlantaarn, 'gymnastiektoestel', 'magere piramide van ijzeren ladders' en een ‘foeilelijke metalen zuil met bouten', maar over het algemeen waren de bewonderaars in de meerderheid. Desondanks was het de bedoeling de toren na twintig jaar af te breken wanneer de vergunning was verlopen. Ironisch genoeg werd de toren gered omdat de sloopkosten uiteindelijk te hoog werden geacht. Sindsdien heeft de toren onmiskenbaar zijn geld opgebracht. Hij wordt al sinds 1903 gebruikt als radiozender en natuurlijk vormt hij een van de populairste toeristische attracties. In 2006 waren er bijvoorbeeld meer dan zes miljoen bezoeker. Daarnaast worden er spectaculaire vuurwerkshows gehouden. Anders trekpleisters zijn een schaatsbaan en een interactief 'labyrint' op de eerste etage.
Sainte ChapelleLuisterrijk voorbeeld van 13e-eeuwse gebrandschilderde ramen Gotische gebouwen vallen vaak op door hun formaat en hun grandeur, maar Sainte Chapelle vormt hierop een schitterende uitzondering. De kerk mag dan kleiner zijn dan de beroemde Noord-Franse kathedralen, de magnifieke afwerking maakt hem tot een juweeltje van de gotiek. Veel mensen zullen dit waarschijnlijk een van Frankrijks mooiste gebouwen noemen. Sainte Chapelle (heilige kapel) werd gebouwd in opdracht van Lodewijk IX, ook wel Lodewijk de Heilige genoemd, die ongetwijfeld de vroomste Franse koning was. Hij ging op kruistocht en kocht voor exorbitante bedragen heilige relikwieën. Zijn kerk werd speciaal ontworpen met deze relikwieën in gedachten. Het gebouw kent twee niveaus. Het laagste deel was bestemd voor het paleispersoneel en het hoogste deel bevatte Lodewijks kostbaarste relikwieën: de doornenkroon en een fragment van het kruis van Christus. Deze ruimte leek heel toepasselijk op een heiligdom. Er waren zoveel ramen – met meer dan 1300 Bijbelse taferelen – dat de muren van glas leken to zijn. Een van de ramen toont de koning die de relikwieën in ontvangst neemt. Latere generaties deelden Lodewijks religieuze bezieling niet en geleidelijk raakte de bovenkapel in onbruik. Voor de Franse Revolutie van 1789 diende hij als graanopslagplaats en daarna als gerechtelijk archief met enorme kasten die het zicht op de gebrandschilderde ramen blokkeerden. In de 19e eeuw was de kerk dringend aan restauratie toe en hiermee werd begonnen in 1837, onder leiding van Eugene - Emmanuel Viollet-le-Duc. De ontbrekende torenspits werd volgens een nieuw ontwerp herbouwd. De relikwieën werden verwijderd. De doornenkroon bevindt zich nu in de Notre Dame, net als het orgel, het altaar en andere accessoires. De kerk wordt nu vooral gebruikt voor concerten, maar elk jaar op de feestdag van Sint-Yves wordt er een mis opgedragen.
Pont NeufEen tweedelige brug die het Ile de la Cité verbindt met de Seine-oevers In de 16e eeuw bezat Parijs slechts twee bruggen over de Seine. Daarom liet koning Hendrik III in 1578 een derde bouwen om verkeersopstoppingen to voorkomen. De ontwerpers die hij hiervoor aanwees, waren Baptiste Du Cerceau en Pierre des Illes en er zijn aanwijzingen dat ze gebruik maakten van een eerder ontwerp van Guillaume Marchand. De werkzaamheden verliepen traag en pas in 1607 was de brug, de eerste stenen brug in Parijs, voltooid. Hij werd geopend door Hendrik IV, die haar de naam Pont Neuf (Nieuwe Brug) gaf. De Pont Neuf is de langste brug van Parijs en ook de oudste nog bestaande. De Pont Neuf wordt onderbroken door het Ile de la Cité - het eilandje in de Seine in het hart van Parijs - en bestaat daardoor uit twee delen, een met zeven bogen en een met vijf Deze delen worden met elkaar verbonden door het park Vert - Galante op het Ile de la Cité. Er werd een ruiterstandbeeld van Hendrik IV in Vert - Galante opgericht, maar dit werd verwoest in de Franse Revolutie en in 1818 vervangen door een replica - het materiaal stamde van twee omgesmolten bronzen van Napoleon. De Pont Neuf - circa 232 meter lang en 22 meter breed - was ongewoon voor zijn tijd, omdat er geen gebouwen op stonden en omdat er brede trottoirs waren, zodat de voetganger veilig waren voor door paarden getrokken voertuigen. Om die reden werd de brug een ontmoetingsplaats en in de loop der tijd ontwikkelde hij zich tot een populair monument voor de Parijzenaars, vaak gebruikt op schilderijen, in boeken en in films. In 1994 onderging de Pont Neuf een ingrijpende restauratie die werd afgesloten in 2001, op tijd voor de vierhonderdste verjaardag van de brug. Tijdens de restauratie werd de brug in 1995 'ingepakt' door de kunstenaar Christo, die het hele bouwwerk bedekte met lappen nylon. |