|
|
Za, 10 april 1993
HEENVLUCHT
Een Egyptische taxichauffeur brengt ons naar Manhattan. Eigenlijk is Abdul student, maar in de weekends brengt hij met zijn taxi vrachtjes rond om zijn studie aan een college te kunnen financieren. Hij spreekt met zwaar Amerikaans accent. Een aardige vent, die Abdul. We praten over terrorisme (de daders van de aanslag op het WTC bleken Egyptische fundamentalisten te zijn) en criminaliteit; beide onderwerpen zijn favoriet in deze metropool. We passeren La Guardia, het andere internationale vliegveld van New York, het Shea ‑ stadion (waar ooit de Beatles furore maakten) en de tolbrug naar Manhattan, dat we vanuit het noorden inrijden. Het is nog steeds miezerig weer.
HOTEL LEXINGTONOm half zeven stappen we de blinkende lobby van Hotel Lexington binnen. Het hotel stamt uit de dertiger jaren en is van baksteen gebouwd, zo'n 25 verdiepingen hoog. Aan de balie worden we geholpen door een Duits sprekende jongeman, hij heeft Oostenrijks bloed. We laten hem direct telefonisch een gospeltour voor de volgende morgen reserveren. Ook nemen we een kluisje, waarin onze paspoorten e.d. veilig worden opgeborgen. Onze kamer is klein, zoals verwacht, maar alles is wel pico bello in orde. Dat mag ook wel voor een prijs van fl 150 per persoon per nacht. Niet dat we zoveel betalen, hoor, via Jan Doets hebben we uiteraard korting gekregen. We nemen een snelle douche en gaan een ommetje maken. Het is een redelijke dure en ook hoge buurt waarin we zitten. Er liggen veel nieuwe wolkenkrabbers uit de jaren zeventig en tachtig. Ook de huren van de appartementen en de hotelprijzen zijn hier torenhoog.
We eten in een Koreaanse delicatessenzaak annex kruidenier/restaurant tegenover ons hotel. De hardwerkende Koreanen en hier en daar nog wat Joden bezitten in Manhattan de kleinere winkels waar je van alles kunt kopen. De prijzen liegen er niet om. We doen ons tegoed aan het buffet. Wat we opscheppen wordt per gewicht berekend. We hebben allebei een bord met lekkernijen voor $ 9. We besluiten nu al dat dit onze vaste deli zal worden. In de bar van het hotel nemen we nog een dure Budweiser, er is live music en een pianiste croont er lustig op los. Om half elf gaan we slapen. Onze biologische klok wijst dan al half vijf in de nacht aan, dus het wordt tijd.
|