De laatste
weken is er in het nieuws veel te doen over de Maya’s. Nieuwe archeologische
ontdekkingen over dit mysterieuze volk kunnen verhelderend licht werpen op de
vraag waarom deze cultuur vanaf 900 AD redelijk abrupt uiteen begon te vallen.
In de loop van de jaren zijn vele theorieën de revue gepasseerd, maar een
definitief antwoord ontbreekt nog steeds. Kennislink zet een aantal van de meest
aannemelijke archeologische theorieën op een rijtje. In een
apart artikel komt de klimaattheorie
aan bod.
Wie waren
de Maya’s?
De
Maya’s waren een inheems Indiaans volk dat leefde in Meso-Amerika. De
bloeitijd van hun cultuur lag tussen 250 AD en 900 AD. Ze leefden in kleine
stadsstaten onder leiding van koningen die als bemiddelaars tussen
goden en mensen werden gezien. De Maya-cultuur wordt gezien als de hoogst
ontwikkelde beschaving die Midden-Amerika voor de komst van de Spaanse
veroveraars kende. Zo beschikte zij over een eigen ideografisch schrift en een zeer
nauwkeurige kalender. De Maya’s blonken uit in het
bouwen van monumentale architectuur, stenen altaren, beeldhouwkunst en
steles.
Wat we vandaag
de dag weten van de Maya-cultuur is voor een groot deel te danken aan de
verslagen van monniken en Spaanse soldaten tijdens de koloniale periode en aan
de verschillende opgravingen die door archeologen zijn verricht.
Klik op vergrootglas
De Maya’s
leefden en handelden in een streek die Meso-Amerika wordt genoemd. Geografisch
strekt Meso-Amerika zich uit van het noorden van Mexico tot aan Nicaragua en
Costa Rica. Het omvat Quintana Roo, Yucatán, Campeche, Chiapas, en Tabasco in
Mexico, het gehele tegenwoordige Guatemala, Belize, en het uiterst westelijke
deel van Honduras en El Salvador. Deze streek is ongeveer 900 km van noord naar
zuid, en 500 km van oost naar west.
Rond 900 AD
stopten de Maya’s vrij abrupt met het bouwen van de monumentale bouwwerken.
Wetenschappers gaan ervan uit dat dit tevens het falen van de lokale heersende
klasse betekende, omdat de heersende klasse opdracht gaf tot de bouw van deze
monumenten. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat rond dezelfde tijd er
ook geen onderhoud meer werd gepleegd aan de monumenten. De hoeveelheid
officiële begrafenissen nam af en de grafgiften werden minder en armer.
Wat is er
gebeurd?
Kennislink
peilde begin januari wat volgens jullie de voornaamste oorzaak van de ondergang
van de Maya-beschaving is.
Hoe kwam de
Maya-beschaving aan zijn eind?
De ondergang
van de Maya-beschaving is al decennia lang een geliefd onderwerp voor
wetenschappers. Er bestaan vele theorieën over de teloorgang van deze cultuur.
Wat is volgens jou de reden geweest van het abrupte verdwijnen van de Maya’s?
De komst
van de Spanjaarden
28% 28
Onderlinge
oorlog tussen rivaliserende stammen
10% 10
Hongersnood
13% 13
Ziekte
26% 26
Veranderend klimaat
22% 22
Het goede
antwoord? Jullie hebben allemaal een beetje gelijk! Alle factoren droegen bij
aan het uiteindelijke verval van de Maya - samenleving, alhoewel sommigen meer
dan anderen. De Spanjaarden zetten daar bijvoorbeeld pas in de zestiende eeuw
voet aan wal. Ondanks dat ze inderdaad veel ziektes meenamen en er daardoor veel
Maya’s overleden, is deze factor niet van belang voor wat er rond 900 AD
gebeurde.
De ondergang
van de Maya-beschaving is een complex geheel van oorzaken en verbanden. Er is
niet één factor aan te wijzen die op zichzelf verantwoordelijk is. In feite zou
je kunnen zeggen dat de Maya’s het slachtoffer waren van hun eigen succes. De
extreme bevolkingsgroei tijdens de Klassieke periode zette een kettingreactie in
gang die gevolgen had voor de hele Mayaanse samenleving.
Er bestaan
ingewikkelde schema’s die de verschillende oorzaken en interrelaties met elkaar
in verband proberen te brengen. Deze factoren dienen dan ook in verband met
elkaar gezien te worden, niet als op zichzelf staande oorzaak. Globaal gesproken
zijn er drie dynamische hoofdoorzaken van het verval te onderscheiden: 1)
intensivering van de landbouw met uitputting als gevolg, 2) het ontwrichtende
effect van strijd en oorlogsvoering en 3) het verwerpen van de religieuze
ideologie en het koningschap.
Landschappelijk gebruik
Het landschap
in de Maya-regionen was uitermate geschikt voor landbouw. De Maya’s verbouwden
door de gunstige gewaseigenschappen vooral maïs, bonen en chili. Maïs is
bijvoorbeeld – in tegenstelling tot graan – een gewas dat veel minder reserves
behoeft om de oogst van het komende jaar veilig te stellen. Verder gebruikten de
Maya’s voor het bewerken van het land bijna geen lastdieren. Omdat er dus weinig
dieren waren om te voederen konden de boeren bijna volledig zelf over de oogst
beschikken.
Het agrarisch
systeem van de Maya’s kende ook een keerzijde. De technologie die zij tot hun
beschikking hadden was matig geavanceerd. Zonder metalen werktuigen, lastdieren
en ingewikkelde machines konden de Maya’s maar een relatief klein deel van het
land bewerken. Per huishouden werd er weinig overschot geproduceerd, simpelweg
omdat het te arbeidsintensief was. Er was net voldoende om de eigen familie te
onderhouden. En dat is in het geval dat de omstandigheden optimaal waren. Veel
boeren zullen regelmatig te maken hebben gehad met storm, droogte, sprinkhanen
die van de gewassen peuzelden en ziektes aan de gewassen. Ondanks de relatief
lage voedingswaarde van maïs hebben de Maya’s het op deze manier toch eeuwen
overleefd, zo lang het bevolkingsaantal enigszins gelijk bleef.
De explosieve
bevolkingsgroei in de Klassieke periode (250 – 900 AD) leidde er echter toe dat
het landschap intensiever gebruikt moest worden. Er waren simpelweg meer monden
te voeden. Terwijl de bevolking groeide en het bruikbare land door uitputting
schaars werd, werden de Maya-boeren verplicht om overschot te produceren (voor
de koning) terwijl zij niet de middelen hiervoor hadden.
Strijd en
oorlogsvoering; de rol van de koningen
In de
beginjaren van het onderzoek naar de Maya’s veronderstelden wetenschappers dat
de Maya’s over het algemeen een vredelievend volk waren. Toen het schrift van de
Maya’s eenmaal ontcijferd kon worden bleek dat heel anders te zijn. Er werd veel
geschreven over strijd tussen de stammen, over krijgsgevangenen, en over offers.
Waarom de
Maya’s ten strijde trokken weten we niet precies. Inscripties zwijgen over de
directe aanleidingen. Waarschijnlijk speelden zaken als prestige en persoonlijke
ambitie een rol, maar beschikking over landbouwgrond (en zijn producten) zal de
belangrijkste reden zijn geweest. Uiteindelijk waren niet de jaden dodenmaskers,
maar de producten van landbouw de ware rijkdom van de Maya’s.
Verschoven
balans
Een van de
primaire zorgen van de koning was om te voorzien in de voedselbehoefte van
onderdanen die niet zelfonderhoudend waren (zoals de elite en krijgers), en
misschien wat achter te houden voor de noodzakelijke rituele feesten. Zolang er
voldoende geproduceerd werd voor het zelfde aantal mensen werkte het agrarisch
systeem prima. Maar wat als de balans verschoof?
De koningen
onttrok veel mankracht aan de samenleving voor oorlogsvoering. Elke krijger meer
betekende dan ook een boer minder om het land te bewerken. Ook zetten de
koningen veel mensen in om te bouwen aan de monumentale bouwwerken. Deze
bouwwerken hadden niet alleen een rituele functie, zij dienden ook om vijanden
te imponeren.
Door deze
activiteiten hadden de heersers nog meer monden om te voeden, en verschoof dat
balans. En omdat het landschap uitgeput dreigde te raken waren de koningen
genoodzaakt om kunstmatig in te grijpen in het agrarische systeem. De koningen
probeerden het productie overschot van de boeren te verhogen door terrassen aan
te leggen, boeren over te plaatsen naar andere streken en andere gebieden te
veroveren om meer landbouwgrond te bezitten. Deze ondernemingen waren maar matig
succesvol, in ieder geval niet op de lange termijn.
De bemoeizucht
van de elite met de landbouw zorgde voor sociale onrust onder de boeren, die een
steeds hogere druk ervoeren. Niet alleen dienden ze surplus te genereren om de
strijd voerende elite te voeren, om de haverklap werden de boeren overgeplaatst
naar andere streken al naar gelang de overwinnaar die uit de strijd kwam. De
sociale onrust werd versterkt door een gevoel van onveiligheid en
ontevredenheid.
Religieuze
ideologie en het koningschap
De Maya’s
leunden voor hun zielenheil op de koning als spiritueel leider. Hij was
bemiddelaar tussen de bevolking en de goden. De Maya’s geloofden dat een goede
band met de goden garant stond voor welvaart en voorspoed. Met name de koning
speelde hierin een belangrijke rol: hij was immers verantwoordelijk voor het
waarborgen van balans, de orde en succes in de samenleving.
Chac
Mayaanse god van de bliksem,
De Maya’s
zagen collectief ongeluk of onheil niet als het falen van een systeem, maar als
een persoonlijk moreel falen van iemand. Koningen werden dan ook persoonlijk
aansprakelijk gesteld en troffen schuld bij onheil. Bij het falen van het
agrarische systeem – en aanverwante ellende zoals ziekte en ondervoeding – zal
niet alleen de bevolking met een beschuldigende vinger hebben gewezen. Ook de
elite en overige religieuze leiders zullen – in een poging om hun eigen
privileges te behouden – kritiek hebben geuit op het instituut van koningschap.
Het volk raakte het vertrouwen kwijt in de ideologie geassocieerd met
koningschap.
Er kwam een
eind aan de tradities, gewoonten en cultuur van een volk dat eeuwenlang heeft
bestaan. Wat er vervolgens precies gebeurde met de Maya’s is nog steeds
aanleiding voor debat onder wetenschappers. We zien een demografische afname.
Verlieten de Maya’s de monumentale steden om weg te trekken naar andere streken
in de hoop om daar een beter leven te vinden? Was het falen van het agrarisch
systeem de aanleiding voor hongersnood en sterfte? Wetenschappers hopen in de
toekomst met behulp van nieuwe inzichten hier meer uitsluitsel over te kunnen
geven.