|
1995 / 2009

MEER INFO WEIMAR
1995
Op weg naar Polen maken we een tussenstop in Weimar, waar we een hotel hebben
geboekt. 's Morgens bezoeken we de binnenstad met zijn monumenten; 's middags is
het concentratiekamp Buchenwald aan de beurt.
Buchenwald
Op de Ettersberg (478 m) herinnert een even monumentale als sombere beeldengroep
aan de voet van een massieve klokkentoren aan het concentratiekamp waar 56.000
mensen omkwamen. Vergeleken met het vernietigingskamp Auschwitz maar een
peulenschil...
Op het kampterrein is een museum ingericht. De barakken zijn verdwenen en de
vlakte met het lugubere verleden vormt qua sfeer een sterk contrast met de
esthetische cultuur van het nabije Weimar. De ijzeren tekst in de poort ("Jedem
das Seine") klinkt schrijnend. In Dachau (Beieren) staat de tekst "Arbeit macht frei" op de
poort....
Concentratiekamp Buchenwald
(Weimar)
Bijna 250.000
gevangenen kwamen in dit kamp terecht,
minstens 56.000 van hen stierven hier
"We konden het
nauwelijks geloven toen we de Amerikanen zagen.
Ze lachten en maakten het V-teken."
Dr. N. Alhadeff, over de bevrijding uit Buchenwald
In 1937 gaven
de nazi's opdracht tot de bouw van een concentratiekamp nabij
Weimar. Het kreeg de eufemistische benaming Buchenwald (beukenwoud).
In dit concentratiekamp werden politieke tegenstanders van het
regime, joden en zigeuners opgesloten, plus een groep Noorse
studenten, en in de loop van 1944 een groep Engelse en Amerikaanse
piloten.
Hoewel
Buchenwald geen vernietigingskamp was, zoals de kampen in Polen, was
het een berucht gevangenenkamp. De eerste kampcommandant, Karl Koch,
en zijn vrouw Ilse stonden bekend om hun wreedheid; vaak lieten ze
in een opwelling gevangenen ombrengen. Ilse liet haar slachtoffers
soms villen en gebruikte hun huid voor het maken van lampenkappen en
boekomslagen. Ook vonden in Buchenwald gruwelijke medische
experimenten plaats. Russische gevangenen kregen tyfusinjecties
opdat er verschillende vaccins op hen konden worden uitgeprobeerd.
De gevangenen kregen amper te eten en werkten zich dood in de
nabijgelegen steengroeven, of werden op transport gesteld naar de
vernietigingskampen in het oosten.
In april 1945
trokken de geallieerde legers op richting Buchenwald. De bewakers
namen de vlucht en lieten de gevangenen achter. Op 11 april nam het
Amerikaanse leger het beheer van het kamp over; korte tijd daarna
werd het kamp overgedragen aan het Rode Leger, aangezien het zich
bevond in de zone die door de Russen werd bezet. Het kreeg als
nieuwe naam Kamp 2 en diende tussen 1945 en 1950 als kamp voor
Duitse krijgsgevangenen; zevenduizend zouden hier omkomen.
Toen het kamp
in 1950 werd gesloten, werden de gebouwen vernietigd. Enkele
bouwwerken, waaronder betonnen wachttorens, bleven staan. In 1958
werd het herdenkingsteken opgericht. |
|
Stad van dichters en musici
De
stad die zo'n grote aantrekkingskracht had op dichters en musici,
zoals Goethe, Schiller en Bach, trekt reizigers uit de hele wereld.
En terecht. De gezellige binnenstad van Weimar is de moeite waard
voor een dagbezoek, maar ook voor een weekeinde, zeker als u een van
de vele klassieke concerten bezoekt. Verwacht geen grootse
bezienswaardigheden, maar wie de sporen van Weimars illustere
bewoners volgt, krijgt een prima indruk van dit middeleeuwse De
autovrije straten in het oude centrum, de laagbouw in lichte
kleuren, de bonte parasols van de vele terrassen en de afwisselend
ruime straten en smalle steegjes geven de stad een vriendelijk
gezicht. Niet alleen de omgeving is vriendelijk, ook de inwoners,
Wie verdwaald is, of even de stadsplattegrond bestudeert, wordt al
snel te hulp geschoten door een voorbijganger.
De Markt: een goed startpunt
De drie belangrijkste pleinen, de Markt, de Theaterplatz en de
Goetheplatz zijn met elkaar verbonden door gezellige, autovrije
winkelstraten. De Markt - met het mooie stadhuis, de VVV en het
Cranachhuis - is een goed startpunt voor een wandeling. Het huis
waarde schilder Lucas Cranach woonde, valt op door de bijzondere
beschilderingen in renaissance – stijl. Op het terras van het
historische hotel Elephant, waar Goethe graag een glaasje madeira
dronk, is het geen straf om een 'plan de campagne' te maken. Alle
bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar.
Beroemde woonhuizen
Een eerste stop moet u wijden aan de bekendste inwoner van Weirnar:
Goethe. In zijn huis aan het Frauenplan is ook het Goethe National
Museum gevestigd. Zorg ervoor op tijd te zijn, want er is al snel
een wachttijd van twintig minuten. Het Goethe - Haus is statig, met
vele kamers vol schilderijen en beelden. Het geeft een goed beeld
van het leven en werken van de beroemde dichter. Het kleine en
sobere tuinhuis van Goethe in het Park an der Ilm is niet
toegankelijk, wel een replica iets verderop.
Het huis van Goethes collega Schiller ligt naast het moderne
Schillermuseum, met vooral informatie over zijn werk. Via een
doorgang komt u in het echte Schillerhaus. Het huis is iets minder
statig en veel minder druk bezocht dan het Goethehaus, zodat er een
intiemere sfeer heerst. Iets verder, op de Theaterplatz, staat een
standbeeld van beide heren.
Tussen kunst en kitsch
In de tijd van Goethe organiseerde de hertogin Anna Amalia vaak
debatten in het Wittumspaleis, het zogenaamde weduwenpaleis. Ook
hier is goed te zien hoe rijk de vooraanstaande lieden van Weimar
leefden. Vooral de feestzaal met haar ingelegde houten vloer is
prachtig. Leuk om even langs te gaan, is ook het Albert
Schweitzerhuis aan de Kegelplatz, een zonnig geel herenhuis met een
klein museum over het leven en het werk van Albert Schweitzer.
Het Bauhaus, genoemd naar de bouwstijl van de nieuwe zakelijkheid,
is een opvallend museum in deze stad. Het gebouw is strak en licht
ingericht en de collectie voorwerpen, schilderijen en architectuur,
die toch al in de eerste helft van de vorige eeuw ontworpen werd,
doet modern aan.
Ook het Slotmuseum, met een grote binnenplaats is een kijkje waard,
vanwege de enorme verzameling zestiende en zeventiende-eeuwse
schilderkunst.
Pracht en praal in de omgeving
De dames en heren uit vroegere tijden hielden er ook al van om af en
toe de drukte van de stad te ontvluchten. Ze gingen naar hun
buitenverblijven in de omgeving. Bijvoorbeeld naar slot Ettersburg,
slot Tiefurth of slot Belvedère. Ettersburg raakte begin vorige eeuw
in verval, maar nu wordt hard gewerkt om het landgoed weer in goede
staat te brengen. Tiefurt is qua geschiedenis het meest interessant;
het was eind 1700 een ontmoetingsplaats voor politici en
kunstenaars.
Wie niet alle sloten kan bezoeken, doet een goede keuze met slot
Belvedère. Het heeft een prachtig landschap, mooi uitzicht,
schitterende architectuur en een oranjerie, tuinen, een
koetsenverzameling en een begraafplaatsje van Russische militairen.
Het slot toont van binnen dezelfde rijkdom als ze uiterlijk
tentoonspreidt. Vooral de twee koepels aan weerszijden van het
gebouw zijn bijzonder. Deze zijn aan de binnenkant beschilderd als
een avondhemel.
Het jaar van Bach
Ook Johann Sebastian Bach woonde eens in Weimar. In het jaar 2000
herdenkt heel Thüringen de 250ste sterfdag van deze componist. Zo
vond in Weimar op 9 en 10 september de Brandenburgische Konzerte, 1.
Symfoniekonzert plaats in de Staatskapelle en hield de Hochschule
für Musik van 31 oktober tot 6 november Bach-week.
|
 |
 |
MEER INFO (DUITS)
|
Weimar, Die
Stadt im Park
Es war ein Glücksfall, dass die aufgeklärten Herrscher des
kleinen Herzogtums Sachsen-Weimar-Eisenach die
Reformbedürftigkeit des Landes erkannten und mit Erfolg
versuchten, bürgerliche Persönlichkeiten an ihren Hof zu binden,
die kulturell und politisch reformerisch wirksam werden sollten.
So kamen dort universelle Geister zusammen. Herzog Anna
Amalia berief 1772 den Dichter Christoph Martin Wieland als
Prinzenerzieher. Johann Wolfgang Goethe folgte 1775 der
Einladung des jungen Herzog Carl August und wurde bald zu
Weimars Zentralgestirn. Johann Gottfried Herder kam ein Jahr
später, um die Stellung als oberster Geistlicher anzutreten.
Friedrich Schillers Dichterbund mit Goethe und seine Arbeit
insbesondere für das Theater führte zu einer Glanzzeit des
klassischen Weimar.
Ute Geisler folgt in ihrem Film den Spuren dieser
Persönlichkeiten und zeigt das, was heute noch vom klassischen
Weimar zeugt und weswegen die UNESCO die Stadt als
Weltkulturerbe ausgezeichnet hat. Das Wittumspalais etwa oder
die Herzogin-Anna-Amalia-Bibliothek mit ihrem einmaligen
Buchbestand. Die Schlösser Belvedere, Tiefurt und Ettersburg.
Die Wohnhäuser von Goethe und Schiller und ihre letzte
Ruhestätte, die Fürstengruft. Verbunden werden diese Objekte
immer wieder durch die ausladenden Parklandschaften Weimars.
Einer von ihnen, der Park an der Ilm mit Goethes Gartenhaus, ist
das vielleicht populärste Denkmal Weimars.
Daten & Fakten
Kulturdenkmal: die Stadtkirche Sankt Peter und Paul, das
Stadtschloss, das Goethehaus am Frauenplan, das Schillerhaus
(1777), das Liszthaus, das Deutschen Nationaltheater, die
Anna-Amalia-Bibliothek sowie die vier Weimarer Landschaftsparks
UNESCO-Ernennung: 1998
899 urkundliche Erwähnung / 1547 Residenz der Wettiner
1708-16 Johann Sebastian Bach Organist und Kammermusiker am
Weimarer Hof
1735-45 barocke Überformung der dreischiffigen Stadtkirche St.
Peter und Paul (Herderkirche)
1767-69 Bau des barocken Wittumpalais
1779 Goethe wird Geheimer Rat und 1782 Leiter der Finanzkammer
1789-1803 Wiederaufbau des zerstörten Residenzschlosses
1869-96 wohnt und arbeitet der Komponist Franz Liszt in Weimar
1919 Tagung der Weimarer Nationalversammlung im Nationaltheater;
1999 Europäische Kulturhauptstadt
|

Uit het verslag van
2009
We rijden door naar Weimar, waar we om half zes aankomen.
Vlak voor de stad zien we de toren van de Ettersberg waar het
concentratiekamp Buchenwald ligt. We hebben een hotel in Mellingen met
internet geboekt, hemelsbreed zes kilometer van Weimar gelegen. Het is een
nieuw hotel met een terras, waar we onmiddellijk op neerstrijken. Dat wordt
tussen vijf en zes ‘s middags onze vaste stek. We hebben een prima kamer met
een minibar, wat vooral Clim tot tevredenheid stemt. We eten ‘s avonds
steeds in het hotel-restaurant, dat bijzondere gerechten biedt die niet al
te duur zijn. Op de tv zijn we er getuige van hoe FC Barcelona de arrogante
club Bayern München met 4-0 vernedert. Van Bommel komt er niet aan te pas,
ondanks zijn harde overtredingen.
 |
 |
Het Frühstückbüffet is inderdaad ausreichend. Grote worsten
liggen op ons te wachten. De vorige avond is het hotel blijkbaar volgelopen,
want het is druk aan het ontbijt. Zo rond tien uur (onze vaste vertrektijd
voor onze dagprogramma’s) rijden we naar Weimar, waar we de auto in het
Parkhaus Atrium kwijt kunnen. We bekijken bijna alle bezienswaardigheden van
de stad en dat zijn er heel wat. Vergeleken met 1995 (toen Jos de stad met
Wiet bezocht) is er heel wat opgelapt.
Het centrum ziet er fris en degelijk
uit. We bezoeken er achtereenvolgens:
Neues Museum, Unesco-Platz met het Stadtmuseum en een modern Congrescentrum
(hier laat Clim zijn tasje op een bank achter, Jos ontdekt dat tijdig),
Postamt aan de Herderplatz, Stadtkirche Peter und Paul, Kraken Haus, Markt
met het Rathaus (koffie op terras) en het VVV-kantoor, Stadtschloss met
grote binnenplaats en kunstexpositie, Anna Amalia Bibliotheek, Fürstenhaus,
Haus Frau von Stein, Goethes Gartenhaus in het park (we bekijken er het
interieur en memorabilia van de schrijver), het Ilm Park met Höhle, de
Romeinse Ruïne, Liszt-Haus, Bauhaus Universiteit (met paardenkoets ervoor),
Friedhof met Fürstengruft en Russisch Orthodoxe kerk, Museum Frühgeschichte,
Goethe Nationaal Museum (we drinken vlakbij koffie en eten Kuchen in een
Bäckerei), Schiller Haus, Nationaltheater met standbeeld van Goethe en
Schiller ervoor, Bauhaus Museum. Onze conditie is niet om over naar huis te
schrijven, vandaar dat we regelmatig met een sigaretje rust moeten nemen op
een bankje. De musea bezoeken we niet, maar we bekijken alleen de gevels
ervan.
Weimar: Park an der Ilm
Locatie: aan de rand van de stad; goed
aangegeven
Het
Park an der Ilm was Goethes meest serieuze poging een landschap
te ontwerpen en hij werd daarbij aangemoedigd en geholpen door
zijn vriend hertog Karl August von Saxe - Weimar. De hertog was
in feite de drijvende kracht achter de vormgeving van het park,
dat slechts 50 ha groot is, maar veel groter lijkt door de
ligging aan beide zijden van een langgerekt dal. Goethe ontwierp
het park tussen 1777 en 1778 in de Duitse landschapsstijl. Ook
ontwierp hij in 1792 het Romeinse Huis als zomerverblijf voor de
hertog. Het huis doet denken aan de Romeinse villa's die Goethe
tijdens zijn reizen in Italië zag en die het park beheersen door
hun ligging boven het dal.
Maar de grote attractie van het park is het
Arcadische landschap in dit vredige en schitterende dal. Later
werd eraan gewerkt door Eduard Petzold (rond 1850), hoewel een
groot deel van de schade die bij bombardementen in 1945
ontstond, nog steeds niet is hersteld. Aan de rand van het dal
ligt Goethes Gartenhaus (zie hiernaast), waar hij tijdens de
eerste zes jaar van zijn verblijf in Weimar woonde en dat later
diende als zomerverblijf. De tuin is fraai gerestaureerd: er
staan rozen en overblijvende planten die Goethe zelf kweekte en
waarnaar hij verwees in zijn geschriften. De Goethe - tuinen
hier en in Weimar zelf kan men het beste bezoeken aan het begin
van de zomer, als de oude rozen in bloei staan.
|
 |
 |
Vervolgens rijden we naar het Schloss Belvedère ten zuiden van de stad. Daar
wandelen we door het slotpark. Ook hier zijn de gebouwen nauwgezet
geconserveerd en / of uitstekend gerestaureerd. Ze maken een vrolijke indruk
met hun frisse okergele kleuren. Onder aan het park bezoeken we nog een
begraafplaats van de Russische bezetter. De hamer en sikkel en de Rode Ster
heeft men terecht intact gelaten. Hier liggen militairen (de officieren heel
ondemocratisch apart) die gezien hun overlijdensjaar tot de
bezettingstroepen behoorden.
Weimar: Park Belvedère
Locatie: goed aangegeven vanuit het centrum
Het
barokke Schloss Belvedère ligt op een bergkam en biedt in het
noorden fraaie uitzichten op Weimar. Het werd tussen 1724 en
1732 gebouwd door J.A. Richter, die ook de tuinen ontwierp in
formele stijl. De serre dateert uit de tijd rond 1740. Rond 1820
bezat men bijna 8000 soorten: Goethe was zelf betrokken bij de
uitbreiding van de plantencollecties. In 1766 verwijderde Anna
Amelia de muur tussen de parterres en de bossen ten zuiden van
het Schloss. Ze legde een lange laan aan door het bos en legde
aan het eind een meer aan. Daar kon men met gondels varen die in
de grot konden worden gestald. Hertog Karl August ontwierp het
park in 1780 in de landschapsstijl.
De tuin is 41 ha groot en na jaren van
verwaarlozing ziet het geheel er nu beter uit. Er staan fraaie
bomen en er liggen mooie weiden, die een vredige sfeer
uitstralen. De schitterende cirkelvormige rozentuin werd in 1994
opnieuw vormgegeven door de Engelse landschapsarchitect Humphry
Repton, met kamperfoelie op zuilen en rozenstruiken in het
midden: historisch niet correct, maar wel aanvaardbaar. Tot de
19de-eeuwse toevoegingen behoren de Russische tuin (1810), het
kleine tuintheater (1823) en een doolhof (1843). Aan de
westzijde van de doolhof ligt een tunnel van haagbeuken, die in
de zomer verkoeling biedt.
Het gehele park werd tussen 1843 en 1850
opnieuw vormgegeven tot zijn huidige vorm; als laatste voegde
men ten zuiden van de serre een grote bloementuin toe. Exotische
planten, waaronder palmen en yucca's, worden in de zomer
buitengezet. Ook zijn er fraaie zomerperken. Belvedère behoort
tot de drukst bezochte tuinen van Weimar.
|
 |
 |

MEER INFO
WEIMAR
Stad van dichters en musici
De stad die zo'n grote aantrekkingskracht had op dichters en musici, zoals
Goethe, Schiller en Bach, trekt reizigers uit de hele wereld. En terecht. De
gezellige binnenstad van Weimar is de moeite waard voor een dagbezoek, maar
ook voor een weekeinde, zeker als u een van de vele klassieke concerten
bezoekt. Verwacht geen grootse bezienswaardigheden, maar wie de sporen van
Weimars illustere bewoners volgt, krijgt een prima indruk van dit
middeleeuwse stadje. De autovrije straten in het oude centrum, de laagbouw
in lichte kleuren, de bonte parasols van de vele terrassen en de afwisselend
ruime straten en smalle steegjes geven de stad een vriendelijk gezicht. Niet
alleen de omgeving is vriendelijk, ook de inwoners, Wie verdwaald is, of
even de stadsplattegrond bestudeert, wordt al snel te hulp geschoten door
een voorbijganger.
|
STADSKERK PETER EN PAUL
De Stadskerk St. Peter en St. Paul is een laatgotische hallenkerk.
In de eerste helft van de achttiende eeuw heeft de kerk een facelift
ondergaan. De slechte staat waarin het godshuis verkeerde gaf
daartoe de aanleiding. Het interieur is grotendeels uitgerust met
barok meubilair. De Stadskerk St. Peter en St. Paul biedt onderdak
aan een meesterlijk drieluik van Cranach
Veel kunstliefhebbers bezoeken deze kerk vanwege het altaarstuk van
Cranach. Het adembenemende drieluik is voltooid door zijn zoon. Op
het centrale paneel, rechts op de voorgrond, zijn Martin Luther en
Cranach zelf afgebeeld.
De kerk wordt ook Herderkirche genoemd omdat het Johann Gottfried
Herder’s werkplaats is geweest en het zijn laatste rustplaats vormt.
Gedurende de eeuwen zijn vooraanstaande lieden in het interieur
begraven, waaronder hertogen en hertoginnen. Meerdere
beeldhouwwerken, vooral grafstenen, herdenken hun leven. |

 |
 |
De Markt: een goed startpunt
De drie belangrijkste pleinen, de Markt, de Theaterplatz en de Goetheplatz
zijn met elkaar verbonden door gezellige, autovrije winkelstraten. De Markt
- met het mooie stadhuis, de VVV en het Cranachhuis - is een goed startpunt
voor een wandeling. Het huis waarde schilder Lucas Cranach woonde, valt op
door de bijzondere beschilderingen in renaissance – stijl. Op het terras van
het historische hotel Elephant, waar Goethe graag een glaasje madeira dronk,
is het geen straf om een 'plan de campagne' te maken. Alle
bezienswaardigheden liggen op loopafstand van elkaar.
Beroemde woonhuizen
Een eerste stop moet u wijden aan de bekendste inwoner van Weimar: Goethe.
In zijn huis aan het Frauenplan is ook het Goethe National Museum gevestigd.
Zorg ervoor op tijd te zijn, want er is al snel een wachttijd van twintig
minuten. Het Goethe - Haus is statig, met vele kamers vol schilderijen en
beelden. Het geeft een goed beeld van het leven en werken van de beroemde
dichter. Het kleine en sobere tuinhuis van Goethe in het Park an der Ilm is
niet toegankelijk, wel een replica iets verderop. Het huis van Goethes
collega Schiller ligt naast het moderne Schillermuseum, met vooral
informatie over zijn werk. Via een doorgang komt u in het echte Schillerhaus.
Het huis is iets minder statig en veel minder druk bezocht dan het
Goethehaus, zodat er een intiemere sfeer heerst. Iets verder, op de
Theaterplatz, staat een standbeeld van beide heren.
 |
 |

Tussen kunst en kitsch
In de tijd van Goethe organiseerde de hertogin Anna Amalia vaak debatten in
het Wittumspaleis, het zogenaamde weduwenpaleis. Ook hier is goed te zien
hoe rijk de vooraanstaande lieden van Weimar leefden. Vooral de feestzaal
met haar ingelegde houten vloer is prachtig. Leuk om even langs te gaan, is
ook het Albert Schweitzerhuis aan de Kegelplatz, een zonnig geel herenhuis
met een klein museum over het leven en het werk van Albert Schweitzer. Het
Bauhaus, genoemd naar de bouwstijl van de nieuwe zakelijkheid, is een
opvallend museum in deze stad. Het gebouw is strak en licht ingericht en de
collectie voorwerpen, schilderijen en architectuur, die toch al in de eerste
helft van de vorige eeuw ontworpen werd, doet modern aan. Ook het
Slotmuseum, met een grote binnenplaats, is een kijkje waard, vanwege de
enorme verzameling zestiende en zeventiende-eeuwse schilderkunst.
Pracht en praal in de omgeving
De dames en heren uit vroegere tijden hielden er ook al van om af en toe de
drukte van de stad te ontvluchten. Ze gingen naar hun buitenverblijven in de
omgeving. Bijvoorbeeld naar slot Ettersburg, slot Tiefurth of slot
Belvedère. Ettersburg raakte begin vorige eeuw in verval, maar nu wordt hard
gewerkt om het landgoed weer in goede staat te brengen. Tiefurt is qua
geschiedenis het meest interessant; het was eind 1700 een ontmoetingsplaats
voor politici en kunstenaars.
Wie niet alle sloten kan bezoeken, doet een goede keuze met het lustslot
Belvedère. Het heeft een prachtig landschap, mooi uitzicht, schitterende
architectuur en een oranjerie, tuinen, een koetsenverzameling en een
begraafplaatsje van Russische militairen. Het slot toont van binnen dezelfde
rijkdom als ze uiterlijk tentoonspreidt. Vooral de twee koepels aan
weerszijden van het gebouw zijn bijzonder. Deze zijn aan de binnenkant
beschilderd als een avondhemel.

MEER INFO WEIMAR EN HET BAUHAUS (DUITS)
Das Bauhaus, Mythos und
Missverständnis
1919 wurde in Weimar ein Mythos geboren. Sein Schöpfer, der Architekt Walter
Gropius, hatte die Vision vom klaren, durchsichtigen und funktionalen Bauwerk
für den neuen Menschen.
Konzept war das Zusammenwirken von Künsten und Handwerk, und bald arbeitete an
der neu gegründeten Schule auch die Industrie mit. Viele der so entstandenen
Serienprodukte sind heute Klassiker.
Künstler wie Lyonel Feininger und Paul Klee lehrten hier, wo das Programm für
Lehrer wie Schüler die Suche war. Und es war ein Ort der Feste und Manifeste.
Nach dem Umzug nach Dessau wurde das neue Hauptgebäude, ein transparenter Kubus
aus Beton und Glas, zum zukunftsweisenden Symbol für die Schule.
Den Nationalsozialisten war das Bauhaus ein Dorn im Auge, und das Institut
musste schließen. Heute jedoch findet man die Spuren der Künstler in der ganzen
Welt, auch wenn sie nicht alle ihrer Ziele verwirklichen konnten. Im Film sehen
wir ein Stück ihres Geistes wiederbelebt.
Daten & Fakten
Kulturdenkmal: in Weimar Hauptgebäude und Van-de-Velde-Bau der Hochschule für
Architektur und Bauwesen, Wirkungsstätte von so namhaften Malern wie Paul Klee
und Lyonel Feininger sowie Architekten wie Henry van de Velde und Walter Gropius,
sowie »Haus am Horn«; in Dessau das Bauhausgebäude nebst originalgetreu
wiederhergestelltem Feininger-Haus
UNESCO-Ernennung: 1996
1904-11 Bau des Hauptgebäudes und des Van-de-Velde-Baus
1923 Bau des »Hauses am Horn«
1925 Schließung des Weimarer Bauhauses und Übersiedlung nach Dessau
1925-26 in Dessau Bau des Bauhausgebäudes und von Doppelhäusern mit Ateliers für
die Meister am Bauhaus
1926-28 Bau der Reihenhaussiedlung Törten (Damaschkestraße, Klein-, Mittel- und
Großring/Dessau)
1930 Bau der Laubenganghäuser (Peterholzstraße, Mittelbreite/Dessau)
1932 auf Druck der Nationalsozialisten Schließung des Bauhauses Dessau
1986 Wiedereröffnung des Dessauer Bauhauses als Zentrum für Gestaltung
Februar 2000 Eröffnung der restaurierten Meisterhäuser
|