
Tussen
Samarkand en haar tweelingstad Boechara ligt het begin van de
Kizilkoem-woestijn. Eigenlijk is dit hier meer een steppe dan een echte rots-
of zandwoestijn. De eerste etappe was maar 250 kilometer en onderweg was er niet
veel meer te zien dan een grote, witte verblindende vlakte met hier en daar de
dorre uitsteeksels van struiken. We stopten bij een totaal onverwachte
plattelandsmarkt. Het betrof hier een verzameling half-nomadische Turkmenen
die onbekommerd op dekens en strooien matten midden in de modder hun
waardeloze spullen geduldig zaten te verkopen. Het was één groot
modderballet. Aisje kocht direct laarzen zodra ze die opmerkte. Johan zoemde
onverstoorbaar in op woeste mannenkoppen en verweerde oude vrouwtjes.
Honderd
kilometer verder stopten we opnieuw, nu bij een nederzetting van lemen hutjes.
Daar was armoe troef. De
ondervoede kinderen staarden ons met doffe ogen aan; ze lieten ons een gammel
sleetje zien dat ze met gevonden waardeloos materiaal in elkaar hadden
geknutseld. Pas als ik zoiets zie krijg ik tranen in de ogen en een brok in de
keel van medelijden. We mochten ook binnen in een van de hutten een kijkje
nemen; daar zat een oude vrouw in dekens gehuld een zuigeling te wiegen. Ik
moest mijn natuurlijk terughoudendheid overwinnen om toch een foto te nemen.
Achteraf bleek die mislukt te zijn, en terecht. Het was de straf voor een te
grove inbreuk op de intimiteit van de havelozen op deze wereld.
We
hadden een rustige chauffeur, alweer een nieuwe. Na aankomst bij elk hotel
verdween de bus terug naar het vertrekpunt en kregen we een bus van het nieuwe
hotel. Ook de bemanning werd dan steeds vernieuwd. Dit druiste in tegen ons
westerse gevoel van efficiency, maar volgens Rens was dit hier de norm. Alle
hotels moesten een beetje aan ons kunnen verdienen, vandaar. Tijdens de hele
reis hebben we dus 6 verschillende busjes met evenzoveel verschillende
chauffeurs gehad. Meestal spraken die wel een woordje Russisch of Turks, zodat
we er enigszins mee konden communiceren. Een van hen vertelde me trots dat hij
meegereden had in het gevolg van Hillary Clinton. Die had in de zomer een
promotiereis door Oezbekistan gemaakt ter gelegenheid van het 2500-jarig
bestaan van de Zijderoute.
|
Terug
naar die rustige chauffeur. Die rust bleek niet in zijn karakter te zitten,
maar werd hem opgelegd door panne aan de motor, iets met het filter of zo.
Harder dan 40, 50 kilometer kon het busje niet. En wij maar denken dat hij ons
de kans gaf op ons gemak van die doodse oneindigheid te genieten! Hoe dan ook,
twee uur later dan gepland verschenen de eerste industriesilhouetten van
Boechara aan de horizon. We passeerden een olieraffinaderij en wat staal- en
textiel fabrieken (in een van die werkte Damir, mijn Basjkierse slapie uit de
trein) voordat we de winterse stad binnenreden.
Ons
hotel lag aan de rand van de oude binnenstad. We hadden weer eens een complete
etage tot onze beschikking. In de twee hele dagen die ik hier doorbracht had
ik redelijk veel contact met de relatief jonge dezjoernaja's. Het waren twee
kolossale Russische vrouwen met borsten als meloenen en heupen als giertonnen.
Ze konden werken als paarden, waren op een natuurlijk-lompe wijze aardig en
spraken zowaar een woordje Engels. Door hen liet ik dan ook mijn vuile kleren
wassen, dat was hun wel toevertrouwd.
|
 |

