|
|
ODESSA
Ga naar de Fotocollage
Rondleiding door de stad Om half negen komen we in Odessa aan. Een busje brengt ons van het imposante station naar ons viersterrenhotel Tsjorni More (“Zwarte Zee”) dat slechts enkele straten verderop gelegen is. We kunnen alvast onze kamers betrekken, waar we onmiddellijk een douche nemen; de mogelijkheid om ons ’s morgens op te frissen in de trein was namelijk minimaal. Om 11 uur verzamelen we ons voor een stadswandeling onder leiding van Nataliya. In een rap tempo bezoeken we een aantal bezienswaardigheden die we de komende dagen op eigen gelegenheid wat meer gedetailleerd zullen bekijken. Het betreft hier onder andere: de moskee, de Opera, de Laacon-fontein voor het Archeologisch Museum, het stadhuis met het Engelse kanon en het standbeeld van de dichter Poesjkin, de beroemde Potemkin-trappen, de zeeboulevard en het paleis van Vorontsov met de zuilengalerij. Na echte koffie met een apart melkkannetje volgen de Brug van de Schoonmoeder met talloze hangsloten, de historische herenhuizen, het aangenaam beschaduwde stadspark met de Twaalfde Stoel, het schitterende hotel Passage. Daar nemen we afscheid van de groep.
Uitgestrekte boekenmarkt We bestellen aan een kraampje een broodje kebab. Die is zo zwaar als een baksteen, maar smaakt gelukkig niet navenant. We verorberen die halve kilo ter waarde van anderhalve euro op een bankje van een groot plein tegenover de kathedraal en bekijken het leven rondom ons heen. We nemen nog een kijkje in een modern winkelcentrum in Griekse stijl, de “mall” Atena. Op ons gemak slenteren we terug naar ons hotel. Daarbij passeren we een boekenmarkt (ook cd’s en software zijn er te koop) van enkele straten lang. Om vijf uur zijn we weer op onze stek terug. We drinken een pilsje in het hotelcafé, waar een groepje louche uitziende Kaukasiërs in leren jasjes naar een knokfilm op de breedbeeld-tv zitten te kijken. Steeds als het knokken op het scherm afgelopen is staren ze ons onbeschaamd aan. We voelen ons enigszins bedreigd door die duistere en onderzoekende blikken. We maken een eind aan al dat geloer en ondanks het aardige, goed Engels sprekende dienstertje kiezen we voor een snelle dronk en verlaten schielijk het etablissement. Van knokfilms houden we trouwens toch al niet.
Catering rondom het station Die avond willen we ergens in de buurt van het station gaan eten. Overal ter wereld vind je rond de stations eettentjes, restaurants en hotelletjes, behalve in Odessa. Natuurlijk kun je er je inwendige mens versterken, maar alleen voor een snelle hap aan kiosken en kraampjes en dat is niet wat we zoeken. We belanden in de marktzone, waar het nog steeds een drukte van belang is. Daar kunnen we terecht in een soort pizzeria, die echter veel meer niet-Italiaanse gerechten op het menu heeft staan. Voor een luttele vijf euro krijgen we stevige kost voorgeschoteld, inclusief drinken. Slide show van Odessa
Zuilengalerij Paleis van Vorontsov Een roedel straathonden Als we weer buiten komen is de duisternis al ingevallen. We worden omringd door een roedel straathonden, die zich jegens ons echter niet agressief opstellen, maar in de nachtelijke uren wel elkaar naar het leven staan. De grote aantallen honden in de Oekraïense steden zijn ons al opgevallen. Het zijn over het algemeen forse exemplaren, soms als een kalf zo groot. Overdag doen ze echter geen vlieg kwaad en liggen ze meestal, zeker nu tijdens de hete zomerdagen, amechtig puffend in de schaduw te dutten. ’s Avonds komen ze pas echt in actie en verdedigen ze in ware veldslagen tegen meutes uit andere wijken hun territorium. Het zijn behoorlijk slimme honden. De gedomesticeerde honden in westerse landen kun je vaak naar je toe lokken met schijnlekkernijen en zo, maar daar trappen deze stadshonden niet in. Ze bekijken je met een blik van “Ik heb je wel door, mannetje!” en blijven op een veilige afstand van hun grootste vijand, de mens. Tot onze grote verbazing zien we dat die honden zelfs voor de zebrapaden en het stoplicht wachten tot het groen is. En dat uit eigen initiatief, want een baasje in de buurt hebben ze niet. Ze lijken volkomen aan de stadsomgeving aangepast. De meeste zien er ook nog eens weldoorvoed en gezond uit, we vragen ons af hoe en waar zij hun dagelijkse kostje bij elkaar scharrelen.
Herenhuizen en parken De volgende dag staan er geen groepsactiviteiten op het programma. We slapen uit, gebruiken een stevig ontbijt en gaan op verkenning uit. We hebben een globale route via parken en standbeelden naar de kust uitgestippeld. We komen door statige buurten met herenhuizen uit de negentiende eeuw, sommige mooi opgeknapt en onderhouden, andere misdadig verwaarloosd. Hier en daar heeft men moderne appartementscomplexen neergezet, architectonisch heeft men ze proberen aan te passen aan de buurt, redelijk geslaagd vinden we. Clim heeft last van zijn voeten, dat betekent dat we regelmatig op een terrasje neerstrijken. In een van de parkjes huist een permanente kermis, een ander wordt gebruikt als trainingsplek en hondenuitlaatplaats.
Bekijk ons filmpje: Afghanistan – monument in park De parken getuigen van een groot achterstallige onderhoud, ook het grote stadspark Sjevsjenko waar we uiteindelijk terecht komen lijkt meer op een gewoon bos. Midden in het groen ligt een soort stadion, omringd door drooggevallen fonteinen. Op een kunstmatige heuvel staat de Zuil van ene Alexander (zal wel een tsaar zijn geweest, sinds kort noemen ze die hier keizer) waarvan we de opschriften niet kunnen ontcijferen. In geen velden of wegen is een mens te bekennen, en dat in zo’n drukke metropool. In al die uitgestorvenheid stuiten we onverwacht op een aardig monument: een bronzen soldaat die verslagen op de grond zit en treurig voor zich uit kijkt: het Afghanistan – Monument. De namen van de gesneuvelde soldaten uit de oblast (provincie) staan netjes in stenen platen gegraveerd. Wat dat betreft leken veel van die oorlogsmonumenten op elkaar. De Sovjet-Unie heeft in de tienjarige oorlog in Afghanistan bijna net zo veel manschappen verloren als de USA in Vietnam. En net als in de VS voelen de veteranen en oorlogsinvaliden zich ook in Rusland c.s. zwaar tekort gedaan.
Pioniers voeren ceremonie uit Niet ver daarvandaan bevindt zich het graf van de Onbekende Soldaat (eigenlijk staat er in het Russisch: Onbekende Matroos) met uitzicht over de Zwarte Zee. Er is net een herdenkingsceremonie aan de gang. Jonge pioniermeisjes in rokjes en witte sokjes buigen eerbiedig hun hoofd. Op de achtergrond dreunt een plechtige, zware mannenstem ons in de oren, declameert hij een gedicht of leest hij een heldenepos voor? Pioniersjochies met karabijnen voor de borst gekruist begeleiden een meisje dat een krans voor de Eeuwige Vlam neerlegt. Daarna hergroeperen de pioniertjes zich en in marstempo verlaten ze in keurig gelid het herdenkingsterrein. Het schijnt een plechtigheid te zijn die elke dag om twaalf uur plaats vindt. Aardig is de hond die volkomen ongeïnteresseerd tijdens het hoogtepunt van de ceremonie het podium beklimt en daar wat rondsnuffelt. Het is alsof mensen voor hem lucht zijn.
Rondom de zeeboulevard We zijn dan aan de hoge oever van de Zwarte Zee aangekomen en gaan weer het historische centrum in. Maar eerst weer eens koffie, nu op het chique Jugendstil-terras van een tot sterrenrestaurant omgebouwde art deco-villa. Ze vragen hier westerse prijzen en gezien de ambiance is dat volkomen terecht. We dalen af naar de havenstrook, komen langs monumenten voor omgekomen zeelui en de ingang van de zeehaven. We lopen de pier op, die is volledig gemoderniseerd met een passagiersterminal, een viersterrenhotel, een kerkje gewijd aan Sinterklaas (hier Sveti Nicolas) en een jachthaventje waar bruidsparen zich laten fotograferen. We beklimmen de Potemkin-trappen, ook hier kun je weer roofvogels en aapjes op de arm nemen, tegen betaling uiteraard. Het kabelbaantje naast de trappen is buiten werking. Bovenaan aan de zeeboulevard staat een van de herinrichters van de stad, de Fransman Richelieu, inderdaad (achter-) kleinzoon van de beruchte kardinaal.
Een oase van rust We komen uit bij een plein waar een beeld van Catharina de Grote staat te pronken. Alles in deze buurt ziet er netjes uit, nergens op straat ligt rommel. De hoofdstraat even verderop is tot voetgangersgebied verklaard en herbergt nu veel terrassen. Naast de Opera ontdekken we een heerlijk beschaduwd pleintje waar we in alle kalmte nu eens niet van koffie maar van fris kunnen genieten. In het theater zijn repetities aan de gang; af en toe dringen flarden opera-aria’s tot ons door. Ja, het is aangenaam toeven in deze oase van rust. Te voet keren we terug naar ons hotel, dat toch nog 20 minuten van het centrum af ligt. We eten die avond bij een Turks restaurant, waar niemand van de overvloedige (beter is: overtollige) personeelsleden een woordje Turks blijkt te spreken. Naast ons zitten twee misschien wel groene weduwen die naarmate de wodka rijkelijker vloeit steeds luidruchtiger worden. Bij een Gastronom (kruidenier, omgebouwd tot supermarktje) slaan we bier, fris en wodka in. Op de tv wordt buitenlands voetbal getoond: de spannende competities in Mali en Senegal zijn in volle gang en er worden fragmenten vertoond van “top”-wedstrijden op zanderige trapveldjes. Zijn beelden van de Spaanse Primera Divisiòn, Engelse Premier League, de Italiaanse Série A of de Duitse Bundesliga soms te duur?
Pleintje naast de Opera
Vandaag vertrekken we met de tweede nachttrein naar Lviv. Tot 17.30 uur hebben we nog de kans eigen activiteiten te ontplooien. We beginnen met uitslapen en dwalen vervolgens een beetje kris kras door de stad en genieten van het zomerse weer en de ontspannen sfeer. Jos heeft de gelegenheid om op zijn gemak foto’s te maken; Clim houdt zich ondertussen bezig met het tellen van de Bentleys in het verkeer. Inderdaad, in de centra van de grote steden zien we bijna alleen maar auto’s van minder dan drie jaar oud. De hogere prijsklassen zoals BMW en Mercedes en grote SUV’s zijn goed vertegenwoordigd. In Odessa telt Clim zes dure Bentley’s plus nog enkele limousines. Jos kijkt daar anders tegenaan: hij constateert dat in de helft van die dure merken de auto dooreen sexy blonde jongedame met zonnebril wordt bestuurd. Toevallig belanden we nog in een straat waar tientallen vintage (classic) cars (in NL ten onrechte als old timers betiteld) staan geparkeerd. Ze hebben veel belangstelling van het manvolk. Er staan ook oude legervoertuigen bij, een van de sovjetjeeps is nog steeds uitgerust met een mitrailleur.
De tweede nachttrein We komen ook langs de oude havenwerken. Veel van de loodsen staan half ingezakt en overwoekerd door onkruid nutteloos te wezen. Allerlei machines en spoorrails liggen er te verroesten. We wachten ons vertrek naar het station af met een langdurig verblijf op een terras, ondertussen honden en mensen bestuderend. De nachttrein vertrekt om 19.00 uur. Het is weer een oude, maar schone trein, op de toiletten na dan toch. We delen een coupé met een jong Oekraïens stel die in Tirnapol (100 km van Lviv) gaan trouwen. Zij studeert psychologie, hij economie. Zij spreken een beetje Engels, wij een beetje Russisch, echte communicatieproblemen zijn er dan ook niet. Ook onze medereizigers zijn bij “vreemdelingen” ingekwartierd. Het jonge paartje gaat al gauw slapen, want zij moeten er al om 4 uur uit, midden in de nacht. We proberen door de ramen iets van het landschap te zien, maar op de stations na is alles in diepe duisternis gehuld. Langs de spoorbanen heeft men dicht struikgewas en bomen geplant, daardoor is het net alsof we lange tijd door een donkere tunnel rijden.
|