|
|
|
MITTE / BAHNHOF ZOO Ik ontbijt wat later dan normaal (de ontbijtzaal is op Nieuwjaarsdag een uur langer open) en begeef me naar Mitte, waar ik toevallig in het Museum für Kommunication beland. Ik word er als eerste bezoeker met alle égards ontvangen. Alweer een fraai gebouw met centrale koepel. Aardig vind ik de oude postkoets waarvan alle onderdelen aan touwtjes hangen, zodat de indruk van een zogenaamde technische explosietekening ontstaat. Natuurlijk veel postzegels, waaronder de Blaue Mauritius, een zeldzame zegel van onschatbare waarde; hij ligt in een bewaakte vitrine. Verder alles in tientallen soorten voorwerpen van het ontstaan van telefoon, postwezen, telegraaf, fax tot de computer en internet toe. Als ik buiten kom sneeuwt het.
Ik laat me daarvan niet weerhouden om een wandeling langs kerken en andere bezienswaardigheden te maken: alweer Gendarmenmarkt, de opera, een theater en dergelijke. In de Französische Kirche bezoek ik de hugenoten - tentoonstelling: veel manuscripten, schilderijen, gravures en Bijbels van deze uit Frankrijk in de zeventiende eeuw verdreven protestanten. Hun moderne kerk ernaast vind ik (zoals de meeste evangelisch / protestantse kerken) van weinig importantie.
Ik besluit naar de Ku’damm te gaan. Daar drink ik koffie naast het legendarische Kranzler, dat tegenwoordig omgeven is door een modern winkelcentrum.
In het atrium staat een volière in een piramidevorm. Alles is bedekt met een sneeuwtapijt. Ik wandel nog wat in de buurt: naar de Steinerplatz (vol besneeuwde bankjes) en de Ernst Reuterplatz (universiteitsgebouwen, fietsen van studenten). Onderweg eet ik een Bratwurst.
Op de weg terug naar mijn hotel maak ik een tussenstop bij de Cottbusser Tor. In de onderaardse gangen patrouilleren tientallen Polizisten. Als ik vraag of er iets aan de hand is, antwoordt een van hun dat dit een normale veiligheidsactie is. Eenmaal boven op straat begrijp ik waarom: er bevinden zich tientallen junks en chaoten die er openlijk met bierflessen in de hand staan te dealen of schimmige zaken staan af te handelen; de grond is er bezaaid met papiertjes, sigarettenpeuken en kots. Wordt dit allemaal zo maar getolereerd, is hier ook al sprake van een gedoogpolitiek zoals bij ons in Nederland? Het lijkt er wel op. Ik moet me letterlijk door deze concentratie van schorriemorrie heen wurmen om in een veilige haven te komen. Bij een klein achterafgelegen viswinkeltje eet ik Seelachsfilet mit Pommes und Salade. Ik drink er gratis Turkse çay bij, het sympathieke jonge echtpaar toont zich duidelijk ingenomen met mijn klandizie en mijn mondje Turks. Ik pin voor alle zekerheid nog een groot bedrag vlakbij het hotel, mocht mijn credit card niet werken dan kan ik in ieder geval mijn hotelrekening contant betalen. Bij de pinautomaat staat een jonge vrouw die beweert dakloos te zijn en iedereen die pint aanklampt en geld probeert af te troggelen. Van mij krijgt zij natuurlijk geen cent, ik moet niets van bedelaars hebben. Op tv een overzicht van de jaren 1959 – 1969 en een documentaire over Jemen. Ik begin nog laat aan een nieuw boek, namelijk Berlin Alexanderplatz van Alfred Döblin, erg toepasselijk om tijdens deze vakantie te lezen natuurlijk. Het valt een beetje tegen wat stijl betreft. Het boek geeft wel een goed beeld van de roerige jaren twintig in Berlijn, dit aan de hand van de avonturen van de goedmoedige kleine crimineel en pooier Franz Biberkopf. |