Grillige rotsformaties
Het loopt al tegen zessen als we Montenegro binnenrijden. We verlaten het meer
en scheren westelijk langs de hoofdstad Podgorica in de richting van de bergen.
Onderweg stoppen we nogmaals voor een uitzicht over het meer. In de verte zijn
nog net twee identieke conusvormige bergjes zichtbaar. Ze liggen naast elkaar en
worden door de plaatselijke bewoners “Sophia Loren” genoemd. (Zie foto links) We
bereiken een grandioze bergwereld, niet zo hoog liggend, maar vooral imponerend
door de ruigheid ervan. Het is alsof de bergen door een reus met een moker tot
gruzelementen geslagen zijn, alle rotsen zijn gekliefd en gebarsten. De
verweerde rotsformaties zijn door de erosie grillig gevormd. Ze zien er grijs
uit, anders dan de naam Crna Gor – Montenegro ( Zwarte Bergen) doet vermoeden.
Het is echt een land voor guerrillastrijders; er zijn duizenden mooie plekjes om
je voor de vijand te verbergen of om hem in een hinderlaag te lokken. Het is de
Turkse legerscharen nooit gelukt om dit gebied volledig in handen te krijgen.
Een gevleugeld gezegde in dit land luidt als volgt: “God gaf Montenegro rotsen,
de Montenegrijnen maakten er helden van.”
Late aankomst in Cetinje
We verkennen het land vanuit de vroegere hoofdstad Cetinje. Deze stad van net
20.000 inwoners ligt verscholen in een kom tussen de bergen. Ons Grand Hotel
heeft de allure van een 4*-hotel (binnenzwembad, meerdere restaurants,
tennisbanen, vergaderzalen) , maar waar toch een en ander aan ontbreekt.
Zo weigert de kleine, trage lift enkele malen dienst en blijft met gasten erin
ergens tussen twee etages steken. Het hotel telt 250 kamers, maar de twee
liftjes zijn hier niet op berekend, volstrekt onvoldoende. Op enkele goedkope
pensionnetjes na is het de enige fatsoenlijke overnachtingsmogelijkheid in de
stad. Na het diner zoek ik het terras op waar ik gewoon met euro’s kan betalen.
Montenegro heeft geen nationale munt meer, maar is na toestemming van de EU
overgestapt op de euro. Een duidelijkere sollicitatie naar het lidmaatschap
bestaat eigenlijk niet. Eindelijk op mijn kamer een tv die ook buitenlandse
zenders biedt. Toch blijf ik hangen bij een Servisch kanaal waar een film over
een Servische sluipschutter getoond wordt. Hoewel ik er niets van versta kan ik
de plot wel volgen. Voor mij is het een actueel thema nu ik in het voormalige Joego – Slavië rondreis.
Herenhuizen en ambassades
Bij het ontbijt word ik verrast door reuzenworsten die op me liggen te wachten.
Jammer genoeg smaken ze naar niets. Ik ben gek op worst, maar de volgende keer
laat ik ze gewoon liggen. We worden afgehaald door een nieuwe gids, Rade
genaamd. Hij spreekt heel expressief Engels, maar gaat grammaticaal
herhaaldelijk in de fout, wat overigens niet storend is. We gaan te voet het
stadje verkennen, het hotel ligt aan de rand ervan. We bekijken het centrum met
zijn negentiende-eeuwse bebouwing, zijn herenhuizen, ambassades en paleisjes met
belangstelling. Ook hier wil men de toerist waar voor zijn geld bieden: de
geveltjes zijn opgeknapt en hebben een frisse laag verf gekregen. In 1979 vond
hier een aardbeving plaats, wat tot enige verwoesting geleid heeft. Bijna
honderd mensen kwamen bij die ramp om. Na drie kwartier dirigeert Rade ons naar
het lokale Historisch en Kunstmuseum. Ik heb echt geen zin in een rondleiding door een muf gebouw
terwijl het buiten heerlijk weer is. Ik heb een tijdje voor mezelf en parkeer me
op een terras voor cappuccino. Het afgesproken half uurtje loopt uit tot een uur
en nog steeds geen groep te zien. Ik besluit dan maar weer eens op eigen
gelegenheid verder te gaan. Ik bezichtig het Cetinje klooster aan de voet van een berg,
dat dateert uit de 15e eeuw. Het is drie keer door de Turken verwoest, maar ook
weer drie keer volledig opgebouwd. De rechterhand van Johannes de Doper en een
splinter van het Kruis worden er vereerd. Dee Biljarda bezoek ik ook, een gebouw waar een grote maquette van Montenegro staat
en dat memorabilia bevat van Petar II Petrovic Njegos en tenslotte nog een
vrijstaand kerkje met eromheen grafzerken en overblijfselen met zuilen van
een verdwenen klooster.
Het monument van Danilo
Na enig aarzelen ga ik toch de berg omhoog, ik heb gezien dat er boven op de top
een monument ligt waar ik nieuwsgierig naar ben. Ik doe het op mijn gemak. Na
elke twintig, dertig meter gun ik mijn knieën rust. Om me heen fluiten de vogels
aan een stuk door, vlinders fladderen vrolijk om me heen, eekhoorntjes kijken me
verbaasd aan. Op een gegeven moment steekt een soort stekelvarken traag de weg
over. Het rumoer van de stad vervaagt naarmate ik hoger kom. Boven op de berg
bevindt zich onder een open koepeltje het monument ter nagedachtenis aan
bisschop Danilo uit de zeventiende eeuw, weinig interessant als je de
geschiedenis niet kent. Danilo was de stichter van de invloedrijke Njegos -
dynastie. Deze plek wordt Orlov Krs (Adelaars Nest) genoemd. Vanaf de top zie je duidelijk hoe het stadje precies in
een kom gesitueerd ligt. Een man met ontbloot bovenlichaam loopt al prevelend
een uitgesleten aarden pad op en af. Gezien zijn leeftijd vermoed ik dat hij wat
Russisch spreekt, dus ik vraag hem wat hij aan het doen is. Hoewel ik hem niet
helemaal kan volgen, maakt hij me duidelijk dat hij boete moet doen voor iets
slechts dat hij gedaan heeft. Hij moet nog 36 rondjes van de in totaal 200 die
hem opgelegd zijn. Ik blijf niet al te lang op de top, bergaf gaat vliegensvlug
zonder te rusten. Ik passeer nog een soort openluchttheater (nieuwerwets), tref
ineens souvenirkraampjes aan buiten de stad, maar wel in de buurt van de
busparkeerplaats.
Klooster van Cetinje
Mausoleum van bisschop Danilo
FOTOCOLLAGE CETINJE
Skadarsko Jezero
Een van de verrukkelijke vergezichten over het grootste
meer van de Balkan: Skadarsko Jezero. Het meer ligt op de grens van Montenegro
met Albanië en leent zich heel goed voor een tochtje per boot vanaf Virpazar,
een aardig, klein plaatsje aan de noordwestkant van het meer. Een rit over de
bergweg direct boven het meer is zeker aan te raden maar niet in het donker. De
weg is in de omgeving van Virpazar smal en bochtig, en regelmatig heb je het
gevoel met één wiel over de afgrond te hangen. Goede bestuurders moeten zich
daar niet door laten afschrikken.
Russische ambassade
Kunsthistorisch Museum
Cetinje is een stad in
Montenegro, het heeft circa 20.000 inwoners en ligt in de bergen, aan de voet
van de Lovćen, de berg die voor veel Montenegrijnen heilig is. Tijdens de Turkse
overheersing van de Balkan bleef Montenegro als enige gebied onafhankelijk en
bestuurden de vorsten het land vanuit Cetinje. Op het Congres van Berlijn (1878)
werd het land door de grote mogendheden erkend, en vestigden o.a.
Groot-Brittannië, Frankrijk en Oostenrijk een ambassade in Cetinje. Tijdens de
tijd van het Koninkrijk Montenegro was Cetinje de hoofdstad van het land. Na de
Eerste Wereldoorlog ging Montenegro deel uit maken van het Koninkrijk van
Serviërs, Kroaten en Slovenen (het latere Joegoslavië) en verloor Cetinje zijn
positie als hoofdstad. Cetinje bleef tot 1946 wel de hoofdstad van Montenegro,
daarna nam Podgorica (dat in de communistische tijd Titograd heette) die rol
over. Sinds 1993 heeft de regering van Montenegro weer een aantal centrale
functies in Cetinje gevestigd, waardoor de stad weer een gedeeltelijke rol
krijgt in het landsbestuur. Cetinje en de berg Lovcen zijn voor veel
Montenegrijnen symbolen van de voormalige onafhankelijke staat en het streven
naar vrijheid en onafhankelijkheid.
Het oudste gebouw in Cetinje is de Vlaska-kerk (circa 1450). Er zijn
verschillende gebouwen uit de tijd van de onafhankelijkheid: in de "Biljarda"
(1838) was het staatsbestuur gevestigd, het "Lokanda" was het eerste hotel en er
kwamen ambassades van de grote mogendheden, die gedeeltelijk nog herkenbaar zijn
aan bordjes op de gevel.
Een stad waar je wat bij moet lezen. De stad is anders dan
bijvoorbeeld Budva. De schoonheid en historie hebben zich vooral naar binnen gekeerd. De
oude hoofdstad heeft roemrijke tijden gekend. Tijdens de Turkse overheersing
bleef Cetinje onafhankelijk, de vorsten woonden hier. Onder meer
Groot-Brittannië en Frankrijk hadden ambassades in Cetinje. Tijdens de tijd van
het Koninkrijk Montenegro was Cetinje de hoofdstad van het land. Na de Eerste
Wereldoorlog ging het mis met Cetinje en verloor de stad zijn positie. In 1946
was Cetinje officieel hoofdstad af. De straten van Cetinje doen een beetje Frans
aan. Er zijn terrassen en prima restaurants. Voor de schoonheid moet je naar
binnen: de paleizen, oude ambassades en musea in. Oh ja, de rit ernaartoe, vanaf Kotor naar boven, is
werkelijk fabuleus.