|
|
|
NIET ZO ONBETROUWBAAR
In
de praktijk bleek dat nogal mee te vallen. Op internationale routes zet zij
westerse toestellen in; ikzelf vloog met een Airbus die overgenomen was van
een respectabele westerse maatschappij. Het personeel, zowel in cockpit als
cabine, wordt bijgeschoold door Lufthansa. De bediening was dan ook
allervriendelijkst en de reizigers werden zowel in het Engels als het Duits te
woord gestaan. We vlogen stipt op tijd en het geserveerde voedsel was
smakelijk, hoewel er van een culinair hoogstandje geen sprake was. Binnenlandse
vluchten daarentegen is een geheel ander chapiter. Ik mocht vier keer dat
twijfelachtige genoegen smaken. De ingezette toestellen zijn allen zonder
uitzondering nog afkomstig uit de uitgebreide vloot van Aeroflot, nog niet zo
lang geleden de grootste luchtvaartmaatschappij ter wereld. Ooit zijn die
Iljoesjins, Antonovs, Yakovlevs en Tupolevs technisch gezien wel betrouwbaar
geweest, maar jaren van verwaarlozing en gebrek aan fundamenteel onderhoud
hebben hun tol geëist. Het merendeel is eigenlijk niet meer luchtwaardig,
maar desondanks wordt er nog intensief mee gevlogen. In deze landen, die
onmetelijke afstanden kennen, is een wereld zonder vliegen ondenkbaar
geworden. Tenminste, dit geldt voor de weinigen die zich dit privilege kunnen
permitteren, zoals partijbonzen, nouveau riches en maffiafiguren. En toeristen
uiteraard.
Naar
westerse begrippen is vliegen er spotgoedkoop. Om vanaf Urgensch (moderne
industriestad nabij het historische plaatsje Khiva) in Fergana te
komen had ik drie korte vluchten nodig: Urgensch - Namangan, Namangan -
Tasjkent, Tasjkent - Fergana. Kosten: vijftig dollar. Voor die prijs mag je
natuurlijk geen luxe en klantvriendelijkheid verwachten. Het personeel was
ruw en kortaf. De stewardessen waren breedheupige Russische boerentrienen met
grove Slavische trekken, duidelijk niet opgeleid door Lufthansa. Een van hen
lag gedurende een gehele vlucht languit op de lege achterbanken te snurken;
een andere zat in het bijzijn van de passagiers mee-eters uit te knijpen en in
haar neus te pulken. Er werd geen eten geserveerd, wel kregen we een lauw,
smakeloos bekertje thee aangeboden. Rugleuningen en veiligheidsgordels werkten
niet; uit de stoelzittingen piepte hier en daar de binnenbekleding uit. Grote
bagage zoals koffers en reistassen moesten we zelf in de cabine op schoot
meenemen. (NB:
Fergana is de centrale stad
gelegen in het zgn. Fergana-bekken, een grote dichtbevolkte vallei met katoen-
en zijdeteelt; in het oosten van het land gelegen.)
De
vlucht van Tasjkent naar Fergana en terug (enige dagen later) vond plaats in
een kleine Yakovlev 40, afgekort tot Yak. Het vliegtuigje bood plaats aan 25
passagiers. Dat was een hele belevenis, want dit soort toestellen vliegt
uiterst laag. Vijfduizend meter is wel de absolute top. Het was helder weer
en het uitzicht over de met sneeuw bedekte bergmassieven van de Pamir en de
Tien Shan was adembenemend. De landing op het vliegveldje van Fergana werd
ingezet met een spectaculair soort duikvlucht. In de aankomst- en vertrekhallen werd slechts uiterst schaarse informatie verstrekt. Voor elke vlucht moesten we steeds weer ons paspoort tonen. Een keer liep de bureaucratie echt de spuigaten uit: tot vijf keer toe moesten we ticket, instapkaart en paspoort tonen voor we tot het vliegtuig werden toegelaten. Ook moest ik regelmatig mijn tassen openmaken en de inhoud van mijn beurs tonen. Tot op het laatste moment werden we over tijdstip van vertrek (als dat überhaupt al plaats zou vinden) in het ongewisse gelaten. Gelukkig liep alles goed af, maar tijdens die periodes van wachten en rondlummelen, verstoken van alle relevante informatie, steeg de spanning voortdurend ten top. De alles overheersende vraag zoemde in onze groepje rond: "Gaan we of gaan we niet?" Onze autochtone medereizigers waren die radiostilte blijkbaar gewend en lieten alles gelaten over zich heen gaan.
|