|
|
Ma, 12 april 1993
STADSRONDRIT
De stadsrondrit begint op dezelfde plaats als gisteren de gospeltour. We komen er met de taxi. Onze gids heet Marina, een Spaanstalige dame van onze leeftijd die 4 andere talen vloeiend beheerst. Ze draagt een parmantige hoed. In de bus zitten verder een Duits paartje, wat Italianen en een Maastrichtse advocaat met familie. We rijden eerst naar het noorden, langs enige bekende Broadway‑theaters en Columbus Circle. Eerste stop is het Lincoln Centre, een modern cultureel centrum uit de jaren zestig. De speelplaatsen waar de musical "West Side Story" is opgenomen hebben voor dit kille complex moeten wijken. Over Broadway en de Amsterdam Avenue gaat het verder. Columbia University (de grootste onroerend goedbezitter van de stad), Upper West Side met het Dakota Building waar John Lennon is neergeschoten (Yoko woont er nog steeds met haar zoon John jr.), de appartementen van celebrities als Michael Douglas, Woody Allen, Sylvester Stallone, John McEnroe, Meryl Streep, Tatum O ' Neal, Michael J. Fox, Mia Farrow, noem maar op.
The Cathedral of Saint John the Divine markeert het begin van de wijk Harlem. De kerk is nog niet af, maar ze is nu al enorm van afmetingen. Als ze klaar is moet het de grootste gotische kerk ter wereld zijn. Door de 125e Straat, waar we gisteren ook al waren, draaien we naar het oosten en bij Fifth Avenue rijden we naar beneden, langs de zogenaamde Museum Mile. Dit is tevens een chique woonwijk, overal staan bewakers en portiers voor de appartementengebouwen. Eén van die steenrijke bewoonsters is Jackie Onassis‑Kennedy, daar laten we het bij. Aan de Avenue, die de westgrens van Central Park vormt, liggen 9 min of meer grote en bekende musea: Metropolitan Museum of Art, Frick Collection, Jewish Museum, het modernistische Guggenheim‑Museum, enzovoort.
MIDTOWN
Vervolgens belanden we in Midtown: Trump Tower, Plaza Hotel, St. Patrick's Cathedral, Rockefeller Centre, Empire State Building, en nog zuidelijker het Flatiron Building. Al gauw daarna stappen we uit in Chinatown en Little Italy, waar we een rondwandeling maken. Daarna stappen we opnieuw uit in het World Financial Centre. Het World Trade Centre is nog steeds voor bezoekers gesloten vanwege de ravage die de bomaanslag heeft veroorzaakt. We zitten hier in de nieuwe wijk Battery City die gebouwd is op ingedijkt land. De Hudson is hier dus smaller geworden. We verblijven even in het Atrium, een futuristisch aangelegde hal, erg licht door veel gebruik van glas en met echte palmen. De yuppies zitten op de trappen hun lunchpakket te eten. Het WFC bestaat uit een viertal plompe torens, ze zijn de nieuwste in de stad. Via Battery Park en het Financial District met Wall Street komen we bij de South Street Seaport, waar we ons laten afzetten. Vroeger was dit een zeehaven, nu een gerenoveerd toeristisch oord. Het is net lunchtijd en we eten er gigantische broodjes rosbief. En wie zit er aan ons tafeltje? De vrouwelijke gids van het Duitse groepje uit Bremen!
Om 2 uur krijgen we van een bescheiden New Yorker een privé‑rondleiding over een tweetal schepen; de viermaster Peking (einde vorige eeuw, voer op Chili) en het lichtschip de Aurora (lag in de geulen van New York Bay). Aardige rondleiding, die bovendien gratis is. Uit erkentelijkheid geven we toch maar een donatie aan de stichting die hier alles beheert. In de USA zijn alle musea, theaters en dergelijke particuliere ondernemingen die elke vorm van overheidsondersteuning (subsidies) ontberen. Ze moeten zichzelf bedruipen met acties, mecenassen en donaties. Het systeem blijkt goed te werken; alle musea in de Verenigde Staten zijn perfect georganiseerd en uitgerust.
SEAPORT SOUTH STREET
Daarna volgt een rondvaart op een met een zware motor uitgeruste voormalige raderboot. In tegenstelling tot de ochtend is nu het weer somber en koud geworden, jammer. We varen rondom Liberty Island, langs Ellis Island en een stukje de Hudson op. Mooie panorama's van het zuidelijke puntje van Manhattan. Vaak staan we als enigen op het dek, rillend in de kou. Gelukkig hebben we regenjasjes bij ons.
Weer aan wal verkennen we het Oude Schipperskwartier. Het is allemaal netjes gerenoveerd, dat wel, maar een en ander doet toch steriel aan. En té veel souvenirwinkeltjes, laten we het daar maar op houden. Bij een deli kopen we blikjes bier in een little brown bag. We lopen nog wat rond in dit oudste gedeelte van New York, zeg maar het gedeelte waar ooit nog de Hollanders de scepter hebben gezwaaid. De straten zijn hier nog niet genummerd. Soms hebben ze zelfs nog Nederlandse namen. We bekijken nog het Woolworth Building (niet naar binnen, er wordt net gesloten) en het Stadhuis. Daarna houden we het voor gezien en zoeken we een metrostation op. We vinden er een bij Broadway en Canal Street. Het duurt een tijdje voordat we enig inzicht hebben in het subway‑systeem. Het is de meest ingewikkelde metro die we ooit ergens meegemaakt hebben. Na enige studie komen we er uit, kwestie van lezen. Northbound direction moeten we hebben en wel een express. Overstappen op een local dienen we op Grand Central Station te doen. Een half uurtje later staan we op de 5le Straat, 2 straten terug ligt het Lexington Hotel. Koffie bij de Koreaan, daar hebben ze trouwens een zwarte bedelaar‑portier aan de deur staan. Hij dringt zich niet op, maar is door zijn forse gestalte niet te negeren. Hij staat er bijna dag en nacht, de Koreanen kunnen er niets tegen doen.
‘s Avonds maken we op onze kamer kennis met het kamermeisje Azalea. Ze ziet er niet bepaald als een frisse bloem uit, eerder verlept. Maar ze is wel aardig en ietwat schuchter. Het is een Portoricaanse in “her late thirties' die in Harlem woont. Ze spreekt een woordje Engels. We geven haar een dollar of twee fooi, waarmee ze blij is. Na het eten (het wordt weer een schranspartij want we vinden alles lekker of de moeite waard om te proeven) duiken we ergens een café binnen. Als blijkt dat achterin een soort galerie is weten we meteen dat het weer erg dure pinten worden. Dat let Clim niet om er toch nog een extra te bestellen. Jos loopt het belendende hotel Doral Inn binnen en neemt daar een exemplaar van de bijna vuistdikke New York Times mee.'Geklauwd!', zegt Clim, Nee, eerlijk gekregen, riposteert Jos, niet geheel waarheidsgetrouw.Vandaag gaan we ver na elven pas naar bed. Per slot van rekening moet de krant eerst uit!
|