|
|
|
GEBOORTEPLAATS VAN TIMOERVanuit Samarkand naar Shahrisabz is in vogelvlucht een peulenschilletje. Aangezien we met een busje reisden kregen we geen toegang tot de pas van 2.000 meter hoogte die beide steden van elkaar scheidde. Zo moesten we om een van de uitlopers van het Pamirgebergte omrijden voor we in de geboorteplaats van Timoer Lenk aankwamen. Nu is het een klein marktstadje, maar in meer glorieuze tijden spande het de hoofdstad Samarkand naar de kroon. Timoer liet er een reusachtig zomerpaleis tot meerdere eer en glorie voor zichzelf bouwen; alleen de meer dan 40 meter hoge poortgevels zijn tegenwoordig nog getuige van de grootheidswaanzin van de vorst. Invallende Oezbeken hebben het paleis verwoest, later kregen ze daar weliswaar spijt van. Dit is een van de bewijzen dat Timoer etnisch gezien geen Oezbeek was.
De Oezbeken claimen dit land
(dankzij de Russen die hen hierin hebben gestimuleerd in het kader van een
verdeel-en-heers politiek) waar ze in feite nog geen 500 jaar wonen.
Tadzjieken, Perzen en Turkmenen kunnen met recht meer aanspraak maken op dit
gedeelte van de wereld. Tijdens mijn wandelingen werd ik vaker door kinderen
uitgenodigd om een foto te maken. Op het plein voor het Aksaray
(Lett. Het witte paleis; Turks) stonden beroepsfotografen om
bruidsparen op de gevoelige plaat vast te leggen met het megalomane
ruiterstandbeeld van Timoer op de achtergrond.
In
het stadje is verder niet zo veel te zien. Er liggen vlak bij elkaar een
aantal medresses en moskeeën en er is een kleurrijke markt. De mensen komen
relaxt over; het leven gaat zijn gangetje hier. Vanaf alle plekken in de stad
kan men de bergen zien liggen. Dwars door de stad loopt de doorgaande weg naar
de grensstad Tennez aan de Amoe Darja bij Afghanistan. Ooit diende deze weg
als hoofdslagader voor de zware materiële oorlogstransporten richting
Afghanistan waar de Russen na 10 jaar vergeefse strijd in een "vuile
oorlog" (burgerdoelen werden bepaald niet gespaard) het hoofd moesten
buigen voor de fanatieke moedjadahien (moslimstrijders voor onafhankelijkheid
in een Heilige Oorlog).
We werden ondergebracht in een vriendelijk hotel. We hadden een zeer ruime kamer met groot zitgedeelte en een aparte kleedkamer. Alleen met het sanitair was het weer eens droevig gesteld. 's Avonds had Rens voor ons een heus kerstdiner laten aanrichten, met kaarsen en een versierd boompje op tafel. Het was een van de zeldzame keren dat er goed voedsel werd geserveerd. Iedereen deed zich te goed aan de wodka, behalve ik. Peter maakte wel een halve fles soldaat en moest dan ook de halve nacht al kotsend boven de wc-pot doorbrengen. Charles begon ietwat laveloos te vertellen over corpsfeesten en zuippartijen tijdens zijn studententijd in Delft, terwijl Marianne hem probeerde te temperen. Johan vergeleek de bouwstijlen uit tsaristisch en communistisch Rusland met elkaar en liet dat aan iedereen die het maar wilde horen weten. Tijdens het diner, dat omgerekend nog geen 7 gulden per persoon kostte, werd er heel wat afgepiept door het drietal hoorapparaten van Johan, Charles en mij. Dit ontlokte aan Rens de gewaagde opmerking: "Nooit gedacht dat ik nog eens een groep van het doveninstituut zou mogen begeleiden. 0h, sorry Jos!".
| |||||||||||||