
VRUCHTBARE
VALLEI
Rillend
van de kou kwamen we rond acht uur bij het vliegveld van Urgensch aan. De
verwarming van het busje was stuk, gelukkig duurde de rit maar een half
uurtje. We hadden tijd genoeg om in te checken, maar plotseling ontstond er
hyperactiviteit en moesten we in een razend tempo door de douane en de
controleposten. Wat bleek? Onze vlucht van 10.00 uur naar de hoofdstad
Tasjkent (waar we trouwens moesten overstappen) was door onbekende oorzaak
gecancelled, wel konden we nog mee met de vlucht van 08.30 uur naar Namangan.
Namangan? Waar lag dat nu alweer? In het Fergana-bekken, 80 kilometer van ons
einddoel de stad Fergana af. Als we niet meevlogen betekende dat een extra dag
houtje bijten in het onaantrekkelijke Urgensch. De keuze was niet moeilijk, op
naar Namangan!
Toen
we daar na een dik uur vliegen in een Iljoesjin aankwamen, ontstond er
tweespalt in de groep. De familie wilde niet terugvliegen naar Tasjkent om daar onze geplande vlucht
naar Fergana te halen. Rens, Peter en ik wilden dat echter wél, we verheugden
ons al op de unieke Yak-40 waarmee we zouden vliegen. Kort en goed, de
dissidente familie huurde
twee taxi's en zetten koers naar Fergana dat aan de andere kant van de vallei
gelegen was. Wij vervolgden onze oorspronkelijke reisroute naar Tasjkent,
moesten daar nog twee uur wachten in vernieuwde departure hall van de domestic
airport en vlogen vervolgens terug naar Fergana.
|
Die
laatste vlucht bleek heel aardig, niet alleen vanwege de geweldige panorama's
van de met sneeuw bedekte bergen, maar ook omdat het er gezellig aan toe ging
in de cabine. We zaten tussen jonge kerels die allemaal wel een woordje Duits
of Engels spraken. Toen ik van de stewardess geen foto mocht nemen (een verbod
dat uit communistische tijd stamde), namen zij het heft in handen en dwongen
me bijna om haar te negeren en toch een shot van het uitzicht te nemen. De
beteuterde stewardess haalde maar eens berustend haar schouders op.
Om
half vier in de namiddag landden we op het enorm uitgestrekte vliegveld van
Fergana. Het bleek ook in gebruik bij de Oezbeekse luchtmacht, met name de
reusachtige Antonov-vrachtvliegtuigen moesten hier kunnen starten en landen.
In het Limburgse Beek zorgt dat soort toestellen voor de meeste
geluidsoverlast. We werden netjes opgepikt en met een aftandse Ursus-bus
(autobus van twijfelachtige kwaliteit van Hongaarse makelij) naar ons
redelijke hotel gebracht. De familie was
twee uurtjes eerder aangekomen; ze hadden weliswaar tijdwinst geboekt, maar in
de stad was verder niets interessants te ontdekken. Ja, de zoveelste markt,
maar als je er één gezien hebt, heb je ze allemaal gezien.
|
 |
|
Wat
mij betreft hadden ze de hele Ferganavallei over kunnen slaan.
Oorspronkelijk was het ook uit het programma geschrapt, omdat het door
gesloten passen en gevaarlijke wegen over de weg niet bereikbaar was. Op
speciaal verzoek van Johan was de trip toch toegevoegd inclusief al die extra
vluchten. In de zomermaanden moet het in dit zeer vruchtbare dal uitstekend
toeven zijn. De moerbeibomen staan dan in volle bloei en de akkers dragen
talloze vruchten. Fergana-fruit is vermaard en de katoenopbrengsten zijn
er fenomenaal. Ook wordt er natte rijstbouw beoefend.
In
de winter echter niets van dit alles. Een kille mist hing tot aan de middag
over de kale velden. Architectonisch en cultureel heeft de hele streek weinig
te bieden. De vallei is ongeveer zo groot als Nederland, ze ligt tussen het
Pamir- en het Tien Shangebergte ingeklemd. In feite is het een
hoogvlakte van 500 meter die maar vanuit drie kanten via meer dan 2.000 meter
hoge cols bereikbaar is. Het is qua geografische ligging vergelijkbaar met de
provincie Limburg, een wormvormig aanhangsel tussen de beide buurlanden
Tadzjikistan en Kirgizië. In het oosten moet je de hoge bergpas achter Osh
over teneinde het levendige Kashgar te bereiken, de bekendste pleisterplaats
op de Zijderoute in Chinees Turkestan (oude benaming voor het hele
Middenaziatische gebied), het domein van de meest oostelijk wonende Turkse
volksstam, de Oejgoeren.
|
 |
|
De
bevolking is er erg gemêleerd, hoewel de Oezbeken er in de meerderheid zijn.
Regelmatig worden er pogroms gehouden, de laatste had negen jaar geleden (in
1987) plaats toen etnische Oezbeken honderden Turkse Mesjieten over de kling
joegen. De bevolkingsdruk is hoog; meer dan vijf miljoen mensen leven er niet alleen van landbouw, maar ook
van industrie. Je ziet het duidelijk aan de omvang van de steden: Namangan
400.000 inwoners, Andizjan 300.000, Margilan 250.000, Fergana 225.000, Khokand
200.000.
We
verkenden de vallei middels twee excursies, een facultatieve en een die bij
het programma was inbegrepen. De familie vond de eerste te duur,
maar ging toch morrend mee. Dat die taxi's vanuit Namangan meer dan 100
dollar kostten deerde hen blijkbaar niet. En in Boechara hadden ze bij de
soefi's voor 400 dollar illegaal een meer dan 80 jaar oud tapijt gekocht, dat
soort antieke tapijten mag helemaal niet eens uitgevoerd worden. Een van de
excursies voerde ons naar de zijdestad Margilan en de oude emirhoofdstad
Khokand.
|
 |
|
In
Margilan bezochten we een zijdewerkplaats waar de arbeiders, vooral meisjes
onder de twintig jaar, vrolijk het kostbare goedje be- en verwerkten. In
Khokand was het emirpaleis uit de vorige eeuw (slechts voor een kwart
gerestaureerd) en een armzalig museum ons doel. Ik vond het maar een zinloze
excursie, hoewel de meisjes van de zijdefabriek (de bekende Oezbeekse zangeres
Yulduz Usmanova schijnt daar op zestienjarige leeftijd te hebben gewerkt)
tegen ons heel aardig waren.
De
excursie naar Andizjan was zo mogelijk nog waardelozer. We moesten uren rijden
om een grijze, onaantrekkelijke stad te bezichtigen. De plaatselijke markt was
er kleurloos, met name door het ontbreken van vrouwen. Die lui daar zijn
streng Islamitisch in de leer, volgens hen horen vrouwen niet op straat rond
te zwalken, maar moeten ze zich thuis dienstbaar maken voor de heer des huizes
en de grote kinderschare.
De stad staat bekend als geboorteplaats van Baboer,
een prins van Mongoolse afkomst die op de vlucht voor de Oezbeekse legers
eerst in Afghanistan en vervolgens in Noord-India terechtkwam. Daar
stichtte hij het befaamde Mogol-rijk dat drie eeuwenlang over India heerste
voordat het door het Britse koloniale leger werd weggevaagd.
(Shah Jahan,
Jehangir, Akbar en Aurangzeb behoren tot zijn illustere nazaten. Niet voor
niets hebben de Indiase bouwwerken uit de Mogol-periode stilistisch gezien veel
weg van de monumenten in Centraal-Azië.) |
|
Gelukkig
is het wel mooi weer in Andizjan. We bezochten er een Baboermuseum , een
moskee en een medresse waar moslimstudenten ons beschroomd rondleidden. De
kleine blonde Joris zorgt daar voor veel hilariteit door vloeiend Turks te
praten. Ik vond die studenten met hun inteeltkoppen maar griezelig, ze deden
me te veel denken aan Talibaan (moslim studenten, zeer recht in de leer en super
vrouw onvriendelijk. Ze hebben nog steeds de macht in Afghanistan). In
de bus voer ik met Johan een zwaar filosofisch gesprek over religie. Hij is
net als ik iemand die dit maar allemaal onzin en volksverlakkerij vindt. Hij
laat zijn zoontjes vrij in het kiezen van een eventueel geloof. Met Joris had
ik trouwens een leuke relatie. Hij fotografeerde nogal wat leeftijdgenoten op
straat. Die schreven dan hun adres op, zodat Joris hen de foto's kon opsturen.
Het probleem echter was dat Joris geen Russisch kon lezen. Hij kwam dan naar
mij toe met zijn briefjes en ik vertaalde die dan voor hem.
Het
ontbijt in het hotel was een waar genot. We kregen eieren naar wens, konden
kiezen uit koffie, thee en/of kefir, twee soorten warm brood, kaas, worst,
marmelade en als klap op de vuurpijl, blintsji's (soort vette pannenkoek,
gevuld met groente en vlees met zure room en jam). Buiten de deur eten was
echter een bezoeking. Er was gewoon niets. Uiteindelijk vonden we een
Pakistaan die een soort snackbar had geopend. Daar lieten we ons de
Paki-specialiteiten smaken. Bij hem waren we ook getuige van een vechtpartij
tussen opgeschoten jongelui die te diep in het glaasje, respectievelijk
wodkakommetje hadden gekeken. De Pakistaan wierp zich onvervaard in de
strijd en deelde menige rake klap uit. Maar hij moest zelf ook enkele meppen
incasseren. Wij hielden ons verre van het handgemeen en keken belangstellend
toe. Overigens, de plaatselijke politie was er sneller bij dan, pak hem beet,
in Groningen.
Het
voorval vond inderdaad plaats op Oudejaarsavond. Die werd hier ook gevierd. Op
het centrale plein was een grote 'ëlka' (Russisch: opgetuigde dennenboom) geplaatst
waaromheen mensen stonden te dansen (van de kou) en te drinken (ook van de
kou). Ook werd er vuurwerk afgestoken. De meeste festiviteiten vonden echter
plaats in besloten, huiselijke kring. De familie had achter de rug van Rens om
een avondje oud-op-nieuw vieren bij een privéadres versierd. Dat kostte hen
12 dollar. Het adres dat Rens had aanbevolen vroeg 15 dollar, maar dat vonden ze te
veel voor een hele avond onbeperkt zuipen en schransen met zang en dans toe.
De verhoudingen in de groep werden er niet beter op. Ikzelf bleef op mijn
kamer. Aisje kwam me een presentje brengen: Edammer kaas uit Holland en
pistachenoten uit Californië, gekocht op de 'zwarte' bazaar in Andizjan.
Hun
avondje was, zo bleek later, niet zo'n daverend succes. Iedereen was al snel
dronken. Johan beantwoordde die vele opdringerige toasts heel oneigenlijk door
zijn wodka stelselmatig stiekem bij de kamerplanten te gieten. Er was maar
één persoon in de Oezbeekse familie die Engels sprak, dus er bestonden volop
communicatie problemen. Hadden ze Rens maar ook moeten uitnodigen, dan
zouden ze met hun gastgevers meer en beter contact gehad hebben.
|