|
|
|
TWEEDE KERSTDAG - MUSEUMDAG II Op het einde van de Friedrichstrasse stap ik uit de metro en loop langs de Spree - oever naar de noordzijde van het Museuminsel. Daar begin ik met het Bode Museum (gebouwd 1904) dat me uitstekend bevalt. Het is een kunstmuseum met veel fraaie beelden uit alle tijdperken, ook uit de Grieks – Romeinse tijd (wel kopieën uit zeventiende-eeuws Italië…). De hal wordt gevormd door een indrukwekkende rotonde met glazen koepel met in het midden een ruiterstandbeeld van een Pruisische vorst.
De nadruk ligt er weliswaar op de achttiende eeuw, maar ik bewonder er ook middeleeuwse altaarstukken van houtsnijwerk uit Antwerpen (veel kerken geplunderd in die tijd), beelden van Bellini, Cellini, Bernini, schilderijen van Dürer, Tiepolo, Rubens en Giotto. Het houtsnijwerkwerk van Martin Schöngauer (vijftiende eeuw) bevalt me goed. De Byzantijnse afdeling is klein en met zijn enkele mozaïeken uit Ravenna niet echt de moeite waard. De muntcollectie is enorm, maar interesseert me verder matig.
Het Pergamon Museum is mijn volgende stop. Dit is echt de culturele topattractie van Berlijn. De garderobe is dan ook vol, alleen mijn rugzak kan men nog ergens in een hoekje kwijt. Ik ben hier eerder geweest, maar kan me er niet veel van herinneren. Wat de Duitse archeologen in de negentiende eeuw uit het Midden – Oosten hebben weggesleept kun je je nauwelijks voorstellen. Vooral de afmetingen zijn imponerend: hele stadspoorten en complete tempels staan er opgesteld: niet alleen de Pergamon – tempel met zijn uitgebreide friezen, maar ook tempels met reusachtige pilaren uit Voor – Azië, de stadspoort van Milete, de Ishtar Poort, Phoenische mozaïeken, reliëfs uit Ninive, Babylon en Persepolis, reuzenleeuwen uit de Hittitische stadspoort van Yazilkaya (Anatolië), beelden uit Syrië en tabletten met spijkerschrift uit Uruk in Mesopotamië, you name it. Alles met Deutsche Gründlichkeit naar Europa versleept. Ik zou er langer willen blijven, maar het wordt me iets te druk naar mijn smaak: voortdurend voel ik de adem van medebezoekers in mijn nek. De Islamitische afdeling sla ik daarom maar over.
Ernaast ligt de Alte National Galerie. Ook een museum dat zeer de moeite waard is. Ervoor staat een ruiterstandbeeld van ene Frederik of Wilhelm, ik kan die lui niet uit elkaar houden. Ook weer beelden, maar het is vooral de afdeling impressionisten uit de negentiende eeuw die de show steelt: Renoir, Manet en Monet, Cézanne, Gauguin, van Gogh, Pisarro. Nog een replica (neem ik aan) van De Denker van Auguste Rodin. De Duitsers Max Liebermann en Schinkel uit dezelfde tijd zijn natuurlijk goed vertegenwoordigd
Op het eiland ligt tenslotte nog een groot gebouw, de Neue National Galerie. Dat museum is men nog aan het restaureren en gaat pas in 2009 open. Op de bouwwerf loopt doodgemoedereerd een forse stadsvos rond op zoek naar prooi of aas. Niet in het minst schuw voor mensen, hij kijkt me zonder blikken of blozen aan en gaat gewoon zijn gangetje. Ik zoek via de Lustgarten de Stadtbahn op. Bij de Potsdamer Platz stap ik uit en bekijk het Sony Centre met zijn ruime overkapping en het Imax – theater. Eigenlijk wil ik naar de bioscoop, maar er is niets van mijn gading bij of ik moet er te lang op wachten, langer dan anderhalf uur bijvoorbeeld. Aan een China - Imbiss eet ik een ‘superscharfe’ Thaise tom yam - soep. ’s Avonds eet ik nog eens Thais, een licht verteerbare maaltijd. Pas na zevenen bereik mijn hotel.
| |||||||||||||||||||||||||||||||||