|
|
|
HÄCKISCHE HÖFE
In de ochtenduren bezoek ik een complex van oud-Berlijnse binnenhoven en huurkazernes dat helemaal in oorspronkelijke stijl gerenoveerd is, de Häckische Höfe. Ik dwaal er alleen rond. Op de benedenverdiepingen zijn moderne winkeltjes gevestigd, daarboven bevinden zich de woonappartementen. Gezien de veelheid aan gestalde fietsen zijn de bewoners hier overwegend jong en trendy. Ik verken de buurt. Een koepelkerk is gesloten en het oudste Joodse kerkhof is ook dicht. Daar zijn ze duidelijk aan het renoveren, de graven zijn geruimd maar worden later weer in ere hersteld. Er ligt nog een negentiende-eeuws hospitaal dat volledig door nonnen wordt gerund. Het doet me denken aan het oude Laurentius – ziekenhuis in Roermond. Het is weer bitter koud vandaag en ik verlang naar een hete kop koffie. Pas om elf uur gaan de cafés en restaurants open, dus stap ik bij bakkerijketen Kamps naar binnen voor een bakkie troost.
MUSEUM SCHINKELNa een korte wandeling geraak ik in de buurt van de Berliner Dom. Daar ligt, ietwat achteraf, het Schinkel Museum. Deze stenen kerk, ontworpen door Karl Friedrich Schinkel, werd gebouwd in 1830. Tijdens de diverse oorlogen is het gebouw zwaar beschadigd geraakt. Deze oorlogswonden zijn in 1980 gerepareerd. De heropening in 1987 was een hommage aan de architect. In het gebouw treft men beelden aan van Schinkel, Schadow, Tieck, Rauch en Wolf en andere 19e – eeuwse kunstenaars. Daarnaast zijn er afbeeldingen te zien van Schinkel's werk dat de oorlog niet heeft overleefd. Dit kerkmuseum bevalt me opperbest. Doordat het door de toeristenmassa’s wordt overgeslagen is het er rustig. De beelden zijn goed geplaatst, staan in het licht en het interieur van de kerk is geheel in oude stijl hersteld. De buitenkant van dit bedehuis is echter bepaald niet uitnodigend. Een aanrader desondanks.
Via het Zeughaus en de Universiteit (von Humboldt) kom ik bij de Hedwiges Kathedraal, een rond onaantrekkelijk gebouw. Er liggen foldertjes in alle Europese talen. In de ondergrondse rotonde bevinden zich cryptes en een schamele schatkamer. Er lopen priesters rond die in het Pools met elkaar communiceren, dat zegt mij genoeg. Er mag dan wel een Duitstalige paus zijn, maar het roomse celibataire leven slaat bij de Duitse mannelijke jeugd niet echt meer aan. Bovendien, de stad Berlijn is, als ze al niet atheïstisch is, voornamelijk evangelisch en dus protestant georiënteerd. Ik wandel nog eens de Lindenallee af op weg naar de Rijksdag. Ik wil nog wel eens de glazen koepel in. Er staat weer een lange rij waarbij ik me aansluit. Als ik verneem dat het nog zo’n anderhalf uur duurt voor ik naar binnen kan, besluit ik niet langer de bijtende kou te trotseren en ga ik naar de Hauptbahnhof. Daar ga ik na wanneer precies en vanaf welk perron ik morgen de trein moet nemen. Ik help er een Afrikaanse asielzoeker die blijkbaar analfabeet is en zijn treinkaartje niet kan lezen.
Ik ben vergeten de Savigny Platz te bezoeken, daar zou volgens de reisgidsjes nog een Franse sfeer hangen. Op de valreep bezoek ik dit wijkje in het westen van de stad, maar dat valt tegen, er is niet veel te zien. Koffie buiten op het terras van een volle Starbucks. Ik ben goed ingepakt, dus de elementen deren me niet, bovendien kan ik hier roken. (Per 1 januari is roken in de horeca in Duitsland verboden.) Enkele Duitse bezoekers volgen mijn voorbeeld. Gevolg: binnen zitten de koukleumende Amerikanen en buiten de weer en wind trotserende Europeanen.
Op de terugweg bestel ik bij een Vietnamees een grote kom goed gevulde vissoep. Ik betaal bij de receptie alvast de hotelrekening van € 715, zodat ik morgenvroeg niet hoef te wachten. De receptioniste stamt uit Oost – Berlijn en heeft nog bewust het regiem daar meegemaakt, ze spreekt zelfs nog een beetje Russisch dat zij op de lagere school als verplicht vak heeft moeten leren. Zij legt me uit dat de eigenaar uit Bonn komt en dat daarom het hotel Ludwig van Beethoven gedoopt is. Zij zal ook voor een taxi om 08.00 uur zorgen en me voor alle zekerheid om 07.00 uur wekken. |