|
|
ANTIGUA
- GUATEMALA
CITY
-
QUIRIGIA - RIO BARRIOS
Ga ook naar onze FOTOCOLLAGES! Bekijk ook ons filmpje:
Ontbijten in de hoofdstadVroeg vertrek: 07.00 uur, het is net licht. In Guatemala City verorberen we een snel ontbijt in de Pollo Ranchero, een Midden-Amerikaanse fast food-versie van MacDonalds. Het is een grote stad met veel shanty towns, krottenwijken in en langs de ravijnen, die we verder links laten liggen. Niemand is daar rouwig om. We volgen een perfect geplaveide weg (de allerbeste van onze reis; ontwikkelingshulp?) die ons van het hoogland naar de laagvlakte voert; waar het ineens zinderend heet en broeierig is. Het weer betrekt zoals vaak in de middaguren. We zien veel monoculturen op de uitgestrekte velden langs de weg: bananenplantages, citrusvruchten en dergelijke.
Quirigia: regen en Maya-stelesIn Quirigia bekijken we de stenen Maya-steles in de motregen; er is niet echt veel te zien verder. Vergeleken met de Maya-hoogtepunten Palenque en Tikal is dit eigenlijk niet de moeite waard. We lunchen helemaal niet omdat alle restaurants dicht blijken te zijn en niet alleen vanwege de siësta. Even na tweeën komen we aan in de vuile havenstad Rio Barrios. Daar lunchen we uiteindelijk samen in een grote schamele met riet bedekte hut, waar we door lome Caribische zwarten worden bediend. Dat voorspelt dus chaos en jawel hoor, onze verwachtingen komen uit. Zo'n anderhalf uur later worden we bediend en iedereen krijgt de verkeerde gerechten voorgeschoteld. Even verderop ligt ons hotel El Norte aan de oever van de baai. Het hotel is er een uit de categorie vergane glorie, volledig van hout gebouwd, maar gelukkig wel erg sfeervol. Het is redelijk onderhouden en geverfd in groenwitte kleuren.
Rio Barrios: verloedering alomWe gaan onmiddellijk op onderzoek uit nu het nog licht is. Tjonge, wat is het hier goor en vettig. De zwarten kijken ons niet bepaald welwillend aan. Overal komt de verloedering je tegemoet. Het is gewoon één stinkend rovershol, een uitgerangeerd smokkelaarnest vol zwarten, halfbloeden en arme blanken. (“Rio Barrios ist der Arsch der Welt", las ik in een Duitse reisgids). Aan het water drinken we biertjes op lege terrassen. Dieper het dorp in wagen we ons niet. De houten huizen met golfplaten, verroeste daken staan op palen half in het water, een ware malariastreek dus. In de avonduren eten we opnieuw met de groep en wel in ons hotel. Chique, duur en niet te vreten helaas. Een oude zwarte in livrei bedient ons waardig, maar uiterst sloom. Bij het afrekenen gaat uiteraard van alles mis! We gebruiken een stuk of wat pilsjes in de containerbar (letterlijk, hier maakt men van de nood een deugd), terwijl buiten een van de ergste tropische regenbuien van onze reis.woedt
|