Een bezoek aan de bij Nederlanders overbekende Dillenburg staat op het
programma. Niet alleen de burcht heet zo, maar ook het stadje dat aan zijn voet
gelegen ligt. We parkeren bij de Wilhelmsturm, inderdaad, genoemd naar onze
'Vader des Vaderlands' Willem van Oranje die hier geboren is. Op de
parkeerplaats staan daarom enkel auto' s met Nederlandse nummerborden. Het is
mooi herfstweer, ploeterend door de gevallen bladeren bereiken we de toren, waar
een heuse expositie over het Huis van Oranje wordt gepresenteerd. Dat wordt dus
het ophalen van een stukje vaderlandse geschiedenis voor ons: veel schilderijen
en tekeningen, het gulden vlies is er te bewonderen en een aantal documenten
over de Tachtigjarige Oorlog kun je er ook nog bekijken. De stamboom is wel
interessant. In een half uur tijd zwerven we nog wat door het stadje dat veel
vakwerk te bieden heeft. Op het terras van het Schlosscafé drinken we koffie.
DILLENBURG
Bekend uit onze vaderlandse geschiedenis
Stamslot van ons Koninklijk Huis
Geboorteplaats van Willem van Oranje
De stad Dillenburg hoofdplaats van de Dillkreis, wordt doorstroomd door het
riviertje de Dille. In Dillenburg werd in 1533 Willem van Oranje geboren en een
belangrijk deel van de geschiedenis van de stad is onverbrekelijk verbonden met
het ontstaan van het onafhankelijke Koninkrijk der Nederlanden.
Geschiedenis In de eerste helft van de 12e eeuw bouwde graaf Hendrik de Rijke van Nassau de
burcht Dillenburg. De vesting lag op een strategische bergtop, vanwaar de
verkeerswegen die aan de voet lagen konden worden beheerst. De naam Nassau was
afkomstig van de gelijknamige burcht aan de rivier de Lahn, die in 1120 was
gebouwd door de graven van Laurenburg. De eerste graaf die zich Nassau noemde
was graaf van Laurenburg (1146-1198).
Van 1247 tot 1255 bestuurden Walram en Otto, zoons van Hendrik de Rijke
gezamenlijk het graafschap Nassau. In 1255 verdeelden zij het gebied, Otto kreeg
het deel ten noorden van de Lahn toegewezen, waartoe onder andere Dillenburg,
Siegen en Herborn behoorden. Van de tak van Otto van het huis Nassau stamt het
Nederlandse Koninklijk huis af. In 1303 splitste deze tak zich op in drie nieuwe
families, waarvan het Huis Nassau Dillenburg er een was. De machtige landadel
tolereerde de nieuwe heersers van Dillenburg aanvankelijk niet. Zij kwamen in
1325 in opstand en branden de vesting plat. Kort daarop werd de Dillenburg
herbouwd en het huis Nassau liet zich niet meer verjagen.
Dillenburg werd voorgoed uit zijn slaap gewekt in de 16e eeuw, toen een
aaneenschakeling van gebeurtenissen het stadje een tijdlang tot het diplomatieke
middelpunt van Europa maakte. Aan het begin van de 16e eeuw koos Willem de Rijke
Dillenburg als zijn vaste residentie. In 1533 werd Willem van Oranje geboren.
Willem erfde in 1544 de uitgestrekte bezittingen van de Nederlandse tak van het
huis Nassau Dillenburg. De Nederlandse tak had door middel van erfenissen en
huwelijken bezittingen verworven in de Nederlanden. Nu Willem de uitgestrekte
bezittingen had geërfd, noemde hij zich Prins van Oranje.
Slot Dillenburg met Wilhelmsturm
Vanaf dit moment was het lot van het graafschap Nassau Dillenburg en de
Nederlanden voor bijna een eeuw met elkaar verbonden. Willem van Oranje
gebruikte Dillenburg regelmatig als basis voor zijn oorlog tegen Spanje. Een
broer van Willem van Oranje , Jan de Oude droeg de Nederlandse zaak een warm
hart toe. Deze rechtgeaarde calvinist, in 1578 grondlegger van de Unie van
Utrecht, liet het slot veranderen in een onneembare vesting om een eventuele
Spaanse belegering af te slaan. Maar wat belangrijker was hij introduceerde de
dienstplicht en zijn geregelde troepenmacht verdedigde de stad en schoot
regelmatig geloofsgenoten te hulp. Tijdens de tachtigjarige oorlog werd
Dillenburg het diplomatieke middelpunt van Europa en het inwonertal steeg
aanzienlijk, eindelijk werd het een echte stad.
In de 17e eeuw verdween de stad weer uit de belangstelling. Zoals zoveel andere
Duitse steden eiste ook hier de dertigjarige oorlog (1618-1648) zijn tol. De
zevenjarige oorlog (1756-1763) betekende het einde van de burcht Dillenburg. De
stad was weliswaar neutraal, maar werd toch in de oorlog betrokken. De Fransen
trachten de burcht en de stad te bezetten, maar werden steeds weer verdreven. Op
27 juli 1760 schoten zij na een belegering van 14 dagen de burcht in brand. Hun
aanvoerder maarschalk Broghie was bang dat de vesting in de toekomst zou worden
gebruikt als vijandelijke basis en hij liet de ruïne afbreken en de militaire
versterkingen ontmantelen.
Van 1808 tot 1813 was Dillenburg de hoofdstad van een departement van het
groothertogdom Berg. In de 19e eeuw kwam de industrialisering op gang, met name
dankzij de exploitatie van de ertsvoorraden. De mijnen zijn inmiddels allemaal
gesloten. Door de goede infrastructuur is de stad tegenwoordig een belangrijk
commercieel centrum voor het omliggende gebied.
De Wilhelmsturm
In 1872 besloten de burgers van de stad Dillenburg dat hun beroemdste zoon
geëerd moest worden en tussen 1872 en 1875 lieten zij de neogotische toren
bouwen die nu bezichtigd kan worden. In de Wilhelmsturm is een museum gevestigd
dat de geschiedenis van het Koninklijk huis belicht. Voor de Wilhelmsturm staat
de Wilhelmslinde, een vierhonderd jaar oude linde waaronder Willem van Oranje in
1568 de Nederlandse delegatie zou hebben ontvangen. De meeste gebouwen aan de
Wilhelmsstrasse in Dillenburg zijn opgebouwd van de resten van de ontmantelde
burcht. Op de klim naar de Wilhelmsturm, komt men langs de Evangelische Kirche,
waarin zich de graven bevinden van Willem de Rijke en Juliana van Stolberg.
DILLENBURG
Dit was de geboorteplaats van Willem van Oranje. In de stadskerk
liggen talrijke leden van het vorstenhuis van Nassau. Prins Maurits
is hier ook geboren. Het slot Dillenburg werd in 1760 verwoest door
de Fransen. Tussen 1872 - 1875 werd hier de "Wilhelmsturm" gebouwd
ter herinnering aan Willem van Oranje. Tegenwoordig is de stoeterij
van Dillenburg met ongeveer 150 warm- en koudbloed paarden noch zeer
bekend.
DILLENBURG Hoogte 235 m – Inwoners 10.500 Dillenburg is een oud
stadje aan de oevers van de Dill, zijrivier van de Lahn. In de 2e
wereldoorlog bleef Dillenburg gespaard, vandaar de vele
schilderachtige- en mooie plekjes en gebouwen. In de stadskerk, met
name in het koor en de zijkapel, rusten veel leden van het
vorstenhuis Nassau. Hier in Dillenburg werd in 1533 Willem van
Oranje geboren (en zijn zoon Maurits).In 1568 ontving hij op het
slot onder de oude linde (Naturdenkmal) de Nederlandse afgezanten,
die zijn hulp inriepen voor de bevrijding der Nederlanden. De burcht
Dillenburg werd gebouwd in 1240 en is het stamslot van geslacht
Nassau. De onderaardse kazematten, aangelegd in 3 verdiepingen,
kunnen duizenden soldaten herbergen, dit geeft aan hoe geweldig
groot de vesting eens was. In 1760 werd het kasteel door de Fransen
verwoest, en in 1872-1875 kwam boven op de ruïne de Wilhelsmturm te
staan, symbool van Dillenburg. In de Wilhelmsturm is nu het Nassau
-Oranje museum gevestigd, waarbij een schitterende maquette hoe de
burcht was voor zijn vernietiging. Op historische gronden heeft
Dillenburg vriendschapsbanden vanaf 1963 met Breda, Orange en Diest
(Belg.); de stoeterij met ong. 150 warm- en koudbloedpaarden, in
najaar om de 2 jaar is er een hengstenparade.
De bakermat van ons koninklijke huis
Wie de stamboom van de familie van Oranje-Nassau volgt, komt al snel
terecht in het in deze gids beschreven gebied. Leden van het
Nederlands koninklijk huis betrokken regelmatig hun
huwelijkspartners uit dit deel van Duitsland en ook liggen er hun
eigen wortels. Al vanaf de 12e eeuw wappert de vlag van het huis
Nassau in de omgeving van de Lahn. Graaf Walram van Laurenburg nam
toen de naam van de burcht 'Nassova' over als familienaam. De graven
van Nassau knoopten huwelijksbanden aan met de Nederlanden. In het
begin van de 13e eeuw trouwde Heinrich II (de Rijke) met Machteld
van Gelre. Hun zonen verdeelden het graafschap na Heinrichs dood in
1255 in twee gebieden. Het huidige Luxemburgse groothertogelijke
huis stamt af van Walram van Nassau, die zich vestigde in Idstein en
Weilburg. Zijn broer Otto stond in Dillenburg aan de wieg van de
Nederlandse koninklijke familie. In 1403 verwierf Engelbert I
bezittingen in de Nederlanden door zijn huwelijk met de schatrijke
Johanna van Polanen, vrouwe van Breda. Zijn kleinzoon Engelbert II
bracht het 93 jaar later zelfs tot stadhouder der Nederlanden. De in
Breda geboren René van Chalon breidde de bezittingen van de Bredase
Nassau - tak flink uit. Hij erfde het prinsdom Orange aan het Rhône.
Uit het huwelijk van graaf Wilhelm I van Nassau - Dillenburg (Willem
de Rijke) met Juliana van Stolberg werd in 1533 op het slot in
Dillenburg onze 'Vader des Vaderlands', Willem van Oranje (de
Zwijger), geboren. Op elfjarige leeftijd erfde hij het prinsdom
Orange van zijn neef René. Zeven jaar later vergrootte hij zijn
rijkdom door een huwelijk met Anna van Egmond - Buren. Willem
organiseerde de Nederlandse vrijheidsstrijd tegen de Spaanse koning
Filips II. Hij onderhield de banden met zijn geboorteland maar
verloor de zeggenschap over het graafschap Nassau. In 1584 werd hij
vermoord door Balthasar Gérards.
Na de onafhankelijkheid van de Nederlanden kregen de prinsen van
Oranje - Nassau een vaste positie als stadhouder. De titel 'prins
van Oranje' kwam na het kinderloos sterven van Willem III (die in
1689 ook koning van Engeland werd) in handen van de afstammelingen
van graaf Johan, de broer van Willem de Zwijger. Vanaf de Franse
tijd mogen ze zich 'koning der Nederlanden' noemen. Sinds koning
Willem III in 1890 zonder mannelijke troonopvolger stierf, erft het
koningschap ook over langs de vrouwelijke lijn
HERBORN
Even na twaalven zitten we in het volgende stadje: Herbom. Ook hier veel
vakwerkbouw. We maken er een rondwandeling. We starten vanaf het plein met een
mooi Rathaus. Via een kerkje bereiken we het slot, dat echter gesloten blijkt.
Wel dolen we even rond op de binnenplaats van de Hohe Schule, waar de bekende
opvoedkundige Comenius heeft verbleven. De ochtendzon is verdwenen en het wordt
kil en winderig. Het is 5 graden, maar door de wind ligt de gevoelstemperatuur
veel lager. Bij een Imbiss Stube aan het parkeerterrein eten we 'Curry Wurst mit
Pommes'. Het plaatselijke riviertje de Dill stroomt langs ons voorbij.
Hogeschool Herborn
Stadhuis Herborn
Herborn
Mit einem zusammenhängenden Ensemble aus über 400 praçhtvolleo
Fachwerkhäusern verschiedenster Stilrichtungen gehört Herborns
romantische Altstadt zu den best erhaltenen mittelalterlichen
Stadtanlagen.
Europäischen Ruf genoss zwischen 1584 und 1817 die "Hohe
Schule", ehemalige Akademie Nassaus. Der historische Kollegbau
beherbergt heute das Stadtmuseum mit Herborner Drucken, historischen
Waffen sowie Bronze- und Keramikfunden sus der Keltenzeit.
GREIFENSTEIN
Een uur later bevinden we ons bij het volgende kasteel, beter gezegd ruïne van
een kasteel. Het betreft hier Greifenstein, eens een machtig fort. De
dubbeltoren (te vergelijken met de Petronas Towers wolkenkrabber in Kuala
Lumpur….) staat er nog, dus die worden door ons beklommen om het omliggende
heuvellandschap te kunnen bewonderen. Hier en daar zijn vertrekken en gewelven
gerestaureerd en staan of liggen allerlei oude gebruiksvoorwerpen
tentoongesteld. Onverwacht mooi is de dubbelkerk uit de baroktijd: de twee
kerkjes zijn boven elkaar gebouwd en wel in verschillende stijl. Het onderste is
uiteraard het oudste. Verder is er nog een klokkenmuseum in de schacht van een
molen gebouwd. Alle klokken brengen een andere bronsachtige klank voort.
Weer terug in Wetzlar gaan we eerst aan bij de Irish pub, maar niet nadat we de
auto hebben geparkeerd opdat Clim tenminste een (of meer dus) pinten kan
nuttigen. Er hangt een rommelige en sjofele sfeer in de kroeg. Door het groene
Lahnpark langs de oever van het riviertje zoeken we ons hotel weer op. Jos koopt
en passant nog wat erotische dvd's bij een seksshop, uit nieuwsgierigheid,
beweert hij.... Hoewel we niet echt
hongerig zijn (denk aan de worst met de frites die middag!) gaan we toch naar
een restaurant.