|
Kaart Lake District
CARLISLE
Over de eerste treinreis valt weinig te vermelden. We moesten in New Castle
overstappen naar Carlisle. Die stad wordt ook wel de toegangspoort tot het Lake
District en Adrians Wall genoemd. Onderweg konden we af en toe een glimp
opvangen van de Muur van Hadrianus, een soort verdedigingsmuur die de Romeinen
bijna tweeduizend jaar geleden tegen de binnenvallende, woeste Picten uit het
noorden (Caledonië) opgeworpen hebben. We bekeken en passant nog even Carlisle,
maar erg interessant kan het niet geweest zijn, want we kunnen er ons nu in 2008
weinig van herinneren. We konden hier kiezen tussen de bus of de trein naar
Keswick, het toeristische centrum van de regio. We kozen voor het laatste en
moesten nog een keer overstappen in het plaatsje Penrith.
GRETNA GREEN
Slechts 12,8 km aan de Schotse grens ligt het eens zo beroemde Gretna Green. De
weg naar Gretna Green is niet zo romantisch als hij misschien was voor de jonge,
trouwlustige paren die zonder toestemming van de ouders bij de beroemde smid van
Gretna Green wilden trouwen. De Schotse wetten waren anders dan de Engelse en
een verklaring van de jonge mensen in aanwezigheid van getuigen was voldoende
voor een huwelijk. Nadat in 1940 de wet veranderd werd, kan men echter nog
steeds in Gretna Green trouwen, maar de trouwlustigen moeten dan van tevoren
minstens twee weken in deze plaats hebben gewoond. In ieder geval heeft Gretna
Green met zijn 2050 inwoners daardoor meer hotels dan dorpen van vergelijkbare
grootte.
HADRIAN'S WALL
Omstreeks het jaar 120 gaf de Romeinse keizer Hadrianus de opdracht
een muur te bouwen die zijn kolonie Brittania scheidde van het vrij
gebleven Caledonia. De kleine reeks forten die al eerder werden
gebouwd , werd nog eens uitgebreid met een keten van 17 versterkte
kampementen. De "Wall" liep van de Sollway First tot aan de Noordzee
over een afstand van 160 km. en met een hoogte van 5 mtr. Van de
muur is niet veel meer over, omdat veel als bouwmateriaal voor
boer-derijen en kerken werd gebruikt. In totaal hielden 13.000
infanteristen en 5.500 cavaleristen de wacht op en bij deze muur.
De zuidelijkste is de Hadrian's Wall (muur van Hadrianus); deze
staat op menige kaart slechts aangegeven met 'Roman Wall'. De muur
van Hadrianus strekt zich dwars over het land uit over een afstand
van 117 km vanaf Wallsend (einde van de muur) tot aan Solway Firth.
Met de bouw werd begonnen in het jaar 122. In 132 was de muur klaar.
Hoewel het een verdedigingsmuur was, werd hij voorzien van poorten,
want de belangstelling van de Romeinen reikte nog verder.
De muur, die zich uitstrekt van zee tot zee en met zijn flauwe
bochten is aangepast aan het heuvelachtige landschap, bestond
oorspronkelijk uit twee muren van bewerkte stenen, waarvan de
tussenruimte was opgevuld met aarde, steenmortel en puin. Een diepe
gracht aan de ene kant langs de muur en een minder diepe aan de
andere kant maakten deze nog betrouwbaarder. De dikte van de stenen
muur kwam tot 3 meter, de hoogte tot aan 6 meter, tegenwoordig is
hij nergens hoger dan 1,8 meter. Talrijke forten en grote militaire
steunpunten, beschermden de muur. Deze verschaften telkens een
onderkomen aan 500 of 1000 man met hun kazernes, hoofdkwartier,
magazijnen en werkplaatsen.
Behalve deze forten lagen er op regelmatige afstanden van elkaar
(een Romeinse mijl) zgn ‘Mile Castles', kleine forten of
waarnemingsposten. Daartussen lagen telkens twee wachttorens om de
grens te bewaken en bij gevaar alarm te slaan. Een heirweg liep
langs de hele lengte van de muur en behalve de forten ontstonden
hier dorpen met winkels, herbergen en tempels. Het aantal koppen in
een garnizoen liep waarschijnlijk op tot ongeveer 10 000 mensen, die
afkomstig waren uit alle delen van het Romeinse rijk, dus ook uit
Groot Brittannië zelf.
Met zekerheid is bekend dat de muur meer dan een keer door stammen
uit het noorden onder de voet werd gelopen. Diverse malen werd de
muur vernieuwd en verbeterd (voor de laatste maal in 369) maar tegen
het einde van de 4de eeuw werd het gebied door de Romeinen ontruimd.
Tegenwoordig is de muur, die natuurlijk dikwijls als steengroeve
misbruikt is (stenen uit de muur bevinden zich zowel in kerken als
in particuliere huizen) een zeer geliefde wandelroute geworden.
|
LAKE DISTRICT
Plaatsje
Keswick aan Derwent Water
In Keswick vonden we zonder moeite een aardig pensionnetje bij een sympathiek
echtpaar, mr. and mrs. Rita and Fred Eaton. Fred was een fanatieke liefhebber
van de cricketsport. Hij nam ons een keer mee naar een wedstrijd, maar we
snapten geen snars van de onbegrijpelijk regels; het spel is en blijft voor niet
– Engelsen ondoorgrondelijk. Keswick ligt aan het Derwent Water, een van de vele
meren in dit mooie bergachtige natuurgebied met veel donkere bossen. Dit is het
stamland van de Lakeland dichters, zoals Keats, Shelley, Wordsworth en Coleridge.
Op de HBS moesten we die uitentreuren lezen voor het examen Engelse literatuur.
Dit natuurgebied werd dan ook de bakermat van een school van romantische
dichters, de Lakeland Poets.
Tal van buitenactiviteiten
We bleven er een paar dagen en hielden ons bezig met spelevaren (zowel met een
motorbootje als met een roeiboot), paardrijden op tamme pony’s in de heuvels
onder begeleiding van een jonge meid. Toen we terug waren bij het Trekking and
Trail Riding Centre voelden onze billen aan als rauwe biefstukken. Voor Clim was
het de eerste keer “on horseback”! Ook speelden we golf: dit was meer een soort
minigolf, maar op echte golflinks en putting greens. Clim wist Jos bij alle
gelegenheden vernietigend te verslaan.
De bergen in
Meestal was het die zomer mooi, zonnig weer in Engeland, zodat we veel buiten
vertoefden. We maakten nog een fikse bergwandeling naar het hoogste
dichtbijgelegen punt, zo’n 800 meter hoog. Jos moest halverwege al afhaken,
terwijl Clim stug doorliep en de top haalde. Tenslotte bezochten we nog enkele
plaatselijke musea, waaronder de Electronic Model Railway Exhibition, waar Clim
niet bij weg te slaan was. In Keswick maakten we voor het eerst ook kennis met
het systeem dat bij goede restaurants gehanteerd wordt om aan de bar op een
tafeltje te wachten. We zagen dat er genoeg tafeltjes vrij waren, dus namen we
alvast plaats. Dat werd ons niet in dank afgenomen: “You have to wait to be
seated!”, werd ons bars toegesnauwd. Jos bestelde er black pudding, wat gewoon
een soort balkenbrij bleek te zijn.
LAKE DISTRICT
EEN MEESTERSTUK VAN DE NATUUR
Overvloed van meren
Het Lake District, een streek van meren en lage bergen, is een
nationaal park in het noordwesten van Engeland.
Het Lake District strekt zich uit over een oppervlak van 2280 km2 en
behoort tot het graafschap Cumbria; het is het grootste nationale
park van Engeland. Het Lake District dankt zijn naam aan de talloze
meren en meertjes die het landschap domineren. In het centrum ligt
het bergland van Cumbria met de Scafell Pike (978 m) als hoogste
punt. Dit oude vulkanische massief, doorsneden met brede valleien,
werd gevormd door de glet-sjers uit het Quartair. Een groot deel van
de diepe dalen werden bekkens voor de in de ijstijd gevormde meren.
De langgerekte, smalle en hier en daar diepe meren kenmerken het
natuurschoon van een van de schilderachtigste streken van Engeland.
De gletsjer-tongen vormden slenken en keteldalen en het
onderliggende rotsgesteente kwam op sommige plaatsen als door erosie
afgerond bergland aan de oppervlakte, zoals bij de Skiddaw (931 m),
die qua vorm scherp contrasteert met meet abrupte hellingen, als de
Scafell Pike en de Helvellyn. Het gletsjerijs vormde ook "hangende"
valleien met fraaie watervallen. In het midden domineren lagers
heuvels van leisteen en zand met meren als Windermere, Esthwaite
Water en Coniston. De berghellingen gaan over in de zogenaamde fells,
uitgestrekte weiden waarvan het gras door schapen wordt kort
gehouden – met hier en daar kleine witte dorpjes. De veelvuldige
regens garanderen een green landschap. Door de natuurlijke obstakels
bleef dit fraaie gebied gevrijwaard van grote doorgangswegen.
CIJFERS
Lengte: 48 km Breedte: 32 km / Oppervlakte park: 2280 km² . Hoogste
punt: 978 in, Scafell Pike
WETENSWAARDIGHEDEN
Belangrijkste steden: Windermere, Ambteside, Grasmere, Staveley,
Keswick, Kendal
Massief: Cumbrian Mountains / Anders toppen: Scafell (964 m),
Helvellyn (950 m), Skiddaw (931m)
BRONNEN VAN INKOMSTEN
Schapenteelt. Visserij, Wol, Toerisme.
Het licht en reliëf van de Hardknott Pass, ten noorden van Ulpha,
doet denken aan een romantisch Engels schildertij. Tot het midden
van de 18e eeuw bleef het ontoegankelijke Lake District een
geïsoleerde en weinig bekende streek. Dat veranderde tegen het einde
van die eeuw, toen de uit Cumbria stammende Engelse dichter William
Wordsworth het ongerepte natuurgebied bezong in zijn sonnetten en de
stoot gaf tot de nieuwe school van Lakeland Poets. Talrijke
romantische dichters volgden Wordsworth voorbeeld en vonden aan de
oevers van Lake Grasmere inspiratie voor odes aan de natuurlijke
pracht van het Lake District. Na Wordsworth maakten vooral Coleridge
en Southey naam als dichter.
In de 19e eeuw deed een mate van industrialisering en mijnbouw zijn
intrede in de omgeving. Kustplaatsen in dit gebied konden nauwelijks
leven van de visvangst en zochten andere bronnen van inkomsten,
goals de metaalindustrie en uitvoer van steenkool. Maar het
bergachtige landschap bemoeilijkte de verbindingen en daarmee de
industriële ontwikkeling. Gelukkig voor de natuurliefhebbers is de
staalindustrie inmiddels volledig verdwenen en door de schaarse
toegangswegen bleef de afzondering van het natuurgebied grotendeels
intact, ondanks de toename van het toerisme.
KLIMAAT
Zeeklimaat. Fris en regenachtig. Gemiddelde temperaturen: januari,
3° C; juli, 15° C.
|


|