|

Deze constructie in de buurt van de stad Salisbury is uniek en bestaat uit een
groot aantal concentrische structuren, ten dele uit reusachtige steenblokken
gebouwd, ten dele in de vorm van grondsporen, ontdekt bij opgravingen in de
jaren 1919-1926 en 1950-1964. De complexe bouwgeschiedenis is in te delen in
vijf fasen.
De oudste elementen (fase I, ca. 3100-2300 v.C.) zijn een ringwal (diameter 100
m) met een daarbuiten gelegen gracht en een daarbinnen gelegen krans van 56
kuilen, de Aubrey-holes, genoemd naar de ontdekker John Aubrey (1626-1697). Wal
en gracht bezitten een opening in het noordoosten, waar een grote steen, de
heel stone, was geplaatst.
Alle stenen, met uitzondering van die van fase I zijn zorgvuldig gekapt, en voor
een groot deel ook geslepen. De dekstenen zijn met pen-gatverbindingen op de
staanders vastgezet. Sommige bluestones tonen dergelijke kenmerken van een vorig
gebruik in fase II. Veel stenen zijn in de loop der eeuwen omgevallen en vooral
is een groot aantal bluestones verdwenen. Enkele grote blokken zijn in recente
tijd weer opgericht.
Stonehenge bezit een zeer regelmatige, geometrische plattegrond, waarin een
aantal richtingen is vastgelegd, die te maken hebben met markante momenten in de
loop van zon en maan. De belangrijkste is de as van het monument, die gericht is
op de zonsopkomst op de langste dag ten tijde van de constructie. Het lijkt dat
Stonehenge van een normaal henge-monument is uitgegroeid tot een astronomisch
observatorium, waarmee misschien zelfs eclipsen konden worden voorspeld. Deze
centrale functie - stellig ook in de religie - blijkt eens te meer uit de grote
rijkdom aan monumenten uit neolithicum en bronstijd in de naaste en wijdere
omgeving. Er zijn sporen van diverse, kleinere uit hout geconstrueerde
‘woodhenges’ bekend, met name in Wiltshire (zie Woodhenge). Enige relatie met
Keltische druïden, meer dan 1000 jaar later, berust op 17de- en 18de-eeuwse
romantiseringen en is archeologisch niet aangetoond.
Toeristencentrum. Salisbury and South Wiltshire Museum (lokale vondsten;
aardewerk; kostuums). In de in 1450 opgerichte kathedraalbibliotheek bevinden
zich vele waardevolle handschriften, waaronder een van de vier originele
manuscripten van de Magna Charta.

Stadsbeeld
Salisbury, met een goed bewaard gebleven historische binnenstad, is vooral
bekend door de gotische kathedraal (1220-1260), een drieschepige kerk met twee
transepten, waarvan één sterk uitspringend, als enige kerk van Engeland gebouwd
volgens één concepte (early English); alleen de toren, toegevoegd ca. 1330, is
in decorated style. De aan de kerk grenzende kloostergang (1270) met
kapittelhuis (er was echter nooit een klooster) is een van de fraaiste in zijn
soort in Engeland. Rond de kerk bevinden zich het bisschoppelijk paleis,
kanunnikenhuizen en de woning van de deken. Nabij Salisbury liggen Old
Sarum, waar nog sporen van een kamp uit de ijzertijd en de fundamenten van de
oude kathedraal zichtbaar zijn, en het plaatsje Wilton, vermaard door Wilton
House, zetel van de graven van Pembroke, na brand in 1647 herbouwd met een
vermaarde kunstcollectie (schilderijen, meubels; 19de-eeuwse
speelgoedsoldaatjes).
Geschiedenis
De geschiedenis van de stad is nauw verwant met die van het ca. 3 km noordelijk
gelegen Old Sarum, een Romeinse (Sorbiodunum) en Angelsaksische stad, waar
volgens overlevering Willem I de Veroveraar zijn baronnen bijeenriep ter
vernieuwing van hun eed van trouw. Vanaf 1075 was Old Sarum een bisschopszetel
en in dat jaar werd begonnen met de bouw van een kathedraal (voltooid 1092; door
brand verwoest en in de 12de eeuw herbouwd). In 1220 werd de bisschopszetel
overgeplaatst naar New Sarum, dat na de bouw van de kathedraal en mede door de
gunstige ligging aan het water en aan een kruispunt van wegen tot grote bloei
kwam.



|