GRANADA
Start MALAGA STAD GRANADA GIBRALTAR


GRANADA

Dinsdag, 29 december 1987 - Dag III

Stipt om acht uur gewekt. Na een douche en een ontbijt met croissants stond ik om negen uur bij de bank om geld te wisselen met een Eurocheque. Het was 20 minuten lopen naar het busstation. Om 10.00 uur vertrokken we richting Granada.

In de bus zat ook een Hollandse die in het zelfde vliegtuig als ik was meegereisd. De rit duurde ruim 2 uur (120 km) en kostte ongeveer f 13,-. De tocht voerde gedeeltelijk door de bergen en door bevloeide vlakten. Er werd één keer een hygiënische stop ingelast.

Om 12.15 uur kwamen we in Granada aan. Ik kocht onmiddellijk een retourticket tegen dezelfde prijs voor de bus van 17.00 uur. Te voet begaf ik me dwars door de binnenstad naar de Alhambra - heuvel, onderweg 2 maal de weg vragend, koffie drinkend, ansichten en boeken kopend. Ik maakte een mooie foto van in ruiten weerspiegelende gevels. In een recordtijd bezichtigde ik de toch wel mooie kathedraal; ik moest met de beschikbare tijd woekeren. 

Na een vermoeiende klim door het kale bos bereikte ik de ingangspoort van de vesting. Het liep inmiddels tegen half twee en het was stralend weer. De entreeprijs viel mee: circa f 6,-. Ook de drukte viel best mee; duizend bezoekers vallen bij dit grote complex in het niet. Ik bezocht en bezichtigde de verschillende forten, poorten, paleizen, binnenhofjes en tuinen. Het mooiste vond ik de wereldbekende en druk gefotografeerde Leeuwenhof, de Harem en het Moorse badhuis en de Torre de las Damas.

Aan de andere kant van de kloof,die de twee heuvels scheidde, lag de Generalife. Vooral de bevloeide tuinen met fonteinen en doolhoven, allen op verschillende hoogten (terrassen) gelegen vond ik magnifiek. In de verte kon je de met sneeuw bedekte toppen van de Sierra Nevada ontwaren.

Koninklijke Kapel (Granada, Spanje)

Gedenkteken voor de stichters van Spanje

De Koninklijke Kapel is de laatste rustplaats van de twee vorsten die Spanje verenigden. Het huwelijk van Isabella van Castillië met Ferdinand II van Aragon voegde hun koninkrijken samen. Hun verovering van Granada, het laatste stuk moslimgebied in Spanje, werd beschouwd als hun grootste succes. Mede daardoor betitelde paus Alexander VI hen als de ‘katholieke koningen'.

Het gotische ontwerp van de kapel weerspiegelt Isabella's afkeer van de renaissancestijl, terwijl de aangrenzende kathedraal van Granada, gebouwd tussen 1523 en 1704, juist meer een renaissancegebouw is.

De Koninklijke Kapel was bedoeld voor de graftomben van alle Spaanse koningen, maar uiteindelijk diende het paleis El Escorial hiervoor. Isabella werd aanvankelijk niet in de Koninklijke Kapel begraven, maar in een naburig klooster, waar Ferdinand haar in 1516 volgde. Het daaropvolgende jaar werden ze overgebracht naar de Koninklijke Kapel door hun kleinzoon Karel V. Hun graftombe en beelden werden van marmer en albast gemaakt door Domenico Fancelli uit Florence. Er zijn hier nog drie andere leden van het koningshuis bijgezet: Ferdinand en Isabella's dochter Johanna de Waanzinnige, haar echtgenoot Filips de Schone en prins Miguel da Paz, hun kleinzoon en de kroonprins van Spanje en Portugal.

Aangezien de herovering van Granada aan het eind van de 15e eeuw een grote triomf voor Ferdinand en Isabella betekende, bevat het altaarstuk van de Koninklijke Kapel vier beschilderde houten panelen die dit feit gedenken. Daarnaast bevat de kapel Isabella's kunstcollectie en voorwerpen uit de verovering van Granada.

De Koninklijke Kapel is een monument voor de twee stichters van Spanje. Voor de tijd van Ferdinand en Isabella was Spanje een verzameling onafhankelijke koninkrijken. Na hun bewind werd Spanje een wereldmacht.

 

Om half vier ging ik terug naar de stad. Rap schoot ik nog de Capilla Real in (voor een massale groep jonge Japanse studentes) met uit­bundige tombes van 15de-eeuwse Koningen. Via de smalle steegjes van de wijk Albaica (middeleeuws, Moors, hellend) kwam ik bij het busstation waar ik koffie dronk.

Om 19.15 uur was ik weer terug in Malaga. Ik kocht veel boeken in het warenhuis en sloeg vier flessen wijn in, uiteraard Malaga - wijn. Ook nog kaar­tjes voor een retourreis Gibraltar gekocht.

Sinds het ontbijt had ik niet meer gegeten, dus tegen half negen liet ik het eens breed hangen en at ik onder meer biefstuk, waarbij ik de rozijnachtige muskatel dronk. Vervolgens ging ik stappen. Na een aantal kroegen ontmoette ik een tweetal Duitse alternatieve toeristen. De een, een intelligente Frankfurter, sloeg na een tijdje een tweetal verlepte hoeren aan de haak en amuseerde zich opperbest met deze afgedankte producten van Malaga's zelfkant. De ander kwam uit Berlijn en leed onder zijn naam, nl. Thomas Schlecht. Hij had 7 maanden ‘im Knast gesessen’ wegen een akkefietje met Rauschgift, had een tweede vader van Turkse komaf en baalde ervan dat hij in het buitenland moest boeten voor de wandaden van zijn voorvaderen in WO II. Van beroep was hij bankwerker. M.n. in Amsterdam was hij voortdurend met zijn Duitse identiteit geconfronteerd geworden. Behoorlijk beschonken kwam ik tegen een uur in het hotel. We hadden een nieuwe por­tier. Hij beloofde me plechtig dat hij me om zeven uur wakker zou bellen.

Kathedraal van Granada

Een van de grote christelijk-Moorse kerken

Verbazend genoeg duurde het 180 jaar voordat dit historische gebouw was voltooid. De bouw begon in 1523, maar de laatste steen werd pas in 1704 gelegd. Dit was deels het gevolg van de Zwarte Dood (de builenpest), die in Europa miljoenen slachtoffers eiste. Als gevolg daarvan werd de kathedraal gebouwd door diverse generaties arbeiders en ambachtslieden uit dezelfde families en werd er in meerdere stijlen gewerkt, van gotisch tot renaissance.

De kathedraal van Granada werd gebouwd op de plek van de oude Grote Moskee, gesticht door de Moren toen ze over dit deel van Spanje heersten. De Moren waren in de 8e eeuw naar Spanje gekomen en brachten de Islam mee. Onder de christelijke Spaanse koningen werden de resten van het oude Moorse gebouw veranderd in een van de mooiste kerken van het land. Het interieur vormt een hoogtepunt van renaissancekunst en wordt gedomineerd door twee enorme, rijk vergulde 18e-eeuwse orgels.

De kathedraal, die is omringd door smalle straatjes en steegjes, heeft vijf schepen en meerdere kapellen, waaronder de Capilla Mayor (hoofdkapel) en de Capilla Real (Koninklijke Kapel). U vindt hier een aantal koninklijke graftomben van Carrara - marmer en een koninklijke kunstverzameling met werken van Sandro Botticelli, Alonso Cano en Rogier van der Weyden. De kathedraal is een monument van de tijd waarin Spanje over een groot overzees rijk regeerde.

"[ .. ] volledig omringd door een woud van rozen, waartussen talloze nachtegalen zongen." Washington Irving, schrijver, over Granada


Het Alhambra

Voor de bezichtiging van deze Moorse paleisstad uit de 13de en 14de eeuw dient men minstens een halve dag uit te trekken. Men gaat vanaf de Celle Reyes Catolicos de bergweg Cuesta de Gomerez op tot aan de Puerta de las Grenades (Poort van de granaatappels), de ingang van het woud dat het Alhambra omgeeft. De poort (16de eeuw), een meesterwerk van Spaanse vroeg-renaissance, is van de hand van Pedro Machuca. De gevel van de poort is versierd met drie opengesprongen granaatappels (het symbool van de stad) en het Habsburger wapen van Karel V. De poort staat op de plaats van een vroegere Arabische vestingtoren.

  

Door het bos komt men bergopwaarts bij de Pilar de Carlos V, de 'Karelsbron', van Pedro Machuca. Een Latijns randschrift vertelt dat keizer Karel V ook koning van Spanje was. Andere beeldhouwwerken tonen maskers als zinnebeelden van rivieren, de wa­pens van Granada's renaissancevorsten Mendoza, verder waterspuwers, allegorische pa­norama’s en zo. Men gaat nu om de bron heen naar het bastion met de Puerta de la Justicia, de Moorse Poort der Gerechtigheid uit het jaar 1348. Het bestaat uit een hoefijzerarcade en toont bovenaan een in steen gehouwen hand, waarvan de vijf vingers de vijf hoofdgeboden van de Islam moeten symboliseren: vasten, aalmoezen geven, bidden, aan de eenheid van God geloven en de pelgrimstocht naar Mekka. Het in­wendige van de poort is versierd met azulejos. In het midden staat in een nis een Mariafiguur met Jezuskind. Dit is de kopie van een uit de 15de eeuw stammend beeld, dat in 1492 door de Katholieke Koningen Ferdinand en Isabella als dank voor de overwinning op de Moren en het eind van de Arabische heerschappij in Spanje hier word opgesteld. (Het origineel staat in het AIlhambra - museum.) De ingang van de poort is gebogen, om de poort in geval van oorlog beter te kunnen verdedigen.

Men komt nu op het weidse Plaza de los Aljibes (Plein van de Regenputten) met de Puerta del Vino uit de 14de en 15de eeuw. De westzijde toont een hoefijzerboog en een tweelingbalk, de oostzijde is versierd met azulejos. Vroeger word hier belasting- en accijnsvrije wijn geschonken, vandaar de naam 'wijntoren'. Tot het oudste gedeelte van het Alhambra behoort de Alcazaba, die op de muren en wallen van de oude hoge burcht word opgericht. Indrukwekkend is vooral de Torre de la Vela-toren, die een van de symbolen van Granada is. Vanaf het terras op deze toren heeft men een prachtig uitzicht.

Ook de Torre del Homenaje, de Torre Quebrada en andere torens zijn de moeite van het bekijken waard. De Torre de las Armes (Wapentoren) was vroeger de belangrijkste toegang tot het Alhambra. Na de bezichtiging van de Alcazaba en de terrastuin El Adarve betreedt men het eigenlijke Alhambrapaleis met zonnige binnenplaatsen, schaduwrijke zuilenhallen, koele en halfdonkere zalen en woonvertrek­ken. De wanden, pijlers en hoefijzerarcades zijn versierd met prachtige arabesken en soera's uit de koran.

De Generalife, eens het tuinslot van de Morenkoningen. De prachtige tuinen met hun kunstige bomen- en bloemenarrangementen, waterbekkens en fonteinen worden wel 'Het Wonder van de Tuinaanleg' genoemd. Ook heeft men van hieruit een erg mooi uitzicht op het Alhambrapaleis en de stad. Door de Paseo de los Cipresses met eeuwig groene cipressen, rozenstruiken, rode en blauwe irissen komt men eerst op een met oleanderstruiken omzoomde weg, die naar een Arabisch gebouw met de Patio la Ace­quia (Hof van het Waterbekken) voert. Tussen de beide portalen strekt zich een lang waterbekken uit, dat door duizenden fonteinen wordt gevoed. In het water spiegelt zich de weelderige bloemenpracht van de pa­tio in alle kleuren van de regenboog. In de schaduwrijke zuilenhallen wandelden vroeger de leden van de koninklijke hofhouding. Vanaf de galerij aan de rechterzijde heeft men een prachtig uitzicht. De galerij bestaat uit achttien booggewelven. In het midden verheft zich een met prachtige ornamenten versierde toren (14de eeuw). Door het noordelijke portaal komt men op een ander mooi uitzichtpunt en in een hal met een plafond dat rijk is versierd en een fries met stalactieten bezit.

Alhambra (Granada)

Een van de islamitische wereldwonderen

"Het Alhambra werd door Moorse dichters beschreven als 'een parel  gevat in smaragden"
Mike McDougall, schrijver

Het Alhambra is een waar juweel met zijn adembenemende ligging en zijn schitterende monumenten en paleizen die getuigen van een buitengewone cultureel - ­historische diversiteit. Het werd in de 9e eeuw ontwor­pen als een militaire citadel, maar halverwege de 13e eeuw werd het de residentie van het koninklijk hof van Granada. De verschillende functies van het Alhambra - er waren barakken voor de koninklijke wacht, maar in de medina (het Arabische deel) ook de beroemde Nasriden - paleizen en huizen van de edelen - vormen een verklaring voor de diversiteit aan bouwstijlen, vooral Moorse en renaissancegebouwen.

Het Alhambra werd met opzet op een steile, moeilijk toegankelijke heuvel gebouwd om een breed uitzicht te hebben op de stad en de vlakte van Granada in het westen en noorden en op de bergen van de Sierra Nevada in het oosten en zuiden. De oevers van de rivier de Darro, de bergen en de bossen dienden als bescherming en de vestingwerken voorkwamen dat buitenstaanders een idee kregen van de pracht die erachter schuilging.

De paleizen, het Casa Real Vieja, het Palacio de Comares, de Poort der Gerechtigheid en de ver­maarde Leeuwenhof dateren uit de 14e eeuw en werden gebouwd onder twee luisterrijke koningen, Joesoef I en zijn zoon Mohammed V. Het Boven-Alhambra bevat baden, luxueuze slaapkamers, zomerpaviljoens, een fluistergalerij en een doolhof. In 1492 werd het Alhambra na de herovering van Granada het hof van Ferdinand en Isabella, en bouwde men op de plek van de koninklijke moskee een Maria - kerk. Eeuwen later gebruikten de troepen van Napoleon het complex als soldatenbarakken, waarbij enkele torens gedeeltelijk werden vernield. De klok van de Torre de la Vela wordt bij feestelijke gelegenheden nog altijd geluid door meisjes die geen oude vrijsters willen worden.

INFO IN HET DUITS

Alhambra, Residenz der Mauren

1492 endete die siebenhundertjährige Geschichte der Araber in Spanien und damit auch die 250 Jahre dauernde Herrschaft der Nasriden in Granada.

Die Alhambra war ihr Sultanspalast, genannt "Die rote Zitadelle", denn ihre Mauern erglühen im Licht der Tageszeiten in den unterschiedlichsten Farbnuancen eines zarten Rots. Eisenhaltiger Ton, aus dem die Ziegel gefertigt wurden, ist für das Farbspiel verantwortlich.

Der erste Blick von der Sierra Neva auf die schlichten Mauern der Alhambra verrät nicht, welche Schätze sich im Inneren des Palastes verbergen: islamische Ornamentik, ein Farbenmeer aus Kacheln und eine kunstvolle Wasser-Architektur verleihen der Alhambra orientalischen Zauber.

Der Film führt durch die in drei Teile gegliedert Anlage. Die Mexuar, bestimmt für öffentliche Rechtsprechung und Versammlungen, die eigentlichen Königsräume, mit dem Sala de los Reyes und dem Thronsaal des Sultans. Und die Frauengemächer, wo sich das Privatleben der Monarchen abspielte.

Alle Räume öffnen sich auf einen Innenhof, er bildet, wie schon in der griechischen Architektur den Mittelpunkt des Hauses. Die Innenhöfe spiegeln die feinsinnige Ästhetik der arabischen Herrscher wieder. Ihre Leidenschaft galt der Natur und den Wasserspielen. Die kunstvollen Ausführungen brachten die steinerne Architektur zum Leben, was bis heute spürbar ist.

Daten & Fakten

Kulturdenkmal: Altstadt von Granada, Alhambra und Generalife-Palast

UNESCO-Ernennung: 1984

1010-90 Herrschaft der berberischen Ziriden

1090 Herrschaft der Almoraviden / 1238 Residenz von Beni Nasr

13.-15. Jh. Alhambra / 1491 Belagerung durch das Heer der Katholischen Könige

2.1.1492 Übergabe der Stadt und Ende des Sultanats Granada

1536 Puerta de las Granadas / 1542 Gründung der Universität

1568 Aufstand im Albaicin / 1840 Aufstockung der Audienzhalle, Mexuar

1890 Brand im Sala de la Barca

1936 im Spanischen Bürgerkrieg Kirche San Salvador ausgebrannt

1965 Restaurierung des Sala de la Barca

 

Door zijn bloemenpracht is ook de Patio de la Sultana de moeite van het bekijken waard. In het noordelijke deel van het Generalife liggen nog meer tuinen met oude paleisruïnes, met pergola's die zijn overkoepeld door klimrozen, en met bloemperken.

FOTOCOLLAGE ALHAMBRA

(Klik voor een vergroting)


MEER INFO GRANADA I

De fameuze Moorse stad Granada  (200.000 inwoners) , provinciehoofdstad, bisschopszetel en universiteitsstad, ligt zeer mooi aan de voet van de Sierra Nevada tussen twee uitlopers, die steil oprijzen boven de zeer vruchtbare vega van de in de zomer vaak uitgedroogde Rio Genil.

 

De noordelijke uitloper is de Albaicin, waar het oudste deel van Granada zich bevindt; de zuidelijke Alhambra-heuvel wordt van de Albaicin gescheiden door de diepe kloof van de meestal waterarme Rio Darro, die onder het centrum van de stad doorstroomt en in de Rio Genil uitmondt. Met het unieke Alhambra boven de stad is Granada vanwege haar vele goed bewaard gebleven overblijfselen van een rijke uitheemse cultuur en kunst, en ook als toneel van een zeer afwisselende historie een nationaal monument geworden .

 

 

GESCHIEDENIS. - Vermoedelijk gesticht door de Iberiërs, viel de stad in 711 n.Chr. na de nederlaag van de Westgoten in handen van de Arabieren, die haar 'Gharnatha' noemden en op de Alhambra-heuvel een burcht bouwden. Na de val van het kalifaat van Cordoba werd Granada een onafhankelijke stad. Het werd geregeerd door de Almoraviden en de Almohaden, tot Ibn al-Ahmed van de stam van de Beni Nasr in 1241 als Mohammed I de dynastie der Nasriden stichtte en Granada tot de rijkste stad van het Spaanse schiereiland maakte. De stad beleefde 250 jaar lang een bloeitijd en kwam in 1491 na de vrede van Santafé onder de katholieke koningen. Sindsdien is zij in christelijke handen gebleven en beleefde in de renaissance opnieuw een bloeitijd. Na de bloedige onderdrukking van de Moorse opstand van 1569 raakte de stad in verval. Het herstel begon met de vernieuwing van de bevloeiingswerken in de vega en de introductie van nieuwe landbouwgewassen in het begin van de 20ste eeuw.

 

BEZIENSWAARDIGHEDEN. - Centrum van Granada is de Plaza Isabel la Catolica, waar de brede Gran Via de Colon in de Calle de los Reyes Catolicos uitkomt; een monument herinnert hier aan het in 1492 met Columbus gesloten verdrag van Santafé. Van de Calle los Reyes Catolicos in westelijke richting linksaf naar de kleine Plaza del Carmen met het Ayuntamiento (1858). Aan de overkant loopt de Calle Principe naar de Plaza de Bib Rambla met het Palacio Arzobispal (paleis van de aartsbisschop), grotendeels uit de 18de eeuw. Daarachter de Alcaiceria, de in 1843 afgebrande markt- en winkelwijk van de Arabieren, nu gerestaureerd tot een kleurrijk stadsdeel.

 

 

Noordoostelijk achter het aartsbisschoppelijk pale is staat de kathedraal (Santa Maria de la Encarnacion), het overwinningsteken van het christelijke Spanje en de mooiste renaissance-kerk van het land, de bouw werd in 1523 in gotische stijl begonnen, in 1525 door Diego de Siloe (t1563) in platereske stijl voortgezet; in 1561 gewijd (onvoltooid). Imposante west façade (1667) van Alonso Cano en zijn navolgers. Boven de Puerta Principal (hoofdportaal) een groot reliëf van de 'Encarnacion' van José Risueno (1717). Noordwestzijde met de Puerta de San Jeronimo, beelden van Siloe, Maeda e.a. en de rijk versierde Puerta del Perdon (voltooid in 1537).

 

Het INTERIEUR van de kathedraal werd pas in 1703 voltooid; vijf beuken en een dwarsbeuk, rijk versierd met beelden en schilderijen, grotendeels van Alonso cano en Juan de Sevilla. Bijzonder indrukwekkend is de 47 m hoge, door een koepel overspannen Capilla Mayor, met fraaie glasschilderingen uit de 16de eeuw en bronzen beelden van de apostelen (1614). In het koor twee grote barok-orgels en het grafmonument van Alonso Cano (t1667). - Aangrenzend aan de zuidoostkant van de kathedraal het sagrario, op de plaats van de voorm. hoofdmoskee, in barokke stijl gebouwd van 1705-59. - Via de rechter zijbeuk van de kathedraal komt men bij de Capilla Real, de grafkapel van de katholieke koningen, gebouwd in laat-gotische stijl van 1506-17. De rijk versierde grafmonumenten worden door een mooi hek afgesloten: rechts Ferdinand (t1516) en Isabella (t1504), gemaakt door de Florentijn Domenico Fancelli (1522);  links Philips de Schone (t1506) en Johanna de Waanzinnige (t1555), van de hand van Bartolomeo Ordonez; Een paar treden naar beneden naar de crypte, met loden doodskisten. Achter de grafmonumenten het grote, fraai gebeeldhouwde vleugelaltaar van Felipe Vigarni; aan weerskanten rijk versierde, relikwieënaltaren van Alonso de Mena (1623). - In de naburige sacrlstle de kostbare kerkschat en een interessante collectie vroeg-Nederlandse schilderijen (o.a. Dierick Bouts, Rogier van der Weyden, Memling) .

 

La Cartuja (Granada, Spanje)

Het beste voorbeeld van een barokgebouw in Spanje

"Te dynamische interieurversiering is een subliem voorbeeld van bouw-, schilder- en beeldhouw­kunst"
Het Spaanse Ministerie van Cultuur

Dit gebouw - bekend als La Cartuja - is een prachtig kartuizerklooster met een bijbehorende kerk. De bouw begon kort na de uiteindelijke overwinning van de christenen in de herovering van Spanje - een gebeurtenis die een eind maakte aan een eeuwenlange strijd tussen de Moren en de christenen. Het verhaal gaat dat La Cartuja werd gebouwd om te wedijveren met het Alhambra, het magnifieke paleis en fort dat werd gebouwd door de Moren - oorspronkelijk Berberstammen uit een gebied dat nu in Algerije en Marokko ligt.

Het eerste klooster op deze plek werd gebouwd in de 16e eeuw. Deze originele gebouwen werden in de 18e eeuw sterk uitgebreid en aangepast, waardoor La Cartuja het eerste Spaanse voorbeeld van de churriguereske stijl is; een Spaanse barokstijl met weelderige en overdadige elementen. De oorspronkelijke plannen werden in 1506 ontworpen, maar het werk begon pas daadwerkelijk in 1515. De originele kloosterruimten zijn betrekkelijk sober en enigszins deprimerend, maar de andere gebouwen maken dit goed met hun overdreven uitbundigheid.

Er werkte een hele reeks architecten, kunstenaars en bouwmeesters mee aan La Cartuja, onder wie de grote kunstenaars Pedro Anastasio Bocanegra en Juan Sanchez Cotan, en de vermaarde beeldhouwers José de Mora en José Risueno. Kijk bij het binnengaan van de kerk naar de koepel om de prachtige fresco's van Antonio Palomino te bewonderen. Het weelderige interieur is opvallend door het rijke gebruik van goud, zilver, verguldsel, ivoor, marmer, parelmoer en edelstenen. Vooral de sacristie is opmerkelijk, een overdadige verwijzing naar de enorme rijkdom van de kerk tijdens de barok. Alleen al de versiering van de sacristie heeft meer dan een halve eeuw in beslag genomen, wat een idee geeft van de omvang van het totale decoratiewerk.

 

Niet ver ten noordoosten van de kathedraal ligt aan de drukke Plaza Nueva het van 1531-87 gebouwde Audiencia (gerechtshof), met mooie arcadenhof. Van dit plein komt men via de Cuesta de Gomérez naar het in het oosten oprijzende Al hambra.

 

Aan de noordoostkant van de Plaza Nueva komt de ondergrondse Rio Darro weer naar boven. Hier staat de Santa Ana kerk, een renaissance-gebouw dat van 1531-48 werd opgericht, met plateresk portaal en een minaretachtige toren uit 1563. - Aan de noordelijke Darro-oever begint de Carrera del Darro, een van de oudste wegen van Granada, met uitzicht op het Alhambra. Vervolgens het zgn. Banuelo, een Moors badhuis (op nr. 31) uit de 11e eeuw, gebouwd onder de Ziridynastie. De zuilen in het gebouwtje worden gekroond door opnieuw gebruikte antieke kapitelen: twee rijen bladeren onder elkaar. Er is een overeenkomst tussen Romeinse en Moorse badhuizen: beide, en ook dit Banuelo, beschikten over een frigidarium of koudwaterbasin, een tepidarium of lauwwaterbasin en het caldarium of warmwaterbad. Latrines en een kleedruimte completeerden de badinrichting. De stervormige gaten in het plafond zorgden voor licht en lucht. Er was een hypocaust, een ondergronds verwarmingssysteem. Badhuizen werden en worden door islam itische vol ken niet alleen voor reinigingsdoeleinden gebruikt: in de vrouwenbadhuizen vinden ook bevallingen plaats, worden jongetjes besneden en worden de ritueie wassingen voor het huwelijk gedaan. Let in de centrale ruimte op de restanten van wandschilderingen in rood: arabesken. Dichtbij de kerk San Pedro y San Pablo, links daar tegenover het Casa de Castril, een renaissance-gebouw met het Museo Arqueologico. - Dan over de Paseo de los Tristes; uitzicht op het Alhambra en Generalife (steile beklimming);

 

 

Aan het eind van de Cuesta del Chapiz rechts omhoog over de fraaie Camino del Sacro Monte, langs talloze voorm. grotwoningen ('cuevas') van de sinds 1532 in Granada levende zigeuners ('gitanos'). Bij het voorm. benedictijnenklooster Sacro Monte over een steil voetpad met diepe kloven en los rolgesteente naar het hooggelegen Ermita San Miguel de Alto, met imposant uitzicht op de Sierra Nevada.

 

Van de Cuesta del Chapiz loopt de Calle del Salvador naar de schilderachtige straatjes van de voorstad Albaicin, gedeeltelijk nog met Moorse trekken. Langs de kerk San Salvador (opgericht op de plaats van de oude moskee) komt men bij de San Nicolas kerk uit 1525, het hart van Albaicin, met grandioos, vaak geschilderd uitzicht op het Alhambra en de Sierra Nevada. Van de naburige Puerta de los Estandartes loopt in westelijke richting een goed bewaard gebleven Muralla Srabe (Arabische stadsmuur), die men het beste via de Cuesta de la Alhacaba kan bereiken. Deze weg komtin het westen uit op de Paseo del Triunfo, met de Arco Elvira. Hiervandaan in noordelijke richting (1 km) naar Cartuja, een voorm. kartuizerklooster uit de 16de eeuw.

 

Van de Paseo del Triunfo in zuidwestelijke richting komt men bij het in 1552 gestichte hospitaal San Juan de Dios; in de rijk gedecoreerde kerk het graf van San Juan de Dios. Niet ver zuidwestelijk het voorm. klooster San Jeronimo, 1492; in de geheel met wandschilderingen uit de 1 8de eeuw bedekte kerk, onder de prachtige Capilla Mayor, het graf van Gran Capitan Gonzalo Fernandez de Cordoba (81515); aan weerskanten van het rijke hoofdaltaar (na 1570) de beelden van de knielende Gonzalos en zijn vrouw. Via de zuidoostelijk van San Jeronimo lopende Calle de la Duquesa komt men bij de universileit, in 1531 gesticht, in 1759 hier naar toe verplaatst naar het voorm. jezuïeten-college, een gebouw uit de 18de eeuw met barok-fa,cade. Aan de overkant van de Plaza de la Trinidad bereikt men via de Calle de Mesones het plein Puerta Real met het hoofdpostkantoor. Zuidoostelijk hiervan loopt de brede, altijd drukke Carrera del Genil. Links van de weg het Castillo de Bibataubin (1752-64), zetel van de provinciale staten. - lets verder aan de rechterhand de van 1664-71 gebouwde kerk Nuestra Sernra de las Angustias, met het beeld 'Virgen de las Angustias', de beschermheilige van Granada.

 

De Alhambraheuvel is te bereiken vanaf de Plaza Nueva via de omhooglopende Cuesta de Gomérez, die na 250 m uitkomt op de Puerta de las Granadas, de hoofdingang van het Alhambrapark. Rechtsboven op de Monte Mauror een in de 13de eeuw aangelegde vesting, met de Torres Bermejas. - Van de Puerta verder door het Alhambrapark, dat is aangelegd op de berghellingen van het diepe dal tussen de Alhambraheuvei en de Monte Mauror. Voetgangers gebruiken de steilere weg op de Cuesta Empedrada naar de Puerta de la Justicia; met de auto nemen wij de brede weg naar de Fuente del Tomate en verder bergopwaarts naar de Puerta de los Carros, waar men of rechts bij het Parador of links bij de Plaza de los Aljibes Cisternenplein) komt; mooi uitzicht op het diepe Darrodal en op de Albaicin en de Sacro Monte. Aan de westkant van het plein de Alcazaba, de oude koningsburcht waarvan de bouw onder Mohammed I werd begonnen, met als enige oorspronkelijke resten de ringmuren met de enorme torens. De Puerta de la Alcazaba komt uit in de Jardin de los Adarves met prachtig uitzicht. Een nog weidser vergezicht biedt de Torre de la Vela, 26 m hoog, aan het westelijke einde van het terras.

 

Aan de oostkant van het Cisternenplein het Palacio de Carlos V, een enorm vierkant gebouw (lengte van de zijden 63 m, hoogte 17,4 m), in 1526 door Pedro Machuca begonnen. Alhoewel onafgemaakt, is het toch het belangrijkste voorbeeld van de hoogrenaissance op Spaanse bodem. Voltooid is behalve de façades de binnenste zuilenhof, een open rond gebouw (31 m doorsnede) met twee verdiepingen. In het paleis het Museo Provincial de Bellas Artes, met Spaanse schilderijen en beeldhouwwerken (16de/18de eeuw), en het Museo de la Alhambra, waar o.a. de prachtig geëmailleerde 1,3 m hoge Alhambravaas (el jarro de la Alhambra; 1320) te zien is.

 

 

Ten noorden van het Carlos V paleis, het Alhambrapaleis (Palacio arabe), de residentie van de Moorse heersers, een onder Jusuf I (1333-54) begonnen en onder Mohammed V grotendeels voltooid gebouw, dat zoals alle Moorse wereldlijke gebouwen van buiten onopvallend is. De artistieke waarde van het Alhambra ligt in het ontwerp en in de bijzonder rijke decoraties, die een hoogtepunt van de Moorse kunst voorstellen. De Arabieren noemden de burcht, die door muren met veel torens is omgeven, 'Medlnat al-hambra', d.w.z. de 'rode stad', naar de kleur van de steen.

 

Het INTERIEUR van het Alhambra is in zijn indeling een voortreffelijk voorbeeld van de islamitische paleisbouw, dat in drie complexen is onderverdeeld: het voor openbare rechtspraak en vergaderingen bestemde Mexuar, het eigenlijke koninklijk paleis (Diwan of El Serrallo) en ten slotte de vrouwenvertrekken (Harim of Harén), waarin zich het privé- en familieleven van de monarchen afspeelde. Alle vertrekken van deze drie afdelingen komen uit op een centraal hof (zoals het al in de oude Grieks-Romeinse huizen de gewoonte was), die in het Diwan voorzien is van een groot waterbekken (mirtenhof), in het Harim van een fontein (leeuwenfontein).

 

Via een voorvertrek komt men in het Mexuar, de voormalige audiëntie- en rechtszaal, later gebruikt als kapel. Via het voorvertrek kan men ook door de Patio del Mexuar en de Zaguan naar de mirtenhof (Patio de los Arrayanes of de la Alberca) gaan, die zijn naam dankt aan de door mirten (arrayanes) omgeven  vijver (alberca). Aan de noordkant van de hof (37 m lang, 23 m breed), aan de andere kant van de Sala de  /a Barca (de hal van de zegen), de 45 m hoge Torre de Comares met de Sala de los Embajadores (de zaal van de afgezanten), een vroeger als troonzaal  gebruikt vertrek (iedere zijde 11 m, lang, 18 m hoog),  prachtige koepel uit larikshout, waarvan de ornamentiek met 152 verschillende patronen tot de rijkste van het Alhambra behoort.

 

Van de zuidoosthoek van de mirtenhof door de Sala de los Mozarabes naar de Leeuwenhof (Patio de los Leones), het centrum van de onder Mohamme'd V gebouwde koninklijke winterresidentie, met de harem. In het midden van de door 124 zuilen omgeven hof (16 m breed, 28 m lang), de leeuwenfontein, met twaalf leeuwen uit zwart marmer. - Aan de zuidkant van de Leeuwenhof de Zaal van de Abencerragen  genoemd naar een invloedrijk adellijk geslacht; in  het midden van de zaal een twaalfhoekige marmeren fontein, boven een imposant stalactietengewelf. - Aan de oostkant van de Leeuwenhof de Zaal van de Koningen (Sala de los Reyes, ook Sala de la Justicia), een zaal, bestaande uit zeven gedeelten met hoge stalactietenkoepels, waarvan de alkoofachtige zijkamers met goed bewaard gebleven plafondschilderingen uit de 15de eeuw versierd zijn.

 

Van de noordkant van de Leeuwenhof naar de Zaal van de Beide Zusters (Sala de las Dos Hermanas), de achterliggende vertrekken waarschijnlijk het winterverblijf van de vrouwen, waarvan de decoratie wel het artistieke hoogtepunt van de Alhambra vormt. Het gewelf, het grootste van alle Arabische stalactietengewelven, heeft ca. 5000 holkelen. - Rechtdoor naar de Sala de los Ajimeces; tussen de boogvensters (ajimeces) opent zich het Mirador de Daraxa (of de Lindaraja), een fraai gebouw met erker rnet drie ramen tot aan de grond naar het Patio de Daraxa. Mooi uitzicht op de Leeuwenhof.

 

 

Van de Zaal van de Beide Zusters naar de galerij van de Patio de Daraxa, verder door twee vertrekken op de noordelijke buitengalerij van het paleis naar het Tocador de la Reina ('kleedkamer van de koningin'), op de bovenverdieping de Torre del Peinador, met prachtig uitzicht. vooral naar het oosten op de Torre de las Damas en de Generalife. - Terug naar de buitengalerij en over de galerij van de Patio de la Reja  een trap af naar de Patio de la Reja; dan oostelijk naar het idyllische met cypressen en sinaasappelbomen begroeide Patio de Daraxa, de vroegere binnenste paleistuin. Aan de zuidkant van de hof de toegang tot de enorme onderbouw van het paleis, de zgn. 'Sala de los Secretos', met een fluistergewelf. Zuidelijk van het Patio de la Reja de baden (Banos), een uitgestrekt onderaards complex uit de tijd van Jusuf I; eerst de Sala de las Camas, met zangeressengalerij, dan een kinderbad, een stoombad en twee vrouwenbaden. - Alhambra en Generalife zijn dagelijks geopend, maar op zondag zijn niet alle vertrekken toegankelijk. Van mei tot september worden de gebouwen op zaterdagavond prachtig verlicht.

 

Ten oosten van het paleis van Karel V de Kerk Santa Maria, van 1581-1618 in plaats van de Alhambra-moskee gebouwd, waarin na de overgave van Granada de eerste heilige mis gelezen werd. Rechts naast het hoofdportaal een stenen zuil, waarop het verhaal over de dood van twee christelijke martelaren in 1397 vermeld staat.

 

Het is ook de moeite waard om de torens te bezichtigen. Ten oosten van het Alhambra-paleis de Torre de las Damas, een vestingtoren met aangrenzende bogengaanderij, een waterbekken en een kleine moskee. Verder naar het oosten, naast de Puerta de Hierro of del Arrabal (afdaling naar de Paseo de los Tristes), de Torre de los Picos ('kantelen-toren').

 

Nu naar de Torre del Candil; rechts met uitzicht op het voormalige Convento de San Francisco, het oudste klooster van Granada, tot 1495 een Arabisch paleis, nu Parador Nacional. Daarachter volgen de Torre de la Cautiva ('toren van de gevangenen'), met een kleine patio en een  prachtig versierd hoofdvertrek. Verder naar de Torre de las Infantas, binnenin een rijk versierde hal; vanaf het bovenste platform vergezicht. Bij het oostelijke einde van de Alhambraheuvel de Torre del Agua, met het verzamelbekken voor de waterleiding van het Alhambra. Aan de zuidkant van de heuvel de beide kleinere torens, de Torre de Juan de Arce en de Torre de Baltasar de la Cruz; dan de toren van de Puerta de los Siete Suelos (de 'zeven verdiepingen'). Na nog twee kleine torens komt de Torre de las Cabezas; dan volgt de Torre de los Carros, waar vlakbij de uitgang is.

 

Oostelijk tegenover het Alhambra ligt aan de helling van de Cerro del Sol het Palacio del Generalife, het in 1319 voltooide zomerverblijf van de Moorse koningen. Van de buitenpoort aan de oostkant van de Alhambragebouwen over een mooie cypressenlaan naar het ingangsgebouw (16de eeuw), daarachter komt men in de met mirten- en laurierstruiken en sinaasappelbomen beplantte hof (48,7 m lang, 12,8 m breed), waar de Acequia del Generalife doorheen stroomt. Via de noordkant van de hof in de Sala de los Reyes; in het zijvertrek een balkonvenster met prachtig uitzicht op het Alhambra en het Darrodal; vanuit de Mirador boven de zaal weids uitzicht. - Ten oosten boven het hoofdgebouw ligt een mooi park langs de berghelling, die met zijn terrassen, grotten, waterwerken en verzorgde hagen aan de tuinen van Italiaanse renaissancevilla's doet denken.

 


MEER INFO GRANADA II

Aan de voet van de Sierra Nevada
Deze roemrijke stad in Zuid - Spanje steekt andere historische plaatsen in Andalusië de loef af.


De provinciale hoofdstad Granada ligt aan de samenvloeiing van de Darro en de Genil aan de voet van de Sierra Nevada. Afgezien van historisch prestige en architectonische pracht, is de stad economisch van weinig belang, vergeleken met andere Spaanse steden. Granada is vooral een cultuurhistorische trekpleister met het befaamde Alhambra als voornaamste attractie. Het grote complex van het Alhambra is gebouwd op een bosachtige heuvel ten oosten van de stad. Het omvat magnifieke bouwwerken, zoals Alcazaba, het paleis van Karel V en Generalife, alsmede fraai aangelegde tuinen. Op een andere heuvel, van het Alhambra gescheiden door de Darro, ligt de wijk Albaicin, het laatste bastion van de Moran na de Reconquista. Dit pittoreske stadsdeel, met witgekalkte huizen langs nauwe straatjes, ademt de Arabische sfeer van eeuwen geleden. Van hieruit bereikt men in het oosten de oude zigeunerbuurt op de heuvel Sacromonte. Het stadscentrum concentreert zich rond de 16e-eeuwse kathedraal, een fraai gebouw in gotische en renaissancestijl.

CIJFERS
Bevolking: 247.000 inwoners  /  Provinciebevolking: 759.000 inwoners
Provincie - oppervlakte: 12 531 km2 /  Bevolkingsdichtheid van de provincie: 60,5 inw/km2

KLIMAAT
Mediterraan. Door de hoogte soms strenge winters. Zeer warme zomers tot soms 40° C.


Hoofdstad van het laatste Andalusische koninkrijk
Granada was het laatste islamitische bastion op Spaanse bodem en het Moors erfgoed, zoals het Alhambra, blijft een van de grote attracties


BEZIENSWAARDIGHEDEN
Alhambra, Generalife (buitenverblijf van de Moorse koningen), koninklijke kapel, de beurs (Lonja), stadhuis (Antiquo Ayuntamiento) I kathedraal, kartuizerklooster, de wijk Albaicin, Arabische baden (11e eeuw), het historische hospitaal.

BRONNEN VAN INKOMSTEN
Landbouw: graan, olijven, suikerbieten, fruitbomen. Runderteelt. Voedingsmiddelenindustrie: meel, conserven, chocolade- en biscuitfabrieken, brouwerijen. Handwerkkunst. Aartsbisdom. Universiteit. Toerisme.

Granada wordt al in de 5e eeuw v.Chr. genoemd, maar werd pas van belang na het verval van het koninkrijk Cordoba, omstreeks het begin van de 11e eeuw. De Ziriden, een naar Andalusië geëmigreerde Berberstam, verhief Granada tot hoofdstad van het gebied. De in een mooie, vruchtbare landstreek gelegen stad kwam tot bloei en wekte de afgunst van naburige christenen en islamieten, die elkaar het bezit van Granada betwistten. In 1090 kwam de stad in het bezit van de Noord¬Afrikaanse Almoraviden, die in voortdurende strijd waren gewikkeld met de Castilianen. In 1156 bezette de Berberdynastie der Almohaden Granada, gevolgd door de dynastie van de Nasriden, die de bouw van het enorme Alhambra ter hand namen. Dankzij een slim politiek beleid van de Arabische vorsten wist het Moorse rijk van Granada zich twee eeuwen lang te handhaven. Als buffer tussen het islamitische Noord-Afrika en de christelijke stater in het noorden, kwam Granada tot grote bloei en kon qua welstand wedijveren met grote mediterrane steden als Rome en Constantinopel. Na de val van Córdoba (1236), Valencia (1238) en Sevilla (1248) was Granada het laatste restant der Moorse rijken in Spanje. Politieke intriges en conflicten ondermijnden het plaatselijke gezag en in 1492 namen de katholieke koningen het definitief in hun bezit. In1568 brak een opstand uit order de Morisco's, Spaans-Moorse halfbloeden, die een jaar later door Filips II werd neergeslagen. Dit betekende een vooral economische nekslag voor de stad en omgeving. In cultuurhistorisch opzicht wist Granada echter zijn reputatie te bewaren en tegenwoordig is het de hoofdstad van een merendeels agrarische provincie.
 

Vorige Start Volgende


ONZE  ANDERE  REISVERSLAGEN

ALASKA   /  ARGENTINIË   / ARMENIË  /  AUSTRALIË   /  AVONTUREN  /  BALKANREIS  /  BELGIË  /  BELIZE   /  BULGARIJE  /  CANADA   /   CALIFORNIË   /   CHILI   /   CHINA   /   CUBA   /   CURAÇAO   /   CYPRUS   /   DENEMARKEN   /   DUITSLAND   /  ECUADOR   /   EGYPTE   /   ENGELAND   /  ESTLAND  /  FILIPPIJNEN  /  FINLAND   /  FOTOSITE  /  FRANKRIJK  / GEORGIË  /  GRIEKENLAND  /  GUATEMALA   / HONGARIJE   /  IERLAND   /   INDIA  /  INDONESIË  /    IRAN  /   ISRAËL  /   ITALIË   /  JORDANIË   /   KRETA   /   KROATIË   /  LETLAND   /   LITOUWEN   /  LUXEMBURG /   MADEIRA   /   MALEISIË   /   MALLORCA   /  MALTA  /   MAROKKO   /   MEXICO YUCATAN   /   MEXICO  /  NEPAL   /   NEW YORK   /   NOORWEGEN   / OEKRAÏNE /   OEZBEKISTAN   /  OOSTENRIJK  /   PARAGUAY   /   PERU   /   POLEN   /  PORTUGAL  /   REISFOTO'S   / ROEMENIË   / RUSLAND   /   SCANDINAVIË   /   SICILIË   /   SINGAPORE   /   SLOVENIË   /  SLOWAKIJE SPANJE   /   SRI  LANKA   /   SYRIË   /   THAILAND   /  TSJECHIË   /   TUNESIË   /   TURKIJE   /   UNESCO - SITE   /   URUGUAY   /   USA    /  WERELDERFGOED  /  WERELDFOTO'S  / ZUID-AFRIKA  /   ZWEDEN  /  ZWITSERLAND  

Andere websites van Jos Schmitz

Duitse kerken en kloosters  /  Duitse kastelen en paleizen   /   Zanggroep Vocus   /   Schilder Pantaleon Hajenius   /   Hanzesteden   /   Pedac 1971 Reünie   /   Ramakers Reünie   /   Kunst van Anna Czerniawska   /   Wereldfotoserie   /   Reisfoto's Jos en Clim   /   KNS Gilde Opleidingen  /  De stad Roermond