|



Na de pracht van Schwerin's slot vormt Ludwigslust (1765) een echte
afknapper. We komen binnen door een verwaarloosde achteringang. Het restaurant
en de boekhandel zijn opgeknapt en zien er wel netjes uit. Nog twee of drie andere
kamers, respectievelijk zalen mogen er ook zijn, maar in onze (misschien
ietwat verwende ogen) zijn die niet zo bijzonder waardevol. Het stikt er van de
suppoosten die er lusteloos rondhangen en onderling praatjes houden, een
overblijfsel uit de DDR - tijd nemen we aan (toen mocht immers niemand werkloos
zijn). De muren zijn er kaal, het stucwerk brokkelt overal af en waar we ook
kijken ontwaren we
vochtplekken. De zogenaamde Goldener Saal is tot onze teleurstelling niet open, net zoals zoveel andere
zalen. Veel ornamenten en beelden zijn gemaakt van Ludwigsluster karton, een
soort papier maché dat net echt lijkt. Zo kun je ook de kosten drukken. Gelukkig
heeft men ook hier restauratiewerkzaamheden ter hand genomen.
Het slotpark (met zijn stenen bruggen over kanaaltjes, kunstmatige klassieke
ruïnes, 24 watervalletjes, nagemaakte beelden en mausoleum) bezoeken we gezien
het sombere weer slechts gedeeltelijk. Het stadje zelf, enkel en alleen gebouwd
als ondersteuning voor het paleis (garnizoen en bedienden) is een voorbeeld van
vroeg - zeventiende-eeuwse planning.
We rijden snel via de autobaan terug. In ons stadje Reinfeld laten we de tank
volgooien. Het regent aan een stuk door. Gelukkig ligt Daddy's Cool langs ons
hotel, zodat we niet ver hoeven te lopen om onszelf op een uitgebreid avondmaal
te vergasten. 's Avonds kijkt Clim naar een film over een Oostenrijkse opstand
ten tijde van de Napoleontische bezetting van dat land begin negentiende eeuw.
Jos leest, plant de rit van morgen en maakt aantekeningen voor dit verslag.
|
LUDWIGSLUST
Ludwigslust
behoorde aanvankelijk tot de goederen van het geslacht Klenow, dat
het in 1616 aan de hertogen van Mecklenburg verkocht. Naar
Christiaan Lodewijk II van Mecklenburg - Schwerin, die er graag
verbleef, kreeg de stad de naam Ludwigslust. Onder zijn zoon en
opvolger Frederik II werd de plaats in 1765 residentie van de
hertogen, later groothertogen, van Mecklenburg - Schwerin.
Groothertog Paul Frederik verplaatste de residentie midden 19e eeuw
echter opnieuw naar Schwerin, waardoor de ontwikkeling van het
voorheen florerende Ludwigslust enigszins stagneerde. Sinds de
samenvoeging van Mecklenburg- Schwerin en Mecklenburg - Strelitz in
1934 lag de stad in de deelstaat Mecklenburg, sinds 1945 in
Mecklenburg - Voorpommeren. Ludwigslust: Schlosspark
Locatie: in het stadscentrum
Hertog
Friedrich von Mecklenburg-Schwerin vestigde de nieuwe zetel van zijn
regering in 1764 in Ludwigslust. Ten zuiden van het vervallen
Schloss is een magnifieke cascade, waarachter een lindenlaan naar de
stadskerk loopt. De cascade was oorspronkelijk van hout, maar werd
in 1775 opnieuw opgebouwd uit zandsteen. Er zijn nog meer
waterwerken in het Schlosspark, waaronder een cirkelvormige cascade
met 24 fonteinen en een flink kanaal. Er is niets over van de lange
parterre (nu een grasveld) ten noorden van het Schloss.
De centrale as ziet uit op de Hofdamenallee,
een lindenlaan die door de bossen loopt. Op een eiland ten westen
van het Schloss ligt een gotische katholieke kerk uit 1818 met een
afzonderlijke klokkentoren. Verder zijn er twee mausolea, een ruïne
en een Zwitsers boerderijtje, dat veel wegheeft van een prinselijke
residentie. Het uitgestrekte Schlosspark ten noorden en westen van
het paleis is aangelegd in de Engelse landschapsstijl. Peter Joseph
Lenné werd in 1852 gevraagd het landschap opnieuw vorm te geven, en
hoewel het geheel eruitziet als een onverzorgd bos, zijn de
belangrijkste doorkijkjes die hij in het bos- en weidelandschap
aanlegde nog wel te herkennen. Veel elementen van het park bestaan
nog, waaronder mooie bomen, meren en rododendrons, maar 40 jaar
communisme heeft zijn tol geëist.
|


|