|
|
MALAGA STAD
Zondag, 27 december 1987 - Dag I Ik had me verslapen; pas om kwart over zeven stond ik naast mijn bed. Gelukkig was mijn reistas al ingepakt. Rap scheren en zonder koffie, zwaar bepakt op mijn gammele fiets, op weg naar het station. Weekkaart fietsenstalling gekocht. De trein vertrok om 08.02 uur punctueel. Geen koffie gedurende de reis; juist toen had ik er zo’n behoefte aan. Aankomst Amsterdam: 10.00 uur. Overstappen Sloterdijk. Aankomst Schiphol: 10.30 uur. Direct bagage inchecken en plaats bespreken. Wat rondslenteren en eindelijk koffie drinken in het panoramarestaurant. Er bleek weer eens vertraging te zijn, 40 minuten te laat konden we pas het vliegtuig in. We reisden in een Boeing 737 (2 motoren, 124 passagiers), genaamd de Abel Tasman, het zelfde vliegtuig dat een week eerder zogenaamd gekaapt was in Italië door een 15-jarige knaap. Mijn schoudertas werd, (ondanks of dankzij de röntgenkontrole?) aan een extra minutieus onderzoek onderworpen. Om 13.20 uur kwamen we van de grond; de hele opstijgoperatie (van stilstand tot wielen los) duurde welgeteld 24 seconden! Ik zat naast een gezette Finse leeftijdgenote, Ann-Kristin, die de geboorteplaats van haar Spaanse Adonis ging bezoeken. De geserveerde KLM - lunch (met echt bestek erbij) had meer om het lijf dan bijvoorbeeld bij Alitalia. Om 16.00 uur doken we vanuit een zwaar wolkendek naar de landingsbaan. Om half vijf had ik alle formaliteiten achter de rug. Een kwartiertje later nam ik de bus naar het centrum van Malaga waar ik om 17.00 uur aankwam.
De bus vanaf de "aeropuerto" had zijn eindhalte naast de uiterlijk niet zo imposante kathedraal. Ik bezocht en passant de ernaast gelegen gotische kerk El Sagrario, waar net een trouwmis aan de gang was. Het hotel lag op nog geen twee minuten. Hotel Niza was eenvoudig ingericht. Ik had een ruime kamer met zeer hoog plafond, maar met weinig rechtstreeks daglicht. Slechts één raam met dubbele luiken. C.v. was nergens te bekennen. De badkamer was o.k. Breed bed, immense klerenkast, 4 fauteuils. Het hotel telde 60 kamers, toch nog. Ik gaf de oude sjouwer, señor Juan, 100 peseta's fooi voor de moeite om mij de kamer te wijzen. Om half zes ging ik het centrum verkennen. Het was er stinkend druk; de trottoirs puilden uit. Ik belandde bij de haven waar een steil briesje stond. Er lagen niet veel vaartuigen. Via de Paseo del Parque (mooi geïllumineerd t.g.v. Navidad - Kerstmis -) liep ik naar de modieuze wijk Malaguete. Daar liep veel jeugd rond op weg naar de talrijke disco's. Mij viel op dat het bezit van een brommer of scooter nog in tel was hier. Ik wipte een tweetal cafeetjes in, dronk biertjes en at tapa's (in dit geval vis). In het stadhuis bewonderde ik het daar tentoongestelde kerstkribje. Ook liep ik eens rond de Corrida, de stierenvechtersarena.
Op de Via de la Alameda, waar een snort kermissfeer met allerlei kraampjes heerste, koos ik een westelijke richting. Ik stak de droge rivierbedding over. Ook op de brug stikte het van de kleine neringdoenden. Hoewel het inmiddels acht uur was geworden, hield de drukte aan. Opnieuw dook ik een cafeetje binnen, ditmaal koos ik voor inktvis als appetizer, in Spanje dus tapa geheten. De hele avond bleef ik op deze manier zwerven. Aan een stalletje at ik tegen tien uur nog gepofte patat in het jasje; ik kocht er ook een voor een grootogig zigeunermeisje dat aan mijn broekspijpen stond te trekken. De gehele binnenstad was feeëriek verlicht. Het lukte me een tijdsopname van een verlicht fontein te waken. Om elf uur ontdekte ik de uitgaansstraten van de studenten. Iedereen stond er buiten, want het was een zwoel avondje. Het bier kostte hier merkwaardigerwijs meer dan in een normaal café. Om half een was ik terug op mijn hotelkamer. Ik nam een douche en las nog een uurtje of zo mijn reisliteratuur door. Hier strekt zich ook - evenwijdig met de havenkades - de mooie Paseo del Parque uit, een boulevard met platanen, palmen en een grote weelde aan subtropische en tropische planten. Deze 'paseo' is vooral in de late middaguren een geliefde wandelplaats van de inwoners van Malaga. Ten oosten hiervan ligt de stierenvechtersarena (Plaza de Torros). De Paseo del Parque gaat in het westen over in het parkachtige Paseo de la Alameda (ook Avenida del General Franco en Avenida Generalisimo genoemd.
Maandag, 28 december 1987 - Dag II Om half tien stond ik pas op. Nog voor tien uur had ik ontbeten; het ontbijt bestond uit koffie met melk, 2 cakejes, 5 Marie - koekjes, 3 crackers en roomboter met marmelade. Allereerst ging ik de Kathedraal bezichtigen, want die lag praktisch naast mijn hotel. Binnen een half uurtje had ik het wel gezien. Buiten maakte ik nog enkele foto's (sinaasappelbomen!) en kocht ik ansichtkaarten en fotoboeken. Via de Plaza de la Merced, waarop een in verbouwing zijnde obelisk en waaraan het geboortehuis van Pablo Picasso, liep ik weer naar beneden om van daaruit de Alcazaba te bestijgen. Deze oude Moorse paleisstad, geheel ommuurd, was voorbeeldig gerestaureerd. Het was er niet zo druk; per slot van rekening was het maandagmorgen! Aan de voet van de Alcazaba - heuvel lag tevens een Romeins amfitheater; de omvang ervan vond ik nogal tegenvallen, slechts enkele duizenden zitplaatsen. Ook het Archeologische museum vereerde ik met een bezoek; er lagen voornamelijk Moorse kunst- en cultuurvoorwerpen geëxposeerd. Om half een deed ik iets stoms: ik nam de langste weg, 2 km slingeren door de dennenbossen, naar de top van de Gibralfaro, de Burchtheuvel. De klauterpartij benam me behoorlijk de adem, zeker toen bleek dat ik evengoed met de bus via een verharde weg aan de andere kant van de heuvel de top had kunnen bereiken! Enfin, ik snuffelde er wat rond, maakte enkele foto's van het weidse panorama, maar besloot al gauw om weer of te dalen vanwege de vele groepen vervelende toeristen en de straffe, gure wind. Vlak boven het centrum bleef ik een half uurtje beschut tegen de wind op een bank in de Hangende Tuinen liggen zonnen. Daar hing een heerlijk relaxte sfeer, niemand had er haast.... Ik bleef er niet al te lang, want mijn maag begon te knorren. Mijn honger stilde ik in een van de vele kleine, gezellige restaurantjes. Op een 170 m hoge heuvel steekt hoog boven de stad uit het Castillo de Gibralfaro. Van dit voormalige Morenkasteel uit de 13de eeuw zijn alleen nog ruïnes bewaard gebleven. Misschien stond op deze plaats al een door de Fenici6rs gebouwd vestingwerk. Beroemd is het uitzicht over de stad, de haven, de hele Costa del Sol en het gebergte, dat men hier geniet. Het dichtbij gelegen Hosteria de Gibralfaro is bekend om zijn typisch Malagaanse keuken. Aan de voet van de Gibralfaro en met een muur daaraan verbonden ligt te midden van de weelderige Puerta - Oscuratuin op een verhoogde plaats de Alcazaba. Dit is het indrukwekkendste gebouw van de stad. De burcht werd in de 11de eeuw door de Moren op Romeinse fundamentresten gebouwd en later gerestaureerd. Hier resideerden eertijds de gouverneurs van het emiraat en kalifaat Cordoba, en later de heersers van het Moorse koninkrijk Ma1aga. Uit de middeleeuwen zijn nog de Torro de la Vela en de Arco de Cristo bewaard gebleven. Erg mooi zijn de met bloemen getooide binnenplaatsen en de slanke zuilenrijen met de typisch Moorse hoefijzerbogen. In een paleis van de Alcazaba is het Archeologisch Museum ondergebracht. Dit bevat sculpturen, mozaïeken en andere kunstwerken uit de Iberische, Griekse en Romeinse tijd tot aan de renaissance, kunstverzamelingen uit de tijd van de Westgoten en de Moren, een munten- en een keramiekcollectie.
Dicht in de buurt werd in 1951 het Romeinse amfitheater blootgelegd. Dit heeft een doorsnee van 31 m en een goed bewaard gebleven tribune. De zitplaatsen zijn voor een deel gerestaureerd. Van tijd tot tijd worden hier klassieke drama's opgevoerd. Aan de voet van de Alcazaba liggen het hoofdpostkantoor en het in 1911 gebouwde stadhuis. Ik bestelde een van de vaste menu's ("plato combinado numero quatro, por favor!"), dat bestond uit een portie friet met 2 pittige worstjes, een bal gekruid gehakt, aardappelkroketten met vers knapperig brood, pils tijdens en koffie (“café con leche") na; dit alles voor de somma van omgerekend f 14,-. Na het eten zette ik koers naar Spanje's grootste warenhuis, een soort V & D, nl. "El Corte Ingles". Daar maakte ik foto's van de rijkelijk versierde gevel (circus!) en snuffelde ik tussen de aanbiedingen. Ik kocht er een namaakfustje Kronenbourg - bier met een inhoud van één liter. In de visserswijk dronk ik nog koffie. Bij de tourist office stak ik mijn licht op over busverbindingen met omliggende steden en sleepte ik een boel brochures mee naar het hotel. Daar verbleef ik van vijf uur tot zeven uur 's avonds.
De Kathedraal, waarvan de bouw in 1538 is begonnen op de plaats van de vroegere grote moskee van de stad. Het mooie renaissancebouwwerk van Diego de Silod werd in 1680 door een aardbeving zwaar beschadigd en in het begin van de 18de eeuw weer opgebouwd. De westelijke gevel stamt uit het jaar 1722, heeft drie portalen ('del Pardon', 'del Sol', 'de las Cadenas') en wordt door twee torens (een bleef onvoltooid) geflankeerd. De 86 m hoge noordelijke toren kan worden beklommen; boven heeft men een weids uitzicht. In het 115 m lange drieschepige interieur lette men vooral op het mooie barokke koorgestoelte uit het midden van de 17de eeuw met veertig uit hout gesneden heiligenbeelden van Pedro de Mena, de Capilla del Rosario (derde kapel rechts) met een schilderij getiteld 'Rozenkransmoedergods met heiligen' van Alonso Cano, het hoofdaltaar (Capilla Mayor) met passieschilderingen van Cesar de Arbacia (1580), de Capilla de los Reyes (eerste kapel in de koorgang) met de knielende figuren van de Katholieke Koningen (Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilla) en een opmerkelijk uit hout gesneden Mariabeeld uit de 15de eeuw. In de tweede kapel van de koorgang bevinden zich de marmeren graven van de bisschop Luis de Torres en van de aartsbisschop Monreal (beide uit de 16de eeuw) en een Kruisafneming, in de derde en vierde kapel vleugelaltaren. Naast de kathedraal staat de gotische kerk, genaamd El Sagrario uit de 15de eeuw met een opmerkelijke gevel van Pedro Lopez en een rijk versierde ingang in laatgotische stijl uit de tijd van Isabella. In het interieur verdient vooral het hoogaltaar (16de eeuw) met bas-reliëf de aandacht. Het nabij gelegen bisschoppelijk paleis bezit een prachtig versierde barokgevel en een mooie binnenplaats. DAG III GRANADA DAG IV GIBRALTAR DAG V Donderdag, 31 december 1987 Om tien uur stond ik pas op; ik had een beetje hoofdpijn. Ik sloeg het ontbijt maar over. Aan de hoofdstraat Larios dronk ik een aantal kopjes koffie op een terras. Uiteraard was de koffie hier een stuk duurder. Het was de laatste dag van het jaar 1987. Het weer was somber, hoewel het niet koud was; de temperatuur schommelde zo tussen 15 en 20°. Dit was eigenlijk de eerste dag zonder zonnetje. In een open slagerij kocht ik 2 worsten. Tot mijn spijt waren de bezienswaardigheden die ik wilde bezoeken allen gesloten: het Museo de Bellas Artes, het geboortehuis van Picasso aan de Plaza de Merced, etc. Ik koerste naar de Universiteit voor kaartjes die toegang gaven tot het Oudejaarsfeest, maar alles was uitverkocht. Om half een begon het te regenen. Met een tiental straatjochies schuilde ik onder de sinaasappelbomen van een klein pleintje. Toen het bleef plenzen, zocht ik maar onderdak in een restaurant waar ik zo'n anderhalf uur vertoefde. Ik bestelde er Spaanse goulasch met Malaga-wijn uit het fust. Naast mij stond een jonge Duitser zijn kennis van het Spaans te beproeven. Buiten woedde een ware regenstorm. Om twee uur trok het op en kon ik verder: eerst naar een Mercado (markthal) met prachtige oude Moorse poorten, daarna stak ik de rivier over naar de oude westelijke stadswijken. De volksbuurt daar zag er redelijk onderhouden en fleurig uit. Hier en daar dronk ik koffie. In een warenhuis kocht ik het Algemeen Dagblad, een tandenborstel en aftershave. Opvallend in het straatbeeld vandaag de vele bedelende invaliden en zigeuners. Af en toe wierp ik hen een muntje van 5 pts toe. Aan een van de grote avenido's at ik nogmaals; deze keer friet met dikke plakken ham en gebakken ei. Om half vijf was ik weer in mijn hotel. Ik bleef er tot half zeven. Ik pakte alvast mijn bagage in en begon aan mijn nieuwste thriller te lezen: "Stick" van Elmore Leonard. De rest van de avond wandelde ik door de stad. Om tien uur liet ik nog eventjes mijn haren knippen. Een straatschoffie gooide een bommetje de kapsalon binnen. De kapper die met mij bezig was (een ‘lieve’ jongen) schrok daarvan zo dat hij mij met zijn schaar bijna een oog uitstak. Hij moest daarna even gaan zitten om bij te komen. Ik gaf hem 100 peseta's fooi. Door de Calle de San Augustin met de gelijknamige kerk en het renaissancepaleis van de Condes de Luna en de Calle de Granada komt men op het grote Plaza de Merced met de Santiago el Mayor-kerk, die in 1490 door de Katholieke Koningen werd gesticht. Deze kerk bezit een opmerkelijke toren in Mudejarstijl. Museo de Bellas Artes. Dit Museum van Schone Kunsten is ondergebracht in het renaissancepaleis van de graaf van Buenavista. Het herbergt een opmerkelijke sculpturencollectie en een schilderijenverzameling met werken van El Greco, Zurbaran, Ribera, Murillo, Alonso Cano, Picasso en anderen, evenals een collectie moderne en hedendaagse schilderijen. Het Leven op straat ging op Oudejaarsavond gewoon door tot half twaalf. Op straat werd ik letterlijk aangeklampt door een tweetal Arabieren die me gouden sieraden wilde aansmeren. Ik was van die molestatie niet gediend en op hun vraag of ik Engels sprak, snauwde ik terug: "No. I don't want to talk to you, so fuck off!" Het duo voelde zich beledigd en liep me al bedreigend, scheldend en aan mijn jasje trekkend na. Ik maakte me maar wijselijk uit de voeten en vluchtte in een massa buspassagiers, waar ik het tierende tweetal kwijtraakte. Op de terugweg naar mijn hotel werd ik opnieuw geconfronteerd met een bruut staaltje van ontbrekende sociale voorzieningen in Spanje. Op een matras buiten tegen een muur lag een oud vrouwtje te sterven. Een kleindochter zat er snikkend bij. Op een stuk karton kon je lezen hoe het drama in elkaar zat. Het vrouwtje was haar huis uit gezet; haar schamele spulletjes namen slechts enkele vierkante meters van het trottoir in beslag. Ik liet me vermurwen en gaf een aalmoes. Die dag had ik ook al eens een aalmoes gegeven aan een jonge vader, tranen met tuiten huilend, op de stoep gelegen met 4 bloedjes van kinderen om hem heen gegroepeerd. Mama was dood, papa had geen werk en was ongeneeslijk ziek. God zou je belonen als je wat geld gaf. Ik ben benieuwd. Steeds als iemand iets gaf riep de kinderschare als in koor: "Muchos gracias!" Ook in cafés lopen regelmatig bedelaars binnen, maar meestal worden die door het bedienend personeel met harde hand naar buiten gewerkt. Om half twaalf zat ik in de lounge van het hotel, moederziel alleen met señor Juan. We konden moeilijk met elkaar communiceren, dus keken we maar naar het showprogramma en de "commerciales" (reclame) op de t.v. Om twaalf uur klonk buiten wat ontploffend vuurwerk en dat was het dan. Juan kwam met koekjes en andere zoetigheden aansnellen. Gezamenlijk maakten we een fles goedkope champagne (het leek meer op cider) leeg, Juan één glaasje want hij moest nog "werken" en ik de rest. Ook kreeg ik nog zakjes met 12 druiven (symboliseren de "twaalf uur") aangeboden. Om half één hield ik het voor gezien en ging ik naar boven naar mijn kamer. Daar trok ik nog een fles rode Malaga open, want die kon ik toch niet meer bij mijn bagage kwijt. Mijn tas was loodzwaar; ik had iets te veel boeken over Spaanse steden en streken gekocht. Om een uur of twee achtte ik het toch maar verstandiger om te gaan slapen. De volgende dag moest ik weer terugvliegen naar het kille Holland. TERUGREIS Vrijdag, 1 januari 1988 Dag VI
Precies op tijd vertrokken we, ditmaal geen vertraging dus. Ik zat naast een bereisde dame uit de Alblasserwaard, die echter al jaren in de Spaanse bergen woonde in een klein dorpje. Haar man was een technicus die naar allerlei landen werd uitgezonden. Aan de andere kant zat een naar mijn mening geestelijk achterop geraakte Brabantse van zo’n 40 jaar oud. Zij kwam natuurlijk uit het vakantieoord Torremolinos. Binnen 5 minuten had zij haar lunch, waarover anderen een half uur deden, als een wolf opgeschrokt. Zij rookte aan een stuk door. Precies om half acht landden we op Schiphol. Het was druilerig weer. Tot mijn geluk was ik overal als eerste bij. Zelfs mijn reistas kwam als eerste van ons vliegtuig de bagageband afgerold! Al om half negen stond ik op het Centraal Station van Amsterdam. Juist terwijl ik Clim belde om mijn komst aan te kondigen, rolde de Intercity binnen. Om half elf kwam ik in Roermond aan. Met een taxi tenslotte keerde ik huiswaarts. Clim had ter verwelkoming voor bloemen gezorgd.
MEER INFO MALAGA Malaga (500.000 inwoners) , mooi gelegen aan de Spaanse zuidkust, aan de voet van de Montes de Malaga en te midden van weelderige subtropische vegetatie, de hoofdstad van de gelijknamige provincie en bisschopszetel, is een van de oudste Middellandse Zeehavens. De oostpunt van de wijde baai Bahia de Malaga is de Punta de los Cantales, de westpunt is de Torre de Pimentel, in het midden ligt de berg Gibralfaro waarop een burcht.
Westelijk van Malaga strekt zich de weelderige Vega of Hoya de Malaga uit, waar sinaasappels, vijgen, bananen, suikerriet en katoen groeien. De stad is erg beroemd om haar rozijnen (pasas; Latijn: uvae passae) en haar voortreffelijke, reeds door de Moren geprezen wijnen, waarvan vooral de zoete 'Pedro Ximenes' en de Muscatel 'Dulce' en 'Lagrimas' bekend zijn; vanwege het gehalte aan fosforzure magnesium ook geschikt als geneeskrachtige drank. Door het spreekwoordelijk milde klimaat is Malaga het centrum van de Costa del Sol geworden, dat ook als winterkuuroord vaak wordt bezocht. Belangrijke industrie en haven.
GESCHIEDENIS. - Malaga is gesticht door de Feniciërs, die hier een handel in gezouten vis bedreven; van deze eerste kolonisten is vermoedelijk ook de naam van de stad afkomstig, want uit Ma/aca (malac = zouten) ontstond tenslotte Malaga. De stad werd eerl Carthaagse vesting en heeft nog lang haar Punisch karakter behouden. Zij werd een Romeinse kolonie, daarna kwamen de Westgoten (571-711), daarna de Moren, die haar een paradijs op aarde noemden. In 1487 werd Malaga door de katholieke koningen heroverd. In deze tijd werden veel kerken gebouwd, waarvan in mei 1931 velen in brand gestoken en verwoest werden; ook in de burgeroorlog heeft de stad erg te lijden gehad. - Malaga is de geboorteplaats van de schilder Pablo Pic:asso; hier leefde de beeldhouwer Pedro de Mena tot aan zijn dood.
BEZIENSWAARDIGHEDEN. - De belangrijkste verkeersader is de 420 m lange en 42 m brede Alameda, nu nog Avenida del Generalisimo genoemd; zij loopt van de Plaza Queipo de Llano in de oude stad tot aan de stadsrivier, de Rio Guadalmedina waar aan de andere kant van de Puente de Tetuan de brede weg verder gaat naar de westelijke voorsteden. Vanaf de Alameda gaan zijwegen noordwaarts naar de vlakbij gelegen markthal (mercado), waar de vismarkt 's ochtends een bezoek waard is.
Oostelijk van de Plaza de Queipo de Llano loopt langs de haven de mooie Paseo del Parque met palm- en platanenpromenades en tropische vegetatie. Aan de noordkant het Gobierno Civil, de Aduana (douane), het postkantoor en het van 1911 tot 1919 gebouwde Ayuntamiento (stadhuis); tegenover de Fuente de Neptuno, uit 1560. - De Paseo del Parque gaat over in de Paseo de Reding, met rechts de 0 Plaza de Toros (arena), uit 1874.
Noordelijk van de Paseo del Parque, niet v er van de Plaza Queipo de Llano en via 0 de Calle Molina Larios naar de oude stad met de kathedraal, een imposant kalkstenen bouwwerk, op de plaats van een moskee in 1538 naar de plannen van Diego de Siloé begonnen, in 1680 door een aardbeving deels verwoest en sinds 1719 gedeeltelijk afgemaakt, met een westfaçade met twee torens (van de 86 m hoge noordtoren mooi ).
In het 115 m lange driebeukige INTERIEUR, van bijzonder mooie opbouw, in het koor (1592-1631) een mooi gestoelte uit 1658, met uit hout gesneden heiligenbeelden en andere beelden van Pedro de Mena U en Guiseppe Micaeli. In de Capilla del Rosario (der de kapel in de rechter zijbeuk) een madonna met heiligen van Alonso Cano. Aan de linkermuur van de Capilla de los Reyes (eerste koorkapel rechts) de beelden van de knielende katholieke koningen, een werk van Pedro de Mena, en een Mariabeeld, dat de koningen zouden hebben meegedragen op hun kruistochten. In de Capilla Mayor een modern altaar met passietaferelen uit 1580.
Even noordelijk van de kathedraal in de Calle San Agustin het Museo de Bellas Artes (provinciaal museum), met oudheden en een kleine schilderijencollectie o.a. met vroege werken van Picasso en werken uit de 16de tot 20ste eeuw; een bijzondere bibliotheek over het werk van Picasso. - Via de Calle Granada links met de i n 1490 gebouwde kerk Santiago el Mayor naar de grote Plaza de la Merced met het eenvoudige geboortehuis van Pablo Picasso (kleine gedenkplaat; toekomstig museum). - Verder noordelijk, te bereiken via de Calle de la Victoria, de kerk Nuestra Senora de la Victoria, een mooi barok bouwwerk, op de plaats waar Ferdinand V zijn kamp opsloeg; in de kerk de 'Virgen de la Victoria' (15de eeuw), de beschermheilige van de stad, en twee beelden van Pedro de Mena.
Ten zuidoosten van de Plaza de la Merced klimt de Calle del Mundo Nuevo omhoog naar Coracha ('leren zak') en naar de op de plaats van de oudste nederzetting gebouwde Alcazaba, (vesting), verrezen op de plaats van een Romeins legerkamp. Vaak gerestaureerd, de zetel van de Moorse koningen, waarvan o.a. de Torre de la Vela en de Arco de Cristo bewaard zijn gebleven; de oudste gedeelten stammen uit de 13de en 14de eeuw. Interessant zijn het Museo Arqueologico (vondsten en collectie van Spaans-Arabische keramiek) en de prachtige parken in de hoven van de burcht. Aan de noordkant de resten van een Teatro Romano. - Van de Corache komt men noordoostwaarts, tussen muren door, bij de Gibralfaro (170 m; 'dschebel' = berg, 'pharos' = vuurtoren), die in de 13de eeuw versterkt werd. De Nasride-vorst Jusuf I, uit Granada, herbouwde het fort in de 14de eeuw. Van de oude ringmuur mooi over stad, haven en omgeving. Aan de zuidhelling van het Parador de Gibralfaro.
Van de Plaza Queipo de Llano, aan het oosteinde van de Alameda, voert de Calle Marqués de Larios noordwaarts. Zij is de belangrijkste winkelstraat van de stad; daar bevindt zich ook de VVV. De straat komt noordelijk bij de Plaza de José Antonio, met fonteinen en het mooie Casa del Consulado, portaal uit de 17de eeuw uit wit en grijsgroen marmer; het huis is de zetel van de Sociedad Economica de Amigos del Pais. De poort van de huidige markthallen is afkomstig van de Atarazana, eertijds de belangrijkste Moorse marinewerf. De poort, met hoefijzerboog, geeft toegang tot een zuilenhof. Hieraan vast lag een lange, zesschepige hal die uitkwam op de waterkant, maar welke helaas verloren ging. Dat de Moren kundige scheepsconstructeurs waren blijkt uit hun vele overwinningen in zeeslagen. |