|
|
|
CENTRAAL-AZIATISCHE METROPOOL
Vroeg
in de avond kwamen we in de hoofdstad van Oezbekistan aan.
Tasjkent (lett.
stad van steen; Turks. In de jaren '60 verwoest door zware aardbeving.) is een
zeer uitgebreide stad met meer dan twee miljoen inwoners. Het is in alle
opzichten de belangrijkste metropool van geheel Centraal-Azië, alleen de
Kazakse hoofdstad Almaty (vroeger Alma Ata) kan op afstand met haar
wedijveren.
In de bagagehal, die meer op een boerenschuur leek, moesten we wachten omdat enige formulieren niet naar wens waren ingevuld. Op de fax met de visumaanvragen vanuit Nederland waren een paar lettertjes en cijfertjes weggevallen, hetgeen voor onoverkomelijke problemen zorgde. Het duurde anderhalf uur voordat we er uit waren. Maar niet nadat de hoogste chef erbij was gehaald en zijn uitdrukkelijke toestemming had verleend. De prijs voor een visum bleek ineens zomaar verdubbeld te zijn, maar daar moest de reisorganisatie voor opdraaien. Buiten wachtte een DuitsRussische gids ons met een busje op. Hij heette Anatoli, maar sprak geen woord Duits meer. Hij was de eerste van de vele tolken, begeleiders en hogere hotelpersoneelleden die van Europese origine was. Gezien hun lagere opleiding moeten veel Oezbeken met minder aanzienlijke posities genoegen nemen.
Buiten had het geijzeld, de straten waren spiegelglad. Charles ging al direct met zijn Samsonite onderuit, maar de schade bleef beperkt tot een vuile broek. Door brede, schaars verlichte avenues bereikten we ons voormalige Intourist-hotel 'Tasjkent' in het centrum van de stad. We werden er onvriendelijk ontvangen door het weinige personeel dat er in de winter nog werk Opnieuw moesten er ellenlange formulieren worden ingevuld. De grote pompeuze hal was niet verwarmd, dus we zaten er te vernikkelen van de kou. Na enig aandringen van met name Aisje ging er een soort bar open. We konden Heineken-bier krijgen voor drie dollar per flesje. Ondertussen werkte Rens zich suf om alles in orde te krijgen. Om elf uur kon hij eindelijk groen licht geven: we konden naar onze kamers. We wilden echter eerst geld wisselen, dus werd een baliebediende de straat opgestuurd om buiten honderden dollars zwart te gaan wisselen. Pas na twee uur kwam hij terug, letterlijk beladen met pakken papieren geld. Voor één dollar kregen we 150 soem ; het biljet met de hoogste waarde is 100 soem en komt zelden voor. Dat betekent dat we voor 100 dollar de tegenwaarde van 15.000 soem in briefjes van 50 moesten gaan natellen. Een pakket van 300 biljetten dat ik nog net met mijn vingers kon omvatten. Ik lag toen al in bed, want ik had de vorige nacht slapeloos doorgebracht op Schiphol en was toe aan een goede nachtrust. Peter nam het vrachtje geld namens mij in ontvangst.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat bovenstaande beschrijving vooral opging voor het hotel in Tasjkent. De andere Intourist-hotels in het land waren stukken beter, het personeel was er ook vriendelijker. De bedden echter waren overal even hard. Dat nam niet weg dat ik de volgende morgen redelijk uitgerust kon aanzitten aan het ontbijt, om de zoveelste teleurstelling te moeten slikken. Het ontbijt bestond slechts uit slappe thee, hard brood en grove marmelade. Die laatste was wel lekker overigens, het is typisch iets uit de Russische keuken.
Vervolgens gingen we onder leiding van Rens gezamenlijk te voet de stad bekijken. Het was te koud, het vroor lichtjes, om echt te kunnen genieten van deze wandeling. Mooi is de stad bepaald niet te noemen; al die monumentale bouwwerken in sovjet-realistische stijl zijn niet echt aantrekkelijk. De weinig mooie historische panden zijn door de aardbeving weggevaagd, enkel in de steegjes van het lage Oezbeekse centrum staan nog wat gebouwen uit de vorige eeuw. Op de ruime pleinen zijn alle standbeelden van Lenin, Marx, Engels en kornuiten verwijderd en vervangen door even fantasieloze sculpturen van nationale figuren als Timoer Lenk, Ulugh Bek de astronoom en de dichter Navoi. Tasjkent is wel een groene stad; ze heeft veel parken en er staan duizenden statige bomen langs de brede lanen en boulevards. In dit jaargetijde echter deden de staketsels van de bladerloze bomen eerder grimmig aan.
Af
en toe doken we de metro in om langere stukken te overbruggen. Bij de bouw van
dit ondergrondse stelsel in de jaren zestig heeft men de Moskouse metro als
lichtend voorbeeld genomen. Het resultaat is er dan ook naar. De hallen zijn
prachtig geornamenteerd, beeldende kunstenaars hebben er de vrije hand
gekregen om er iets moois van te maken, kostbare materialen zijn erin
verwerkt. Elk station heeft zijn eigen Leitmotif: ruimtevaart, katoenplukken,
zijdeteelt, industrie etc. Kortom, men heeft kosten noch moeite gespaard om er
een aantrekkelijk visitekaartje van de stad van te maken. Maar ja, in die tijd
op het hoogtepunt van de Koude Oorlog stelde het Sovjetimperium dan ook nog
iets voor. Rond het middaguur bezochten we nog een zogenaamde kolchozenmarkt, waar de boeren uit de naaste omgeving hun producten aan de man brengen. Daar nam ik afscheid van de groep en ging terug naar het hotel om te pitten. Ik had mijn slaapachterstand nog steeds niet weggewerkt. De anderen gingen nog naar enkele musea. Toen ik terugliep viel me op hoe weinig verkeer hier eigenlijk is, zeker als je al die brede straten in aanmerking neemt, een stad als Amsterdam zou er echt jaloers op kunnen zijn. Honderd keer kan je hier met de ogen dicht oversteken, de kans dat je overreden wordt blijft uiterst klein.
In de avonduren is er in de stad letterlijk niets te doen. Ik bleef op mijn kamer, terwijl Peter in de hotelbar wodka zat te drinken met Rens. Ik probeerde een gesprek in het Russisch te voeren met de zogenaamde “dezjoernaja” (een soort etagejuffrouw), maar die reageerde zo snibbig en keek me met haar vissenogen zo kil aan dat ik er maar rap van af zag. Met behulp van mijn dompelaar maakte ik een cappuccino, met een scheut whisky erin creëerde ik zelfs een echte Irish coffee. | |||||||||||||||||